Home  Life  TV & Radio  annelies_rutten
  
Yes!

QUIZ: 15 vragen uit De slimste mens ter wereld. Test uzelf!

Yes, yes, yes, yes, yes! Beste mensen, ik kan het zelf niet goed geloven. Eén kans op dertig had ik toen ik aan dit avontuur begon en kijk waar ik ben uitgekomen. Ik ben blij. Reuzeblij. Ik heb me de voorbije maand echt rot geamuseerd en nu krijg ik er nog deze bekroning bij. Gewonnen. Onvoorstelbaar is het. Dat ik met een klein hartje naar de finale ging, heb ik hier al gezegd. Ik meende het ook, echt waar. Eva Brems kloppen leek me de bijna niet te klaren klus. Maar het kan verkeren.

De zenuwen gierden nochtans door mijn lijf wanneer ik mijn auto in de voorbehouden parkeerplaats reed. De sfeer in de studio was onmiskenbaar ànders. Mensen die ik voordien nooit had gezien waren er plots bij. Dany Verstraeten kwam kijken, Woenstijnvis-baas Wouter Vandenhaute en ex-winnaar Steven Van Herreweghe. Neen, ik laat me niet intimideren, maar, slik, die mensen verwachten wel dat je er op zo’n avond stààt.

Gelukkig verdwijnen de zenuwen op het moment dat ik de studio instap en plaatsneem in de stoel. Wat er ook gebeurt, het maakt me plots niet zoveel uit. Ik meen dat echt. Ik heb mijn best gedaan en zal dat vanavond zeker weer doen, maar als het er niet uitkomt, dan is dat zo. Maar dan gaat het verrassend goed. Ik pak vijftig seconden in de eerste ronde. Geronimo Stilton - heerlijke kaas! -, de Sims, Bujumbura. Het gaat vlot en de anderen laten onverhoopte steken vallen. Ook de puzzel gaat weer als vanouds. Heerlijk is het als je bijna in een oogopslag de trefwoorden vindt. De fotoronde is iets minder - Lassie en Babe herken ik wel, maar Knut, dat schattige ijsbeertje in de zoo van Berlijn, het schiet me niet te binnen. Om van Black Beauty - schande voor een paardenmens - nog te zwijgen.

Maar de schade blijft beperkt en in de filmpjesronde kan ik mijn geluk niet op wanneer ik Stefaan Bouve de vliegtuigtrap zie afkomen. De arme man zal het misschien een beetje cynisch vinden dat hij een quizvraag is geworden, maar hij levert me wel 150 kostbare seconden op. Dat Eva de brand in de Brusselse Innovation niét kan plaatsen - verrassend! - brengt me met een comfortabele voorsprong in het eindspel. De zenuwen hebben Hans in hun greep, ik heb het in de gaten. Herodes doet hem uiteindelijk de das om. Hij levert me ook een uitschuiver op, maar ik weet me te herpakken.

En dan, tja, dan is het uiteindelijk écht gebeurd. Een waanzinnige maand zie ik bekroond met klapzoenen van Rik Torfs, een knuffel van Erik en een prachtig document dat ik ga koesteren. De oorkonde wordt een blijvende herinnering aan een prachtige periode die me zoveel heeft gegeven. Hij krijgt een ereplaatsje in mijn huis. En elke keer dat ik hem zie zult ook ù me nog eens door mijn hoofd heen flitsen. De voorbije weken waren sowieso al heel intens, maar alle prachtige reacties hebben het nóg veel mooier gemaakt. Merci, beste supporters, mijn overwinning draag ik op aan jullie allemaal! Het beste nog. Annelies

Opgeladen

Opgeladen, joepie! Vanavond mag ik terug. Ik heb het, eerlijk waar, een beetje gemist. De leuke momenten in de studio, de prettige contacten met ploeg en medespelers. Dus ga ik genieten, voor het laatst. Als het een beetje meevalt met de spanning natuurlijk, want die zal er hoe dan ook iets meer zijn dan in mijn laatste ‘gewone’ afleveringen.

Toen ging het erom of ik er nóg eentje bij deed of niet. Nu gaat het om de eindoverwinning en, ook al gun ik het iedereen, als je ergens aan begint, kun je het maar beter in schoonheid afronden.

Maar zover zijn we nog niet. Zeker met de te duchten tegenstanders die ik alweer tref. Geen Helmut Lotti als tegenstander –jammer, ik zal hem eens op een carpaccio trakteren– maar Eva Brems, mij intussen genoegzaam bekend, en Hans Bourlon die als een TGV door de slotfase van de reeks is gedenderd en ook weer als winnaar uit de halve finale is gekomen.

Slechts één besluit is mogelijk: op cadeautjes hoef ik vanavond niet te rekenen. Gehaaide én getrainde tegenstanders zijn het, die het klappen van de zweep intussen door en door kennen.

Of ik mezelf veel kans geef, wordt me deze dagen vaak gevraagd. Dan zeg ik: Eerlijk waar, ik weet het niet. Gezien die tegenstanders heb ik zware twijfels. Maar ik heb wel één puntje op hen voor: na mijn lange pauze kom ik zo fris als een hoentje aan de start. Weg vermoeidheid, weg sleur. Zij hebben net intensieve opnamedagen achter de rug. En in de voorbije reeks heb ik al gemerkt dat dat een factor is die speelt.

Intussen heeft dit verhaal al vele staartjes gekregen. Ik ga van interview naar interview, van fotograaf naar fotograaf. Ik vertel dingen waarvan ik me soms afvraag of iemand ze wel wil weten, lach me de krampen in de wangen en jaag mijn buren de schrik op het lijf door hen reuzengroot toe te lachen vanop een poster aan de krantenwinkel op de hoek. Zo vreemd is het dat zelfs ik niet meer zeker weet of ik het echt wel ben.

Vanavond weten we dan eindelijk hoe het met ‘dit spelletje’ –zo zal ik het altijd blijven noemen– dit jaar afloopt. Of het dan toch eindelijk een vrouw wordt die de titel in de wacht sleept – twee kansen op de drie, de kaarten liggen goed – en of de kleine hype de moeite waard is geweest. Het kan. Maar het kan ook niet. Ik ben er klaar voor. Opgeladen. Ik ga me geven, voor honderd procent. Al was het maar om iedereen die me bestookt heeft met al die hartverwarmende reacties iets terug te kunnen geven. Die berichtjes hebben me een vertrouwensboost gegeven. Bedankt en wees maar zeker: ik wil het graag en ik ga er alles voor doen. Alleen de uitslag kan ik niet garanderen. Als het fout loopt zal ik het zeer jammer vinden. En anderen misschien ook. Maar het is ook niet het einde van de wereld.

Dus: duimen maar! En vooral niet al te boos zijn als ik jullie verwachtingen niét in kan inlossen. Maar mijn best doen? Dat zeker!

Agenda

Het bloggen schiet er een beetje bij in. Het einde van dit avontuur is zeer nabij en dat laat zich in mijn dagelijks leven ook stevig voelen. Mijn agenda zelf controleren is even heel moeilijk geworden. Omdat ik al zeker finalist ben willen veel media een gesprekje met het oog op de finale volgende week. En omdat ik zelf weet hoe vervelend is als een idee niet kan doorgaan, probeer ik zoveel mogelijk ja te zeggen (ook al vraag ik me af of de mensen nóg eens willen lezen dat ik een geschiedenisboek heb gekocht of wat ik zelf mijn grootste flater vind.)

De controle van waar wat verschijnt ben ik al lang kwijt en dat brengt me bij het eerste wat ik uit heel deze ervaring echt heb geleerd: loslaten brengt rust. Als ik iets zie waar ik mezelf niet in herken, dan lach ik daar eens mee. Dat deed ik zelfs heel hartelijk toen bleek dat ik een pagina heb op Wikipedia. Een summier tekstje, maar toch lang genoeg om er enkele onjuistheden in te smokkelen. Wie houdt zich daarmee bezig? Ik vraag het me werkelijk af. Dat dacht ik trouwens ook toen ik de bijna mooiste reactie las die ik al heb gekregen. Een Humo-lezer vond een prachtig anagram van mijn naam. Intense naturel. Ik heb – uiteraard – de letters nageteld en het klopt. En ik moet zeggen: het charmeert. Zelfs al schijnen er – dat weet ik inmiddels – computerprogramma’s te bestaan die deze dingen voor je ‘berekenen’. Maar vreemd is het wel, hoor, neem dat van me aan, de lofbetuigingen van al die onbekenden. Het brengt me bij mijn stokpaardje: het is maar een spelletje, het is maar televisie. Vergeet dat niet, lieve supporters!

Collega Eva

Zo’n tv-programma is goed voor de connecties. Zondag was Vrouwendag en het uitgelezen moment voor een zeer vrouwelijke versie van onze zondagskrant. Om – laat ons eerlijk zijn – de zaak wat meer in de kijker te doen lopen wilden we er graag ook een paar bekende vrouwen bij. Wie de geschikte chef Nieuws zou zijn, klonk het op de vergadering. Lang hoefde ik niet na te denken. In drie uitzendingen – en evenveel napraatmomenten bij een verlossend glaasje wijn – heb ik professor Eva Brems leren kennen als een enthousiaste, intelligente en strijdvaardige dame die zich serieus kan opladen voor de zaak waar ze voor gaat. Ze hoefde er nauwelijks over na te denken. En zo komt het dat we na die vermaledijde stoelen in het Slimste Mens-decor, nu ook voor een dag de bureaustoelen zusterlijk naast elkaar konden schuiven. ’t Was fijn om elkaar eens op een andere manier tegen te komen. En wie de Vrouwenkrant heeft gezien zal het bevestigen: Eva is een pientere dame mét uitgesproken meningen die we, denk ik, niet enkel voor de Vrouwenkrant zullen gebruiken.

Zelf trok ik zaterdag op reportage naar de veldrit in Niel. Dat De Slimste Mens deuren opent mocht ik ondervinden toen ik zonder problemen werd toegelaten in de campers van Bart Wellens en Sven Nys. Dé helden van de cyclocross, maar o zo stevig met de voetjes op de grond. ’t Waren fijne babbels.

Tegelijk was Niel mijn vuurdoop als min of meer bekende mens. De eerste keer na elf uitzendingen dat ik op een plek kwam waar zeer veel mensen samen waren. En, geloof me, wennen doet het nog niet. Mensen kennen je, spreken je aan, willen op de foto (wat gaan ze in godsnaam met die foto’s doen?). Ik stond erbij en keek ernaar. Maar genoot ook van de lieve reacties die alweer kwistig werden rondgestrooid. Dat het toch zo spijtig is, vinden mensen. Tja, zeg ik dan, het is zo en niet anders. En wees gerust: ik kom nog terug!

Maar dat duurt nog even. Vanavond leun ik écht ontspannen achterover in mijn zetel voor de uitzending. De afleveringen waar ik zelf in zat waren telkens toch een beetje een beproeving. Ik wist natuurlijk welke stommiteit eraan zat te komen, of welke opmerking die eigenlijk veel pittiger, snediger of spontaner had gekund. Benieuwd of hij dat ook zal vinden. Freddy De Kerpel, onze nationale trots als het op boksen aankomt. Op papier misschien een makkelijke, maar naar verluidt is dat maar schijn. Een vat vol kennis, heb ik horen waaien. Ik ben misschien aan iets ontsnapt. Ik kijk. En ik hoop dat u dat ook blijft doen. Geniet er nog eens van.

Rust

Wat kan ik vandaag zeggen? Ik kom niet veel verder dan: tja, het moest een keer gebeuren... Met het oog op het record was mijn uitschakeling natuurlijk beter een dagje later gekomen, maar laat ons wel wezen: in de uitzending van gisteren was ik de terechte verliezer. ‘De cijfers liegen niet’, zei Erik Van Looy na afloop en dat waren wijze woorden. Gunther Grass, de kleuren, Sartre die ik niet herkende, een compleet leeg hoofd bij Matahari... Als het zo gaat, moet je de nederlaag aanvaarden. Dat doe ik dan ook nederig. Ik buig het hoofd voor Eva Brems en Walter Zinzen. Te mogen spelen tegen zo’n journalistieke eminentie, die ook nog veel humor blijkt te hebben, was me trouwens een eer en een genoegen.

Dat ik het record niet pak vind ik –echt waar– ook niet zo erg. Ik vind het zelfs fijn om het te delen met Bert Kruismans. We hebben (tot dusver) precies hetzelfde parcours afgelegd: elf deelnames en zeven overwinningen. Tot dusver betekent: hij heeft natuurlijk ook nog de eindoverwinning op zijn naam staan en zover ben ik nog lang niet, zeker nu Eva –‘de professor’– Brems zo’n straffe reeks neerzet.

Maar denk nu alsjeblief niet, mijn beste supporters, dat ik er het bijltje bij neerleg. Een dosis gezonde twijfel maakt zich van me meester, maar ik zal alles op alles zetten om er te stáán op de dag van de finale, zodat misschien, heel misschien... Neen, ik zei het gisteren al: vooruitlopen op de feiten brengt alleen maar ongeluk. Het hoofd koel houden en het verdere verloop van het programma van op afstand volgen, dat is wat me nu te doen staat.

Een heel klein beetje opluchting voel ik vandaag ook. De druk valt weg. Ik heb weer avonden die avonden zijn en kan even op adem komen. Na afloop van de opname wees Erik me op een feit waar ik nog niet bij stil had gestaan: als ik hierna nog vier keer was doorgegaan –belachelijk veel, ik weet het– was ik meteen naar de finale doorgestroomd en dat zou me, heel contradictorisch, in een veel slechtere uitgangspositie hebben gebracht. Omdat niemand me nu nog in aantal kan kloppen, hoef ik pas in de laatste aflevering –hét moment van de waarheid– terug te komen, wat me één kans op drie geeft op de eindoverwinning. Naar de namen van de andere twee ultieme finalisten is het nog even gissen. Het kan immers nog alle kanten uit, al hoop ik natúúrlijk dat Helmut Lotti erbij zal zijn en we onze tandem weer eventjes in gang kunnen duwen.

Maar nu, als u het goed vindt, ga ik even genieten van de rust. Veel slapen, weer tijd maken voor de kindjes –die verdienen het ook– en vooral: met een blij gemoed terugdenken aan de mooie periode die ik heb beleefd. Een cadeautje, ik heb het al vaker zo genoemd en ik blijf erbij: een prachtige ervaring is me in de schoot geworpen. Ik geniet ervan, zolang het nog duurt. En wát de finale uitkomst ook wordt, ik heb ervan genoten. En ik hoop voor alle kandidaten die nu nog in de running zijn dat ze op een even grote en vurige schare supporters kunnen rekenen. Bedankt!

Bijgeloof

Terwijl het land op zijn kop staat door de politieke situatie staat mijn wereld ook behoorlijk op zijn kop. Die tiende heeft toch wat teweeg gebracht. Meer, in elk geval, dan ik vooraf had durven denken. De boekskes, de kranten, de radiozenders... Ik zie en hoor mezelf overal en geloof me, het blijft een zeer fijne belevenis. Een mooi getal is het natuurlijk en nu al is zeker dat er nog eentje bijkomt. Na die van Greet Op de Beeck is het de naam van Bert Kruismans die nu voortdurend wordt genoemd. Maar, ook al ben ik ver geraakt, zijn prestatie evenaren wordt nog een héle zware klus. Hij heeft immers niet alleen elf deelnames, maar ook de globale eindoverwinning op zijn naam staan en dát... Neen, daar denken we nog niet aan.

Het is eigenlijk altijd mijn strategie geweest: één aflevering per keer en nooit denken aan wat daarna misschien nog komt. Een ingesteldheid die niet was ingegeven door valse bescheidenheid, maar door een soort van bijgeloof.

Vooruit lopen op de feiten zou ongeluk brengen. Op de duur noteerde ik zelfs niet meer de volgende opnamedata in mijn agenda (met dank aan alle flexibele babysits die we last minute mochten bellen!). In de loop van de reeks heb ik trouwens nog meer gewoontes gekweekt waar ik niet meer van af wilde wijken. Zo mochten de sms’jes met felicitaties, nadat er weer eentje goed was gegaan, niet gewist worden voor de volgende opname achter de rug was.

En –een klassiek verschijnsel?– bij aankomst aan de studio moest steevast hetzelfde nummer loeihard door mijn auto knallen. Welk nummer? Oei, nu val ik door de mand. Gimme gimme gimme van Abba, een cd die in de auto ligt omdat we die liedjes graag samen met de kindjes meebrullen. Op weg naar mijn eerste opname leek het me de juiste muziek om de zenuwen uit mijn hoofd te jagen. En het werkte nog ook. Helemaal wapenen doet het niet. Ik overleef wel, maar intussen heb ik toch al drie keer het eindspel gespeeld. Eva Brems wordt de te kloppen vrouw. Al was de aflevering van gisteren voor ons allen geen echte hoogvlieger. Vrij veel vragen waarop we met z’n drieën moesten passen. Dat is niet goed voor de schwung van het programma, maar soms gaat het gewoon zo. Jean-Pierre Van Rossem, de Zwalmstreek, de gevangenissen... We hadden het beter moeten doen.

Ik hoop dat u nog wat gelachen heeft toen ik in mijn fotoronde compleet de mist in ging. Het herkennen van mensen op basis van kinderfoto’s is nooit mijn sterkste kant geweest. En zo maak ik Siegfried Bracke van Bart De Pauw en bombardeer ik Peter Van den Begin tot Koen Wauters. Ze zullen het zelf misschien nog grappig vinden.

Gelukkig laten de anderen af en toe ook kansen liggen en kom ik met een comfortabele voorsprong in de finale tegen Ronny Mosuse. Een spánnende finale –mijn voorsprong smelt weg na de eerste vraag– die ik dankzij strategisch spelen en een gunstige slotvraag (‘welke inentingen heb je nodig voor Tanzania?’) tot een goed einde breng. Goed dat ik al eens in Afrika ben geweest, want Ronny had het zeker ook geweten. Een beetje spanning is leuker voor de kijkers, denk ik dan. We doen ons best om er vanavond weer zo eentje van te maken.

Jubilee

Geslaagde entree van professor Eva Brems. Niet alleen haar manier van spelen heeft indruk op me gemaakt, ook het feit dat ze, toch ook een onbekende vrouw, meteen op haar gemak zit in de studio en volop gevatte opmerkingen rondstrooit. De anekdote dat ze Rik Torfs niet zag staan, toen ze in Venetië hetzelfde congres bezochten, omdat het voltallige elftal van Juventus ook in het hotel logeerde. Of dat Erik het rekeningnummer van Amnesty nu aan de kijkers mag geven. Chapeau, zeg ik dan, want na acht keer vind ik het nog steeds moeilijk om me op het spel te concentreren en toch op een natuurlijke manier af en toe een opmerking te maken. Hoewel er naar verluidt een evolutie merkbaar is. Dat ik in het begin veel ernstiger keek, zeggen de mensen van de productieploeg. Dat ik dat zelf zal merken wanneer ik aflevering één eens na aflevering acht bekijk. Ik kan alleen maar zeggen: ik zit van langsom liever in die stoel. De finaleweek missen wordt nu wel heel moeilijk. Omdat de druk veel minder is, zal het wel kloppen dat ik meer ontspannen ben.

Het beste nieuws natuurlijk: morgen is het jubilee. Mijn tiende deelname. Als ik kon, ik trakteerde alle supporters op een pint. De negende overleven was me zelfs bijna gelukt zonder finalespel. Yasser Arafat, de – heerlijke – puzzels en de foto’s van de bessen – mmmm! – voeren me met een comfortabele score naar de filmpjesronde. Maar dan start het fragment – wereldberoemd, ik weet het – uit Alien en manifesteert zich op pijnlijke wijze een van de grotere leemtes in mijn kennis. Films – zelfs als het klassiekers zijn – heb ik meer niet dan wel gezien. Te druk met uitgaan, te druk met studeren, te druk met de kinderen, er was altijd wel een reden voor. Ik kijk graag films, daar niet van, maar het komt er veel te weinig van. Al heeft het fragmentje me wel nieuwsgierig gemaakt en neem ik me vast voor om Alien een dezer eens te halen.

Eva weet het wel en ik moet in haar mijn meerdere erkennen. Ik zei het gisteren al: een taaie tante. Dat ze niemand cadeautjes zal gunnen is me nu al duidelijk, maar – laat ons wel wezen – dat heb ik ook nooit gedaan. De tiende wordt dus spannend. Eva schuift een stoeltje op, om plaats te maken voor Ronny Mosuse. Hem kan ik moeilijk inschatten, maar ik denk dat ook hij een te duchten tegenstander wordt. Hoe het ook zij, ik ga me nog eens kostelijk amuseren. Ik het begin vertelde ik trouwens hoe ik van de professionele schminkbeurt had genoten. Intussen heb ik al wat uurtjes in de schminkkamer gesleten. En wat afgekletst met Wendy, een pittige dame die het vak fantastisch in de vingers heeft en er telkens weer voor zorgt dat ik me van mijn beste kant kan laten zien. Een dikke merci, het mag ook eens gezegd. En vanavond mag ik weer!

Mannen en vrouwen

Is het meer iets voor mannen om de snelste, de beste, de ‘slimste’ te willen zijn? En valt het daarom extra op wanneer een vrouw het niet slecht doet?

Het is me wat met dat vrouw-zijn en quizzen. Dat ik doorga naar de negende betekent dat ik het aantal deelnames van Greet op de Beeck evenaar. Ik heb zo’n vermoeden dat zij dat niet heel erg vindt. Niemand immers die beter weet dan zij dat dit een onvoorspelbaar programma is en dat het aantal deelnames niet per se in verhouding staat tot de intelligentie van de persoon in kwestie. Dat we voortaan samen bovenaan het lijstje staan doet dus allerminst iets af aan haar prestatie. Misschien is ze zelfs blij dat ze de status van ‘langst spelende vrouw’ voortaan zal delen. Want het is haar sinds haar deelname in 2004 toch een beetje blijven achtervolgen. Waarom is dat zo?, vroeg ik me de voorbije dagen af. Omdat het eigenlijk meer iets voor mannen is om de snelste, de beste, de ‘slimste’ te willen zijn? En het dan ook extra opvalt wanneer een vrouw het niet slecht doet?

Feit is zeker, besef ik achteraf, dat bijna alle vrouwen die zich in de stoelen van De Slimste Mens hebben gevleid, er mee voor zorgen dat het spel ook een soort man-vrouwstrijd is geworden. Als in één aflevering twee vrouwen zitten en eentje van hen wint, zal het zelden gebeuren dat ze niet de andere vrouw als winnaar aanduidt. Een moment waarop de term girlpower al eens boven water komt. Ik heb me daar zelf ook aan bezondigd, weet ik, wanneer ik vrouwen zag passeren. Ik heb voor Annelies Beck gekozen in mijn allereerste, en zelfs mijn maatje Helmut even laten zitten toen hij met zangeres Nicole naar het eindspel trok. Bewijst dat misschien een soort geldingsdrang die dieper zit dan ik zelf vermoed?

Of ik het record van Greet ook effectief zal breken, zal pas vanavond blijken. De concurrentie komt alvast uit de goede hoek want het is nog een keer een dame. Professor Eva Brems. Ik ken haar niet, maar ik heb zo het idee dat ze een taaie tante is die zich er niet zo makkelijk uit zal laten spelen. Mensenrechten is haar specialiteit, maar ik heb me laten vertellen dat ze ook ‘de boekskes’ leest. Benieuwd wat dat gaat geven.

En Luc Janssen blijft een gewiekste speler en heeft me al eens naar de hoge stoel verwezen. Dat het gisteren voor hem iets minder vlotte, heeft veel met pech te maken. Voetbal, badpakkenspecials en een filmpje over een tv-programma dat hij nooit had gezien. Het zou vanavond wel weer eens heel anders kunnen lopen. Al zou het natuurlijk mooi zijn dat ik met Eva nog een ronde verder mag en zo het vrouwelijke record dan toch mag breken. Als ik daarover nadenk schiet ik in de lach. De eerste aflevering overleven was mijn oorspronkelijke doel. Nu gaat het al over records. Wil iemand me wakker maken?

Klein beetje bekend

De derde week gaat in. Geloof me, net zomin als u had ik dit durven dromen. Dat zeven keer genoeg is om een kleine bekendheid te worden is me intussen duidelijk (wat helemaal niets zegt over het feit of dit gerechtvaardigd is of niet. U kent mijn standpunt: het is mààr tv...). Maar toch: het is best fijn. De mensen die aarzelend zeggen dat ‘gij toch wel iets weg hebt van die journaliste in De Slimste Mens.’ Een keer of vier is het dit weekend gebeurd. Waarop mijn 7-jarige dochter: ‘Mama, mag ik het zeggen?’ en dan fel: ‘Mijn mama ís die journaliste, hoor.’ ’t Is een schat en ik voel dat ze stiekem een heel klein beetje trots is. Waar ik op mijn beurt natuurlijk heel erg blij mee ben.

Heel vreemd ook om plots aan de andere kant van de journalistiek te staan. Om de rol van interviewer te ruilen voor die van ‘de geïnterviewde’ (en meteen te snappen wat de frustraties in die positie kúnnen zijn). Om mijn woorden en mijn foto plots groot in – zelfs concurrerende – kranten te zien staan, het is allemaal even vreemd en nieuw. En leuk? Totnogtoe zeker. 

Maar bovenal wil ik toch zeggen: het is intens genieten. Omdat zoveel mensen, ook mensen voor wie ik een volslagen onbekende ben, me hartverwarmende berichtjes sturen en zich vurige supporters tonen. Aan hen allen wil ik zeggen: ik ga er deze week weer voor! En ook al zal ik misschien nog wel eens flateren of rare dingen doen of zeggen, neem het aub met een korreltje zout. Ik hoop vooral – en ik ben het u verschuldigd – dat u het nog plezant blijft vinden. En gaat het fout, vroeg of laat moét dat gebeuren, weet dan dat Woestijnvis nog fijne mensen op het lijstje heeft staan. De finaleweek is nu zo goed als zeker. Hoe lang (of kort) het voor mij ook nog duurt, u zult nog van mij horen! Een fijne week voor allen! 

Blackout

’t Is gebeurd. Of liever: ’t is gekomen. Het grote gevreesde moment waarop ik met een leeg hoofd en een mond vol tanden de flaters aan elkaar rijg. Ik moet het eerlijk zeggen: de uitzending van gisteren wil ik liefst nooit meer zien. Mijn eerste finalespel en dat is niet méér dan terecht. Het is een beetje kinderachtig om er achteraf een uitleg aan te geven, maar het moet me van het hart. Het fenomeen blackout was me tot dusver vreemd.

Mondelinge examens genoten altijd mijn voorkeur, al was het maar omdat ze doorgaans niet langer dan een kwartiertje duurden. Het uitleggen, dat deed ik graag. En zenuwen had ik zelden.

Het was gisteren anders. Een opname waar ik, aan het eind van een loodzware werk- én opnameweek, doodmoe aan begonnen was. De tweede van die avond ook en als je al niet erg fris meer bent, dan kruipt dat in de kleren. En zo komt het dat ik schilders zie en er geen één meer ken. Van Gogh nog wel maar dan, zó raar, dan gaat het licht uit. Ik zat fout, dacht dat we schilderijen zochten, en Picasso bracht me in de war. Wat volgde, is niet iets om trots op te zijn en het ligt, geloof me, behoorlijk op mijn maag. Dat ik de kinderrages van Helmut nadien dan wél weer weet, maakt het eigenlijk nog erger.

Dat de anderen in de filmpjesronde punten laten liggen met de Koningskwestie is ook een schrale troost. Ik vul wel aan, maar laat zelf ook nog enkele evidente trefwoorden –‘aftreden’– liggen. En dan heb je het verdiend dat je voor ’t eerst die hoge stoel eens mag beklimmen. ‘Ge zijt nu tien minuten langer op tv’, grapt Helmut. Fijne grap, maar intussen staan we wel voor het moment dat een van ons eindelijk toch zal sneuvelen.

Voor het eindspel was ik, gek genoeg, niet meer nerveus. Ik had er al een beetje vrede mee genomen dat dit het eind was van een spannend avontuur.

Maar als me dan cadeautjes in de schoot geworpen worden zoals de prinsenkinderen –klassieke quizvraag dus ja, ik had ze nog eens opgezocht– ga ik er natuurlijk weer volop voor. Over Halle Berry weet ik weinig, maar wél dat ze ooit Bondgirl was. Het kost Helmut zijn kop en het maakt meteen een eind aan het prettige parcours dat we hier samen hebben afgelegd. ’t Was mij een eer en een genoegen, mijnheer Lotti. Ge zijt een straffe gast, rad van tong en met het hart op de juiste plaats. Een mening die veel tv-kijkers zonder twijfel zullen delen.

Maandag ben ik er weer. Met de zeer te duchten –maar even charmante– Luc Janssen en onze bekendste televisiekok Piet Huysentruyt. Ik heb zo het gevoel dat het weer eens plezant zou kunnen worden. Lieve supporters, ik zal er weer proberen staan, zodat ik die zevende met recht en reden snel achter me kan laten. Geniet van ’t weekend, ik ga dat ook proberen, al is er natuurlijk wel héél veel tijd om mijn fiasco te herkauwen.

Meningen

Ik ben mooier op tv dan in ‘t echt. Ik ben mooier in ’t echt dan op tv. Ik ben slim. Ik ben dom. Ik ben saai. Ik ben lief. Dit is het dus: het ‘Grote Moment Waarop Iedereen Een Mening Over Mij  Heeft’. Het komt langs alle kanten op mij af en dat is - geloof me – zeer zwaar wennen. Maar ook best grappig. Én fascinerend. Als mijn televisiepassage bij een of twee keer was gebleven, had ik er waarschijnlijk niet zoveel van gemerkt. Nu ik de zevende tegemoet ga, komt de vloed aan meningen en commentaar als een kolkende bergrivier op me af. Veel, heel veel, lieve reacties. Dank u, lieve lezers. Het is er soms zwáár over en bij momenten krijg ik rode kaken, maar het is vaak hartverwarmend wat jullie vertellen. Dat de stem van het volk zeer hard kan klinken weet ik intussen ook. Dat dik vel moet ik nog kweken, maar ik heb zo’n vermoeden dat dat snel kan gaan.

Een béétje krediet hoop ik te krijgen. Voor mijn stommiteiten – Vietnam, o help! - of voor de keren dat ik niet helemaal juist reageer. Dat ik giechel of even niet weet wat zeggen. Dat ik weeral met mijn voet zit te wippen of dat mijn woorden er anders uitkomen dan ik ze had bedoeld. Na zes keer gaat het nog altijd niet vanzelf. De zenuwen zijn de laatste afleveringen zelfs in al hun hevigheid teruggekeerd.

Waaraan dat ligt weet ik ook niet. Er heerste nochtans een ontspannen sfeertje in de aflevering van gisteren. Dat Nicole niet zonder Hugo kan, we weten het nu wel zeker. Zelden iemand zo gelukkig het eindspel zien verliezen. Het scheelde trouwens geen haar of ík had op de hoge stoel gezeten. Met Grease-nummer You’re the one that I want heeft Helmut me een cadeautje gedaan. En meteen dé kans gemist om het finalespel eens aan de andere kant mee te maken. Maar hij klaarde de klus gemakkelijk en samen doen we er dus nóg eentje bij. Met Luc Janssen deze keer. Alweer een man die ik bewonder en respecteer. Dat ik de kans krijg om al die mensen op een unieke manier te ontmoeten, het is een van de dingen dit grote avontuur zo boeiend maken.

De burgemeester

Mijnheer de burgemeester, het was u echt gegund. Maar laat ons wel wezen, u kwam niet om dit spel te spelen. U kwam, denk ik, omdat u weet dat in dit spel de humor minstens zo belangrijk is. En humor is een kunst, dat weet nu iedereen, die u als geen ander in de vingers heeft.

Ik heb –echt waar– zelden zo gelachen. En ik ben niet de enige. Erik Van Looy die geen woord meer kan uitbrengen en met tranen in de ogen de volgende vraag probeert te stellen, het was schoon. Zeer schoon. En het maakt de Gentse Slimste mens inderdaad tot een memorabel stukje televisie.

U bewees ook dat u de kunst beheerst van de zelfspot en de zelfrelativering. Een politicus die grapjes maakt over zijn eigen partij, het is zelden gezien, maar geloof me, het werkt. U heeft de politiek eens van een andere, zeer menselijke, kant laten zien. En dat deed, ik mag het zeggen, ongelooflijk deugd. Gent is trots, mijnheer de burgemeester, neem dat van mij aan.

Dat deze unieke ervaring me in het spel alweer een stapje verder brengt is uiteraard mooi meegenomen. Op naar de zesde en misschien –waarschijnlijk?– naar de finaleweek. Geloof mij als ik zeg dat het voor mij ook een verrassing is. Dat dit misschien toch impact zal hebben, wordt me na afloop van de opname gezegd. Het is maar een spelletje en het is maar televisie, maar zes keer blijft waarschijnlijk niet onopgemerkt.

Ik weet niet waaraan ik me moet verwachten en ik maak me er voorlopig weinig zorgen om. Het overkomt me ook maar, moet u weten. Ik doe mijn best, en op een of andere manier kom ik de opnames telkens goed door. Hoewel ik natuurlijk ook steken laat vallen, een feit dat de kritische kijker niet zal ontgaan.

Ik probeer nog even te genieten. Want lang kan het nu niet meer duren. De kop van het klassement, het is al heel veel eer. Ben blij dat ook Helmut nog even meegaat. Met nu gegarandeerd vijf deelnames is de kans zeer groot dat ook hij de finale haalt.

Hoeveel er nog zullen volgen, kunt u zelf zien op het scherm. Vanavond wordt weer heel speciaal. Nicole Josy laat voor het eerst haar Hugo los. Of toch niet helemaal? Hoe ze bij De slimste mens met onafscheidelijke duo’s omgaan; ook dat is weer zeer schoon om zien.

Op naar de Gentse

Ik zei het eerder al: in dit spelletje is alles mogelijk. En zo komt het dat alweer een fijne cultuurmens na zijn eerste deelname zijn koffers mag/moet pakken. Dat dat hoegenaamd niets zegt over de intellectuele capaciteiten van Jan De Smet, blijkt nogmaals uit de woorden van Erik Van Looy aan het begin van de aflevering. Jan De Smet vertelt hoe het nieuws over de baby’s en relaties van bekende mensen, dat tijdschriftencovers hem toeschreeuwen in de krantenwinkel, de échte kennis in de weg kan zitten. Waarop Erik de wereld er nog eens aan herinnert dat ‘de kans natuurlijk klein is dat hier echt belangrijke vragen worden gesteld’. Dat wisten wij al, na drie afleveringen, en het blijkt ook weer in de vierde. Want tussen de vragen over Homerus –ik dénk Odyssee en zég Ilias, grrr...– de Falklandoorlog en de federale verkiezingen van 2003, zitten er drie over Veronique De Kock. Of haar borsten nu echt zijn of niet –ja, denk ik– ze levert me door een onoplettendheid van Helmut, kostbare seconden op.

Mijn fotoronde is fijn. Presentatoren van cultuurprogramma’s; ik herken er veel , maar blijf haperen bij de allerbekendste: Betty Mellaerts, een journalistiek voorbeeld nog wel. Bij de fotomodellen van Helmut heb ik begrepen dat je ook punten kunt halen door namen te noemen van mensen die je niét noodzakelijk hebt herkend. Linda Evangelista is een goeie gok, al vraag ik me nu natuurlijk af waarom ik in één adem niet Claudia Schiffer heb genoemd.

Het filmpje van U2 in Second life was, laat ons wel wezen, een makkie. Al vind ik er weinig aan hoor, Second life. De ijver waarmee zowat alles in het dagelijkse leven een virtuele tegenhanger wordt aangemeten, blijft me verbazen. ‘t Schijnt dat je er geld mee kunt verdienen. Dat lijkt me dan ook de enige goede reden, want de grootse rockband die U2 nog altijd is, blijft veel beter live dan in een onbestaande werkelijkheid.

Het brengt me wel bij de gedroomde ‘Gentse aflevering’ van De Slimste Mens. Hoezeer ik, en ik denk dat ik ook voor Helmut spreek, Jan De Smet apprecieer, heimelijk hoopten we er een beetje op om tegen onze burgemeester uit te komen. Helmut woont niet meer in Gent, maar zijn Gentse roots zitten nog zo stevig in zijn persoonlijkheid ingebakken, dat we hem gerust nog Gentenaar mogen noemen.

Daniel Termont dus, nu al een monument in Gent, binnenkort ook in De Slimste Mens. Het kan niet anders of dit wordt een aflevering die ons allen nog lang zal heugen. Eén tipje nog: zet tijdig uw televisie aan, zodat u het trailertje niet mist. Om het programma aan te kondigen wordt in de loop van de avond telkens een kort filmpje uitgezonden. Het is er vanavond eentje dat de Gentenaars waarschijnlijk graag zullen zien. Amuseer d’ulder!

Hallucineren

Nummer drie overleefd. Niet dat het begint te wennen, maar het geeft wel een goed gevoel. Ik begin het spelletje echt plezant te vinden, slaag er veel beter in om me te ontspannen en te genieten van het moment. Want drie, dat is al zeer behoorlijk. Afgaan kan nog wel –zeker met de veel mindere tweede in het achterhoofd– maar het zal niet meer als een gieter zijn. Missie geslaagd, dat heb ik voor mezelf al ongeveer besloten.

Het was weer schoon gezelschap waarin ik mocht verkeren. Helmut Lotti, die op de valreep Wim De Vilder heeft geklopt. Hij evenaart met deze aflevering zijn persoonlijk record en is daar zichtbaar blij mee, maar dat zijn ambities deze keer nog verder reiken... ik zou me al heel erg moeten vergissen als ik het niet juist aanvoel. En Josse natuurlijk, een man die al lang op mijn bewondering kan bogen, maar waarvan ik nu ook weet dat het een crème van een kerel is. Warm en hartelijk. Groot in alle opzichten. Dat we die avond concurrenten zijn, geeft me een soort onbehaaglijk gevoel (al zal dat me er niet van weerhouden om er weer volop voor te gaan).

Wat ook nog niet went: je weet nooit wat er op je af zal komen. Een ontsnapte gorilla die aan het stuur van een auto zijn okselhaar afscheert. Tot welke vraag het vreemde verhaal van Sigrid Spruyt –ik tref haar vraag in de tweede ronde– moet leiden, ik heb er geen flauw benul van. (Ze speelt het overigens subliem; een gemiste roeping als actrice?) ’t Blijkt over LSD te gaan, en wat ik daar zoal van weet. Dat het een drug is die voor vreemde hallucinaties zorgt, veel verder kom ik niet. De puntenoogst is navenant. De ommekeer komt er met de fotoronde. Als ik met de leestekens niet had gescoord, ik denk dat ik op de krant snel mijn resterende vakantiedagen had opgenomen. Maar het loopt als een trein en dat geeft een morele boost. Met dank aan voormalig CVP-voorzitter Stefaan De Clerck, die er bij de naamsverandering van CVP in CD&V maar op bleef hameren dat de ‘ampersand symbool staat voor samenhorigheid’.

Mijn filmpje doet me even panikeren omdat ik Luc Perceval niet herken. Maar dan komt Jan Decleir, in een van zijn allerimposantste rollen. Ten Oorlog, de Shakespeare-bewerking van Tom Lanoye, levert de broodnodige seconden om me andermaal te doen ontsnappen aan het gevreesde eindspel. Josse en Helmut maken er een thriller van die ik, vanuit de luie zetel, gefascineerd gadesla. Ik had ze allebei willen zien winnen, al vind ik het na afloop wel prettig dat de tandem met Helmut –zijn persoonlijke record geklopt!– nog eventjes door mag rijden.

Na de opname blijf ik een beetje hangen. Nog één keer genieten van de sfeer, want iets zegt me dat hier toch binnenkort een eind aan komt. De vierde komt eraan en dat is meer, veel meer, dan ik vooraf had durven hopen. Een fijne LSD-trip, die voor mijn part nog een tijd mag duren, maar waar zoiets eindigt, weet je nooit.

Nutteloze weetjes

Wim De Vilder 266 seconden, Helmut Lotti 259 en Annelies Rutten 272. ‘Het is zelden gebeurd dat de scores zo dicht bij elkaar liggen.’ Erik Van Looy drukt me na afloop van de opname met de neus op de feiten: mijn tweede deelname en het was bijna zover. Met dank aan Katrien Schotte in het laatste beeldfragment.

Een handvol koppels die de verleidingen van een schare knappe vrijgezellen moeten doorstaan. De ultieme relatietest wordt het genoemd, terwijl het natuurlijk gewoon om een stukje lekkere voyeuristische televisie gaat. Temptation island dus, met een van de eerste seizoenen Katrien Schotte in de hoofdrol. De slanke blondine was het lief van Tim De Pril –misschien zegt die naam u iets–, al bleek de relatie na het programma geen lang leven meer beschoren. Dat soort zaken weet ik dus. En gisteren is gebleken dat zoiets een mens al eens van pas kan komen. Want De slimste mens, dat gaat inderdaad over geschiedenis en grote schrijvers, maar ook wel eens over compleet nutteloze weetjes of feiten waarvan een mens eigenlijk trots zou moeten zijn als hij ze niét kent. Maar dat ben ik dus niet –ik kon Temptation island wel smaken in die beginperiode– en wulpse Katrien, die ik herkende in het filmpje van Wim, hielp me gisteren aan de broodnodige twintig seconden om mijn tegenspelers in te halen.

Ik had het een beetje laten slabakken voordien. Oedipuscomplex, het kwam er niet uit, hoe mooi Michiel Hendryckx de vraag ook had gesteld. Idem voor de Grootste Belgen in mijn fotoronde. Het schaamrood komt nog op mijn wangen als ik eraan denk. Eddy Merckx en Jacques Brel. Dat het een beetje vreemde foto’s waren, is maar een mager excuusje, vrees ik. De bergen gingen beter, maar dat was vooral omdat Helmut een paar echte cadeautjes liet liggen.

Heel verrassend gewonnen dus, tegen twee heren waar ik met veel plezier mee in de arena ben getreden. Wim was weer zijn charmante zelf. Heel goed aan het spelen en eigenlijk de morele winnaar van de avond. Maar dat je daar in dit spel weinig mee koopt, is intussen geen geheim meer. Helmut Lotti, het hart op de tong, spuit –gevatte!– grapjes als ware hij de professor zelf en geeft blijk van een kennis die véél breder gaat dan sommige mensen misschien vermoeden.

Of ik morgen terugkom, vraagt de quizmaster aan het eind. Natuurlijk. Ik begin de stoel steeds comfortabeler te vinden. En ik kijk ernaar uit een van de culturele grootheden van Vlaanderen te ontmoeten. Josse De Pauw, hij bezorgde me al kippenvel in zijn boeken en theaterstukken en doet dat straks waarschijnlijk op een heel andere manier. Geloof me, het is een voorrecht dit spelletje te spelen. Vanavond ben ik weer bij de pinken. Beloofd.

Alles is mogelijk

Yes! Yes! Yes! Ik ga door en heb daarmee mijn belangrijkste doel bereikt. Dat ik zou wínnen in mijn eerste deelname was buiten alle verwachting. Maar geloof me: het is genieten als je in de – comfortabele! – zetel kunt blijven zitten terwijl je tegenspelers tot het finalespel veroordeeld zijn.

De gouden regel van De slimste mens is me na mijn eerste deelname al helemaal duidelijk: in dit spel is alles mogelijk. Annelies Beck, toch bezig aan een ijzersterk parcours, gaat eruit. Ik blijf erin met Wim De Vilder. Een fijn mens, weet ik. Maar dat was Annelies ook. Denk ik. De tijd was te kort om verder te komen dan een vage kennismaking. Het werkte anders wel: ‘de Anneliezen’. De nieuwe en de oude, hoewel ik denk dat zij nog een pak jonger is dan ik en ik dus eigenlijk ‘de oude’ had moeten zijn.

Hoe komt het dat het zo goed is gegaan? Ik weet het niet. Het is me een beetje ‘overkomen’. De opname was voorbij voor ik er erg in had en de hele tijd ging ik ervan uit dat mijn voorsprong spoedig zou weggewerkt zijn. Vandaar ook mijn zuinige lachjes wanneer de tussenstand werd meegedeeld. Ik ga niet de grote triomfator uithangen, terwijl dat zó weer onwaarschijnlijk misplaatst kan zijn.

Wat heb ik bewezen in mijn eerste aflevering? Dat ik, zoals vooraf gezegd, niets van voetbal afweet. De Engelse voetbalcompetitie is de Premier League. We zullen het onthouden. Dat de eerste puzzel inderdaad niet simpel is. Hij levert me nul seconden op. Dat ik wél een Porsche van een Bentley kan onderscheiden, al moet ik die laatste wel drie keer noemen eer ik het bij de juiste foto doe. Overigens: is het toeval dat ik in de fotoronde luxewagens heb en Annelies Beck tien bieren krijgt voorgeschoteld? Vrouwen en auto’s. Vrouwen en bieren. Gaat toch nog vrij goed samen, is gebleken.

Het spannendste moment? Zonder twijfel de start van mijn filmpje in de laatste ronde. Als de dood ben je dan dat het getoonde fragment geen enkel belletje zal doen rinkelen. Mijn hart maakt een sprongetje wanneer ik Nicolas Sarkozy herken, toen nog minister van Binnenlandse Zaken in Frankrijk, tijdens de rellen in de Parijse voorsteden. Ik zeg voorsteden, maar het moet banlieues zijn. Zo laat ik punten liggen, maar intussen weet ik ook dat de voorsprong niet meer bij te benen is.

Mijn eerste aflevering overleefd en geen noemenswaardige flaters begaan. Ik had er vooraf voor getekend. Het is gissen naar wat volgt, maar met mijn zelfvertrouwen gaat het alvast de goede richting uit. En dat ik nóg eens door die ervaren schminksters opgemaakt zal worden, alleen al daarvoor kom ik graag terug.

Gierende zenuwen, maar het was wel fijn

‘We doen dat met veel mensen, hoor.’ Het was het doorslaggevende argument van Sam De Graeve, eindredacteur van De Slimste Mens, toen hij me belde met de vraag of ik naar een testsessie wilde komen. Zot, dacht ik eerst. Maar de ijdelheid was gestreeld, de nieuwsgierigheid geprikkeld. En even later werd het écht.

Mijn naam te zien staan tussen die van Dany Verstraeten, Helmut Lotti, Josse Depauw en Phara de Aguirre. Het blijft me persoonlijk op de lachspieren werken. Ik vind nog altijd dat ik niet echt in het rijtje thuishoor. De slimste mens ter wereld, dat is iets voor BV’s, voor mensen die het allemaal al dik bewezen hebben en niet echt meer op hun bek kunnen gaan. Toch heb ik ‘ja’ gezegd. Natuurlijk. Er zijn zo van die vragen waarop maar één antwoord mogelijk is.

Mijn deelname aan De slimste mens heb ik te danken aan die andere befaamde Woestijnvis-quiz. In februari hoorde ik een radio-oproep van Tom Lenaerts, op zoek naar kandidaten voor zijn Pappenheimers. Laat ik het nu zelf eens testen, dacht ik toen. Is quizzen in de studio echt zo anders dan in de vertrouwde sofa thuis? Ik schreef me in met een goede vriend en we raakten door de preselecties. We hebben het niet eens zo goed gedaan, die dag. De tweede ronde wel gehaald, maar niet het finalespel – het is écht anders in de studio. Wel veel gelachen die avond. Dat het plezant is bij Woestijnvis, had ik toen al goed begrepen. Maar dat dit verhaal een staartje zou krijgen, neen, geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht.

Het telefoontje kwam ergens tussen Cognac en Bergerac, toen ik met het hele gezin een uitweg zocht uit een kluwen van wegenwerken op het Franse platteland. ‘Of hij niet stoorde?’ vroeg Sam. ‘Eigenlijk wel’, heb ik geantwoord. Maar dat hij desalniettemin het gesprek niet mocht beëindigen zonder de reden van zijn oproep te geven. Nieuwsgierigheid is nogal mijn aard. Hij vertelde het. En ik denk dat ik toen eens hartelijk gelachen heb.

Met de preselectie kon ik niet veel kwaad doen, dat was waar. Zoveel stelde het niet voor. We zouden een avondje quizzen en lachen op café. Er zouden veel mensen komen. Erik Van Looy bijvoorbeeld, alweer een argument. En het ging goed die avond. De vragen lagen me, de sfeer was plezant. We kregen een fles wijn mee naar huis. Als dank voor de moeite. Alsof ik het zélf niet als een voorrecht zag om dit eens mee te maken.

Een dag later kwam het telefoontje al. Of ik me klaar voelde voor het échte werk? En dan, in de volle roes, zegt een mens toch ja. Ik was natuurlijk oprecht blij met de vraag. Met echt ‘slim zijn’ mag het dan niet zoveel te maken hebben, het programma is wel elk jaar meer een hype geworden. Daar even een graantje van mee te pikken... Ja, toch maar doen.

De zenuwen zijn later pas gekomen. Toen ik me realiseerde dat dit onschuldige en onnozele spelletje misschien wel gevolgen zou hebben. Dat er een miljoen mensen naar kijken, onder wie ook mijn bazen. Dat de kans niet ondenkbeeldig is dat het niét op rolletjes loopt. Dat je blokkeert bijvoorbeeld, of dat parate kennis minder paraat staat dan je zou verwachten. Of dat je verbleekt of onbeholpen aan je mouwen zit te pulken naast mensen die elke dag voor de camera staan.

Het werd er niet beter op toen ik de kandidatenlijst kreeg voorgelegd en meteen in de gaten had dat ik waarschijnlijk tegen zeer te duchten tegenstanders uit zou komen. Ik gokte toen al op Annelies Beck en Wim De Vilder, een voorspelling die bewaarheid zou worden.

Veel kansen gaf ik mezelf niet. Maar eens zover gekomen, moet je ervoor gaan. Dat ik er af en toe een boek heb bijgehaald om wat kennis af te stoffen, zal ik niet ontkennen. Maar of dat genoeg zou blijken om de VRT-nieuwsdienst naar huis te spelen, ik vreesde er een beetje voor.

Toch durfde ik me het doel nog te stellen: ik ga er niet na één dag uit. Er zelf in geloven, of dat toch proberen, het leek een goede start. Net zoals de outfit die ik – uiteraard – speciaal voor het programma heb aangeschaft. Een miljoen kijkers. Een beter argument om te shoppen zou ik nooit meer krijgen. En dus kocht ik niet enkel het jurkje. Maar ook de ketting. Én de riem.

Hoe het gegaan is, moet u zelf maar zien, vanavond op Eén. En neem me niet kwalijk als ik wat onwennig lijk. Of als ik wat te weinig lach. Of niet gevat met grapjes strooi. De zenuwen gierden, moet u weten. Ik was alleen maar op het spelletje gefocust. Maar fijn was het wel. Ik heb mijn best gedaan en er volop van genoten. Ik hoop dat ook dát een beetje voelbaar is.

Wordt onze reporter Annelies Rutten de nieuwe ‘Slimste mens ter wereld’?

Een journalist die meedoet aan een quiz als De slimste mens ter wereld zet veel op het spel: ligt het niet voor de hand dat journalisten veel weten? Onze reporter Annelies Rutten (35) uit Sint-Amandsberg beseft waaraan ze begint. ‘De angst om het slecht te doen is er zeker.'

Quiz: 15 vragen uit De slimste mens ter wereld

Nieuws

Laatste berichten Life: TV en Radio