Goe bezig, Greg. Komaan! We doen ons best, man. Gezwind maalden mijn pedalen die eerste kilometers af. Ik boog het hoofd mooi aërodynamisch, pepte mezelf nog wat op en reed met de gelukzalige gedachte dat ik aan een sterke tijdrit bezig was. Jawadde, dat ging goed. En ik ging volledig à bloc.
Plots ontstond er, even voorbij het bordje van de 15 kilometer, enig rumoer achter mij. Even omkijken, wat zou dat. Miljaar! Hoe was dat in godsnaam mogelijk? Heinrich Haussler, twee minuten na mij gestart, had mij na nog geen halve tijdrit al ingehaald. Gemurmel, gevloek. En daarna de gedachte dat ik misschien toch maar eventjes mijn wagonnetje moest aanhaken - op respectabele afstand weliswaar. Je weet nooit dat je nog een plaatsje wint.
Vijfentwintig kilometer later hing dat wagonnetje er nog aan. De hele tijd was ik blijven hangen in het wiel van Haussler, zonder ook nog maar een meter te verliezen. Twee, drie kilometer per uur rapper reden we, en dat was blijkbaar allemaal geen probleem. Ik dacht dat ik à bloc zat in het begin, maar met een achterwiel voor mijn neus krijgt dat blijkbaar een heel andere betekenis. Typisch.
Daarom is tegen de klok rijden ook helemaal mijn ding niet. Een tijdrijder moet door een muur kunnen gaan, zeggen ze vaak. Wel, ik kan dat alleen als er voor die muur een andere renner rijdt. Dan bijt ik me vast. Denk ik: Hey, dat is geen brommer, dat is een mens van vlees en bloed die ook een appelflauwte kan krijgen. En dan kijkt die mens 25 kilometer lang 'geambeteerd' onder zijn elleboog: Hangt die er nu nog aan?





TrackBack
TrackBack URL van dit bericht:http://www.typepad.com/services/trackback/6a00d8341c782453ef0115722d9959970b Listed below are links to weblogs that reference En dan denk je dat je à bloc zit:
Reacties
Mooie stukjes, ik lees ze met plezier.
sd op 24 juli 2009 om 21:15
Laat een reactie achter