Frank Vandenbroucke

Mark Cavendish is een nieuwe wereldster

Frank Vandenbroucke | 27 juli 2009 om 09:41
Niet Alberto Contador, maar Mark Cavendish is voor mij dé man van de Tour geworden. Hij is een nieuwe wereldster, alleen moet hij nu nog bevestigen. Maar ik zie niet in waarom hij dat niet zou doen. Alberto Contador stak er misschien 10 procent bovenuit, Mark tussen de 15 en 20 procent. Bij manier van spreken kan hij zelfs op een leegloper nog winnen. Hij kan misschien verliezen met wat cowboys in de regen of op een finish als Montjuich. Er komt nu natuurlijk wel druk. Wie de Brit voortaan klopt, zorgt voor wereldnieuws.

Zonde dat Alberto Contador niet meer voor de zege durfde te gaan op de Ventoux. Hij durfde niet meer na wat die professor Vayer en Greg LeMond enkele dagen geleden over hem vertelden. Won hij, dan kreeg wéér een bak kritiek over zich heen. Ach, het was gewoon schandalig. Het is onnozel te zeggen dat hij een VO*-max heeft van 99. Marco Pantani en Miguel Indurain balanceerden tussen 82 en 84. Zodus...

Ik vond het al bij al toch een leuke Tour, met strijd en spanning. Het was sowieso al een speciale editie met de comeback van Lance die voor mij een megafantastische prestatie leverde. En eerlijk, ik hoop ooit nog eens zelf deel uit te maken van het Tourpeloton.
Greg Van Avermaet

Een koerske zoals een ander

Greg Van Avermaet | 27 juli 2009 om 09:27
Goh, een koerske zoals een ander, haalde ik in Monaco de schouders op, toen de journalisten me vroegen hoe de proloog was geweest. Iets meer volk misschien, een groter podium en wat meer reclamewagens in de karavaan. Maar voor de rest: trappen is trappen. In Semmerzake of in Parijs, het maakt op zich niks uit.

Bon. Dat was dus goed drie weken geleden. Ik zat daar grondig fout, moet ik ondertussen bekennen. De Tour is meer afzien, sneller rijden, meer stress, aanvallen van overal én vooral: een horde journalisten die alles met een vergrootglas bekijkt. Als je in een andere koers vooruit rijdt, wordt er de volgende dag met wat geluk één zinnetje over jou geschreven: Goed geprobeerd. In de Tour word je direct uitgeroepen tot nationale held of het scheelt niet veel.

Doordat het allemaal zoveel grootser is, is de Champs-Elysées ook zo'n mythische plek. Parijs zien is een erezaak, zeker in je eerste Tour. Want het is lang niet vanzelfsprekend dat je met twee benen en één hoofd zo'n tocht tot een goed einde brengt. Dat voel je als je die Champs-Elysées opdraait: je bent moe, kapot, die fiets een beetje zat. Maar ook voldaan en trots, want je weet dat het fysiek een straffe prestatie is.

Niet de strafste in mijn carrière, neen. Dat was die puntentrui in de Ronde van Spanje van vorig jaar, omdat daar toch een ritzege en een trofee aan vast hing. Maar toch: dit moment op de Champs-Elysées zal ik me nog lang herinneren. Want wie Parijs ziet, mag zich echt coureur noemen.
Johan Bruyneel

Ik heb een nieuwe uitdaging nodig

Johan Bruyneel | 27 juli 2009 om 09:17
Ik ben een gelukkig man. Mission Impossible is tot een goed einde gebracht. Met Contador en Armstrong hadden we twee mannen op het eindpodium. Klöden werd zesde, we wonnen drie ritten en het ploegenklassement. Ik deed nooit beter.

Ik ben net terug van het ererondje over de Champs-Elysées. Begin 1999 had ik nooit durven dromen dat ik dit ritueel negen keer op tien zou kunnen doen als de winnende ploegmanager. Eigenlijk was die trip van 1999 de mooiste. De eerste van Lance Armstrong was de verwezenlijking van een droom. Zonder arrogant te klinken, daarna had het iets van de volgende in een reeks. 2003 springt er ook uit omdat toen vijf renners sterker waren dan Lance. Alleen maar door slim te koersen konden we toch winnen. 2007 had ook iets, want de eerste van Contador was een verrassing. Ook dit keer ben ik uitermate tevreden, maar de emoties zijn anders omdat ik vooraf rekening hield met dit scenario. Ik had het zelfs als een enorm pijnlijke nederlaag ervaren indien we niet hadden gewonnen. Het was alsof ik met een handbediening reed, al werkte een knopje niet altijd volledig.

Er werd van alles geschreven over de oorlog tussen Contador en Armstrong. Er waren momenten dat ik ook even met de handen in het haar zat. Het was een moeilijke uitdaging, zoals heel het seizoen al moeilijk was. Eerst die sponsorproblemen. Het was al een heksentoer om aan de start van de Tour te raken en dan de sterkst mogelijke ploeg op te stellen en dan nog te winnen ook. Te veel topmannen, klonk het. Het eindresultaat mag gezien worden. Dat stelde ik altijd voorop. Ik had het er nog over met Alberto Contador op de tgv naar de laatste startplaats.

Ik heb natuurlijk door de jaren heen een steviger band met Lance. Ik heb echter altijd en overal het ploegbelang laten primeren. De Tourwinst was heilig. Alberto zei me dat hij de manier apprecieerde waarop ik leidde. Ik had het er ook dikwijls over met Lance. Hij zei me eveneens dat hij geen moeite had om onderweg naar Verbier vol de kaart van Contador te trekken. In deze Tour stond Alberto Contador twee trapjes hoger dan iedereen. Het ging ons niet lukken om Andy Schleck weg te rijden van het podium. Toch vind ik het knap dat de oude Armstrong zich ertussen heeft gezet. Hij maakte een supergeslaagde comeback. Of hij volgend jaar kan concurreren met Contador in een ander team? Ik weet het niet. Zijn comeback ligt achter de rug. Hij zal beter zijn dan dit jaar, dat wel. Het was een enig mooie foto. Op de hoogste trede de beste ronderenner van deze generatie. Eronder het grootste rondetalent en dan Nestor. Toch heb ik een nieuwe uitdaging nodig. Die vind ik waarschijnlijk wel.
Johan Bruyneel

Mont Ventoux onvoorspelbaar met legendarische inzinkingen

Johan Bruyneel | 25 juli 2009 om 06:25
Wat was dat allemaal vandaag? Een hele dag à bloc, een koersgemiddelde van meer dan 46 per uur. Ik denk dat er vandaag op de Dag des Oordeels veel met kapotte benen in Montélimar zullen opduiken. Ik had Matthew McConaughey in mijn auto, man die onder andere samen was met Sandra Bullock, Penélope Cruz en momenteel bij het Braziliaanse fotomodel Camila Alves is. De Texaanse filmster is al jaren een goede vriend van Lance. Hij vroeg me honderduit over de tactiek. Ik denk dat hij zich goed heeft geamuseerd. Ik had eerder al met Mark Parker de grote baas van Nike aan boord en de Amerikaanse partyzanger Jimmy Buffett. We zijn heel selectief in onze keuze. Het moét top zijn, maar uiteindelijk ben ik ook geen entertainer want ik wil zondag mijn negende Tour de France in tien jaar winnen.

Ik vermoed dat het ons lukt met Alberto Contador. We willen echter ook Lance Armstrong mee naast onze Spanjaard onder de Arc de Triomphe. Ik heb er een goed oog in. Lance lijkt goed gerecupereerd van de tegenvallende tijdrit. Hij ligt er ook op gebrand. Hij won echter nog nooit op de Mont Ventoux. Een leemte in zijn indrukwekkende palmares die hij graag opvult.

Plaats drie én twee liggen op de Mont Ventoux in de balans. Je weet maar nooit met deze heel speciale berg. Er kan vanalles op gebeuren, of helemaal niets. De Reus van de Provence dwingt bij iedere renner respect af. Legendarisch zijn de inzinkingen van sommigen, met Tom Simpson als pijnlijkste voorbeeld. Zelf kreeg ik er ooit eens in de Dauphiné Libéré een mokerslag van de hamer. Het speciale aan de Mont Ventoux is dat het eigenlijk twee totaal verschillende bergen zijn, met twee totaal verschillende klimritmes. Velen denken dat ze er zijn eenmaal ze het Châlet Reynard bereiken. Neen. De eerste tien kilometer in de bossen zijn steil. Dit is meer iets voor de echte klimmers. Iedereen is op zichzelf aangewezen. Het tweede gedeelte is minder steil, maar er is de open vlakte, de wind die langs alle kanten speelt. Hier kan je echter wel in de wielen blijven hangen.

Ik verwacht dat Saxo Bank volle bak de Kale Reus opvliegt. Bjarne Riis wil naast Contador de broertjes Schleck op de podiumfoto. In principe is de tweede plaats van Andy veilig. Maar het blijft de Mont Ventoux. De twee hoofdrolspelers in dit epos zijn volgens mij Fränk Schleck en Bradley Wiggins, zij die azen op het brons van Lance. Raken die twee echter op achterstand, dan kan er eventueel een zege inzitten voor onze Nestor. Alberto wil eraan meewerken.
Frank Vandenbroucke

Geen plaats voor toeval

Frank Vandenbroucke | 25 juli 2009 om 06:22
In het wielrennen blijft weinig plaats voor toeval, dat hebben we gisteren weer eens gemerkt. We gaan het toch geen toeval meer noemen dat Cavendish en Hushovd spurtten voor de overwinning, ondanks een colletje van tweede categorie in volle finale? Een moderne sprinter kan ook een bergje verteren. Geen opeenvolging van verschillende cols, maar zo eentje, ja hoor. Het vergt alleen even op de tanden bijten. De reden daarvoor is het betere materiaal maar vooral de trainingsmethodes die zorgen voor een nivellering in het peloton. Het verschil tussen de kopmannen en hun helpers is weer wat kleiner geworden. Zie maar eens wat een gemiddelde ze gisteren met zijn allen reden op een parcours in de Ardèche, drie dagen voor het slot van de Tour. Het tekent meteen ook de magie van deze organisatie.

Als ik het heb over toeval, dan verwijs ik ook graag naar de prestatie van Greg Van Avermaet. Misschien dat velen zullen zeggen: vierde, wat stelt dat voor? Ik antwoord daar op dat ik een debutant als Greg veel liever vierde zie eindigen op een paar dagen van het einde, dan tweede in de derde etappe. Dit zegt zoveel meer over zijn inhoud en motor. Wat hij vorig jaar deed in de Vuelta, waar hij puntenwinnaar werd, was dus geen toeval. Ook dàt niet.

Tenslotte mijn pronostiek voor de Ventoux: 1. Contador, 2. Fränk Schleck, 3. Andy Schleck.
Greg Van Avermaet

Dit vertrouwen had ik nodig

Greg Van Avermaet | 25 juli 2009 om 06:16
Vierde. Eindelijk eens een resultaat waarmee ik thuis kan komen. In een andere koers ben je daar niks mee, zit je achteraf een uur te mopperen in de bus. Maar dit is de Tour. Daar is het al zo moeilijk om in beeld te rijden, laat staan te winnen. Dan kan je met een vierde plaats echt niet ontgoocheld zijn.

Nochtans had ik geen superbenen hoor. Het eerste uur zat ik al à bloc in het peloton. Het hoofd wou wel aanvallen, voor het lijf was dat geen optie. Het was puffen, blazen, en hopen dat ik er nog doorkwam op die laatste klim. En - wonderbaarlijk, jawel - dat lukte. Maar dan zit je daar in die laatste kilometers, en kijk je eens rond: Cavendish, Hushovd, Freire, Ciolek. Hopen op de zege doe je dan niet echt. Dan denk je gewoon: zo dicht mogelijk, we zien wel. En uiteindelijk was dat op een mooie plek. Oké, ik kon het verschil niet maken, maar ik bleef wel constant op dezelfde afstand van Cav'. Het verschil tussen die echte topspurters en mij is op zo'n lastige aankomst eigenlijk niet zo groot. Het gaf me vertrouwen. Ik had dit nog eens nodig: zo'n goeie, stevige sprint. De bevestiging dat ik niet traag ben. Die kwam er in deze Tour nog niet, omdat ik in de spurten altijd alleen mijn weg moest zoeken. Iedereen groepeerde zich rond Cadel, ik wriemelde en vocht daar alleen voor mijn plekje. Sowieso ben ik daar al geen krak in, en zonder ploegmaat is dat in de Tour gewoon onbegonnen werk. In de Vuelta vorig jaar reed Popovych gewoon 3 à 4 kilometer naast het peloton met mij, tot helemaal vooraan.

Gisteren deed Sebastian Lang dat ook eens. Pas dan is een goed resultaat mogelijk. Maar ga nu ook geen wonderen verwachten. Die Champs-Elysées is nog altijd niks voor mij.
Greg Van Avermaet

En dan denk je dat je à bloc zit

Greg Van Avermaet | 24 juli 2009 om 07:54

Goe bezig, Greg. Komaan! We doen ons best, man. Gezwind maalden mijn pedalen die eerste kilometers af. Ik boog het hoofd mooi aërodynamisch, pepte mezelf nog wat op en reed met de gelukzalige gedachte dat ik aan een sterke tijdrit bezig was. Jawadde, dat ging goed. En ik ging volledig à bloc.

Plots ontstond er, even voorbij het bordje van de 15 kilometer, enig rumoer achter mij. Even omkijken, wat zou dat. Miljaar! Hoe was dat in godsnaam mogelijk? Heinrich Haussler, twee minuten na mij gestart, had mij na nog geen halve tijdrit al ingehaald. Gemurmel, gevloek. En daarna de gedachte dat ik misschien toch maar eventjes mijn wagonnetje moest aanhaken - op respectabele afstand weliswaar. Je weet nooit dat je nog een plaatsje wint.

Vijfentwintig kilometer later hing dat wagonnetje er nog aan. De hele tijd was ik blijven hangen in het wiel van Haussler, zonder ook nog maar een meter te verliezen. Twee, drie kilometer per uur rapper reden we, en dat was blijkbaar allemaal geen probleem. Ik dacht dat ik à bloc zat in het begin, maar met een achterwiel voor mijn neus krijgt dat blijkbaar een heel andere betekenis. Typisch.

Daarom is tegen de klok rijden ook helemaal mijn ding niet. Een tijdrijder moet door een muur kunnen gaan, zeggen ze vaak. Wel, ik kan dat alleen als er voor die muur een andere renner rijdt. Dan bijt ik me vast. Denk ik: Hey, dat is geen brommer, dat is een mens van vlees en bloed die ook een appelflauwte kan krijgen. En dan kijkt die mens 25 kilometer lang 'geambeteerd' onder zijn elleboog: Hangt die er nu nog aan?

Frank Vandenbroucke

'Alberto, El Fenomeno'

Frank Vandenbroucke | 24 juli 2009 om 07:51

Ik nam de tijdrit op video op omdat ik zelf in de kermiskoers van Ninove aan de slag was. We eindigden met een man of tachtig in de spurt. Ik ben tevreden, het was een goede training.

Ik ben geïmponeerd door 'Alberto, El Fenomeno'. Ik had niet verwacht dat hij zou winnen. Contador heeft totaal niet de morfologie van een tijdrijder. Hij is voor mij een fenomeen. Qua recuperatie in een grote ronde is hij volgens mij acht tot twaalf procent beter dan de rest.

Hij ziet ook minder af. Neem nu die koninginnenrit. Hij zat te spelen op zijn fiets. Hij toont ook zelden zijn limieten. Twee keer viel hij aan en pakte twee minuten. En nu wint hij ook nog de lange tijdrit. Dat is 100 op 100.

Andy Schleck is een fantastische coureur, maar Contador is te sterk. Ik verwacht dat Andy schittert op de Mont Ventoux.

Ik had beter verwacht van Armstrong, al kan je het nu ook weer niet als een volledige tegenvaller bestempelen. De omwentelingen, zijn handelsmerk, zijn er niet meer als vroeger. Maar ik wil hem wel niet beoordelen op deze tijdrit. Wat hij in deze Tour voor elkaar heeft gebracht, is zoveel belangrijker. <br><br><!--para5-->Dan is er nog Maxime Monfort. Twaalfde! Dat zegt veel over de staat van frisheid van de Ardennees die ondertussen bij de top vijftig van de wereld hoort. Ik zag alleen al aan zijn tijdritpositie dat zijn team heel veel geïnvesteerd heeft in deze waardevolle coureur.

Johan Bruyneel

De winnaar is gekend

Johan Bruyneel | 24 juli 2009 om 07:50

Zonder ongevallen wint Alberto Contador de 96ste Tour de France. We kwamen voor de eindzege, ze begint zich aan de einder af te tekenen. Alberto bewees vandaag dat hij ontegensprekelijk de beste is. Ik hoorde dat het een bijzonder giftige persconferentie van de dagwinnaar werd waarbij vragen werden gesteld over de twijfels die Greg LeMond uitte over zijn prestaties.

Soit, dat is blijkbaar de prijs die je in dit tijdperk moet betalen als je de Tour wint. Ik denk wel dat Contador boven deze gratuite verdenkingen staat. Alsof zijn tijdritcapaciteiten ineens uit de lucht komen gevallen. Alberto zette vorig jaar ook al chrono's naar zijn hand en won in 2007 zijn eerste Tour op basis van een betere tijdrit dan Cadel Evans. So what? Hij heeft de afgelopen jaren ook geweldig op dit onderdeel gewerkt. Minstens twee keer per week traint hij met zijn tijdritfiets. Begin dit jaar verkondigde ik al dat Contador dit seizoen als ronderenner een hoger niveau zou halen.

Ik zag niet enkel langs de boorden van het meer van Annecy een hele grote Contador. Op zijn initiatief werd het team woensdagavond bij elkaar geroepen. Hij verontschuldigde zich voor zijn houding op de Col de la Colombière. De excuses werden door iedereen aanvaard, ook al had vooral Klöden eerst moeite met zijn actie. Zowel Andreas als Armstrong vielen in de tijdrit tegen. Lance was echt ontgoocheld. Hij heeft ook geen enkele verklaring voor deze tegenvaller. Hij voelde zich nochtans goed vanmiddag en ook zijn eerste tussentijd viel mee. Hij zei me dat zijn tank voor het tweede gedeelte volledig leeg was.

Ik had ook niet verwacht dat het zou zijn als drie en een half jaar geleden. Het volstaat niet dat je zes maanden hard traint om onmiddellijk weer de Tour naar je hand te zetten. Ik stel vast dat hij desondanks bergop alweer bij de vier, vijf besten is. Tegen de tijd kan hij stellig beter dan hij vandaag liet zien. Toch haalt Lance zaterdag nog eens de over-mijn-lijkmentaliteit boven om die derde plaats in Parijs veilig te stellen. De gevaarlijkste tegenstander is Bradley Wiggins. Ik heb echter de indruk dat de Brit ook moe begint te worden. Het hele peloton is zo stilaan doodmoe. Iedereen had het er vooraf over dat het dit jaar geen lastige Tour de France was. Ik zie echter op drie dagen van het einde veel renners die op hun tandvlees zitten. Er is van de eerste dag tot nu ontzettend snel gereden, elke rit weer. Naar Aubenas verwacht ik een relatieve rustdag. Er rijdt een groepje weg. Voor de klassementsrenners telt er enkel nog de Mont Ventoux van zaterdag.

Frank Vandenbroucke

Armstrong denkt vooruit

Frank Vandenbroucke | 23 juli 2009 om 09:47
Alberto Contador is veel slimmer dan iedereen denkt. Hoed af voor een jongen die nog altijd maar 26 jaar is. Hij speelde het leep door een cadeautje uit te delen. Daar is niets mis mee. Een geschenk geven is belangrijk als kandidaat-eindwinnaar.

Ik zei enkele dagen geleden dat Alberto Contador niet op beide oren mocht slapen. Wel, dan kan hij nu wel rustig indommelen. Wilde hij, dan won hij in Le Grand Bornand met de vingers in de neusgaten.

Hij maakte op de Col de la Colombière wel een raar manoeuvre. Zijn korte uitval deed Klöden de rol lossen. Heeft hij effectief met de Duitser gepraat? We zullen het nooit weten.

Hij diepte wel de kloof met zijn tegenstanders uit. Daar hoorde Andreas Klöden ook bij. Net als Lance Armstrong. Anderhalve minuut op Lance was niet zo veilig met zo'n lange tijdrit voor de boeg. Nu voelt hij totaal geen bedreiging meer. Contador had Klöden en Armstrong gisteren veel liever niet aan zijn zijde.

Ik denk dat Lance Armstrong kon blijven volgen indien hij dat wou. Twee dagen op rij voerde hij een fantastisch nummer in de achtergrond op. Armstrong denkt echter op termijn. Hij wil in Parijs op dat podium wat op zich al een meesterwerk is na zo'n lang oponthoud. Armstrong denkt echter altijd gestructureerd vooruit en weet dat hij er beter aan deed reserves te laten voor de tijdrit van Annecy. Hij is o zo professioneel in wat hij onderneemt. Zoals zijn comeback, zijn terugkeer naar de Tour, zijn Livestrong, zijn nieuwe ploeg. Armstrong heeft in deze Tour het wielrennen veranderd en aangetoond dat leeftijd niet echt zo'n grote rol heeft zolang je niet een oude grijze baard hebt.