Greg Van Avermaet

Een koerske zoals een ander

Greg Van Avermaet | 27 juli 2009 om 09:27
Goh, een koerske zoals een ander, haalde ik in Monaco de schouders op, toen de journalisten me vroegen hoe de proloog was geweest. Iets meer volk misschien, een groter podium en wat meer reclamewagens in de karavaan. Maar voor de rest: trappen is trappen. In Semmerzake of in Parijs, het maakt op zich niks uit.

Bon. Dat was dus goed drie weken geleden. Ik zat daar grondig fout, moet ik ondertussen bekennen. De Tour is meer afzien, sneller rijden, meer stress, aanvallen van overal én vooral: een horde journalisten die alles met een vergrootglas bekijkt. Als je in een andere koers vooruit rijdt, wordt er de volgende dag met wat geluk één zinnetje over jou geschreven: Goed geprobeerd. In de Tour word je direct uitgeroepen tot nationale held of het scheelt niet veel.

Doordat het allemaal zoveel grootser is, is de Champs-Elysées ook zo'n mythische plek. Parijs zien is een erezaak, zeker in je eerste Tour. Want het is lang niet vanzelfsprekend dat je met twee benen en één hoofd zo'n tocht tot een goed einde brengt. Dat voel je als je die Champs-Elysées opdraait: je bent moe, kapot, die fiets een beetje zat. Maar ook voldaan en trots, want je weet dat het fysiek een straffe prestatie is.

Niet de strafste in mijn carrière, neen. Dat was die puntentrui in de Ronde van Spanje van vorig jaar, omdat daar toch een ritzege en een trofee aan vast hing. Maar toch: dit moment op de Champs-Elysées zal ik me nog lang herinneren. Want wie Parijs ziet, mag zich echt coureur noemen.
Greg Van Avermaet

Dit vertrouwen had ik nodig

Greg Van Avermaet | 25 juli 2009 om 06:16
Vierde. Eindelijk eens een resultaat waarmee ik thuis kan komen. In een andere koers ben je daar niks mee, zit je achteraf een uur te mopperen in de bus. Maar dit is de Tour. Daar is het al zo moeilijk om in beeld te rijden, laat staan te winnen. Dan kan je met een vierde plaats echt niet ontgoocheld zijn.

Nochtans had ik geen superbenen hoor. Het eerste uur zat ik al à bloc in het peloton. Het hoofd wou wel aanvallen, voor het lijf was dat geen optie. Het was puffen, blazen, en hopen dat ik er nog doorkwam op die laatste klim. En - wonderbaarlijk, jawel - dat lukte. Maar dan zit je daar in die laatste kilometers, en kijk je eens rond: Cavendish, Hushovd, Freire, Ciolek. Hopen op de zege doe je dan niet echt. Dan denk je gewoon: zo dicht mogelijk, we zien wel. En uiteindelijk was dat op een mooie plek. Oké, ik kon het verschil niet maken, maar ik bleef wel constant op dezelfde afstand van Cav'. Het verschil tussen die echte topspurters en mij is op zo'n lastige aankomst eigenlijk niet zo groot. Het gaf me vertrouwen. Ik had dit nog eens nodig: zo'n goeie, stevige sprint. De bevestiging dat ik niet traag ben. Die kwam er in deze Tour nog niet, omdat ik in de spurten altijd alleen mijn weg moest zoeken. Iedereen groepeerde zich rond Cadel, ik wriemelde en vocht daar alleen voor mijn plekje. Sowieso ben ik daar al geen krak in, en zonder ploegmaat is dat in de Tour gewoon onbegonnen werk. In de Vuelta vorig jaar reed Popovych gewoon 3 à 4 kilometer naast het peloton met mij, tot helemaal vooraan.

Gisteren deed Sebastian Lang dat ook eens. Pas dan is een goed resultaat mogelijk. Maar ga nu ook geen wonderen verwachten. Die Champs-Elysées is nog altijd niks voor mij.
Greg Van Avermaet

En dan denk je dat je à bloc zit

Greg Van Avermaet | 24 juli 2009 om 07:54

Goe bezig, Greg. Komaan! We doen ons best, man. Gezwind maalden mijn pedalen die eerste kilometers af. Ik boog het hoofd mooi aërodynamisch, pepte mezelf nog wat op en reed met de gelukzalige gedachte dat ik aan een sterke tijdrit bezig was. Jawadde, dat ging goed. En ik ging volledig à bloc.

Plots ontstond er, even voorbij het bordje van de 15 kilometer, enig rumoer achter mij. Even omkijken, wat zou dat. Miljaar! Hoe was dat in godsnaam mogelijk? Heinrich Haussler, twee minuten na mij gestart, had mij na nog geen halve tijdrit al ingehaald. Gemurmel, gevloek. En daarna de gedachte dat ik misschien toch maar eventjes mijn wagonnetje moest aanhaken - op respectabele afstand weliswaar. Je weet nooit dat je nog een plaatsje wint.

Vijfentwintig kilometer later hing dat wagonnetje er nog aan. De hele tijd was ik blijven hangen in het wiel van Haussler, zonder ook nog maar een meter te verliezen. Twee, drie kilometer per uur rapper reden we, en dat was blijkbaar allemaal geen probleem. Ik dacht dat ik à bloc zat in het begin, maar met een achterwiel voor mijn neus krijgt dat blijkbaar een heel andere betekenis. Typisch.

Daarom is tegen de klok rijden ook helemaal mijn ding niet. Een tijdrijder moet door een muur kunnen gaan, zeggen ze vaak. Wel, ik kan dat alleen als er voor die muur een andere renner rijdt. Dan bijt ik me vast. Denk ik: Hey, dat is geen brommer, dat is een mens van vlees en bloed die ook een appelflauwte kan krijgen. En dan kijkt die mens 25 kilometer lang 'geambeteerd' onder zijn elleboog: Hangt die er nu nog aan?

Greg Van Avermaet

De baron die niet snurkt

Greg Van Avermaet | 23 juli 2009 om 09:33
In drie weken Tour creëer je wel een band met je kamergenoot. Bij mij is dat Micka , Mickaël Delage, de kleine Fransman die dit jaar in onze ploeg kwam. Toffe kerel, rustig ook, en net als ik geen al te late opblijver. We gaan altijd rond 11 uur naar boven, en dan lees ik nog wat in Voetbalmagazine of check ik het nieuws op internet - in de Tour zit je immers op een eiland: moest de wereld vergaan, we zouden het niet weten. Normaal mikken we op goed tien uur slaap per nacht. Best veel, zal je denken, maar ook best nodig in zo'n koers.

Nog een groot voordeel aan Micka: hij maakt geen lawaai. Hij babbelt niet in zijn slaap, hij ademt niet luidt, én - levensbelangrijk - hij snurkt niet. Dat is voor mij een absolute voorwaarde bij een kamergenoot. Ronkt hij, dan vliegt hij buiten. Zélfs al gebruikt hij Silence. In onze ploeg is er zo'n individu die elke nacht vrolijk enkele knotwilgen doorzaagt. Hij mag nog niet in de kamer naast mij.

Geen probleem dus bij Micka. Bovendien is hij tactisch gezien ook geen slechte kamergenoot. In de ploeg staat Delage immers bekend als Le Baron , omdat hij steengoed is in poker - onze favoriete bezigheid op stages en in kleinere rondes. Ikzelf ben er rotslecht in. Met slechte kaarten zet ik veel te snel veel te veel geld in, met goede kaarten begin ik altijd direct te lachen. Geen pokerface, dus hou ik de baron maar best te vriend. Als ik met hem in de slag ga, verdien ik af en toe nog een appeltje voor de dorst.
Greg Van Avermaet

Ik had geen zin in coca

Greg Van Avermaet | 22 juli 2009 om 09:16
Ja, gisteren heb ik echt nog eens genoten. De benen voelden goed aan, ik geraakte die eerste col vlot over en in de vallei zette ik Cadel nog wat uit de wind. Het zonnetje scheen, de vogeltjes floten. Zo mag hij elke dag zijn, die Tour de France.

Ik tuurde ook een hele dag boven het peloton, op zoek naar mijn zus en mijn schoonbroer, Glenn D'Hollander. Ze waren er, daar was ik zeker van. Alleen wist ik niet waar. Dus bekeek ik elke supporter op de Saint-Bernards van top tot teen, en zocht ik wanhopig naar een Belgische vlag. Noppes, vier uur aan een stuk. Tot ik over de streep reed: Hey Greg! Hoe is't? We geraakten niet meer op de berg. Bij ma en pa lukte dat wel, en ze stonden aan de kant te zwieren met ne coca. Nu ja, eigenlijk had ik daar helemaal geen zin in. Ik voelde me nog fris en had geen suikers nodig. Ik hield het liever bij een slokje water. Dus heb ik hen vriendelijk - ja, ja, zelfs met de glimlach - bedankt.

Het was wel een nostalgisch zicht. Ik heb daar als klein manneke zelf tientallen keren gestaan, met mijne coca. Op de Tourmalet, op de Aubisque, op de Joux-Plane. Overal gingen we kijken naar de Ronde van Frankrijk. En dan stond ik daar te springen in de lucht, hopend dat ze dat blikje uit mijn handen zouden plukken. Eerst voor Lance Armstrong natuurlijk, maar die reed wat te rap. Dus was het altijd wachten op de bus en de Belgen die ons zagen staan. Eén keer heeft Tom Steels hem nog gepakt. Mijne coca! In de Tour! Ik was de koning te rijk.
Greg Van Avermaet

Een zombie in het zadel

Greg Van Avermaet | 20 juli 2009 om 11:04

Blij dat het vandaag niet meer regende. Nog eens 200 kilometer in nat en koude, en er waren in de Alpenweiden wel enkele lijken achtergebleven. Vanochtend hadden we er trouwens al één: Tom Boonen. Overgeven, misselijk zijn, niet kunnen eten: elke coureur heeft het wel al eens meegemaakt. Een verschrikkelijk gevoel.

Dan zijn er twee opties. Eén: doorgaan. Je als een halve zombie in dat zadel hijsen, vijf uur snakken naar de streep en om het half uur de bosjes in spurten. Niet aangenaam, voorwaar. Je gaat er dan altijd van uit dat het de dag erop veel beter zal zijn. En als dat niet lukt, de dag daarop, of tenminste op de rustdag. In de Vuelta van vorig jaar had ik ook zo enkele dagen. Daar spartelde ik me echt door, met die puntentrui in het achterhoofd. Tot die klik kwam waarop ik wist: <i> Eindelijk, het wordt beter. </i> Optie twee: stoppen. Meestal maakt je lichaam je dan wel duidelijk dat dat de beste keuze is - zij het subtiel, zij het met nogal veel bombarie. Als ik hoor dat Tom nog drie keer moest braken in de busrit naar de start, tja...

Dan ben je niet in staat om een bergrit te rijden aan een gemiddelde van veertig kilometer per uur. Bovendien is het ook een mentale kwestie: Boonen moest niet denken aan een puntentrui, of aan de vele bloemenruikers die hij nog mee zou kunnen brengen naar Mol. Neen. Behalve Parijs halen op zich had hij geen enkele kans meer om zich te tonen. Dan is het gemakkelijker om niet de koppige ezel uit te hangen. En te zeggen: <i> Oké. Ik luister naar mijn lichaam. </i>

Greg Van Avermaet

Ik wou iets te graag

Greg Van Avermaet | 17 juli 2009 om 11:21
Vijfendertig keer ben ik meegesprongen. Minstens. Vanaf kilometer één tot kilometer 80, en elke keer dacht ik: Oké Greg, die mannen blijven weg. Komaan! Handjes in de guidon, poep uit het zadel en hopla: ernaartoe. Keer op keer reed ik me de benen van onder het lijf, keer op keer zag ik hetzelfde als ik onder mijn elleboog keek: een peloton op zijn kop. <
br> Uiteindelijk zweefden we daar toch met vier in niemandsland: voor ons zes man, 150 meter achter ons het peloton. Freire, Sörensen, ik en Ignatiev, een Rus die niet wou meewerken. Maar het draaide niet, dus reed Sörensen op zijn sloffen naar het eerste groepje toe. Had ik nog niet zoveel werk opgeknapt, dan was ik zeker mee. Maar toen dacht ik: Foert. Ze komen toch terug. Ik ga hier niet opnieuw werken voor niks. En wie wint er dan? Jawel, Nicki Sörensen. Dat is om de muren van op te lopen. Misschien ligt het aan de ervaring: als ik mijn koers beter indeel, ben ik wel mee met hem. Maar ik probeerde, probeerde, probeerde, probeerde en probeerde nog eens. Tot ik niet meer kon proberen. Ik denk dat ik in het begin iets té graag wou, en dan lukt het meestal niet. De onverbiddelijke wetten van de koers.

Ik kan je verzekeren: als je ze dan ziet wegrijden, dan is het balen. Dan zit je daar in het peloton met een rotgevoel en opgeblazen benen waarvan je hoopt dat ze recupereren, maar die een hele dag pijn blijven doen. Dan is de goesting toch heel even weg. Maar kom, het was ook een troost. Ik besefte dat ik vooraan toch niet al te ver meer was gekomen. Zo erg was het dus allemaal niet.
Greg Van Avermaet

Water vragen bij de boer

Greg Van Avermaet | 16 juli 2009 om 09:37
Jullie weten het misschien al, maar mijn grootvader Kamiel reed vijftig jaar geleden ook de Tour. Ook zijn eerste, toen nog bij de nationale ploeg.

Hij was knecht. Waterdrager eigenlijk, in de letterlijke zin van het woord. In die tijd reden ze kilometers vooruit naar de boer, vulden ze de bidons en lieten ze zich weer afzakken in het peloton. Elke dag opnieuw. En dan zagen ze nu over een verbod op oortjes.

Soms vertelt hij er wel over, al moet je er wel zelf naar vragen. Wat me altijd bijblijft, is zijn trip naar Joegoslavië. Dan kreeg hij van thuis een hele gekookte big mee, in stukken gesneden in de valies. Daarmee heeft hij dagen aan een stuk de hele ploeg bevoorraad.

Stel je dat nu nog eens voor, jongens. Wij vliegen op de rustdag van Tarbes naar Limoges. Zij reden met de auto van Vlaanderen naar Joegoslavië met een koffer vol eten. Ach, ik zou het wel eens willen meemaken. Overleven. Al blijft de wedstrijd volgens mij wel hetzelfde, hoor. De Tour is afzien. Hoe hard je ook rijdt, wat je ook allemaal moet doen: iedereen wordt tot het uiterste gedreven. Daarom gaf mijn grootvader mij voor het vertrek naar Monaco een simpele raad mee: krachten sparen, enkel zo haal je Parijs. Want zowel toen als nu is de Tour uitrijden een heuse prestatie.

Oh ja. Peet kwam uiteindelijk naar huis met 100.000 Belgische frank. Cash. Ik hoop dat ik dat ga halen. Nu ziet het er alvast niet al te goed uit. Want in die stand van het prijzengeld staat onze ploeg allerlaatste.
Greg Van Avermaet

Die oortjes hoeven niet voor mij

Greg Van Avermaet | 15 juli 2009 om 09:37
Ik ben een beetje teleurgesteld. Zo'n mooie rit dat dit was. Zo'n mooi parcours om mee te glippen met een ontsnapping en door te gaan tot het einde. Maar neen, er waren afspraken: het moest en zou een massaspurt worden, uit protest tegen dat oortjesverbod.

Tja, dan heeft het geen zin om mee te springen. Dan verspil je enkel energie. Spijtig. Echt spijtig. Dit was één van de drie kansen deze week, maar ze is weggesmeten. De winnaar kon je vooraf al invullen: Cavendish. Pfff. Als we tóch zonder oortjes starten, doe dan normaal, hé. Rij dan gewoon de koers, en discussieer achteraf. Trouwens: voor mij hoeven die oortjes niet. Ik zou wel eens een aantal koersen zonder die constante aanslagen op mijn trommelvlies willen rijden. Zeker weten dat er dan meer aangevallen wordt. Gisteren was natuurlijk een slecht voorbeeld, wegens die boycot. Maar anders zou je wel een geanimeerder verloop zien.

Ach, die jonge generatie kan dat niet , hoor je dan. Wij zouden al verslaafd zijn aan die oortjes, niet meer zonder kunnen. Wij zouden zelf niet meer denken in de koers omdat we dat nooit geleerd hebben. Wel, dat is niet juist. Iedereen weet wat zijn taak is, waar hij op welk moment moet zitten. Het zal gewoon een beetje langer duren eer de instructies ons bereiken, maar dat is dan maar zo.

Al ben ik het wel op één vlak eens met het protest: doe dit toch niet in de Tour. Toch niet in de grootste koers ter wereld, waar alles direct opgeblazen wordt. De Grote Prijs van Bommerskonte lijkt me een beter begin.
Greg Van Avermaet

Die metertjes werken toch niet

Greg Van Avermaet | 14 juli 2009 om 09:31
Vandaag dus even bezoek gehad van Ellen. Altijd leuk natuurlijk. Ze is het wel gewoon om haar vent een tijdje niet te zien, maar toch doet het deugd om even bij te praten. Anders lummel je op zo'n rustdag wat rond, tuur je uren naar je computerscherm. Terwijl ik nu die koers even helemaal kon vergeten.

Nog een bezigheid op de rustdag: testen doen. Bij dokter Mathieu, om te zien of alles nog werkt. Ik kan jullie geruststellen: ik ben nog pico bello.

Al is er volgens mij toch één metertje dat niet goed werkt. Dat van het vetpercentage. Voor de Tour had ik al het meest van heel de ploeg: 8 procent, terwijl sommigen rond de 6 à 5 zweven. En daar was na heel die zware Pyreneeëntocht geen tiende af.

Misschien moet ik de dokter toch maar eens vragen om op een andere plaats te meten. Aan mijn armen. Of aan mijn kuiten, daar is het vel wat minder dik. Of misschien moet ik me er gewoon niks van aantrekken. Ik ben nu eenmaal redelijk robuust gebouwd. Ik weeg 74 kilo, best veel voor een coureur, maar ik krijg er bitter weinig af. Ik heb het wel al eens tegen mezelf gezegd, hoor: Komaan, man. Dit seizoen ga ik me écht eens superscherp trainen. Maar brengt dat op? Ik weet het niet. Voor hetzelfde geld word je dan sneller ziek, verlies je de helft van je krachten, en geraak je een heel seizoen geen poot vooruit. Dat is ook niet de bedoeling. Neen, laat me maar blijven zoals ik ben. Een beetje Flandrien-stijl. Tenslotte moet ik de Ronde van Vlaanderen overleven.