Johan Bruyneel

Ik heb een nieuwe uitdaging nodig

Johan Bruyneel | 27 juli 2009 om 09:17
Ik ben een gelukkig man. Mission Impossible is tot een goed einde gebracht. Met Contador en Armstrong hadden we twee mannen op het eindpodium. Klöden werd zesde, we wonnen drie ritten en het ploegenklassement. Ik deed nooit beter.

Ik ben net terug van het ererondje over de Champs-Elysées. Begin 1999 had ik nooit durven dromen dat ik dit ritueel negen keer op tien zou kunnen doen als de winnende ploegmanager. Eigenlijk was die trip van 1999 de mooiste. De eerste van Lance Armstrong was de verwezenlijking van een droom. Zonder arrogant te klinken, daarna had het iets van de volgende in een reeks. 2003 springt er ook uit omdat toen vijf renners sterker waren dan Lance. Alleen maar door slim te koersen konden we toch winnen. 2007 had ook iets, want de eerste van Contador was een verrassing. Ook dit keer ben ik uitermate tevreden, maar de emoties zijn anders omdat ik vooraf rekening hield met dit scenario. Ik had het zelfs als een enorm pijnlijke nederlaag ervaren indien we niet hadden gewonnen. Het was alsof ik met een handbediening reed, al werkte een knopje niet altijd volledig.

Er werd van alles geschreven over de oorlog tussen Contador en Armstrong. Er waren momenten dat ik ook even met de handen in het haar zat. Het was een moeilijke uitdaging, zoals heel het seizoen al moeilijk was. Eerst die sponsorproblemen. Het was al een heksentoer om aan de start van de Tour te raken en dan de sterkst mogelijke ploeg op te stellen en dan nog te winnen ook. Te veel topmannen, klonk het. Het eindresultaat mag gezien worden. Dat stelde ik altijd voorop. Ik had het er nog over met Alberto Contador op de tgv naar de laatste startplaats.

Ik heb natuurlijk door de jaren heen een steviger band met Lance. Ik heb echter altijd en overal het ploegbelang laten primeren. De Tourwinst was heilig. Alberto zei me dat hij de manier apprecieerde waarop ik leidde. Ik had het er ook dikwijls over met Lance. Hij zei me eveneens dat hij geen moeite had om onderweg naar Verbier vol de kaart van Contador te trekken. In deze Tour stond Alberto Contador twee trapjes hoger dan iedereen. Het ging ons niet lukken om Andy Schleck weg te rijden van het podium. Toch vind ik het knap dat de oude Armstrong zich ertussen heeft gezet. Hij maakte een supergeslaagde comeback. Of hij volgend jaar kan concurreren met Contador in een ander team? Ik weet het niet. Zijn comeback ligt achter de rug. Hij zal beter zijn dan dit jaar, dat wel. Het was een enig mooie foto. Op de hoogste trede de beste ronderenner van deze generatie. Eronder het grootste rondetalent en dan Nestor. Toch heb ik een nieuwe uitdaging nodig. Die vind ik waarschijnlijk wel.
Johan Bruyneel

Mont Ventoux onvoorspelbaar met legendarische inzinkingen

Johan Bruyneel | 25 juli 2009 om 06:25
Wat was dat allemaal vandaag? Een hele dag à bloc, een koersgemiddelde van meer dan 46 per uur. Ik denk dat er vandaag op de Dag des Oordeels veel met kapotte benen in Montélimar zullen opduiken. Ik had Matthew McConaughey in mijn auto, man die onder andere samen was met Sandra Bullock, Penélope Cruz en momenteel bij het Braziliaanse fotomodel Camila Alves is. De Texaanse filmster is al jaren een goede vriend van Lance. Hij vroeg me honderduit over de tactiek. Ik denk dat hij zich goed heeft geamuseerd. Ik had eerder al met Mark Parker de grote baas van Nike aan boord en de Amerikaanse partyzanger Jimmy Buffett. We zijn heel selectief in onze keuze. Het moét top zijn, maar uiteindelijk ben ik ook geen entertainer want ik wil zondag mijn negende Tour de France in tien jaar winnen.

Ik vermoed dat het ons lukt met Alberto Contador. We willen echter ook Lance Armstrong mee naast onze Spanjaard onder de Arc de Triomphe. Ik heb er een goed oog in. Lance lijkt goed gerecupereerd van de tegenvallende tijdrit. Hij ligt er ook op gebrand. Hij won echter nog nooit op de Mont Ventoux. Een leemte in zijn indrukwekkende palmares die hij graag opvult.

Plaats drie én twee liggen op de Mont Ventoux in de balans. Je weet maar nooit met deze heel speciale berg. Er kan vanalles op gebeuren, of helemaal niets. De Reus van de Provence dwingt bij iedere renner respect af. Legendarisch zijn de inzinkingen van sommigen, met Tom Simpson als pijnlijkste voorbeeld. Zelf kreeg ik er ooit eens in de Dauphiné Libéré een mokerslag van de hamer. Het speciale aan de Mont Ventoux is dat het eigenlijk twee totaal verschillende bergen zijn, met twee totaal verschillende klimritmes. Velen denken dat ze er zijn eenmaal ze het Châlet Reynard bereiken. Neen. De eerste tien kilometer in de bossen zijn steil. Dit is meer iets voor de echte klimmers. Iedereen is op zichzelf aangewezen. Het tweede gedeelte is minder steil, maar er is de open vlakte, de wind die langs alle kanten speelt. Hier kan je echter wel in de wielen blijven hangen.

Ik verwacht dat Saxo Bank volle bak de Kale Reus opvliegt. Bjarne Riis wil naast Contador de broertjes Schleck op de podiumfoto. In principe is de tweede plaats van Andy veilig. Maar het blijft de Mont Ventoux. De twee hoofdrolspelers in dit epos zijn volgens mij Fränk Schleck en Bradley Wiggins, zij die azen op het brons van Lance. Raken die twee echter op achterstand, dan kan er eventueel een zege inzitten voor onze Nestor. Alberto wil eraan meewerken.
Johan Bruyneel

De winnaar is gekend

Johan Bruyneel | 24 juli 2009 om 07:50

Zonder ongevallen wint Alberto Contador de 96ste Tour de France. We kwamen voor de eindzege, ze begint zich aan de einder af te tekenen. Alberto bewees vandaag dat hij ontegensprekelijk de beste is. Ik hoorde dat het een bijzonder giftige persconferentie van de dagwinnaar werd waarbij vragen werden gesteld over de twijfels die Greg LeMond uitte over zijn prestaties.

Soit, dat is blijkbaar de prijs die je in dit tijdperk moet betalen als je de Tour wint. Ik denk wel dat Contador boven deze gratuite verdenkingen staat. Alsof zijn tijdritcapaciteiten ineens uit de lucht komen gevallen. Alberto zette vorig jaar ook al chrono's naar zijn hand en won in 2007 zijn eerste Tour op basis van een betere tijdrit dan Cadel Evans. So what? Hij heeft de afgelopen jaren ook geweldig op dit onderdeel gewerkt. Minstens twee keer per week traint hij met zijn tijdritfiets. Begin dit jaar verkondigde ik al dat Contador dit seizoen als ronderenner een hoger niveau zou halen.

Ik zag niet enkel langs de boorden van het meer van Annecy een hele grote Contador. Op zijn initiatief werd het team woensdagavond bij elkaar geroepen. Hij verontschuldigde zich voor zijn houding op de Col de la Colombière. De excuses werden door iedereen aanvaard, ook al had vooral Klöden eerst moeite met zijn actie. Zowel Andreas als Armstrong vielen in de tijdrit tegen. Lance was echt ontgoocheld. Hij heeft ook geen enkele verklaring voor deze tegenvaller. Hij voelde zich nochtans goed vanmiddag en ook zijn eerste tussentijd viel mee. Hij zei me dat zijn tank voor het tweede gedeelte volledig leeg was.

Ik had ook niet verwacht dat het zou zijn als drie en een half jaar geleden. Het volstaat niet dat je zes maanden hard traint om onmiddellijk weer de Tour naar je hand te zetten. Ik stel vast dat hij desondanks bergop alweer bij de vier, vijf besten is. Tegen de tijd kan hij stellig beter dan hij vandaag liet zien. Toch haalt Lance zaterdag nog eens de over-mijn-lijkmentaliteit boven om die derde plaats in Parijs veilig te stellen. De gevaarlijkste tegenstander is Bradley Wiggins. Ik heb echter de indruk dat de Brit ook moe begint te worden. Het hele peloton is zo stilaan doodmoe. Iedereen had het er vooraf over dat het dit jaar geen lastige Tour de France was. Ik zie echter op drie dagen van het einde veel renners die op hun tandvlees zitten. Er is van de eerste dag tot nu ontzettend snel gereden, elke rit weer. Naar Aubenas verwacht ik een relatieve rustdag. Er rijdt een groepje weg. Voor de klassementsrenners telt er enkel nog de Mont Ventoux van zaterdag.

Johan Bruyneel

Contador luistert toch zo moeilijk

Johan Bruyneel | 23 juli 2009 om 09:17
Er moest iets uitgepraat worden aan de avondtafel. Alberto Contador was ontgoocheld en Andreas Klöden was absoluut niet tevreden. Het resultaat van de rit was dat Alberto afstand nam, maar in Le Grand Bornand won Fränk Schleck en speelden we Klödie kwijt. Dat is de naakte realiteit. De aanval van Contador op de Colombière was voor niets nodig. We maken er geen drama van, maar het moest toch besproken worden. Ik was ook niet happy. Zeker tien keer zei ik dat er niet moest aangevallen worden. Dat hij met Andreas bij de brothers moest blijven. Op de laatste col zaten we in een zetel, want Alberto had nog onze Duitser bij. Mijn boodschap was om de Schlecks het werk laten doen.

Je zag van ver dat ze zouden doorrijden tot op de streep. De Schlecks hadden meer interesse dan om te rijden. Als je dan zelf voor staat en je directe concurrenten ziet wegvallen, dan moet je in het wiel blijven zitten. Het is niet zozeer onze bedoeling om heel het podium van Parijs met jongens van mijn ploeg in te nemen, maar je moet altijd vooruitdenken. Alberto gaf al bij mij de fout toe. Het probleem is dat zijn ploegmaten ook bij de tactische bespreking zaten en ook mijn advies over de radio hoorden.

Mijn Spanjaard luistert toch zo moeilijk. Het lukt blijkbaar niet. Alberto is een heel temperamentvolle renner. Hij is zonder meer de sterkste renner van het pak. Zonder ongevallen wint hij deze Tour. Maar je moet altijd oppassen voor mechanische pech, een valpartij, of een slechte dag. Al zie ik dit niet zo snel gebeuren bij een leider.

Lance Armstrong besliste niet te blijven reageren op de aanvallen van de Schlecks. Hij zat daarna gevangen in de ploegtactiek, maar speelde de rol van modelploegmaat door Bradley Wiggins te wurgen. Eenmaal dat was gebeurd, reed hij van hem weg. Hij mengde zich niet echt in de discussie tussen Contador en Klöden, want hij was niet direct de benadeelde partij.

Alberto hoeft niet meteen schrik te hebben van de tijdrit in Annecy, vlak met een lastig bergje erin. Wiggins is de favoriet. Ik verwacht ook Klöden, Millar en Armstrong. Er zal niet met minuten gegoocheld worden. Ik denk niet dat Evans meespeelt. Er is iets mis met de Australiër. Hij haalt niet zijn normaal niveau. Jurgen Van den Broeck daarentegen is goed. Twee dagen op rij reed hij de hele dag voorin mee. Hij heeft een heel grote stap voorwaarts gezet. Het doet deugd om dit te zien. Dit wil ook iets zeggen over zijn inhoud. Jurgen reed drie jaar voor mij. Hij had zijn woord gegeven om te blijven, maar koos toch voor Silence-Lotto.
Johan Bruyneel

Ik ga weg bij Astana

Johan Bruyneel | 22 juli 2009 om 09:06
Eén ding is zeker: volgend seizoen ben ik niet langer bij Astana. Niet meer met mij. Ik denk dat weinig mensen mij ongelijk zullen geven. Integendeel. Als Mourinho bij één of andere topploeg wordt ingehaald om schoon schip te houden en hij daar stank voor dank krijgt, houdt hij het heus geen twee jaar vol. Ik zal netjes mijn programma afwerken, tot het einde van het seizoen. Maar dan is het wel definitief uit. Wat ik in de plaats ga doen is een thema voor de komende dagen.

Laat ons even beginnen bij het begin, toen ik aangetrokken werd om het slechte imago aan te pakken dat de ploeg aangemeten kreeg na de moeilijke campagnes van 2006 en 2007. Ik stak er enorm veel energie en tijd in. Met succes. De probleemploeg Astana werd het referentieteam voor de grote rittenkoersen. Vorig jaar mochten we niet naar de Tour maar wonnen we met Contador zowel de Giro als de Vuelta. Dit seizoen zetten we alles op de Franse ronde. Popovych en Zubeldia kwamen in steun. En dan heb ik het niet eens over Lance Armstrong. Afgaande op de situatie op de vooravond van de laatste Alpenrit, maakten we opnieuw de juiste keuze. We staan met Contador en Armstrong één en twee in het klassement. Kijk ik terug op de periode sedert ik het roer overnam bij Astana, dan voel ik me fier omdat ik mijn aandeel heb in het succesverhaal.

Anderzijds kenden we de jongste maanden ook veel problemen die niks met sport te maken hadden. Financiële problemen, omdat vanuit Kazachstan wel veel beloften kwamen maar geen geld. Iedereen moest maanden wachten op zijn centen. Toen heb ik iets gedaan wat eigenlijk tegen mijn natuur in druist: ik zette druk op de verantwoordelijken om zonder verdere zorgen de start van de Tour te halen. Ik vind dat ik daar de ploeg een serieuze dienst heb bewezen. Wat krijg ik daarvoor terug? Respect alleszins niet.

Ik wist dat Vinokourov op een bepaald moment een discussiepunt zou worden. Dat heb ik zo lang mogelijk afgehouden om rustig verder te kunnen werken. Ik zou de vrijdag voor de Tourstart in Monaco met Vino spreken over de mogelijkheden en de voorwaarden van een eventuele terugkeer. Maar wat doet hij? Daags voordien geeft hij - uitgerekend in ons hotel - een persconferentie die ik alleen maar provocerend kan noemen. Ik viel bijna achterover toen ik vernam wat hij daar allemaal verkondigde. Hij zou terugkeren bij Astana. In één adem vertelde hij er al bij welke koersen hij zou rijden. En als het Bruyneel niet aanstond, moest die maar opstappen. In plaats van hem te berispen, kreeg hij nog steun ook van de vicepresident van de Kazachse federatie. Ik was zogezegd maar een bediende die bovendien veel fouten had gemaakt en dus ontslagen kon worden. Dat aanvaard ik dus niet.
Johan Bruyneel

De teerlingen zijn geworpen

Johan Bruyneel | 20 juli 2009 om 11:07

'Alea iacta est'. De teerlingen zijn geworpen. Ik zag zonet een van kop tot teen in het geel stralende Contador in ons hotel in Menthon-Saint-Bernard. Het is nu onze bedoeling om Alberto naar de Champs-Elysées te leiden. Met Lance in de rol van zijn luxehelper.

Ik ben een tevreden man. Het plan dat we vanmorgen in Pontarlier in de teamautocar bespraken, werd quasi tot in de details uitgevoerd. We zouden een paar kilometer strak tempo rijden aan de voet en dan Alberto 'afschieten als een geweer'. El Pistolero. Alleen Saxo Bank nam plots de rol over, maar dat was niet in ons nadeel.

Lance stemde met de uitgestippelde strategie in. Hij wist al van de dagen voordien dat hij bergop Alberto niet zou kunnen volgen. Lance en Klöden moesten na zijn aanval de tegenstand controleren. Dat voerden ze uitstekend uit. Neen, het was geen ontgoochelde Lance die ik op de hotelkamer aantrof. Absoluut niet. Een week geleden had hij natuurlijk beter verwacht. Toen dacht ook hij nog deze Tour te kunnen winnen. Dat is logische houding van een topman als je zo dicht staat.

Ik overliep al mijn opties om deze Tour te kunnen winnen. Niemand heeft die moordende versnelling bergop als Contador. Bij mij primeert altijd het teambelang op het individuele belang van de drie renners. Dat blijft het eerste objectief, de rest is ondergeschikt. Lance is voldoende sportief om dit te aanvaarden. Armstrong staat nog tweede in het klassement na een break van 3,5 jaar. Het spanningsveld tussen Alberto en Lance is nu weggevallen. Dat geel zorgde bij Alberto voor een enorme ontlading. Het was één van de drie ritten die hij had aangestipt. Armstrong zal zich de volgende dagen ontpoppen als zijn luxeknecht. Ik denk ook niet dat dit de laatste Tour de France is van Lance.

Persoonlijk ben ik heel tevreden dat we konden wachten tot Verbier om dat geel te nemen. Ook Alberto zal nu wel erkennen dat ik het bij het rechte eind had toen ik die leiderstrui absoluut niet wilde op Arcalis. Woensdag in de etappe naar Le Grand-Bornard, met vijf cols, komen we nog hard onder vuur te liggen. Ik denk dat we sterk genoeg zijn om de schoten van Fränk en Andy Schleck, Evans en Sastre te laten afketsen. Deze Tour verloopt zoals ik gewenst had. Ik kijk enkel op van Bradley Wiggins. Ik had nooit durven voorspellen dat hij na de eerste Alpenrit op een derde plaats zou staan. Hij is voor mij dé revelatie. Anderzijds vond ik het sneu dat George Hincapie zaterdag door Garmin een dagje geel met vijf seconden werd ontnomen. Ik begrijp nog altijd niet wat Garmin bezielde om hun landgenoot de leiderstrui niet te gunnen. George is ook kwaad op ons. Hij zal wel afkoelen. Als hij de etappe analyseert, zal hij zien dat toen wij aan kop reden, zijn voorsprong pijlsnel steeg!

Johan Bruyneel

Verbier is zo'n typische Sastre-klim

Johan Bruyneel | 18 juli 2009 om 06:44
Mijn plan om met vier topmannen naar Verbier te trekken, is mislukt. Tegenslag, maar shit happens. Het uitvallen van Levi Leipheimer is een zware verzwakking van mijn ploeg. Ik was niet verrast toen de ploegdokter me vanmorgen meldde dat Levi eruit was. Het slechte nieuws kwam na het ontbijt. Fuck, puta de mierda, Scheisse. In alle talen werd de ontgoocheling geuit. Iedereen was aangeslagen toen hij het nieuws vernam. Het is zo anders als je een ploegmaat verliest omdat hij ziek is, gelost, buiten tijd, of omdat het op is. Het was een stomme valpartij. Ineens lag hij daar. Ik had donderdagavond laat al een slecht gevoel. Levi zou de volgende dagen op mijn schaakbord tactisch heel belangrijk worden. We zouden hem vooruitschuiven, waarom niet het geel laten nemen? Donderdagavond was het plan om met minimum vijf man samen over de top van de Platzerwasel te rijden om de laatste zestig kilometer aan te snijden. Afhankelijk van de snelheid. Ik rekende automatisch op mijn vier topmannen (ik gebruik het woord kopmannen niet langer) en op een goede dag van Zubeldia of Popovych of Paulinho. In dat geval was ik zeker van mijn stuk. Zonder Levi moest ik er ineens rekening mee houden dat het er ook drie konden zijn indien er vol gekoerst werd. Soit, we moeten verder met acht mensen. In 2007 was ik al na drie dagen Tomas Vaitkus kwijt die van onschatbare waarde is op het vlakke.

Mijn voorspelling kwam anders wel uit. Ook de Vogezen baarde een muis. De laatste col was wel maar gemiddeld vijf procent. Mijn drie resterende topmannen hebben nog maar weinig energie verspeeld. Ze konden zich al goed wegsteken. Ze voelen zich allemaal opperbest. Ik ben er blij om want volgende week krijgt mijn team wel veel werk op de plank. Verbier van zondag is de volgende afspraak. De rit zelf is niet superlastig, maar de aankomst wel. Het is lastiger dan velen laten uitschijnen. De Zwitserse col is maar 8,8 kilometer lang maar heeft doorlopend een klimpercentage tussen de 7 en 8 procent. Wij zijn niets van plan. Anticiperen is de opdracht. Ze gaan toch ooit eens moeten aanvallen. Ik verwacht geen samenzwering tegen ons in deze rit. De etappe naar Le Grand Bornand met vijf cols leent zich daar beter toe. Verbier is een typische Sastre-klim. Zijn Cervélo-team is ook duidelijk aan het beteren. Ik verwacht een aanval van de uittredende Tourwinnaar aan het begin van de klim. Daarna zal hij proberen in een strak tempo naar de top te rijden. Deze col zal volgens mij geen beslissende verschillen opleveren.
Johan Bruyneel

We kijken de kat uit de boom

Johan Bruyneel | 17 juli 2009 om 11:18
Vandaag staan we voor de moeilijkste etappe totnogtoe. Richting Colmar zijn er meer hindernissen dan we al kregen. Dit is lastiger dan de rit naar Arcalis, die weliswaar bergop eindigde. Dat maakt het verschil. Van ons uit moeten ze niets verwachten.

Wat hebben we vandaag dan weer geleerd? Eigenlijk niets, zoals we al sinds Arcalis niets leren. Maar dat is onze fout niet. Wij stippelen het parcours niet uit. Veel mensen zeggen dat het al een week een saaie bedoening is. Dat is hun volste recht, maar ik vind van niet. Ik voel het toch zo niet aan. Wat wil je dat wij eraan doen? Ik ben hier om met mijn team een negende keer te proberen de Tour te winnen. Wij willen deze koers gesloten houden tot de échte bergen. Tot zondag in het Zwitserse Verbier.

Anderzijds heeft Team Columbia de snelste spurter aan boord. Dus controleren ze mee de koers, samen met AG2R, die haar thuisbasis heeft in de Alpen. Er was vandaag wel weer de aanval van Cadel Evans. Een tweede gelijkaardige als zaterdagmorgen in Andorra. Dat zijn dingen die gebeuren. Toen Andy Schleck meetrok, moesten we handelen. Dat was even alert zijn, maar waar zou hij heen rijden? Ik begrijp deze tactiek niet goed. Het lijken eerder wanhoopspogingen.

Ook in de rit naar Colmar kijken we de kat uit de boom. Ik wil mijn vier musketiers ongehavend naar Pontarlier loodsen, de aankomstplaats van zondagmiddag. Al liep Levi Leipheimer in het slot van de donderdagetappe nog wat averij op. Zijn linkerkant is geschaafd. Dat is nooit handig wanneer je tegen zo'n etappe aankijkt. Zich verschuilen is de opdracht.

De cols die ze beklimmen ken ik best wel van uit mijn tijd dat ik zelf nog koerste. De Col de la Schlucht is bekend van de Tour 2005, toen de etappe eindigde op een millimeterduel tussen Weening en Klöden in Gérardmer. Het verschil was toen 9,6 millimeter, zo wil de overlevering. Dit keer rijden we echter langs de andere kant de Schlucht op. Iets langer, iets gemakkelijker. De Platzerwasel is redelijk moeilijk, maar van de top van deze col van eerste categorie tot de finish is het nog iets meer dan 62 km. Ook al volgt nog de Col du Firstplan. Kort, maar krachtig en best moeilijk. Dit levert zeker en vast wat feu d'artifice op, maar ik verwacht geen omwenteling in de klassering. We proberen de collectieve sterkte te behouden. En dat doen we met 'oortjes'. Ik vind dit de normaalste zaak van de wereld. Ik ben blij dat de UCI na vraag van ASO op de oorspronkelijke beslissing terugkwam. Dit is geen decor voor experimenten.
Johan Bruyneel

Lance gelooft er met de dag meer in

Johan Bruyneel | 16 juli 2009 om 09:24
Met de dag worden de verhalen over het zogenaamde 'schisma' tussen Lance Armstrong en Alberto Contador meer opgeklopt. Een typisch fenomeen in een Tour waarin de Pyreneeën alleen al door het vastgelegde traject niet gaven wat de wereld wou, en de snipperdagen waar we nu aan toe zijn. Werkelijk alles wordt erbij gesleurd om toch maar te bewijzen dat ik pro Lance Armstrong en tegen Contador ben. Komaan zeg! Ik wil met dit team de Tour winnen. Punt. Zo vroegen ze me op de NOS of mijn truitje van Livestrong mijn voorkeur verraadde. Mag ik dat dan niet dragen?

In de Franse krant L'Equipe werd er een onbegrijpelijk schema gemaakt van het dak van onze volgauto met de plaatsing van de reservefietsen. Wel, die van Contador én Armstrong staan rechts. En dan? De columnschrijver Brunel probeert te bewijzen dat Alberto me minder ligt door aan te stippen dat ik amper in de Vuelta en de Giro was. Ik volgde volledig de Tour van 2007 en de Vuelta van 2008 en was erbij de laatste tien dagen in de Ronde van Italië toen het erom ging. De bedoeling ken ik. Er wordt een trend gezet. De media stellen deze Tour voor als het sprookje van Roodkapje en de boze, oude wolf. Ik hoef geen tekeningetje te maken wie Roodkapje is.

Armstrong geeft een extra dimensie aan deze Tour die in vergelijking met vorig jaar toch drie wereldvedetten erbij heeft. Dan heb ik het over Lance, Contador en Tom Boonen. Voeg daar nog Andy Schleck en Fabian Cancellara aan toe en je bent rond. De comeback van Lance wordt in Frankrijk op applaus onthaald, hoewel het in het begin van het jaar nog anders was. Dat merken we bijvoorbeeld aan de gele Livestrong-armbandjes die een nieuwe hausse bereiken. Dat geld gaat niet naar zijn stichting maar exclusief naar La Ligue Française Contre Le Cancer. Zijn boodschap slaat aan. Dat weten we ook via Nike. De mensen kunnen een boodschap afgeven die dan via een camion op de Franse Tourwegen wordt gespoten.

Ik zie hier ook een andere Armstrong dan die van 2005. Hij blijft veel meer relaxed. Ook in de koers is hij veel minder geobsedeerd dan vroeger. Soms zit hij in het midden van het peloton te babbelen of zelfs achterin. Vroeger was dat niet waar geweest. Dan zaten we met z'n allen drie weken in een luchtbel. Heel het team moest in de eerste twintig van het peloton rijden. Hij is nu clever genoeg om bijtijds op te schuiven.

Lance gelooft er met de dag meer in. Hij denkt dat hij kan winnen. Maar zo denkt Contador ook en waarschijnlijk ook Levi Leipheimer. Al is Levi de enige die dat niet zegt.
Johan Bruyneel

Een flauwe Quatorze Juillet

Johan Bruyneel | 15 juli 2009 om 09:28
Een succesvolle man is hij die een stevige fundering voor een huis kan bouwen met de stenen die naar hem worden gegooid. Sorry voor deze filosofische beschouwing maar ik vind me vandaag best gelukkig. Sterke uitspraken uit de geschiedenis sla ik op. De andere citaten spoel ik door. Ik had vandaag ook veel tijd om na te denken. Wat hebben we vandaag gedaan? Met de auto gereden, met z'n allen chauffeur gespeeld. De Fransen denken er natuurlijk anders over, maar het wielrennen is niet meer zoals vroeger. Dit was vandaag een heel onwennig gedoe zonder oortjes. Zowel voor de renner, de ploegleider, de manager of de UCI-commissaris.

Vroeger waren er 12 ploegen van 10 man aan de start. Qua publiek was het ook al een tiende van vandaag. Gelukkig heeft het peloton de nodige kalmte bewaard om zonder al te veel kleerscheuren door deze etappe te komen.

Ik zag een consensus en een zekere entente onder de G14. Wij hadden de volledige controle over de koers. De houding van de ploegen die beslisten blok te vormen was niet enkel ingegeven door veiligheidsoverwegingen. Dit was vooral ook een principiële kwestie. Er zijn in deze sport al veel te veel dingen gebeurd zonder ons - de acteurs - te raadplegen. De UCI en ASO hebben nu weer voet bij stuk gehouden, maar ze zijn niet in hun opzet geslaagd. We reden zonder oortjes, akkoord, maar het was toch slechts een Pyrrhus-overwinning. De solidariteit onder de teams bleef boven water.

Alleen de Rus Ignatiev had het eerst niet begrepen, maar reed dan de hele rit mee als blok aan het been van de drie Fransen. Radiostilte op alle fronten. Als ik me niet vergis was de afschaffing ingevoerd om meer spektakel te forceren. Ik heb geen spectaculaire zaken gezien, of ze moeten me ontgaan zijn.

Het was een belachelijke rit die in belachelijke omstandigheden werd gereden. Ik denk niet dat het een leuke nationale feestdag was voor de Fransen. Ze kregen een koekje van eigen deeg. Ik hoor dat Martin Bruin het had over een normale etappe zoals dit al een eeuw het geval is in de Tour de France. Neen, dit is onjuist. Heb je gezien wie de achtervolging op de Fransen leidde? Het waren niet enkel de twee spurtersploegen, maar iedereen wou dat die Fransen niet tot het einde gingen. Andere eeuwige afbrekers insinueerden dat ik de petitie leidde omdat mijn team dan weer zonder slag of stoot een dagje dichter bij Parijs kwam. Onzin natuurlijk.

Tourbaas Christian Prudhomme verweet me dat ik sprak van een experiment en dat die test eigenlijk tijdens het Franse kampioenschap werd gehouden. Dat heeft niets met de UCI te maken. Ik ben ook niet van gisteren. Dat kampioenschap werd in rondjes betwist. Op de lus stonden per team op verschillende plaatsen drie ploegleiders renners raad toe te schreeuwen. Ik denk dat het niet meteen op Tour de France-niveau een leuke Quatorze Juillet was voor de Fransen. Dat is onze fout niet. Ze hebben het zelf gezocht. Met ouder te worden kan ik het Tourcircus beter relativeren. Ik kan kan me echter nog altijd enorm opwinden in die onrechtvaardigheden.die we moeten slikken van ASO en de UCI.