De gemeenteraad keurde op zijn jongste vergadering een nieuw subsidiereglement goed. Het oude dateerde nog van halverwege de jaren zeventig.
Het uitgangspunt van het nieuwe reglement is een gelijkschakeling van de verschillende verengingen enerzijds en het creëren van een stimulans voor het organiseren van producties door verenigingen anderzijds.
De totale subsidiepot voor de sociaal-culturele verengingen (33.000 euro op jaarbasis) blijft wel gelijk. Het traditionele onderscheid tussen de verenigingen van categorie A (vormingsverenigingen) en categorie B (Amateurkunsten zoals muziek, dans, toneel, koor, fanfare…) wordt opgeheven. Verder worden en 4 soorten subsidies voorzien.
De basissubsidie voor elke vereniging wordt opgetrokken van 99,16 euro naar 120 euro. Om deze te bekomen moet de vereniging erkend zijn door de Cultuurraad, een werkingsverslag indienen van het voorbije jaar met daarin o.m. de samenstelling van het bestuur, het ledenaantal, de data van de bestuursvergaderingen en een chronologisch overzicht van de activiteiten. Bovendien moeten de verenigingen in orde zijn met de wetgeving op het vrijwilligerswerk, regelmatig aanwezig zijn op de algemene vergaderingen van de Cultuurraad en bereid zijn deel te nemen aan de overkoepelende activiteiten van de Cultuurraad.
Alle verenigingen kunnen ook genieten van een werkingssubsidie voor activiteiten die plaatsvonden in het voorbije werkjaar. Met activiteiten bedoelt men organiseren van lessen, voordrachten, debatavonden, vorming, repetities, opluisteren van vieringen, optredens of concerten van andere verenigingen e.d. Bestuursvergaderingen komen niet in aanmerking. Hiertoe dient de vereniging begin januari een werkingsverslag in met bewijsstukken over de activiteiten van het voorbije jaar. De subsidie bedraagt 20 euro per activiteit me een maximum van 240 euro per jaar en per vereniging.
Nieuw in het reglement is de productiesubsidie waarvoor de verenigingen in aanmerking komen die met een eigen creatie naar buiten komen, gerealiseerd en georganiseerd door vereniging zelf en toegankelijk voor een breed publiek (voorstelling, concert, opzetten van tentoonstelling, uitgeven van een boek,..). Het inhuren van een gastspreker, een muziekgroep, enz valt hier niet onder. Tot de ingediende kosten worden enkel productiekosten gerekend, dus geen kosten van catering of drank.
Tenslotte zijn er ook nog de subsidies voor activiteiten van uitzonderlijke aard. Hiermee worden activiteiten bedoeld die niet tot de gewone werking behoren en precies wegens de uitzonderlijke aard worden gesubsidieerd. Hiertoe dient de vereniging een aanvraag in bij het College van Burgemeester en Schepenen die ook het advies inwint van de Cultuurraad. Bij deze aanvraag moet ook een gemotiveerde verantwoordingsnota worden ingeleverd, alsook een gedetailleerde raming van inkomsten en uitgaven van het bijzondere project.
Met dit vernieuwd subsidiereglement wil de Cultuurraad de Dilbeekse sociaal-culturele verenigingen voldoende financiële ondersteuning bieden om hun activiteiten te ontplooien. Tegelijk wil het reglement ook meer stimulansen aanreiken voor het organiseren van eigen producties, al dan niet in samenwerking met meerdere verenigingen.
www.cultuurraad-dilbeek.be