feb
2009
Natuurpunt Gent en het Gents Milieufront bezorgen ons elke twee weken afwisselend een 'groene tip'. 's Winters geraken vogels moeilijk aan voedsel, terwijl ze extra energie nodig hebben om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Insecten zijn grotendeels verdwenen en bessen vaak al op. Regen en sneeuw maken het de zaadeters moeilijk om bij hun voedsel te komen. Het bijvoederen van vogels in de winter is bij veel mensen dan ook een populaire bezigheid. Iedere vogel eet zoals hij gebekt is, maar we geven graag enkele tips om op een goede manier vogels te voeren. Je krijgt er een schitterend schouwspel voor terug! Overleven in de winter
Elke vogelsoort komt op zijn manier de winter door. Veel soorten trekken weg naar het zuiden zoals ooievaars en zwaluwen. Andere komen vanuit Scandinavië naar ons land waaronder ganzen en roodborstjes. Nog andere vogels, de ijsvogel bijvoorbeeld, blijven hier het hele jaar. Veel zangvogels zoeken in de winter beschutting en voedsel in dorpen en steden. Zuiver biologisch gezien moet je vogels niet bijvoederen. Toch zijn er een aantal redenen om dat wel te doen in barre tijden. Allereerst verteren vogels bij strenge vorst snel hun vetreserves om hun hoge lichaamstemperatuur van zo'n 40° te behouden. De dagen zijn ook kort, waardoor er weinig tijd is om voedsel te zoeken. Bovendien is het natuurlijke voedselaanbod voor vogels de voorbije decennia sterk afgenomen door verstedelijking, industrialisering en intensivering van de landbouw. Vogelvriendelijke tuinen Hoeveel en welke soorten vogels zingen, broeden en eten in je tuin hangt af van wat je ze te bieden hebt. Een nestkastje alleen volstaat niet om een vogelgezinnetje gelukkig te maken. Veel belangrijker is de spontane natuur in je tuin. In vogelvriendelijke tuinen vind je streekeigen bomen, bloesem- en bessenrijke struiken, bloemenveldjes die insecten aantrekken, ‘wilde’ hoekjes waar zelfs wat brandnetel als ‘opperonkruid’ wordt gedoogd. Je vindt er hier en daar dood hout of gestapelde bakstenen, waar ongewervelden in overleven. Veel vogelsoorten zoeken hun voedsel op de grond. Een sneeuwvrije plek is dan ook een geschikte voederplaats, liefst in de buurt van struiken of een haag, zodat vogels bij gevaar snel een veilige plek kunnen vinden. Een overdekt voederhuisje beschermt het voeder tegen regen en sneeuw. Een open voederplank is dan weer makkelijk toegankelijk, maar moet openingen hebben op de hoeken voor de afvoer van regenwater. Het is belangrijk dat je de voedertafel regelmatig schoonmaakt met heet water en een borstel, zodat de vogels niet ziek worden van rot voedsel of ziektekiemen. Let op dat er geen kat bij de plank of het huisje kan. Tips voor het voederen
• Voeder niet teveel tegelijk en liefst ’s ochtends en tijdens de vooravond.
• Geef geen voedsel waarin zout is verwerkt. Kaas en brood mag wel.
• Voeder zeker geen margarine of boter, die werken als laxeermiddel.
• Voedsel dat makkelijk bevriest, zoals appels, geef je als geheel en niet in stukjes. • Voeder nooit vet en pinda's in de tijd dat vogels jongen hebben! De meeste jongen eten insecten.
• In de winter is water even belangrijk als voedsel. Wanneer het gesneeuwd heeft, is het niet nodig voor water te zorgen. Bij vorst nooit zout in het water doen.
Op 7 en 8 februari organiseert Natuurpunt een nationaal telweekend. Meetellen is eenvoudig. Alle info vind je op

Nieuwsoverzicht







Dominique Dierick brengt Gent en Gentenaars in beeld. Bekijk zijn werk in
Kijk binnen in de wondere wereld van Rudi Moeraert. Ontdek zijn