Dichter, schrijver, essayist en scenarist Joris Denoo geeft zijn kijk op Kortrijk. Wij nodigen u uit om mee te lezen.
DE BURGERS VAN DARLINGEN
Een honderdtal kilometer van de hoofdstad verwijderd, tegen de spoorweg aangehurkt, ligt een kleine stad, die we om verschillende redenen Darlingen zullen noemen.
Die stad telt ongeveer veertienduizend inwoners. Er zijn diverse kerken en kloosters, en een ziekenhuis dat omwille van zijn ouderdom en zijn Gothische bouwstijl zeker de aandacht van kunstliefhebbers zal trekken. Wanneer men ongeveer vijftien jaar geleden in Darlingen halt hield, en de navel van de stad naderde, ontwaarde men eerst en vooral fabrieksschouwen die boven grote werkhuizen uit torenden.
Daardoor was men geneigd Darlingen als een druk economisch centrum te beschouwen. Dit gevoel werd nog versterkt door de concrete drukte in de fabriekswijken. Nauwelijks echter was men de lange toegangsstraten gepasseerd, of die drukte verminderde aanzienlijk. In de plaats daarvan trad stilte in, vooral toen men het centrum van Darlingen naderde.
Ja, er waren brede, mooie straten met grote huizen, bewoond door vermoedelijk welvarende mensen. De gevels van die huizen waren echter vuil en grijs. De meeste luiken voor de vensters waren permanent dicht en de trottoirs zagen groen van het gras, dat hier en daar zelfs tot het midden van de straat reikte.
Een zeldzame keer ontmoette men er een levende ziel. Het was er stil en doods, alsof iedereen de hele dag sliep. Alleen het geklep en gelui van klokjes en klokken doorbrak af en toe die stilte, in vele hoeken van de stad. En overal was het stil en eenzaam, met uitzondering van de fabriekswijken. Ook genoot Darlingen de dubbele faam een rijke, maar buitengewoon vervelende stad te zijn. (…)
Nu zijn we de fabrieken voorbij. Werp uw blik op lange, eentonige straat die zich voor u ontrolt, met die gesloten huizen, die stilte, het gras dat tussen de stenen groeit: zeggen die tekenen van bewegingloosheid u niet dat Darlingen wil slapen, terwijl iedereen wakker is en werkt? (…)
Ook spreekt men er onder elkaar vaak kwaad van een ander; veel goeds zegt men niet. (…). Dit is het begin van de roman De Burgers van Darlingen. Ik heb er hedendaags Nederlands van gemaakt.
Voor de rest is er de afgelopen eeuwen nog niet veel veranderd in de stad waar de schrijver het over heeft, tenzij misschien het aantal inwoners. Ik draag dit stuk op aan de mannelijke begijn (bijgenaamd Blauwkapje) Frans L.
JORIS DENOO & HENDRIK CONSCIENCE
Joris Denoo
Oude Ieperseweg 85
BE-8501 HEULE
0479630279
joris.denoo@telenet.be