29 november 2005
Busjournalistiek
Eigenlijk zou de bus nemen een verplicht schoolvak voor journalisten moeten zijn. Als op een ochtend de batterijen van je discman leeg zijn en je hebt geen nieuwe bij, dan zit er dus niets anders op dan op de gesprekken van medereizigers in te tunen. En met wat je dan hoort, kan je de hele waaier van journalistieke genres vullen.
De hoofdbrok is natuurlijk de roddelpers, met als belangrijkste leveranciers de pubermeisjes-in-uniform ("Sofie heeft op de fuif met zeker drie jongens gekust!") en de vrouwelijke helft van de zestigplussers ("Mariette van de bakker van achter de hoek was weer zat toen ze gisteren op de bus stapte"). Je hebt ook vaak collega's die onderweg naar het werk nieuwsberichten uitwisselen, en niet zelden volgt daar een analyse op, een opinie, én heel wat commentaar. Over sommige gebeurtenissen kan je een hele reportage schrijven, zoals de keer dat één van de jongens een ontdekking had gedaan en prompt al zijn vrienden met sterkere ontdekkingen aan kwamen zetten. De jongens op de bus zijn trouwens altijd een dankbare bron, want door hun gedetailleerde sportverslagen kan ik ten minste volgen met de gesprekken van mijn mannelijke klasgenoten.
Meisjes zijn dan weer iets anders in hun journalistieke aanpak op de bus. Vriendinnen die elkaar lang niet gezien hebben gaan over tot de interviewtechniek ("-En, wat volg je nu? -Orthopedagogie. -Leuk? - Ja, maar wel intensief. En elke avond les tot zeven uur"). In plaats van sportverslagen gaan zij ook meer de culturele toer op, met recensies van het laatste toneelstuk dat ze hebben gezien ("Eerst was het nog wel grappig dat ze elkaar telkens voorbijliepen, maar na een tijdje hadden ze nog steeds niets gezegd en dan werd het wel saai").
Wat ik vooral interessant vind, zijn de ontelbaar veel verschillende mensen die elke dag je pad kruisen, en die misschien allemaal wel een mooi verhaal verbergen. Misschien doe ik dat wel, later. Portretten schrijven van onbekende mensen die toevallig bij mij op de bus stappen. En anders kan ik nog altijd onderzoeksjournalist worden, want zelfs op de bus zijn er mysteries op te lossen: Waar is bijvoorbeeld het deftige heertje dat maandenlang elke dag op dezelfde zetel zat, en toen plots nooit meer aan zijn halte verscheen? Dood? Op pensioen? Of is gewoon zijn auto gerepareerd?
Geplaatst door Marte om 08:00 nm | Permalink





