Het was nul graden en 4u21 op het infobord aan het industrieterrein van de Lozen Boer, en onderweg was ik één personenwagen en één vrachtwagen internationaal vervoer gekruist. Op de Beerveldse baan nog een vrachtwagen, die stil hield, om een lamp van de straatverlichting te vervangen.
Het perron was verlicht en ik kon makkelijk parkeren, op het eerste vak naast de blauw geschilderde vakken, voorzien voor de personen met een lichaamsbeperking.
Ik dacht: ik zie er de burgemeester wel, of één van die frisse hostessen die maandag uitstapte. Of Tom van de Breughel die een dampende kap koffie met een boterkoek aanbiedt aan de eerste reiziger, die wacht op de trein van 4u32, richting Antwerpen. Of de vakbonden, om de NMBS te bedanken.
Opdat men mij zou geloven en niet zou denken dat ik dit verhaaltje gewoon maar verzin, fotografeer ik het stationsuurwerk. Het is dan 4u27 of zo, tijd om nog eens naar mijn auto te stappen, en die handige kaartjes met de uurregeling te nemen. Dan kan ik die eerste treinreiziger toch een klein nuttig cadeautje geven. Heeft die man of vrouw dan geen fanfare als verwelkoming, hij heeft dan toch iets waar hij kan op rekenen: een uurtabel van de treinen.
Ik voelde niet echt spanning, al dacht ik terug aan de woorden van de burgemeester, van vorige maandag: 'We moeten zuinig zijn met woorden, maar misschien mag hier toch wel het woord historisch gebruikt worden.'
Dat ik dat dan nog, op 55-jarige leeftijd mag meemaken: een historisch moment, in het jaar dat een man die zei Yes, we can, president werd van de Verenigde Staten. Ik, die kleine bakkerszoon uit het dorp: die de eerste treinreiziger zou ontmoeten die na 24 jaar op de trein stapt in Beervelde.
4u30. De bel gaat, de slagboom gaat naar beneden. In tegenstelling tot maandag kwam er geen aangename stem uit de geluidsinstallatie om de trein aan te kondigen. 'Misschien te vroeg, en willen ze de mensen die hier in de buurt wonen niet storen, dacht ik. Eén auto houdt halt voor de slagboom.
De trein rijdt het station binnen. Ik fotografeer hem, al besef ik dat, ook na die fotocursus die nog maar twee dagen oud is, die foto van een rijdende trein in het donker niet veel zal opleveren.
Traag komt de trein tot stilstand, een paar tientallen meter voorbij het wachthokje waar ik in sta. De conducteur stapt af, ik hoor hem iets roepen. Wellicht verbaast hij zich erover wat die ene man met een kap over het hoofd in dat wachthokje staat te doen. Hij stapt terug in, de trein rijdt weer verder.
Historische momenten. Het lijkt me eerder iets voor de speeches en de geschiedenisboeken. Ik zal ze nooit meemaken, zo blijkt. Maar dat hoeft ook niet. Een bakkerszoon kan ook met heel weinig gelukkig zijn. Het is nu 5u04. Om 5u31 moet ik daar terug staan. Tot straks.