Uit een van de tenten kwam een bebaarde man te voorschijn, die het haar in een paardenstaart droeg. Hij daalde behendig af naar de weg, waar hij ons hartelijk begroette: ,,Welkom in Motan Wali’’, zei Stéphane Hauser, de Franse chef van het kleine AZG-tenthospitaaltje. Vervolgens maakte ik kennis met twee artsen die in het gezondheidscentrum werkten: dr. Naeem Mhhammad Kahn, een plaatselijke arts, die hier tien dagen kwam helpen en dr. Hilde Declercq uit het Belgische Mechelen, die al twee maanden in dit arendsnest verbleef en nog het dubbele voor de boeg had.
Verder maakte ik kennis met Attik, en man met een strakke, zwarte baard en diepliggende ogen. Hij bleek de Pakistaanse assistent van Stéphane. Attik sprak uitstekend Engels en zou mijn tolk zijn bij een uitgebreide verkenning van het dorp. Spoedig later waren we op weg.
,,Welkom in de Vallei des Doods’’, zo introduceerde Attik onze missie. Toen hij mijn verbaasde blik zag, verklaarde hij: ,,Motan Wali, de Vallei des Doods.’’ Het zou niet lang duren voordat ik begreep waarop die sinistere naam sloeg.
Motan Wali behoorde tot een geheel van 14 dorpen die gemeenschappelijk bekend waren als Bhedi, een regio in het district Bagh. De Line of Control was vlakbij. Van bij de gehavende moskee van Motan Wali konden we India zien. Het was zo dichtbij dat je er binnen het uur naartoe kon lopen. Ook hier had de helft van de bewoners de winter doorgebracht in Bagh. Nu waren ze terug: om zich voor te bereiden op de volgende winter. De vallei had geen elektriciteit en kreeg jaarlijks tussen de drie en de vier meter sneeuw te verwerken. Stroomafwaarts de rivier werd elke uitgang geblokkeerd door de bestandslijn en de aanwezigheid van India, stroomopwaarts lag de 2.698 meter hoge Haji Pir-pas, die duizend meter boven de valleivloer uittorende. Het was een val. Indien je hier tijdens de wintermaanden iets overkwam, zat je opgesloten als een vis in een fuik.
In het theehuis van Motan Wali, vlak naast het belangrijkste winkeltje van het dorp, trof ik de dorpsbewoners. Ze stonden er allemaal op me thee aan te bieden. Iedereen wenste de vreemdeling de hand te drukken en persoonlijk welkom te heten in dit hol van Pluto.
,, De regering deed na de aardbeving niks voor ons’’, zei een magere man met een woeste baard en een bruine, wollen muts op het hoofd. ,,Alleen AZG heeft ons geholpen, Allah zij geloofd!’’ Allemaal zaten ze te wachten op het beloofde compensatiegeld, zodat ze hun huizen konden herbouwen en hun leven konden hernemen. Driekwart van de mensen in deze woeste bergvalleien hadden familieleden verloren door de aardschok. Gezamenlijk betreurden ze meer dan duizend doden. In de aanloop naar de nieuwe winter hadden de dorpelingen maar één vrees: dat AZG aan het einde van de zomer zijn matten zou rollen en ze opnieuw van alle medische zorgen verstoken zouden worden. ,,Hoe hebben ze het dan vroeger gered?’’, vroeg ik via Attik.
Een oude man met een zilveren baard en een gebeeldhouwde, profetische kop, schraapte omstandig zijn keel en nam het woord. ,,Als er in de winter iemand zwaar ziek wordt, of één van onze vrouwen in moeilijkheden geraakt tijdens de bevalling, moeten we met twintig man uitrukken om te voet naar Bagh te gaan’’, zei hij. ,,Vier man om de brancard te dragen en nog eens zoveel om hen af te lossen en de rest om de sneeuw te breken. Het gebeurt dat sommigen van ons tijdens zulke tochten onderweg zélf sterven. Omdat ze doodvriezen, of onder de sneeuw bedolven geraken.’’ Ik probeerde me deze karavanen van wanhopig vechtende mensen voor ogen te halen, op weg naar de pas en dan weer helemaal omlaag en helemaal tot Bagh, een tocht waar ikzelf in een 4x4-voertuig zeven uur had over gedaan, onderweg twee passen kruisend.
,,In het beste geval halen we het op twee dagen’’, zei de Profeet, die tijdens het verhaal voortdurend over zijn baard streek, die daardoor de vorm van de hals van een Perzische vaas had gekregen. Tot zover de in het Westen nog ruimschoots overlevende gedachten over romantische ingesneeuwde bergstammen in de verre valleien aan de voet van de Himalaya, dacht ik. Zonder adequate medische hulp kon een eenvoudige verkoudheid hier een paar dagen later eindigen in een fatale longontsteking en élke bevalling was een spelletje Russische roulette.
,,We bidden dan ook dagelijks tot Allah dat AZG bij ons blijft’’, zei de oude man.
Verder maakte ik kennis met Attik, en man met een strakke, zwarte baard en diepliggende ogen. Hij bleek de Pakistaanse assistent van Stéphane. Attik sprak uitstekend Engels en zou mijn tolk zijn bij een uitgebreide verkenning van het dorp. Spoedig later waren we op weg.
,,Welkom in de Vallei des Doods’’, zo introduceerde Attik onze missie. Toen hij mijn verbaasde blik zag, verklaarde hij: ,,Motan Wali, de Vallei des Doods.’’ Het zou niet lang duren voordat ik begreep waarop die sinistere naam sloeg.
Motan Wali behoorde tot een geheel van 14 dorpen die gemeenschappelijk bekend waren als Bhedi, een regio in het district Bagh. De Line of Control was vlakbij. Van bij de gehavende moskee van Motan Wali konden we India zien. Het was zo dichtbij dat je er binnen het uur naartoe kon lopen. Ook hier had de helft van de bewoners de winter doorgebracht in Bagh. Nu waren ze terug: om zich voor te bereiden op de volgende winter. De vallei had geen elektriciteit en kreeg jaarlijks tussen de drie en de vier meter sneeuw te verwerken. Stroomafwaarts de rivier werd elke uitgang geblokkeerd door de bestandslijn en de aanwezigheid van India, stroomopwaarts lag de 2.698 meter hoge Haji Pir-pas, die duizend meter boven de valleivloer uittorende. Het was een val. Indien je hier tijdens de wintermaanden iets overkwam, zat je opgesloten als een vis in een fuik.
In het theehuis van Motan Wali, vlak naast het belangrijkste winkeltje van het dorp, trof ik de dorpsbewoners. Ze stonden er allemaal op me thee aan te bieden. Iedereen wenste de vreemdeling de hand te drukken en persoonlijk welkom te heten in dit hol van Pluto.
,, De regering deed na de aardbeving niks voor ons’’, zei een magere man met een woeste baard en een bruine, wollen muts op het hoofd. ,,Alleen AZG heeft ons geholpen, Allah zij geloofd!’’ Allemaal zaten ze te wachten op het beloofde compensatiegeld, zodat ze hun huizen konden herbouwen en hun leven konden hernemen. Driekwart van de mensen in deze woeste bergvalleien hadden familieleden verloren door de aardschok. Gezamenlijk betreurden ze meer dan duizend doden. In de aanloop naar de nieuwe winter hadden de dorpelingen maar één vrees: dat AZG aan het einde van de zomer zijn matten zou rollen en ze opnieuw van alle medische zorgen verstoken zouden worden. ,,Hoe hebben ze het dan vroeger gered?’’, vroeg ik via Attik.
Een oude man met een zilveren baard en een gebeeldhouwde, profetische kop, schraapte omstandig zijn keel en nam het woord. ,,Als er in de winter iemand zwaar ziek wordt, of één van onze vrouwen in moeilijkheden geraakt tijdens de bevalling, moeten we met twintig man uitrukken om te voet naar Bagh te gaan’’, zei hij. ,,Vier man om de brancard te dragen en nog eens zoveel om hen af te lossen en de rest om de sneeuw te breken. Het gebeurt dat sommigen van ons tijdens zulke tochten onderweg zélf sterven. Omdat ze doodvriezen, of onder de sneeuw bedolven geraken.’’ Ik probeerde me deze karavanen van wanhopig vechtende mensen voor ogen te halen, op weg naar de pas en dan weer helemaal omlaag en helemaal tot Bagh, een tocht waar ikzelf in een 4x4-voertuig zeven uur had over gedaan, onderweg twee passen kruisend.
,,In het beste geval halen we het op twee dagen’’, zei de Profeet, die tijdens het verhaal voortdurend over zijn baard streek, die daardoor de vorm van de hals van een Perzische vaas had gekregen. Tot zover de in het Westen nog ruimschoots overlevende gedachten over romantische ingesneeuwde bergstammen in de verre valleien aan de voet van de Himalaya, dacht ik. Zonder adequate medische hulp kon een eenvoudige verkoudheid hier een paar dagen later eindigen in een fatale longontsteking en élke bevalling was een spelletje Russische roulette.
,,We bidden dan ook dagelijks tot Allah dat AZG bij ons blijft’’, zei de oude man.

Reacties