Bij de laatste voorbereidingen die ik trof om naar Kaboel te gaan, waren een paar zaken waar ik liefst niet te lang wilde bij stilstaan. Ik liet in Islamabad mijn volgeschoten filmrolletjes achter bij Axelle Vandoornick van Artsen Zonder Grenzen en gaf haar ook een diskette met alles wat ik tijdens deze reis al had geschreven.
,,Je weet maar nooit…’’ zei ik en besefte dat het pathetisch klonk, maar ik voelde ook aan dat er over de westgrens met Pakistan een land lag waar het toeval een grotere rol zou spelen dan in alle andere landen die ik tijdens deze reis had bezocht: het toeval om op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn.
De volgende twee dagen besteedde ik aan het over en weer rijden naar de Afghaanse ambassade, waar mijn visum werd geproduceerd. Na het afdokken van 30 dollar werd mij uiteindelijk de toegang tot het land vergund via een fraai visum, waarop zelfs een elektronische pasfoto was ingebracht. Er viel nu geen tijd meer te verliezen. Nauwelijks een uur later sommeerde ik een taxi en reed naar het busstation waar ik een ticket voor de volgende bus naar Pesjawar kocht. De reis naar Kaboel was begonnen.
,,Je weet maar nooit…’’ zei ik en besefte dat het pathetisch klonk, maar ik voelde ook aan dat er over de westgrens met Pakistan een land lag waar het toeval een grotere rol zou spelen dan in alle andere landen die ik tijdens deze reis had bezocht: het toeval om op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn.
De volgende twee dagen besteedde ik aan het over en weer rijden naar de Afghaanse ambassade, waar mijn visum werd geproduceerd. Na het afdokken van 30 dollar werd mij uiteindelijk de toegang tot het land vergund via een fraai visum, waarop zelfs een elektronische pasfoto was ingebracht. Er viel nu geen tijd meer te verliezen. Nauwelijks een uur later sommeerde ik een taxi en reed naar het busstation waar ik een ticket voor de volgende bus naar Pesjawar kocht. De reis naar Kaboel was begonnen.

Reacties