Naarmate we dichter bij de Line of Control kwamen begon ik ook meer artilleriestellingen te zien, met geschutsemplacementen waaruit de lopen van 155 mm-kanonnen priemden, die vanuit hun hoge posities de hele vallei beheersten. Pakistan en India hadden sinds 1947 drie oorlogen over Kashmir uitgevochten (driemaal hadden de Indiërs op hun donder gekregen). Ontelbare artillerieduels waren over deze valleien uitgevochten.
Uiteindelijk kwamen we boven de boomgrens. Hier en daar had de aardbeving flinke happen uit de weg gebeten, waardoor je recht tot op de bodem van het dal kon kijken. Hoog boven ons, in een schijnbaar onmogelijk te bereiken positie zag ik de pashoogte liggen, gemarkeerd door een controlepost van het Pakistaanse leger.
De formaliteiten voor het kruisen van de pas waren kort: de korporaal met wacht schreef mijn paspoort af en de kapitein die het bevel voerde over deze verheven stelling kwam even poolshoogte nemen. Maar toen hij het AZG-embleem op de auto zag, gebaarde hij ons door te rijden. De weg viel nu omlaag in een woeste vallei en we reden een uur lang langs ravijnen die zo stijl waren dat één stuurfout het onherroepelijke einde zou betekenen. De weg zelf was niet meer dan een karrenspoor, vol diepe groeven en glibberig van de eerste moessonregens. Het leek wel of we naar het einde van de wereld reden.
Beneden in deze godvergeten vallei kruisten we de rivier en niet veel later verschenen de eerste huizen van een klein dorp, dat als een vogelnest tegen de berghelling leek gekleefd. Op de platte, aarden daken van de huizen stonden hier en daar nog tenten waarin de bewoners de nacht doorbrachten, terwijl ze volop bezig waren hun ingestorte woningen te herstellen. Aan het begin van het dorp sprong één nederzetting eruit: een serie blauwe tenten, waarboven de vlag van AZG wapperde.

Reacties