Vroeger - in mijn stoer(der)e dagen - durfde ik al wel eens aan een stel toogvrienden verklaren dat ik alleen maar kinderen wou als het een tweeling zou zijn. Het moest dan ook nog eens een twee-eiige tweeling zijn - meisje en jongetje. Kreng en Krapuul zouden ze heten, kwestie van meteen hun karakter te vormen. Gelach alom, een makkelijk succesje op een doodbloedende vrijdagavond.
Gelukkig voor mijn nageslacht was ik toen nog overtuigd kinderloos. Vandaag de dag zou ik er echter zonder al te veel moeite mee wegkomen.
Ploegend doorheen tientallen namenlijsten en sites met "hippe en unieke babynamen" kwam ik de volgende pareltjes tegen (om verwarring te voorkomen heb ik ze een passend kleurtje gegeven).
Albiona, Bahrein, Bru, Caesar, Edelweiss, Latino, Mona-Lisa, Mexx, Mingus, Naturelle, Poen, Testimony, Thorgal, Rolex, Vitaline, Zoen, Zoet en Zorro.
Anderen luisteren dan weer naar Tomasz, Veera, Frijja of Qwinten. Leuk hoor, kan je meteen de rest van je leven spenderen met de juiste schrijfwijze van je naam uit te spellen.
Ben ik nu de enige die het vreemd vind dat ouders hun allerindividueelste drang naar originaliteit op de kap van hun kinderen willen botvieren? Al kan je je de vraag stellen hoe origineel het is je zoon of dochter te vernoemen naar een land, horlogemerk of stripfiguur. Misschien hebben die kinderen later zelfs helemaal niet de behoefte om op die manier boven de massa uit te steken. En dan moeten ze betalen om Jan, Lies, Tom of Sofie te heten.
Aan de ander kant, van mij mogen ze. De zoektocht tussen die tienduizenden voornamen wordt er een stuk grappiger op...