De Primavera is met geen pen te beschrijven. Je moet er zelf tussen hebben gehangen. Het is een heel mooie wedstrijd. Milaan-Sanremo roept bij mij veel beelden op: de ploegdokter die al van daags voordien iedereen smeekt: eten, eten, eten. Om zes uur opstaan, of desnoods vroeger indien de dopingcontroleurs langskomen. Met slaapogen aan de start staan, terwijl de Italianen dan al kierewiet zijn. Je bent al een tijdje aan het koersen en plots zie je een bordje: nog 275 km.
In de aanloop naar de Turchino begint het echt. Omdat de zon er niet aankan, ligt die berg altijd vochtig. In de afdaling gebeuren de eerste crashes. Je moet ook blijven eten want uiteindelijk zit je bijna zeven uur op de fiets. De laatste vijftig kilometer breekt de hel voorgoed los. De dorpjes vliegen zo aan je gezichtsveld voorbij. Vuilbakken langs de kant, geparkeerde auto's.
En dan die capi. Scheuren langs de muren, remmen, van bocht naar bocht koersen. Ik probeerde het ook dikwijls op de Poggio. Met Rebellin. Eén keer was ik alleen, maar Bartoli kwam me halen.
Ik raakte nooit in de eerste vijf omdat ik te weinig spurter was. In mijn tijd had je de superspecialist Erik Zabel. De Duitser had ook een fantastisch gedisciplineerde ploeg. De Primavera win je als topcoureur nooit alleen. Het soortelijke gewicht van het team is heel belangrijk. Eén, twee, liefst drie renners moeten je naar de voet van de Poggio voeren. Zelf mag je geen trap te veel geven. Voor je het weet, zijn de benen ontploft.
Boem, patat, je staat er. Als je vijftig meter achter bent op de Cipressa, kan het al voorbij zijn.
Groene gevaar Bennati
Toch hebben we met Tom Boonen een uitgelezen kans om eindelijk weer een Belg op de hoogste trede te hebben. Ik zag voldoende in Tirreno-Adriatico.
Hij klimt bij de beste tien. Je leert meer van de Tirreno omdat dit ook al een nerveus gedoe is. Parijs-Nice is eerder een echte ronde, met lastige bergen.
Was ik Tom, dan probeerde ik het dit keer op de Poggio in plaats van voluit te gokken op de spurt. Het lijkt me het ideale moment om de koers zelf in handen te nemen. In de sprint van een klein groepje heeft hij meer kans. Ze voorspellen geen al te goed weer. Ook dat speelt in zijn voordeel. Al heb ik wel wat reserves rond de sterkte van zijn ploeg. Er zitten er enkele tussen die dringend een 'lap' rond de oren mogen krijgen. Ze zouden moeten springen om voor zo'n renner te kunnen werken. Het is voor de Belgische jeugd het ogenblik om iets te bewijzen. Constant met drie moeten ze rondom hem rijden.
Tom moet zich zien te ontdoen van Daniele Bennati. In de spurt heeft hij niet enkel de beste papieren, maar Liquigas lijkt me het sterkste team. Het viel me ook op hoe gemakkelijk Filippo Pozzato rijdt. Boasson Hagen is voor mij nog een vraagteken. Dit is een topklassieker over 300 kilometer. Ook al maakt zijn Team Sky indruk. Cervélo is na het wegvallen van Haussler een pak minder. In Mark Cavendish geloof ik niet. Hij trok zich vorig jaar scheef om over de capi te raken. Als ik zijn uitspraken lees, dan geeft hij toe dat hij minder heeft getraind. Hij is nerveus, dat is een slecht teken.
Zijn ploeg Team Columbia is precies ook minder. Wie op en top klaar is, zegt rustig: 'Ik ben goed'.
Dan is er nog Philippe Gilbert. We hebben er nog niet veel van gezien, maar hij is al jaren gebrand op de Primavera. Hij kent het gevoel om als eerste over de Poggio te gaan. Wint hij, dan zal ook hij vaststellen dat niets voor de Italianen boven Milaan-Sanremo gaat. Zelfs de Ronde van Lombardije niet.




