Nog anderhalve week en we mogen naar de stembus. Onder meer zes Ronsenaars dingen naar uw stem: Nedia-Gmati Trabelsi (SP.A, derde opvolger Senaat), Jan Foulon (CD&V, tiende plaats Kamer), Erik Tack (Vlaams Belang, 19de plaats Kamer), Wouter Stockman (Groen! Zevende opvolger Kamer), Joost Hijsselinckx (Lijst Dedecker, 17de plaats Kamer) en Gunther Deriemaecker (SP.A, achtste plaats Kamer). We vroegen hen wat ze in het federaal halfrond voor de Hermesstad willen betekenen. Jan Foulon bijt de spits af.
‘Ronse is een kleine stad die met een aantal problematieken wordt
geconfronteerd waar veelal alleen grote steden mee af te rekenen hebben: hoge werkloosheidsgraad, het bijzonder taalstatuut, het verouderd woonpatrimonium,... Spijtig genoeg beschikken wij echter maar over middelen voor een
kleinstedelijk beleid. Daarom zou ik de spreekbuis willen zijn voor mijn stad, om zo op federaal en Vlaams niveau de nodige aandacht en de geldmiddelen te bekomen
die Ronse verdient.
Dit kan nuttig zijn in verband met kleine dossiers (zoals bijvoorbeeld het herstellen van de gewestwegen Broekestraat en Ninovestraat) maar ook in grotere projecten zoals de overstromingsbekkens van de Molenbeek en de N60.
Ook wil ik de samenlevingsproblematiek van Ronse aankaarten op een hoger niveau en daarvoor de nodige middelen vragen. Het kan bijvoorbeeld gaan over investeringen in het onderwijs, initiatieven voor het bestrijden van de werkloosheid en de ondersteuning van het ondernemingsleven. Ik wil vermijden dat als de koek wordt verdeeld onze stad wordt gezien als de uithoek van (Oost)Vlaanderen!
Tenslotte wil ik, samen met alle Ronsenaars en de Ronsese verenigingen, bijdragen tot een positief imago voor onze stad. Onze stad, Vlaamse stad, waar ik fier op ben! Ons prachtig Ronse, gelegen in de groene heuvels, waar het aangenaam is om te leven, te wonen en te werken.’