Vanaf nu kunt u alle blogs van de Sportwereld-redactie en onze gastauteurs raadplegen op www.nieuwsblad.be/sportwereldblogt



Vanaf nu kunt u alle blogs van de Sportwereld-redactie en onze gastauteurs raadplegen op www.nieuwsblad.be/sportwereldblogt
Mehdi Carcela is een begaafde linkspoot die bij de Rode Duivels zou kunnen meespelen. Onze landgenoot Eric Gerets, de nieuwe bondscoach van Marokko, had dat ook gezien en ging enkele weken geleden met de 21-jarige mengeling van nationaliteiten praten om voor Marokko te kiezen. Zijn goed recht maar wel wat wrang dat uitgerekend onze gedroomde bondscoach dat deed. Misschien was dat wel het definitieve zetje voor Carcela's keuze.
Georges Leekens maakt er op zijn beurt korte metten mee. Terwijl Carcela
nog mist spuit over zijn beslissing, verklaarde de bondscoach de deur
voor gesloten. De Standard-speler wil door niks te zeggen doen
uitschijnen dat de bondscoach de beslissing nam maar dat is natuurlijk
larie. Hij kwam op het afgesproken uur gewoon niet opdagen.
Speltechnisch
is het afhaken van Carcela een verlies maar we moeten ernstig zijn: wie
voor twee kwalificatie-interlands tegen Duitsland en Turkije niet voelt
dat hij de nationale kleuren moet verdedigen, kan beter wegblijven. Wat
Carcela dus ook doet.
De duidelijkheid die Leekens hier meteen schiep, zal op termijn zijn vruchten afwerpen. Nie zevere... Speile,
zei Raymond Goethals indertijd in zijn Brussels dialect. Dick Advocaat
en Marc Wilmots waren in de vorige periode ook die mening toegedaan en
handelden er ook naar. Het is verheugend dat Leekens die lijn doortrekt.
De Rode Duivels hebben niet langer twijfelaars nodig maar jongens met baarden, die met heel hun hart willen te kaap'ren varen. We kunnen niet blijven voortdobberen.
Het begint ons te dagen waarom Amerikanen zo dik zijn. Op de menukaarten hier moet je de hoofdschotel zoeken onder de hoofding 'Entrées'. Behulpzaam als we zijn hebben we gepoogd de ober van dienst diets te maken dat 'entrée' Frans is voor voorgerecht, maar we hadden beter moeten weten. Een Amerikaan doen afwijken van de regeltjes is even makkelijk als Joëlle Milquet 'oui' doen zeggen. En de fout is wijdverspreid: in alle Amerikaanse restaurants wordt een halve bizon geserveerd als voorgerecht. We kunnen ons de conversatie al inbeelden: allez Nancy begrijp jij dat? Ik eet alleen nog voorgerechten en toch blijf ik verdikken?
Op de metro naar de tennissite gisteren zat er zo'n Nancy. Of wellicht eerder een Eunice, want het betrof een gekleurde medemens. In België zouden we haar obees hebben genoemd, naar Amerikaanse normen had ze een gemiddeld BMI. Halverwege de rit diepte ze uit een plastic zak een plastic doos op met een kant-en-klare maaltijd die ze ijverig begon binnen te prikken. Pasta met een soort tomatensaus gecombineerd met een soort eierkoek met aardappelen. En room. Vooral veel room. Het was 9u30 in de ochtend. Waarnaar ze de maaltijd doorspoelde met een blikje Diet Coke.
Walter Wauters
In Luik wordt het voetbal nog beleefd als een religie. Fanatiek, in goede en kwade dagen. Nergens wordt zo'n sfeer gecreëerd als op Sclessin.
Het tekent de wispelturige gemoedsgesteldheid in de Vurige Stede dat de balans nu al naar de andere kant is doorgeslagen. Een deel van de supporters nam zaterdag spelers, bestuur en trainers op de korrel en die betaalden in gelijke munt terug.
Een groep supporters verdenkt Luciano D'Onofrio ervan zich te verrijken op de rug van de club. Ze lijken vergeten dat D'Onofrio in 1998 samen met de puissant rijke Fransman Robert Louis-Dreyfuss de club overnam toen die door de schuldenlast op het punt stond te verdwijnen. D'Onofrio saneerde de club. Tien jaar na de overname pakte Standard met jonge spelers na 25 jaar de titel. Luciano D'Onofrio, die met Standard intussen de strafste jeugdacademie van het land bouwde, bleef op de achtergrond.
Nooit liet de sterke, eigengereide persoonlijkheid zich beïnvloeden door kritiek van wie dan ook. Niet door de pers, niet door supporters, niet door andere clubs. Hij is een baas die lak heeft aan organisatiestructuren met veel inspraak, vergaderen, overleg en democratische besluiten. Hij walgt van ideologische uiteenzettingen van mensen die willen meepraten zonder enige verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijkertijd geeft de kritiek op zijn manier van werken hem energie om, soms zelfs provocerend, aan zijn visie vast te houden.
De leerling van Porto-voorzitter Jorge Nuno Pinto da Costa kan communicatief heel heetgebakerd uit de hoek komen maar is de koelste zakenman uit de eerste klasse. D'Onofrio zegt dat hij eigenlijk maar één doel heeft: de club nooit meer in de financiële problemen storten. Niet makkelijk want tot en met het kampioenenjaar 2007-08 boekte Standard een jaarlijks exploitatieverlies van minstens drie miljoen euro.
De aanstelling van Dominique D'Onofrio als trainer is uit psychologisch oogpunt natuurlijk een blunder want een groep supporters spuwt hem al sinds zijn laatste doortocht als hoofdtrainer in 2007 uit. Als interim-trainer miste broer Dominique vorig seizoen bovendien de Play-off 1, werd het Europees kansloos uitgeschakeld door Hamburg en greep het in Play-off 2 mijlenver naast een Europees ticket.
De filosofie is klaar en duidelijk: Dominique is de overgangstrainer in een overgangsjaar. Dat er dit jaar niet voor de titel zou worden gestreden, was al langer duidelijk. Voor zo'n overgangsjaar gaat Standard geen toploon aan een toptrainer betalen.
Een aantal supporters heeft zaterdag duidelijk gesteld dat het een overgangsjaar niet zien zitten. De kans dat Luciano D'Onofrio nu nog in paniek de transfermarkt opstormt of zijn trainer dumpt, is echter klein. Als er een interessant bod komt voor de naar een transfer hunkerende Steven Defour zal die vertrekken.
Luciano doet nog altijd gewoon wat hij denkt dat het beste is. Daar kunnen geen supportersacties tegenop.
Elk jaar worden de golven van de emotie hoger en irrationeler, met dank aan de media. Neem nu Club Brugge. Crisis op de eerste speeldag. Feest op de tweede. Crisis op de derde speeldag. Een ramp op de vierde (afgelopen zondag), maar donderdag weer feest in Minsk, voor zover je daar feest kan vieren.
Even tussendoor iets over Minsk: dat staat met stip genoteerd als de meest vreemde bestemming die ik als journalist bezocht. We schrijven 1994 en we cruisden in een gecharterd vliegtuigje met de Olympische baas Samaranch (en Rogge) door het Oostblok.
Minsk stond op het programma, na Vilnius. We verbleven er in het presidentieel paleis want er stond een bezoek aan president Loekasjenko op het programma. Het is niet algemeen bekend maar de zot van Minsk is ook een sportgek en wilde voorzitter van zijn eigen Olympisch comité worden. Ons bezoek was precies een poging om hem op andere gedachten te brengen. Missie niet geslaagd. Loekasjenko werd kort daarop unaniem verkozen en is nog steeds voorzitter van het NOC van Belarus, zoals dat land internationaal heet.
Bij dat bezoek stelde Loekasjenko ook voor om een 27ste sport aan het programma toe te voegen: boksen voor staatshoofden. Luka meende het echt, maar dàt heeft de Sam ter plekke tegengehouden.
Genoeg oudemannenpraat, terug naar Club Brugge. Hulde voor de prestatie in Minsk, maar tegelijk met het feest kwam ook een oude kater: het Brugs stadion in de Chartreuse krijgt een negatief advies. Omwille van het verkeersinfarct. Sorry, maar zelfs van een laat gelijk gaat een mens spinnen. Er is maar één plek waar dat stadion moet, kan en zal komen en dat is ergens in het noorden van Brugge, al blijft een uitbreiding van Jan Breydel nog steeds de meest realistische oplossing. Zou The Bid dat al weten? En is de FIFA al ingelicht?
Over onzin gesproken, de grootste onzin die van de week over uw hoofd werd uitgestort, kwam ongetwijfeld uit de ether: Club Brugge zou zijn slechte seizoensstart hebben goedgemaakt met de kwalificatie voor de groepsfase van de Europa League.
Hoezo? Tellen de punten van Europa ineens mee in de Jupiler League? Ik dacht het niet. Tellen de doelpunten gescoord in Minsk zondag mee in Westerlo? Ook niet toch?
Anderzijds: zullen ze de match en de trip naar Minsk voelen, zondag in Westerlo? Jawel, omdat in België maar heel weinig spelers rondlopen die fysiek en mentaal twee wedstrijden aankunnen. Als er al een verband is tussen Europa en de nationale competitie dan alleen dat Europa de betere waardemeter is voor het groeipotentieel van je spelers.
Belgische ploegen dreigen door hun irrationele hunkering naar Europa in de competitie door de mand te vallen en daar in de competitie de gevolgen van te dragen. Neem nu AA Gent. Dury vond Feyenoord een fantastische tegenstander, maar het Feyenoord van eergisteren is misschien de allerzwakste versie sinds Kindvall in extra time in San Siro de winst van Europacup I veilig stelde. Dat was veertig jaar geleden.
Voor Gent valt dan weer te vrezen dat hun middenveld met de getalenteerde maar fysiek fragiele as geblutst en gebuild uit de Europese veldslagen komt.
Die hunkering naar de groepsfase van de Europa League blijft een irrationele obsessie die de clubs vooral wordt aangepraat door de media.
Voor Anderlecht lag dat natuurlijk anders, maar van een match van 15 miljoen was natuurlijk nooit sprake. Standard verdiende vorig jaar 11,5 miljoen euro aan de Champions League, maar pakte een (voor Belgische ploegen) recordaantal punten en dus een hoge prestatiebonus. Vervolgens kregen ze nog eens 900.000 euro uit de Europa League waar ze tot de kwartfinale geraakten. Ook dat was bijzonder.
Bovendien was het Belgisch tv-contract vorig jaar het op twee na laagste van de Champions League, wat een zeer lage market pool-bonus opleverde. Die zal dit jaar nog lager uitvallen. Had Anderlecht de Champions League gehaald dan was het daar goed tien miljoen beter van geworden, en geen vijftien miljoen, want de recettes gaan doorgaans op aan onkosten en premies.
Die tien miljoen waren wel van pas gekomen, want de Anderlechtse rekeningen zijn sinds kort structureel verlieslatend. Met de uitbreiding van het stadion op stapel, en de UEFA die steeds nauwer zal toezien op de rekeningen, is dat bepaald zorgwekkend.
Dit gaat doorwegen op het seizoen van Anderlecht. Deze groep was samengebleven om dit seizoen hoge ogen te gooien op het Europees toneel maar het wordt andermaal de Europa League. Helaas. Maar als je Partizan niet kan uitschakelen, hoor je niet in de CL thuis.
Toch deze bedenking: het was lang geleden dat Biglia en Polak samen aan een wedstrijd begonnen. Het was weer geen succes. Met ook nog Kouyaté stond er een basis met intrinsiek drie verdedigende middenvelders.De assist voor het tweede doelpunt van Anderlecht zaterdag in Lokeren was een gelukje voor Mbark Boussoufa. Maar zulke dingen gebeuren als het allemaal een beetje meezit. De pas 26 jaar geworden Marokkaan zit in zo'n periode dat de wind hem niet alleen vol in de rug blaast, die wind is ook nog eens gezegend.
Vorig jaar wierp Boussoufa zich ondanks zijn 1,67 meter op tot de grote
man bij Anderlecht. Hij had met 13 goals en 15 assists een voet in bijna
40 procent van de doelpunten van de landskampioen. In dit nog jonge
seizoen scoorde hij al drie keer en gaf vier assists. Hij was zodoende
betrokken bij zeven van de elf goals die Anderlecht tot nu toe scoorde.
Daarmee zit hij aan een duizelingwekkende inbreng van 63 procent in de
Brusselse doelpuntenproductie. Het is van Jan Koller tussen 1999 en 2001
geleden dat een speler bij Anderlecht nog zoveel gewicht op zijn
schouders nam.
Ariël Jacobs wist heel goed
dat hij zaterdag in Lokeren op een zelden geziene manier kon roteren
maar dat hij de voetballer met een gen voor het mooie en verfijnde spel
moest laten staan. Op het veld is de aanwezigheid van de Marokkaan
onmisbaar als er zes invallers van bij de aftrap tussen de lijn staan.
De diamanten koevoet zorgt niet alleen voor de doelpunten, hij dicteert
en controleert ook het tempo waarin wordt gespeeld. Lucas Biglia kan,
zeker in België, gemist worden. Het belang van deze vaardige maar zo
weinig scorende en aangevende middenvelder wordt overschat. Romelu
Lukaku zoekt na zijn blessure nog het juiste ritme en laten we hopen dat
de 17-jarige knuffelbeer van de natie zich niet laat opjagen door
voetbalondeskundige critici die zich nu al vragen stellen over zijn
gestokte doelpuntenproductie.
Het draait
nu dus meer dan ooit om Mbark Boussoufa, de spelende leider. Hoewel
gesierd met het nummer tien werkt hij met de arbeidsmoraal van een
beperkte back die meer gebreken dan talenten heeft. Nog even het
mekkeren en duiken afleren en hij is een voorbeeld voor iedereen.
Bij
Club Brugge zijn er nu veel problemen. In de spelersgroep, maar ook op
het veld. Tussen de lijnen mist Club de leider die Boussoufa is.
Ronald
Vargas heeft de kwaliteiten. De 23-jarige Venezolaan kreeg
verschillende wedstrijden na elkaar zijn kans maar haalde pas gisteren
een aanvaardbaar niveau. In zijn eerste jaar leek het een kwestie van
tijd dat Vargas met zijn achteloze bewegingen en visionaire inzicht de
snelheid van het spel zelf zou bepalen. Ook hij leek, net als Boussoufa
nu, in staat het voetbalstadion te veranderen in een tangopaleis. Maar
neen. Hij schutterde nog meer dan zijn Brugse ploegmaats.
Gisteren
tegen KV Mechelen zagen we flitsen van de middenvelder die gewichtloos
tussen de vijandige verdedigers kan zweven. Die gevleugelde Vargas kan
Club er weer bovenop helpen. Mogelijk is hij gisteren ontwaakt.