Bart Lagae

Bye bye Bölöni

Bart Lagae | 30 november 2009 om 17:22

Zesentwintig wedstrijden. Zo lang is Laszlo Bölöni nog trainer van Standard. Het kunnen er ook meer zijn. Bijvoorbeeld als Standard Europees overwintert of doorstoot in de Beker. Maar na dit seizoen is het onherroepelijk gedaan. Het is uitgesloten dat Standard het contract van Laszlo Bölöni een tweede keer verlengt.

Een vroegtijdig ontslag is niet aan de orde. Bölöni kreeg vorig jaar een contractverlening om in de Champions League vonken te slaan. En theoretisch is Standard nog altijd op koers om op 22 mei in het Santiago Bernabéustadion met de Beker der Grote Oren te zwaaien.

Maar ook als Standard zowel tegen Germinal Beerschot (zaterdag) als AZ (volgende week woensdag) verliest, hoeft Bölöni niks te vrezen. Het Standard-bestuur houdt er niet van de eigen fouten te moeten toegeven met een trainersontslag. Bölöni zelf zal zich ook altijd kunnen blijven verstoppen achter de blessures van Steven Defour en co. En dankzij de competitiehervorming - waar Standard vorig jaar nog een hevige tegenstander was - kunnen de Rouches mits een eindsprint nog kampioen worden ook.

De kans dat dat gebeurt wordt echter met de week kleiner. Dertien punten achterstand op Anderlecht is behoorlijk veel. Zelfs als je het puntentotaal in tweeën deelt. En dus belooft het een lang afscheid te worden van Laszlo Bölöni. Zes maanden om precies te zijn.

Het Standard-bestuur wil van Bölöni af omdat zijn chemie met de spelers is uitgewerkt. En ook wel omdat hij iets te vaak zeurt om versterking. Luciano D'Onofrio beschouwt elke commentaar over het transferbeleid als een slag onder de gordel.

We hebben nu al medelijden met Steven Defour. Van de geblesseerde kapitein wordt verwacht dat hij in januari alle problemen in zijn eentje oplost. Maar de problemen van Standard zitten dieper dan dat.

Het bestuur heeft gegokt en verloren. Dat kan al eens gebeuren. De voorbije twee jaar heeft Standard gegokt en gewonnen. De kern van Standard is altijd krap berekend. Dat kan goed uitpakken, maar ook lelijk tegenvallen.

'Misschien is dit niet het jaar van Standard', zei Laszlo Bölöni na de nederlaag tegen Sint-Truiden. Hij bedoelde: 'dit wordt niet het jaar van Bölöni.' Vorig jaar werd hij uitgeroepen tot trainer van het jaar en kon hij terecht bij diverse Europese clubs. Hij koos voor Standard in de hoop zijn marktwaarde in de Champions League nog verder op te drijven. Maar ook de Hongaarse Roemeen heeft gegokt en verloren. Welk Jupiler-team neemt hem straks in huis?

Jos Huysmans

196 minuten topsport

Jos Huysmans | 25 november 2009 om 19:33
‘Nooit eerder in de geschiedenis van de sport kreeg een atleet zoveel aandacht van zovelen omwille van zo geringe sportieve prestaties.’

De gevleugelde woorden van Winston Churchill blijken perfect te passen bij wat basketbalspeler Didier Mbenga momenteel overkomt. De verzamelde sportpers heeft het namelijk bestaan hem te weerhouden als één van de drie supergenomineerden voor de trofee van Sportman van het Jaar.

Voor alle duidelijkheid: Didier Mbenga – of liever: de club van Mbenga, de Los Angeles Lakers – werd in juli NBA-kampioen, wat dus betekent dat de Congolese Belg deel uitmaakt van de officieuze wereldkampioen in het basketbal. Daar kunnen behoorlijk weinig Belgen in hun sporttak mee uitpakken.

Wat blijkt evenwel? Mbenga kwam het afgelopen seizoen in 105 wedstrijden slechts 30 maal in actie, goed voor welgeteld 196 minuten, met andere woorden drie uur en 16 minuten. Een simpele halve triatlon duurt langer, maar blijkbaar volstaat die prestatie toch om kans te maken op een prestigieuze trofee als die van Sportman van het Jaar.

Om dan toch in het basketbal te blijven: een korte vergelijking met Axel Hervelle, onze landgenoot die bij topclub Real Madrid speelt in de sterkste competitie van Europa.

Mbenga tekende in 23 van de 82 competitiegames gemiddeld voor 7,9 minuten, 2,7 punten, 1,3 rebounds en 0,4 assists. In de play-offs gingen die cijfers nog beduidend naar beneden. Hervelle was in 29 van de 34 duels meestal een starter en gemiddeld goed voor 20,1 minuten, 8,4 punten, 4,3 rebounds en 1 assist. In de play-offs werden de meeste van zijn statistieken nog beter. Helaas won Real vorig seizoen geen trofee.

Stel: Arsenal wint de Champions League, maar voor Thomas Vermaelen zijn er enkel schaarse invalbeurten van vijf minuten weggelegd. In de finale komt hij zelfs helemaal niet van de bank. Volstaat dat om supergenomineerde te worden?

En ja, Mbenga is best een toffe kerel die regelmatig het tv-scherm haalt. En ja, hij beweegt hemel en aarde om met de Belgian Lions te kunnen aantreden (maar is daar evenmin een uitblinker). En ja, zijn levensverhaal leest als de betere avonturenroman. En ja, hij is officieus wereldkampioen basketbal.

Maar nee, die luttele minuten topsport rechtvaardigen niet deze selectie. Dat is zondermeer een belediging voor collega-basketballers als Ann Wauters, die al herhaaldelijk de topdrie haalde maar onbegrijpelijk nooit won, en Axel Hervelle, die derde eindigde in 2007.

Lees ook: Time-Out: Proficiat Didier!

Marc Mercy

Vervelend ventje

Marc Mercy | 23 november 2009 om 15:22

Natuurlijk moet er in het voetbal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van televisiebeelden. Het hele gedoe rond Thierry Henry bewees dat nog maar eens. Het spel een half minuutje stil leggen, naar de tv-beelden kijken, Henry een gele kaart geven en de zaak is opgelost.

Maar dat Michel Preud'homme en zijn assistent Manu Ferrera (stiekem) in de dug-out naar televisiebeelden kijken tijdens de wedstrijd, is ongehoord. Het is verboden, dat is al een sterk argument, zeker voor iemand die ooit kandidaat-bondsvoorzitter was.

Maar veel erger is de intentie. Dat er naar tv gekeken wordt is op zich niet dramatisch, maar de bedoeling is duidelijk. Niemand gelooft dat het is om de acties van de tegenstander te analyseren, iedereen weet dat het is om de vierde scheidsrechter zoveel mogelijk onder druk te zetten. En dat is hoogst laakbaar. 

Eigenlijk is Michel Preud'homme een hoogst vervelend ventje geworden. De fantastische doelman die in bijna alle omstandigheden zijn kalmte en waardigheid behield, is een trainer geworden die voortdurend irriteert. De beelden waarbij hij als een briesende leeuw naar scheidsrechters stormt of bijna buiten zinnen voorwerpen op de grond keilt, zijn ronduit angstaanjagend.

Het allerergste is dat Preud'homme op de trainersbank volledig zijn gevoel voor humor lijkt verloren te hebben, of heeft u hem al eens welgemeend zien lachen?

Bezetenheid is in de topsport een noodzakelijke voorwaarde, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat er naast voetbalvelden tegenwoordig een hele resem half gestoorde mensen staan. Zo van die kerels met wie je in bijna alle omstandigheden gezellig een pintje kan drinken en die dan onvoorstelbaar aangenaam gezelschap zijn, maar die in de buurt van een witte kalklijn veel menselijkheid verliezen. 

Want de opmerking geldt niet alleen voor Preud'homme: denk aan Vandereycken, Vercauteren, Bölöni, Mathijssen, Vanhaezebrouck,... Die laatste zegde vorige zaterdag in Het Belang van Limburg dat het trainerschap hem al vijf jaar van zijn leven heeft gekost. Ik wil het geloven. 

Bart Lagae

Kompany for the Devil

Bart Lagae | 19 november 2009 om 13:23
‘Sympathy for the Devils’ had een sponsor van de Rode Duivels zaterdag in het Ottenstadion van Gent laten projecteren. Wat een slim bedoelde knipoog was naar de song van de Rolling Stones had eigenlijk een onbedoeld komisch effect. In het Engels betekent ‘sympathy’ immers ‘medeleven’ of ‘medelijden’. Ver weg van de jolige betekenis die wij Nederlandstaligen met het woord ‘sympathie’ verbinden. Vincent Kompany zou de mislukte woordspeling een ‘grappige anekdote’ hebben genoemd. Want we kunnen het ons niet voorstellen dat de sponsor in kwestie zijn medelijden met de Rode Duivels wilde uitdrukken. Voor het eerst in meer dan drie jaar wonnen ze nog eens twee wedstrijden op rij.

Zonder het te willen was ‘sympathy for the Devils’ echter wél een gepaste boodschap die zaterdag in Gent. De oma van Vincent Kompany én de broer van Dick Advocaat werden twee dagen later ten grave gedragen. Dan is enig medeleven op zijn plaats.

Het is de tijd van het jaar om de doden te herdenken of – zoals Kompany deed – te gaan joggen in het bos. Maar in de plaats van steunbetuigingen kreeg Kompany een heksenjacht over zich heen. Hij loopt door het bos als opgejaagd wild. De honden hebben bloed geroken.

Nu vinden wij ook dat dikbetaalde profvoetballers maar een dikke huid moeten hebben. En – in het geval van Kompany - de hersenen om te beseffen dat ze niet boven de wet mogen staan. Maar als het over te laat komen gaat kunnen we niets anders dan begrip opbrengen. Want het is onze stellige overtuiging dat er twee soorten mensen bestaan. De vroegkomers en de anderen. De tweede groep wordt door de eerste groep ook wel eens de laatkomers genoemd. ‘Laatkomers’ staat in het woordenboek, ‘vroegkomers’ niet. Ten onrechte.

Net als Vincent Kompany behoren wij tot de tweede groep. Ons zal het nooit overkomen dat we ergens te vroeg komen. Ons kan niet verweten worden dat we onze kostbare tijd op aarde verspillen met het zinloze wachten op zij die na ons komen. Hebben we over twintig minuten iets te doen? Dan is er nog overvloed van tijd om aan de afwas te beginnen of de bladeren bijeen te vegen. Staan we met twee laterkomers voor een deur? Dan zeggen we tot elkaar: na u. En daar kunnen we dan úren blijven staan.

‘Hij is altijd de laatste uit de kleedkamer’, wordt er wel eens over Kompany gezegd. Dat gebeurt dan meestal door journalisten die het niet leuk vinden zo lang op een quote te moeten wachten. Maar is Kompany daarom minder dan al die andere spelers die doelbewust vóór hem de kleedkamer uitrennen? Elke club heeft notoire vroeg-uit-de-kleedkamer-komers. Deschacht bij Anderlecht, Defour bij Standard, Geraerts bij Club Brugge. Tegenover die vroegkomers staan er ook laatkomers. Maar eigenlijk zijn ze allemaal op hun manier ‘op tijd komers’. Wij gebruiken dan ook liever de termen ‘vroegerkomers’ en ‘laterkomers’.

En hebben die journalisten al eens aan de voordelen van dat laat komen gedacht? Als Kompany finaal opduikt neemt hij uitgebreid de tijd om met iedereen een babbeltje te slaan. Typisch voor laterkomers. Het zijn gezellige mensen die altijd als laatste blijven plakken. Vroegerkomers zijn gejaagde droogstoppels. Hollandse stijl-Advocaat. Zelfs als ze zich amuseren zouden ze vroeger dan de rest een feestje verlaten. Waarom? Om ergens anders te vroeg te komen en te beginnen ergeren aan de laterkomers? Op die manier kunnen mensen als Vincent Kompany nooit iets goed doen.

Wat er nu tussen Kompany en Dick Advocaat gebeurt is bijzonder interessant voor de verdere ontwikkeling van de Rode Duivels. Iedereen looft de harde disciplineaanpak van Advocaat. Maar is dat wel voor eens en voor altijd de juiste methode? Want wat gaat Advocaat doen als Kompany een derde keer te laat komt? Hem nooit meer oproepen? Zij die hem nu verketteren zouden straks de eersten kunnen zijn die hem weer aan boord roepen. Zeker als het Belgische schip water maakt.

Op dit ogenblik zijn de posities van Kompany (controlerende middenvelder, centrale verdediger) goed bezet bij de Rode Duivels. Maar wat als de volgende EK-campagne met een nederlaag begint? De Hollandse rechttoe-rechtaan-aanpak van Advocaat werkt uitstekend als hij successen boekt. Als het minder gaat is enige sympathie voor de Duivels misschien meer dan een grappige anekdote.
Hans Vandeweghe

De Sluitspier

Hans Vandeweghe | 14 november 2009 om 21:40
Je denkt na een tijd in dit vak: nu heb ik het allemaal gezien. Wel neen, van de week werden weer alle records gebroken. Niks dan tafels gezien en niks dan tafelspringers.

Het begon met Chris Goossens en Rudi Kuyl. Waarbij meteen moet worden opgemerkt dat zij ten minste nog een excuus/reden hadden om op tafel te gaan staan. Kuyl als woordvoerder van Yanina Wickmayer was even wennen, maar donderdag op de persconferentie kweet de welbespraakte Antwerpenaar zich naar behoren van zijn taak.

Hij mag het mij niet kwalijk nemen, maar in de plaats van Chris Goossens had ik mij iets discreter opgesteld. Alleen gaan Goossens en stilzwijgen niet goed samen en dat heeft ook zijn charmes, vooral voor de pers. Dus haalde dokter Chris uit naar alles en iedereen en ook een beetje naar zichzelf, want hij schreef ten slotte mee aan het verdomde decreet dat zijn patiënte heeft genekt. Het was goedbedoeld: eerst het schrijven en dan de desillusie.

Daarop volgde de goedbedoelde onkunde. Het spijt mij voor de ongetwijfeld slimme mens Philippe Muyters, maar deze minister van alle belangrijke dingen en dan ook nog sport, kletste uit zijn nek. Eerst was de straf terecht, zei hij, vervolgens ging hij de beroepsprocedures tegen zijn eigen dopingadministratie sponsoren. Caroline Gennez had ook een mening. Ze werd opgevoerd als ex-tennisspeelster. Dat was mij nog niet opgevallen, maar nu je het zegt: La Gennez zit ergens tussen Serena Williams en Kim Clijsters in. Wat precies Serena aan haar is, en wat Kim, laten we even in het midden of we krijgen de Flair op ons dak. Of nog erger: ons eigen Magazine. Gennez heeft wel recht van spreken, maar dan om een andere reden: als computer- en mailexperte bijvoorbeeld.

Er is een wet voor tafelspringers van de VLD: alleen Guy Vanhengel en André Denys mogen iets zeggen over sport. De rest kent er de ballen van, in de eerste plaats die zondagsvoetballer Sven Gatz. Die wordt nu bijgestaan door ene Peter Gysbrechts. Ook hier: populistische onzin. Waar waren jullie allemaal toen een jaar geleden werd gewaarschuwd voor de whereabouts?

Ten slotte wees iemand op het bestaan van Vuilbak-TV. Op maandag hadden ze daar de Sprekende Sluitspier op bezoek. In het eerste deel had hij het over de whereabouts. Hij veranderde de h in g en de g in h en verder vertelde hij veel onzin en wat geen onzin was, had hij gepikt van iemand die hij 's ochtends op de radio had gehoord.

In een tweede deel van zijn kanselrede gleed hij helemaal uit. Zo diep viel hij, dat iedereen die het dossier kende, alleen nog plaatsvervangende schaamte of walging kon voelen. Hij had het over de arme drommel van een wielrenner die zichzelf vorige week van het leven had beroofd.

Niemand wist precies waarom, maar de sprekende sluitspier wel. De renner had uit de biecht geklapt over dopinggebruik in het wielrennen en was daarop door het milieu kalt gestellt. Daar was hij doodongelukkig van geworden en het onnodige gebeurde. Aldus de sluitspier.

Dit is hetzelfde dossier waarin twee weken geleden een opmerkelijk vonnis is geveld en waardoor twee hoofdredacteurs en een journalist van een krant onmiddellijk 600.000 euro moesten ophoesten. De rechters hadden geen half werk geleverd: ze vergeleken woord voor woord, alinea per alinea de transcripties van de bandopnames met de gebruikte quotes en kwamen tot de vaststelling dat er non-journalistiek en doelbewust bedrog was gepleegd.

Bedrog ten koste van de lezer, ten koste van de geviseerden en ook ten koste van de getuigen. Eén van die getuigen was die bewuste renner en hij was nota bene door de sprekende sluitspier destijds in deze poel van ellende meegesleurd. Vandaag wordt de arme drommel begraven. Sinds maandag heeft slechtheid een gezicht: een dikke kop met wit haar. En een naam: Dedecker.

De laatste tafel stond donderdag in het Heizelstadion. Ze werd niet besprongen. In het midden van de tafel zat een meisje, een self made langpootmug. Ziek van een virus, ziek van ellende, verzeild in het land van Kafka, het land van de filing failures of de fout ingevulde whereabouts. Naast haar zat haar papa, al even ziek. Zijn dochter sprak een kwartier lang uit haar hart en haar buik en hij staarde voor zich uit. Haar ogen werden steeds natter en die van hem ook. En aan het eind zei ze: 'Ik wil mijn papa niet zo verdrietig zien'. De slechtheid was heel even ver weg.
Bert Heyvaert

Geen enkele topsporter verdient dit

Bert Heyvaert | 13 november 2009 om 13:27
Wie iets van sport kent, weet dat Albert woensdag niks verkeerd deed. De wereldkampioen reed op kop en dan mag je altijd je eigen baan kiezen. Wie voorbij wil steken, moet maar zien dat daar genoeg plaats voor is. Dat is zo in de Formule 1, dat is zo in de motorcross, dat is zo in het veldrijden. Het is gewoon een wet.

Wie iets van sport kent, weet ook dat de prestaties van Albert dit seizoen verbluffend zijn. Twaalf crossen reed hij. Negen keer werd hij eerste, drie keer tweede. Oké, er zijn heden ten dage slechts twee tegenstanders, maar die heten wel Sven Nys en Zdenek Stybar. Twee sterke atleten, zonder discussie. Als je hen driekwart van de wedstrijden kan verslaan, verdien je respect. Geen boegeroep.

Wie iets van sport kent, weet ook dat topsport een Spartaans regime vereist. Slapen-eten-trainen, slapen-eten-trainen, slapen-eten-trainen. Minstens 300 dagen per jaar. Crossers werken een hele zomer lang aan hun basisconditie. Resultaten zijn niet van belang, enkel de cijfertjes op de hartslagmeter. Het vergt karakter en passie om dat vol te houden.

Geen enkele crosser - geen enkele topsporter tout court - verdient het dan ook om uitgejouwd te worden als hij niks fout deed. Of je hem nu arrogant vindt of niet.

Ach, zeggen dan diegenen die niks van sport kennen, zulke zaken horen nu eenmaal bij de cross. Wie duizenden euro's schept met een uurtje modderploeteren, moet maar een olifantenhuid kweken. Dat is gezever. Het hoeft helemaal niet om iemand uit te schelden terwijl hij entertainment levert. Dat is niet nodig, dat brengt niks bij aan de sport. Integendeel.
Marc Mercy

Een welgemeende sorry

Marc Mercy | 12 november 2009 om 14:33

Soms kan het leven toch zo eenvoudig zijn. Beleefde excuses kunnen toch zo veel oplossen. Maar neen, er kon geen sorry af van Anderlecht en Club Brugge in de Mexicaanse Griep Saga en weer maar eens kwam de voetbalsport (onnodig) in een slecht daglicht te staan.

Ik begrijp die topclubs volledig. Het is de job van hun bestuur en hun medische staf  om ervoor te zorgen dat ze hun kansen in de Europese duels zo goed mogelijk verdedigen. Je zou wat horen als zou blijken dat Club met 5 of 6 zieke basisspelers zit op het moment van de cruciale wedstrijd tegen Toulouse. 'Amateurs! Zelfs dat kunnen ze niet organiseren.'

Ik begrijp ook de voetballers zelf volledig. Hen wordt verteld dat het risico op griep groot is met al hun reizen, dat ze belangrijk zijn en dat ze zich moeten laten inenten. Topvoetballers moeten zich wel meer laten gevallen, knikken en laten - een al dan niet dikke - spuit in hun achterste zetten.

So far, so good. Zeker als de UEFA even belt met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en die schouderophalend - voetbal qué? - zeggen dat het misschien geen slecht idee is. Want dat is wel duidelijk: de WHO heeft nooit gezegd dat die inentingen moeten.

Maar het gebeurt ook in andere landen bij andere topclubs. En ik kan me zelfs voorstellen dat men in pakweg Spanje voetbal zo belangrijk vindt dat er geen haan over kraait. Voor wie zou de voetbalgekke Spaanse supporter kiezen: voor een waardevolle Real-speler of voor een arm kindje? Ik ben niet eens zeker.

Oké, er is gebeurd wat er gebeurd is en als je de situatie daarna overschouwt: neen, het had uiteraard niet mogen gebeuren. Uiteraard heeft Marc Van Ranst gelijk. Uiteraard waren er afspraken. Uiteraard was er een griepbeleid.

Wat moet je als voetbalploeg doen als je dat ontdekt? Vooral niet zeggen 'ja, maar we willen ze ook betalen' of nog erger: ongelooflijk veel tegenwind gaan geven. Zeker als het toch maar de vraag blijft waar je op een legale manier aan die vaccins bent geraakt.

Allemaal niet doen: gewoon zeggen 'sorry, dit is een foute inschatting' en het incident was slechts een incidentje. Enkele Nederlandse topclubs deden dat en leerden het Belgische voetbal weer maar eens een lesje.

Marc Mercy

Medelijden?

Marc Mercy | 06 november 2009 om 14:10

Het enige vervelende aan de zaak-Wickmayer/Malisse is dat er duidelijk geen sprake is van dopinggebruik. Dat laatste zeggen niet alleen de betrokkenen, dat zegt ook de dopingcommissie zelf. En nochtans is het hele systeem van whereabouts net daarom uitgewerkt: om het steeds geperfectioneerdere dopinggebruik tegen te gaan.

Daarmee staat de uitspraak van het Vlaams Dopingtribunaal in schril contrast met die in de zaak-Keisse eerder deze week. Met een ruime interpretatie kan je zeggen dat de omstandigheden immers vrij gelijkaardig waren. Iljo Keisse leverde wel degelijk een positieve plas af, ontkende dat zelfs nooit, maar argumenteerde dat het allicht om vervuilde voedingssupplementen ging. De dopingcommissie (van de wielerbond) oordeelde echter dat er met de minieme aangetroffen hoeveelheden nooit sprake kon zijn van bewust dopinggebruik.

Dat laatste is (allicht) ook niet het geval voor de tennissers, maar hun dopingcommissie paste de regels zeer strikt toe.

Moeten we daarom medelijden hebben met Malisse en Wickmayer? Ik twijfel toch een beetje.

Er ging behoorlijk wat arrogantie uit van de manier waarop de tenniswereld met de affaire omging: het systeem werkt niet, een mens kan al eens iets vergeten, een tennisser reist voortdurend de wereld rond, dit systeem is onmenselijk, het gaat om een misverstand... Lees: eigenlijk kunnen ze ons gewoon niet straffen voor zo'n pietluttigheid.

Toch wel dus.

Het is niet iets waar je blij mee kan zijn dat een (allicht zuivere) tennisspeelster die er een fantastisch jaar heeft opzitten *gepakt' wordt omdat ze nalatig en hardnekkig slordig is geweest.

Maar als je doping wil bestrijden, moet je het zo goed mogelijk doen en dan is er niks mis met whereabouts. Iedereen weet dat voor een doortrapte dopingzondaar een paar minuten voldoende kan zijn om bij een controle dopinggebruik te verdoezelen. Dus moeten controles zo onverwacht mogelijk gebeuren, dus moeten elitesporters permanent traceerbaar zijn.

Ongetwijfeld is dat vaak heel vervelend, maar het behoort tot het takenpakket van de moderne elitesporter om niet alleen goed te trainen, maar ook om nauwgezet in te vullen waar en wanneer hij of zij te bereiken is voor dopingcontroleurs.

Marc Reunes

UEFA ziet in De Bleeckere kandidaat voor WK-finale

Marc Reunes | 03 november 2009 om 13:42

Er is leven na Real Madrid en AC Milan. Onze landgenoot Frank De Bleeckere werd na het Champions League-duel tussen beide grootmachten nog met alle zonden overladen. Maar zie, nauwelijks twee weken later mag hij alweer aan de slag op het kampioenenbal. De Bleeckere is aangeduid voor de belangrijke confrontatie tussen Lyon en Liverpool. The Reds spelen zowat hun laatste troefkaarten uit en staan dus voor een heel belangrijke opdracht. Bovendien ligt trainer Benitez zwaar onder vuur.

 Dat de UEFA precies De Bleeckere aanduidt voor een wedstrijd van dergelijk kaliber, is een statement dat kan tellen. Niet alleen kreeg de arbiter uit Oudenaarde in Bernabeu een postief rapport van de Russische waarnemer, op de koop toe spreekt de Europese voetbalbond zijn vertrouwen uit in onze landgenoot.

 De Bleeckere kreeg van zowel de Spaanse als de Italiaanse media bakken kritiek. Hij had een strafschop kunnen fluiten, en keurde om onduidelijke redenen een goal van Thiago af. Voor de UEFA is hij evenwel niet storend in de fout gegaan. De onderliggende boodschap is: 'De Bleeckere is één van onze topelementen, we hebben alle vertrouwen in hem, ook als hij een keer uitglijdt over deze of gene fase.' De Bleeckere blijkt over redelijk wat krediet te beschikken bij de bobo's.

 Het bevestigt meteen het vermoeden dat De Bleeckere alvast deel uitmaakt van de lijst potentiële kandidaten om straks op het WK 2010 de finale te fluiten. Al is die weg natuurlijk nog heel lang, en heeft de voormalige dassenverkoper ondertussen andere katten te geselen. Met Standard versus Club volgt zondag weer een klapper van formaat. Ook dat is opvallend: De Bleeckere krijgt tegenwoordig aan een hels tempo matchen voorgeschoteld. Eerst zat hij een maand op het WK -20-jarigen in Egypte, daarna was er dus al de Champions League. Insiders menen te weten dat het geen toeval is, maar veeleer een heuse test, om te zien hoe hij omgaat met de voortdurende druk op topniveau. Het aftellen voor de Wereldbeker is inderdaad begonnen.