Bert Heyvaert

Het kan, wat niet betekent dat het zo is

Bert Heyvaert | 01 juni 2010 om 09:50
Het klinkt zo goed, dit verhaal. Het past zo mooi in elkaar. Die fietswissels, die handbewegingen, die versnellingen uit het zadel, die fenomenale verschillen op korte tijd,... Een brommer, zei iedereen achteraf. En kijk: nu komt het uit.

De Gruber Assist is het laatste stukje dat plots de hele puzzel onthult. Alleen: die puzzel ligt nergens op. Hij zweeft, in de hoofden van de mensen. En als je hem zelf niet in de lucht houdt, valt hij op de grond. In stukken. Want er is geen enkel argument dat het verhaal-Cancellara fundeert. Er is geen enkel concreet bewijs dat ook maar suggereert dat de Zwitser met een extra motortje reed. Integendeel: er is de wetenschap dat Spartacus sowieso een grote motor heeft. En tot zulke straffe prestaties in staat is.

Het stukje van de Gruber Assist past echter nog op een andere puzzel. Eéntje die even verderop ligt, en wel op een tafel ligt. Tot nu toe lag hij volledig in de schaduw, maar door de spotlights op de Cancellara-zweefpuzzel wordt hij plots ook merkbaar. Hij bevat een reglement van de UCI, opgesteld in 2003. Met daarin de vermelding dat 'elke elektronische hulp bij de pedalage ten strengste verboden is'.

Best opvallend vinden wij. Dat - en niet de geruchten rond Cancellara - is ook de reden waarom we er in deze krant zoveel aandacht aan besteden. Het reglement bewijst dat 'technologische doping' in de wielersport tot de mogelijkheden behoort. Men verwachtte het zelfs naar aanleiding van de Spelen in 2012. En ook een gerenommeerde mecanicien als Jean-Marc Vandenberghe wuift de Gruber Assist niet zomaar weg. 'Het kan', zegt hij. Wat natuurlijk niet betekent dat het zo is.

Moeten we het verhaal-Cancellara dan geloven? Neen. Voorlopig is het een pure roddel, en roddels zijn enkel waar als je ze wil geloven. Maar dit alles zorgt er wel voor dat de UCI in de Tour allicht de zadelbuizen controleert. En dat is op zich al opvallend genoeg.
Hans Jacobs

Koekje van eigen deeg

Hans Jacobs | 29 januari 2010 om 09:40
Bij de Vlaamse Gemeenschap zijn ze er vaak als de kippen bij om te roepen dat een profsporter tot in de puntjes zijn whereabouts moet invullen, de verblijfsgegevens die onaangekondigde dopingcontroles mogelijk maken. Of zeggen ze fijntjes dat een elitesporter in het door hem gekozen uur per dag dan ook aanwezig moet zijn, en niet een minuut ervoor moet opstappen. Net die details maken een efficiënt dopingbeleid mogelijk. De dopingjagers hebben een punt.

Maar evenzeer geldt het omgekeerde. Sugar Jackson woonde in de Venezuelastraat nummer 3 bus 94 in Antwerpen, de dopingadministratie stuurde een brief om hem erop te wijzen dat hij whereaboutsplichtig is naar Venezuelalaan nummer 94 bus 3 in Antwerpen. Oeps.

Twee fouten in een adres: dat is geen detail meer, dat is een kemel van je welste Als we Jackson geloven als hij zegt dat hij nooit die brief heeft gezien, is het onterecht dat hij daarvoor een streepje aangewreven kreeg. Gisteren meldde de post dat de brief in het postkantoor van de gemeente is toegekomen waar hij op dat moment woonde, maar dat wil niet zeggen dat Jackson de brief ook heeft gekregen. Daarover wil het Vlaams Dopingtribunaal meer uitleg.

Stel dat een streepje verdwijnt en dat er dus geen zaak-Jackson meer is – alleen wie drie inbreuken in achttien maanden achter zijn naam heeft, kan worden geschorst – is dat niet de fout van de bokser, wel die van de Vlaamse Gemeenschap, die niet even zorgvuldig is tewerk gegaan zoals ze dat van de topsporters wel verlangt. Dat heet een koekje van eigen deeg.
Hans Vandeweghe

De Sluitspier

Hans Vandeweghe | 14 november 2009 om 21:40
Je denkt na een tijd in dit vak: nu heb ik het allemaal gezien. Wel neen, van de week werden weer alle records gebroken. Niks dan tafels gezien en niks dan tafelspringers.

Het begon met Chris Goossens en Rudi Kuyl. Waarbij meteen moet worden opgemerkt dat zij ten minste nog een excuus/reden hadden om op tafel te gaan staan. Kuyl als woordvoerder van Yanina Wickmayer was even wennen, maar donderdag op de persconferentie kweet de welbespraakte Antwerpenaar zich naar behoren van zijn taak.

Hij mag het mij niet kwalijk nemen, maar in de plaats van Chris Goossens had ik mij iets discreter opgesteld. Alleen gaan Goossens en stilzwijgen niet goed samen en dat heeft ook zijn charmes, vooral voor de pers. Dus haalde dokter Chris uit naar alles en iedereen en ook een beetje naar zichzelf, want hij schreef ten slotte mee aan het verdomde decreet dat zijn patiënte heeft genekt. Het was goedbedoeld: eerst het schrijven en dan de desillusie.

Daarop volgde de goedbedoelde onkunde. Het spijt mij voor de ongetwijfeld slimme mens Philippe Muyters, maar deze minister van alle belangrijke dingen en dan ook nog sport, kletste uit zijn nek. Eerst was de straf terecht, zei hij, vervolgens ging hij de beroepsprocedures tegen zijn eigen dopingadministratie sponsoren. Caroline Gennez had ook een mening. Ze werd opgevoerd als ex-tennisspeelster. Dat was mij nog niet opgevallen, maar nu je het zegt: La Gennez zit ergens tussen Serena Williams en Kim Clijsters in. Wat precies Serena aan haar is, en wat Kim, laten we even in het midden of we krijgen de Flair op ons dak. Of nog erger: ons eigen Magazine. Gennez heeft wel recht van spreken, maar dan om een andere reden: als computer- en mailexperte bijvoorbeeld.

Er is een wet voor tafelspringers van de VLD: alleen Guy Vanhengel en André Denys mogen iets zeggen over sport. De rest kent er de ballen van, in de eerste plaats die zondagsvoetballer Sven Gatz. Die wordt nu bijgestaan door ene Peter Gysbrechts. Ook hier: populistische onzin. Waar waren jullie allemaal toen een jaar geleden werd gewaarschuwd voor de whereabouts?

Ten slotte wees iemand op het bestaan van Vuilbak-TV. Op maandag hadden ze daar de Sprekende Sluitspier op bezoek. In het eerste deel had hij het over de whereabouts. Hij veranderde de h in g en de g in h en verder vertelde hij veel onzin en wat geen onzin was, had hij gepikt van iemand die hij 's ochtends op de radio had gehoord.

In een tweede deel van zijn kanselrede gleed hij helemaal uit. Zo diep viel hij, dat iedereen die het dossier kende, alleen nog plaatsvervangende schaamte of walging kon voelen. Hij had het over de arme drommel van een wielrenner die zichzelf vorige week van het leven had beroofd.

Niemand wist precies waarom, maar de sprekende sluitspier wel. De renner had uit de biecht geklapt over dopinggebruik in het wielrennen en was daarop door het milieu kalt gestellt. Daar was hij doodongelukkig van geworden en het onnodige gebeurde. Aldus de sluitspier.

Dit is hetzelfde dossier waarin twee weken geleden een opmerkelijk vonnis is geveld en waardoor twee hoofdredacteurs en een journalist van een krant onmiddellijk 600.000 euro moesten ophoesten. De rechters hadden geen half werk geleverd: ze vergeleken woord voor woord, alinea per alinea de transcripties van de bandopnames met de gebruikte quotes en kwamen tot de vaststelling dat er non-journalistiek en doelbewust bedrog was gepleegd.

Bedrog ten koste van de lezer, ten koste van de geviseerden en ook ten koste van de getuigen. Eén van die getuigen was die bewuste renner en hij was nota bene door de sprekende sluitspier destijds in deze poel van ellende meegesleurd. Vandaag wordt de arme drommel begraven. Sinds maandag heeft slechtheid een gezicht: een dikke kop met wit haar. En een naam: Dedecker.

De laatste tafel stond donderdag in het Heizelstadion. Ze werd niet besprongen. In het midden van de tafel zat een meisje, een self made langpootmug. Ziek van een virus, ziek van ellende, verzeild in het land van Kafka, het land van de filing failures of de fout ingevulde whereabouts. Naast haar zat haar papa, al even ziek. Zijn dochter sprak een kwartier lang uit haar hart en haar buik en hij staarde voor zich uit. Haar ogen werden steeds natter en die van hem ook. En aan het eind zei ze: 'Ik wil mijn papa niet zo verdrietig zien'. De slechtheid was heel even ver weg.
Hans Jacobs

Een klein offer

Hans Jacobs | 29 januari 2009 om 14:27

Vijfenzestig wielrenners, voetballers en volleyballers zijn boos. Ze stappen naar de rechtbank, omdat hun privacy is geschonden. Ze moeten namelijk één uur per dag beschikbaar zijn voor een mogelijke dopingcontrole, en drie maanden op voorhand zeggen waar ze elke dag zullen zijn. Ze krijgen veel steun, zelfs de toptennisser Rafael Nadal vindt dat de Belgen verdomd gelijk hebben.

Het kan inderdaad niet dat de privacy wordt geschonden, niet van burgers, niet van sporters, niet van topsporters. Alleen: de zogeheten whereabouts hebben in deze minder te maken met het recht op privacy, maar meer met de plicht van de tewerkstelling. Een profsporter sport om den brode. Is het dan niet logisch dat hij amper een uurtje per dag op zijn werkplaats hoort te zijn? Want dat is namelijk wat een werknemer elke dag doet, zij het iets meer dan een uurtje per dag. Gevraagd wordt niet dat sporters elk detail van hun privéleven op straat gooien. Gevraagd wordt om de dopingstrijd – een van de belangrijkste problemen van de sport – vooruit te helpen door Adams. Dat wereldwijde online-systeem voor topsporters dient om de verblijfsgegevens in te vullen, en zo nodig aan te passen. Want het is zo klaar als pompwater dat niemand weet waar hij drie maanden later zal zijn.

Natuurlijk is je administratie invullen en/of een uur per dag aanwezig zijn een inspanning en moet Adams dan wel werken – in het verleden waren er problemen om lastminute-veranderingen door te geven. Maar het is de enige manier die efficiënt werkt in de dopingstrijd. Het gros van de grote dopingvissen van de laatste jaren werd gevangen door buitencompetitiecontroles, niet op wedstrijden zelf. Doping is immers steeds meer een zaak van finetunen geworden: een bedrieger stelt zijn dopingpraktijken zodanig af, dat hij/zij op de dag van de wedstrijd niet meer positief is, maar wel nog het effect van doping heeft. Dan is het zaak voor de dopingjager om tijdens het finetunen – buiten competitie dus – de dopingzondaar op te sporen. Dan is een uur per dag ‘huisarrest’ een klein offer.