Gert Vermersch

Rondje met de Safety Car: waarom Francorchamps het mooiste circuit ter wereld is

Gert Vermersch | 02 augustus 2010 om 16:02

Afgelopen weekend had in het voorprogramma van de 24 Uur van Francorchamps de Belgische manche van het Wereldkampioenschap GT1 plaats. De mensen van GT1World.com vonden het een uitstekende gelegenheid om een 24uS10-0448 select groepje journalisten eens van dichterbij kennis te laten maken met het mooiste circuit ter wereld. An offer you can’t refuse, zoals dat heet.

Dus nam ik plaats in de safety car van het GT1-kampioenschap, een indrukwekkende Nissan GT-R. Aan het stuur van de met een 485 pk sterke V6 3,8 liter uitgeruste bolide zat Peter Dumbreck, één van de vaste waarden uit het kampioenschap. De Brit zou ’s anderendaags met de raceversie van de Nissan zelfs bijna op het podium van de Belgische WK-manche finishen.Niss10_8791

Dumbreck was duidelijk in vorm. Al bovenop de Raidillon koos hij resoluut voor de snelste  lijn, een lijn die de bocht eigenlijk afsnijdt, maar des te spectaculairder is. Als u goed luistert naar onderstaand filmpje, hoort u Dumbreck in die bocht zelfs schaterlachen. Het interieur van de wagen was zo een aanpak duidelijk niet gewoon, wij konden onze pret niet op.

Eén rondje met een krachtige machine als de Nissan GT-R over Francorchamps bevestigt dan ook wat wij eigenlijk al lang wisten: de Ardense omloop is het mooiste circuit ter wereld. Oordeelt u zelf maar.

 

 

Gert Vermersch

Jérôme en Bertrand

Gert Vermersch | 02 juni 2010 om 14:14

Neen, dit is niet een geüpdate titel van een stripreeks van Studio Vandersteen, maar uiteraard wel de voornamen van ‘s lands twee hoogst aangeschreven eenzittertalenten. Zowel over Jérôme D'Ambrosio als Bertrand Baguette zijn al liters inkt gevloeid, ettelijke TV-uren uitgezonden en miljoenen bits en bytes geüpload, maar het mag toch nog even worden vermeld dat het voor beide jongens in 2010 alles of niets wordt. Tenminste, als we het hebben over een mogelijke doorbraak naar de F1.

Eigenlijk is voor Bertrand Baguette zelfs al te laat om de koninginneklasse te betreden. Hij maakte na een winter onderhandelen de juiste keuze door een stuur in de IndyCar te verkiezen boven het lanterfanten in de F1-paddock, als een derde rijder bij een staartteam, een plek waar hij bovendien nog een pak centen moest voor neerleggen ook. BB stelt dat hij de deur naar de F1 nog niet volledig gesloten heeft, maar afgaande op zijn schitterende race in de Indy 500 (het door pech tegenvallende resultaat verbergt een intelligente, regelmatige en snelle wedstrijd) zou hij dat beter wel doen. En voluit voor een carrière in de States gaan. De Schot Dario Franchitti stond pakweg vijftien jaar geleden voor dezelfde en voor een Europeaan hartverscheurende keuze, maar wist ondertussen wel al twee keer de 500 Mijl van Indianapolis te winnen. Er is niets mis met een degelijke carrière over de grote plas. En je verdient er nog je boterham mee ook.

Jérôme D'Ambrosio dan. Toen Jérôme me enkele maanden geleden vertelde dat hij ook zijn derde seizoen voor het Franse DAMS zou rijden, was de ontgoocheling in zijn stem bijna hoorbaar. DAMS had immers zijn eerste twee seizoenen grotendeels verknoeid en D’Ambrosio had uitzicht op plaatsen bij betere teams. Maar hij was nu ook gepromoveerd tot reserverijder bij Renault F1, een plaats waar hij géén centen moest voor meebrengen. Echter, omdat Renaults nieuwe teambaas Eric Boullier zijn oude vrienden bij DAMS een dienst wou bewijzen werden de twee F1-reserverijders (ook de Nederlandse Chinees Ho-Pin Tung) bij het tot Renault Junior Team omgedoopte DAMS gedropt. ‘Het zijn allemaal nieuwe mensen’, zei Boullier me in Bahrein. ‘Al de mensen die ze bij DAMS altijd wilden, maar niet konden betalen. Dankzij de steun van Renault kan dat nu wel.’

Andere mensen, maar voorlopig dezelfde tegenvallende resultaten. Ja, er was die prestigieuze overwinning in de GP2-race in Monaco. Maar die zege is niet voldoende om een seizoen glans te geven, laat staan een doorbraak naar de F1 te forceren. Die zege moet een vervolg krijgen. Helaas, zowel in Barcelona als Turkije liep het van bij de start van het weekend mis. Gelukkig heeft het GP2-peloton nu een maand rust. Tijd voor Jérôme D'Ambrosio en zijn omgeving om eens alles op een rij te zetten. Hij zou niet de eerste rijder zijn die na enkele races van team wisselt. En als dat niet tot de mogelijkheden behoort, dan moet er hard, keihard op tafel geklopt worden, om het team helemaal competitief te maken. Want de klok tikt. En snel.

Gert Vermersch

Dank u, burgemeester

Gert Vermersch | 28 april 2010 om 15:44

Het is niet mijn gewoonte deze column politiek te kruiden – tenzij het gaat over het feit dat de Vlaamse Minister van Sport autosport nog steeds negeert en als onbestaande beschouwt – maar na het bijwonen van de persconferentie voor de 1000 km. van Spa kan ik niet anders dan Freddy Thielemans, burgemeester van Brussel, bedanken.

Niet alleen omdat de stad Brussel er niets op tegen had om vijf racemonsters op de Grote Markt te parkeren (ik ken andere Vlaamse steden die daar wel heel moeilijk zouden over doen), maar ook omdat de heer Thielemans de enige was die tijdens de eigenlijke persconferentie een woordje Nederlands sprak.

Nu heeft organisator Pierre Delettre geen al te beste reputatie op het vlak van tweetaligheid (zie het stukje ‘Historische scheiding van het land’ van februari 2009), maar als in het panel een Vlaming zit (Bas Leinders), als er voor Allan McNish iemand wordt gevonden die vragen in het Engels stelt (een Vlaming nota bene), dan zou men toch kunnen verwachten dat een persconferentie voor een internationaal evenement in België toch gedeeltelijk in het Nederlands verloopt? Of moeten de aanwezige Vlaamse journalisten en andere genodigden nog maar eens boeten voor hun intelligentie en voor het feit dat zij allemaal wèl de andere landstaal meester zijn?

Gert Vermersch

WK rally? Afvoeren die handel!

Gert Vermersch | 03 april 2010 om 20:21

Bovenstaande titel dient vooral om u dit stuk te doen lezen, en heeft blijkbaar zijn functie goed vervuld. Het was echter ook mijn eerste reactie na het vernemen van het verloop van de slotdag van de Rally van Jordanië.

Wat was er nu precies gebeurd? Op een onverhardrally als die van Jordanië is de startpositie van cruciaal belang. De rijder die als eerste over het parcours moet, veegt eigenlijk de weg schoon voor de rijders die na hem komen en verliest zo veel tijd. Sébastien Loeb (Citroën) had als leider op de slotdag die rol van bezemveger moeten vervullen, waardoor Jari-Matti Latvala (Ford en derde bij aanvang van de slotdag) de kloof van een halve minuut had kunnen dichten.

Dan begon echter het – volgens de reglementen legale – gesjoemel. Ford-rijder Hirvonen start met opzet te vroeg om nog voor Latvala de baan op te komen en zijn ploegmaat nog wat extra propere wegen op te leveren. Citroën countert door de tweede plaats van Ogier op te offeren, en laat de Fransman maar liefst acht minuten te vroeg vertrekken (dat levert ook acht minuten straftijd op, waardoor Ogier voor zijn uitstekende wedstrijd beloond wordt met amper een vijfde plaats). Met als gevolg dat Loeb als tweede en Latvala als vierde over de wegen gingen. Resultaat: het verschil bleef quasi identiek, Loeb haalde het voor Latvala. En de rallysport – en de autosport in het algemeen – sloeg alweer een belabberd figuur.

Want wat heeft dit nog met sport te maken? Weinig, inderdaad. De schuld van het reglement, ik hoor het de teambazen en rijders nu al zeggen. En dat klopt. Dus moet dat reglement de deur uit en liefst zo snel mogelijk. En als dat niet kan, dan mag voor mijn part het hele kampioenschap worden opgedoekt. Want deze wantoestanden richten veel te veel schade aan aan mijn favoriete sport.

Gert Vermersch

Toen mannen nog mannen waren

Gert Vermersch | 13 maart 2010 om 12:32

Wie het mooiste moment van de Grand Prix van Bahrein 2010 wou beleven, die moest zaterdagochtend vroeg opstaan. Zo rond half negen stond het kruim van de nog levende ex-wereldkampioenen Formule 1 klaar om enkele legendarische machines te besturen. Mario Andretti, Emerson Fittipaldi, Jackie Stewart, Jody Scheckter, John Surtees, Keke Rosberg, Nigel Mansell, Damon Hill aan het stuur van een legendarische Lotus, Tyrrell, Ferrari of Williams: daar kan een rechtgeaarde autosportliefhebber alleen maar kippenvel van krijgen.

DSC_0120 Ook David Coulthard mocht achter het stuur kruipen van een Mercedes W196 uit 1954. Voor de bolide in gang werd geduwd had de Schot nog een babbeltje met Stewart en Fittipaldi, over vooroorlogse machines met het gaspedaal in het midden (‘Waar zaten die kerels met hun gedachten?’), of over de tijd toen de Schot en de Braziliaan nog om de wereldtitel vochten, zo begin de jaren ’70.

Coulthard moest toegeven dat hij nog een gehandtekende foto van het duo aan de muur had hangen, uit de tijd – zoals DC zelf stelde – ‘dat mannen nog mannen waren’. Stewart en Fittipaldi knikten instemmend, want ook zij beseffen dat de huidige generatie F1-rijders qua lef en moed niet veel meer hoeven te bewijzen. Het was dan ook jammer dat er die zaterdagochtend geen enkele van de huidige rijders te bespeuren viel. Ze zaten waarschijnlijk nog hun muesli en vruchtensapje binnen te werken. Het kan cliché klinken, maar soms was het vroeger écht beter.

Gert Vermersch

Perkele

Gert Vermersch | 30 januari 2010 om 14:40

Viertalig is hij, Nico Rosberg. Met een beetje moeite zelfs vijf. De kans is echter klein dat de 24-jarige dit seizoen in zijn kennis van het Duits, Frans, Engels, Italiaans of Spaans zal moeten putten om zijn gemoedsgesteldheid te verwoorden. Neen, dat ene woordje Fins dat hij van pa Keke heeft geleerd zal voldoende zijn. Perkele. Een sterke, veelvoudig overtreffende trap van gelijk welke vloek u zich nu in het hoofd kan halen. We vrezen immers voor de jonge Duitser dat zijn seizoen bij Mercedes – als ploegmaat van Michael Schumacher – er nu al op zit, nog voor het goed en wel begonnen is.

Het weggeven van zijn startnummer 3 aan Schumacher, het feit dat Rosberg het vergiftigd geschenk krijgt om als eerste met de nieuwe en allicht nog niet helemaal betrouwbare bolide de baan op te mogen, de uitspraak van Ross Brawn tijdens de teampresentatie dat Rosberg ‘nog tijd heeft om te groeien’: het zijn kleine vaststellingen die wel een duidelijke rangorde binnen het Mercedes Grand Prix team onthullen. Niet te verwonderen eigenlijk, gezien de link tussen Ross Brawn en Michael Schumacher, een duo dat zijn samenwerking negentien jaar geleden begon.

Rosberg probeert zich sterk te houden met uitspraken als ‘er is mij beloofd dat ik over dezelfde wagen als Michael kan beschikken, dus alles is nog mogelijk’, maar diezelfde woorden hoorden we in het verleden ook bij ex-Schumi-teammaats als Rubens Barrichello, Eddie Irvine of Jos Verstappen. En die werden allemaal door Schumacher in de verdrukking gereden.

Gert Vermersch

Eindelijk een echte kampioen?

Gert Vermersch | 29 december 2009 om 13:10

Mensen die het kunnen weten stellen dat het onmogelijk is om een passend kerstgeschenk te vinden voor Bernie Ecclestone. Wat geef je immers aan een man die al alles heeft? Antwoord: de terugkeer van een zevenvoudige wereldkampioen. Want het moge duidelijk zijn dat Mr. E het meest zal genieten van de terugkeer van Michael Schumacher. De kjikcijfers zullen omhoog schieten, de organisatoren zullen stoppen met jammeren over de terugvallende toeschouwersaantallen.

En hoewel de man er al bijna 41 is (maar zich blijkbaar een pak jonger voelt) zal ik samen met u hopen dat de confrontatie tussen Michael Schumacher en de Alonso’s, Buttons en Hamiltons van deze wereld vonken zal opleveren. Het zou het beste zijn wat de Formule 1 kan overkomen.

Niet alleen Ecclestones bankrekening kan veel baat ondervinden bij Schumachers terugkeer, dat is ook het geval voor de reputatie van de Duitser zelf. Want hoewel Schumi’s statistieken met zeven wereldtitels en 91 overwinningen duizelingwekkend zijn, blijven er mensen aan de kampioenenstatus van de man twijfelen.

Ik kan ze geen ongelijk geven. Wie zijn tegenstanders van de baan ramt en met opzet valsspeelt, kan moeilijk een echte kampioen worden genoemd. Een échte kampioen heeft immers ook een voorbeeldfunctie, gedraagt zich in en buiten de sportieve arena exemplarisch. Dat was voor Schumacher – tot nu toe – niet het geval.

Dat hij zich nu niet te goed voelt om zijn sportieve reputatie op het spel te zetten, dat hij zoiets doet voor een jaarsalaris van amper zeven miljoen - een peulschil naar zijn normen - is alvast een goede aanzet tot het wegwerken van die smet op Schumachers blazoen. Voegt hij daar na titels met Benetton en Ferrari nog een wereldtitel met een derde renstal aan toe, iets wat enkel Fangio hem voordeed, en doet hij dat op een sportieve en smetteloze manier, dan mag Michael Schumacher zich eindelijk een échte kampioen noemen.

 

Gert Vermersch

Dream Team wordt nachtmerrie

Gert Vermersch | 18 november 2009 om 17:36
Respect. Respect voor Jenson Button dat hij als regerend wereldkampioen niet heeft gekozen voor de makkelijkste oplossing, maar wel – zoals hij het zelf stelt – bij McLaren ‘een nieuwe uitdaging’ aangaat. Button had evengoed bij Brawn GP kunnen blijven en in een vertrouwde omgeving zijn titel verdedigen. Hij verkoos echter om Lewis Hamilton met eigen wapens aan te pakken.

Dom. Hoe nobel dat doel ook mag klinken, het blijft dom. Sportieve zelfmoord. De rijders die verkassen naar het team van een rechtstreekse concurrent - overtuigd dat ze die kerel eens snel met gelijke wapens in de verdrukking zullen rijden - maar dan al snel in het stof bijten, zijn ontelbaar. Een paar voorbeelden? François Duval versus Sébastien Loeb, Giancarlo Fisichella versus Fernando Alonso, Roger De Vlaeminck versus Francesco Moser, zelfs Fernando Alonso versus Lewis Hamilton.

Als het Britse wonderkind al in zijn eerste seizoen in de F1 binnen het McLaren-team genoeg steun vond om de Spanjaard – toch niet de eerste de beste – af te houden, welk lot is Jenson Button dan beschoren nu Hamilton al drie jaar de sterkhouder van het team van Ron Dennis en Martin Whitmarsh is?

Tuurlijk stelt McLaren nu dat ze beide rijders op gelijke voet zullen behandelen. ‘Dat hebben we altijd al gedaan’, heet het. Toch waren afgelopen seizoen de nieuwe evoluties op de zilveren bolide telkens eerst voor Lewis Hamilton, dan pas voor Heikki Kovalainen.

Bovendien lijkt Hamilton over een rijstijl te beschikken die beter bij de McLaren past. Brutaal, hard, ongenadig. Een stijl die diametraal tegenover het verfijnde stuurwerk van Jenson Button staat. Een wagen ontwikkelen die bij beide rijstijlen past is een schier onmogelijke opgave. U mag zelf raden wie volgend jaar bij McLaren aan het langste eind zal trekken.
Gert Vermersch

Proficiat Vlaanderen

Gert Vermersch | 05 november 2009 om 23:31

Ik ben een absolute voorstander van de integratie van autosport binnen de algemene sportwereld. Zo kon ik absoluut toejuichen dat het IOC de Internationale Autofederatie FIA in 1997 als sportfederatie erkende, kwestie van de mensen die er aan twijfelen of autosport wel degelijk een echte sport is nog wat meer argumenten tegen hun zaak in de schoot te gooien.

Maar toch ben ik ontzettend verheugd vast te stellen dat de Vlaamse Autosportfederatie VAS geen lid is van het VDT, het Vlaams Doping Tribunaal.

Pas op, begrijp me niet verkeerd. Tuurlijk ben ik tegen dopinggebruik, ook in de autosport. Maar de manier waarop het VDT zich recent liet opmerken, de wereldvreemdheid die dat orgaan tentoonspreidde in de zaak-Malisse en de zaak-Wickmayer, die doet me als sportliefhebber steigeren. Hoe is het mogelijk dat de carrière van twee sporters wegens administratieve fouten gebroken wordt? Beseffen de mensen van het VDT eigenlijk wel waar ze mee bezig zijn?

Het decreet waar ze zo graag mee zwaaien, het decreet van medisch verantwoorde sportbeoefening, kwam er onder een Vlaams minister van sport die vooral geïnteresseerd was in het op de foto komen met medaillewinnaars of –winnaressen, maar die voor het overige geen benul had waar hij mee bezig was. Of vindt u disciplines als ‘ballroom dancing’, onderwaterhockey of ‘firngleiten’ het statuut van topsport waardig? Ik ook niet.

 

 

PS: maar karting of autosport in zijn geheel uiteraard wel. Maar die mening wordt door de Vlaamse minister van Sport duidelijk niet gedeeld. Men kan zich afvragen waarom.

Gert Vermersch

Jérôme (part II)

Gert Vermersch | 20 oktober 2009 om 15:23

Wie er regelmatig deze blog op naleest, zal zich misschien wel Part I van dit hoofdstukje herinneren. Het dateert van een jaar geleden en was een vurig pleidooi om onze landgenoot Jérôme D’Ambrosio een kans te geven en oude F1-knarren als Jenson Button aan de kant te schuiven.

Of hoe een mens zich kan vergissen. Hoewel de Brit net als vorig jaar tijdens de tweede seizoenshelft in de schaduw van zijn ploegmaat Rubens Barrichello moest rijden, wist hij zich in Brazilië toch te ontpoppen tot een agressieve rijder die af en toe een meesterlijke stuurslag uit de mouw kan schudden. Alleen al voor die race in Sao Paulo verdient Jenson Button wel degelijk de wereldtitel. En mag hij net zoals Rubens Barrichello nog een jaartje blijven. J

Wat afgelopen weekend echter het meest indruk op me maakte, speelde zich in de binnenstad van Sao Paulo af. Op donderdagavond, de vooravond van wat het belangrijkste weekend van zijn autosportcarrière kon worden, nodigde Jenson Button twee dozijn Britse journalisten uit om een hapje te eten in een van de lokale churrascaria’s. Een jaarlijkse traditie die Button al een tijdje aanhoudt, om zijn nationale pers te danken voor het goede en het kwade dat ze in de loop van het seizoen over hem hebben geschreven. En het is niet omdat hij nu toevallig op het punt stond wereldkampioen Formule 1 te worden dat Jenson Button die traditie zou opgeven. Het werd naar verluidt een leuke avond, met een ontspannen en grappige Button.

En zo komen we bij de jongeman wiens voornaam in de titel van dit stukje prijkt. Jérôme D’Ambrosio. Wat degelijke resultaten bij elkaar gereden dit jaar, maar vooral veel pech gehad, pech die hij deels zelf op de hals haalde omdat hij bij hetzelfde chaotische Dams-team was blijven rijden. We hadden hem nochtans verwittigd, maar daar gaat het nu niet om. Waar het mij hier wel om gaat, is een incidentje aan de vooravond van de Grand Prix van Monaco. Een Franstalige collega had een foto van jongeheer D’Ambrosio in Monaco nodig en had via de PR-verantwoordelijke van de Brabander geregeld dat D’Ambrosio op woensdagmiddag (dus ver voor enige race-activiteit in het prinsdom) een koffietje zou drinken op een terras van een Belgisch restaurant, vlak bij de Rascasse-bocht. De fotograaf wachtte vergeefs. D’Ambrosio had van zijn management immers verbod gekregen om te poseren, omdat hij ‘in de zone’ moest blijven, geconcentreerd moest blijven. Een goede raad voor Jérôme: neem op dat vlak maar een voorbeeld aan de nieuwe wereldkampioen F1.