Het Nieuwsblad Online

Mike Verstraeten

Het Nieuwsblad Online | 20 mei 2010 om 19:29
Vroeger: speler van KV Mechelen, Beerschot, Germinal Ekeren en Anderlecht, 10x Rode Duivel
Nu: zelfstandig consultant

'Door een zware achillespeesblessure werd mijn transfer van Germinal Ekeren naar Southampton afgeblazen. Ik trok naar Anderlecht, waar ik in mijn tweede seizoen weer begon te sukkelen en in 2001 op 34-jarige leeftijd mijn carrière moest beëindigen. Ik had er eerder al aan gedacht om te stoppen omdat ik niet werd opgeroepen voor de Rode Duivels. Het irriteerde mij dat ik onterecht over het hoofd werd gezien. Toen Georges Leekens mij uiteindelijk opriep was dat niet meer dan logisch.'

'Na mijn carrière-einde ben ik drie jaar enkel bezig geweest met mijn zoontjes Lenn (16) en Kenzo (14) en het verwerken van mijn echtscheiding. Ik kan een boek schrijven over de miserie die ik doormaakte. In België kan iemand het gerecht gebruiken om zijn/haar ex-partner het leven zuur te maken. Maar ik kan de waarheid pas zeggen als mijn zoontjes meerderjarig zijn. Ze hebben nu zelf gekozen om bij mij te zijn. Ze voetballen beiden bij de jeugd van Anderlecht, maar soms geef ik hen ook individuele training. Ik heb intussen al drie jaar weer een relatie. Hoe ik uit het dal ben geraakt? Never give up is mijn motto. Niemand heeft zoveel karakter als ik, daar ben ik zeker van. Niet voor niets ben ik een leeuw als sterrenbeeld.'

'Na drie jaar heb ik mijn oude BVBA Iron Mike gereactiveerd, waarin ik als consultant werk. Ik breng mensen met elkaar in contact. Heb je een zwembad nodig? Dan kijk ik in mijn contacten en ga ik onderhandelen zodat je de beste prijs krijgt. Nu ben ik bezig met de reclamecampagne van Lijst Dedecker voor de verkiezingen. De borden die je langs de weg zult zien, zijn via mij geregeld.'

'Lopen kan ik niet meer, wegens mijn kapotte knie. Dan staat die dagen dik. Fietsen kan wel nog, maar dat doe ik niet graag. Als ik er zin in heb, doe ik wel wat gewichtstraining. Dat mijn gewicht al jaren stabiel is tussen de 93 en 95 kilogram, zo'n negen kilo boven mijn competitiegewicht, komt doordat ik op mijn voeding let. Ik kook heel graag. Ik heb net goulash gemaakt op Mike's wijze. Ik hou ervan om een persoonlijke touch te geven aan gerechten, met kruiden bijvoorbeeld.'

'Wat ik nog doe, is vissen en garnalen trekken. Normaal gebeurt dat met een trekpaard, maar ik ben zelf het paard. Zelfs mijn groot sleepnet van vier meter trek ik op eigen kracht voort. Ik denk niet dat er veel zijn die dat kunnen, maar ik ben een Brabander op mezelf. Ik doe dat aan de kust tussen Middelkerke en Oostende. Dan ben ik wel een paar uurtjes zoet. Het ontspant me en zorgt voor een enorme ontlading.'
Het Nieuwsblad Online

Sidney Appelboom

Het Nieuwsblad Online | 06 mei 2010 om 09:51
Vroeger: topzwemmer. Eindigde op de Spelen van Seoul 1988 als elfde op de 200m school.
Nu: runt veilinghuis. Verkocht o.m. de Boelwerf en de inboedel van Lernout en Hauspie. Ook co-commentator voor VRT op internationale zwemkampioenschappen.

'Slechts tweehonderd euro voor een buffetpiano? Leo Fonteyne draait zich om in zijn graf als hij dit hoort.' Met veel zin voor empathie kwijt Sidney Appelboom zich steevast van zijn taak als veilingmeester – in dit geval de verkoop van de inboedel van de Koninklijke Villa in Oostende, enkele jaren geleden. 'Hoe ik daarin ben gerold? Logisch, het veilinghuis (makaa.be, red.) is een familiebedrijf. Als ukkie van acht ging ik met mijn vader mee– in het onlinetijdperk verlopen sommige veilingen via internet, toen ging je overal ter plekke. Dat fascineert. Na mijn zwemcarrière trok ik naar Amerika, studeerde onder meer marketing en economie. Ik wilde het bedrijfsleven inIk heb wel wat gesolliciteerd bij andere bedrijven, maar uiteindelijk heb ik de zaak van mijn vader overgenomen.'

'De inboedel van Lernout en Hauspie, de Boelwerf, het faillissement van Verlipack, KPN Quest, dat zijn de meer bekendere dingen die we hebben begeleid, maar er zijn natuurlijk ontelbare andere zaken, in zeer verschillende sectoren. Platte verkoop, daar doe ik niet aan mee. We zijn ook gespecialiseerd in crisismanagement, en dan telt ook het sociale luik. We proberen altijd voor een doorstart te gaan. Drie op de tien faillissementen hadden er geen moeten zijn, zeven op de tien zijn te wijten aan mismanagement of andere oorzaken.'

'We noemen onszelf weleens de begrafenisondernemers van de bedrijfswereld. Niet de dokters, die maken dingen weer helemaal gezond. Wel de mensen die alles in goede banen proberen te leiden en We willen er het beste van maken, in samenspraak met de curator, de schuldeisers, de vakbonden... Het meest bizarre wat ik heb meegemaakt? Ik vergeet het nooit. Het was putje winter, en plots trok een vliegtuigmaatschappij de stekker uit. Daar stonden we dan, met de levering die niet meer kon doorgaan: duizenden tropische planten, die moesten worden bewaard en snel op hun bestemming geraken.'

'Ik kom vaak schrijnende dingen tegen, waar het lot van heel wat werknemers op het spel staat. Zo was er een bedrijf dat binnenbekleding van voertuigen maakte. Ze waren de enige leverancier van een nevenbedrijf dat dashboards produceerde. Als er niet snel een oplossing was, stopte de band daar ook met draaien. In enkele dagen en nachten moesten we alles uitpluizen en zien of er nog een reddingsboei was om die mensen te helpen. Dat is soms pure stress, maar net die stress hadden we als atleet ook graag. Ik haal nog veel dingen uit de sport. Mensen begeleiden in een crisis is net hetzelfde als coaching.'

'Daarnaast probeer ik nog tijd vrij te maken om de grote zwemkampioenschappen te becommentariëren voor de openbare omroep. Tot 2004 heb ik ook nog intensief zwemmers begeleid, zoals bijvoorbeeld Tine Bossuyt of Stefaan Maene. Ik deed dat enorm graag, nu heb ik daar helaas geen tijd meer voor. En ik ben gefrustreerd over de werking van de topsport. Die logge structuren, bobo's die halsstarrig aan hun postje blijven vastzitten… Man, ik zou daar een boek kunnen over schrijven.Maar daar ging het hier niet over, zeker?'
Het Nieuwsblad Online

Maurice De Schrijver

Het Nieuwsblad Online | 29 april 2010 om 19:32
Vroeger: succesvolle linksachter bij Sporting Lokeren van '74 tot '86. Verzamelde vier caps voor de Duivels en was erbij op het WK 1982.
Nu: trainer van Terjoden- Welle en uitbater van sportwinkel.

'Hoe het met me is? Kan niet beter. Met mijn team Terjoden-Welle zijn we net kampioen geworden in de Oost-Vlaamse eerste provinciale. We promoveren naar het nationale voetbal. Zelf ben ik al een tijdje bezig bij die club. Ik ben eigenlijk de sportief adviseur van de ploeg, maar een tijdje geleden nam ik het over van een collega als coach. De job van adviseur ligt me wel beter. Je hebt minder stress.'

'Ik sta nog graag op het veld, werk ook graag met jonge gasten, maar het is toch een beetje een uit de hand gelopen hobby. Je bent er vijf dagen op zeven mee bezig.'

'Voor de bond deed ik vroeger wat scouting, op zoek naar jeugdige talenten overal in het land. Maar daar ben ik mee gestopt. Ik zou veel kunnen vertellen, maar ik ga dat hier niet doen. Ik heb trouwens nog altijd een kaart voor de Rode Duivels, maar daar ga ik niet meer naartoe. Al die miserie om je wagen ergens in de buurt te parkeren. Nee, laat maar.'

'Ik ben er bijna 59, maar mijn agenda zit eigenlijk nog altijd behoorlijk vol.

Ik heb nog altijd die sportwinkel in Massemen. Mijn dochter Katia baat die eigenlijk uit, maar ik help nog veel. Ik sta soms nog achter de toonbank. Er zijn nog altijd klanten die met mij een praatje willen slaan over het voetbal, maar het is toch minder. Mijn glorieperiode dateert van de jaren tachtig, dat is inderdaad al een tijd geleden. We hebben ons met de zaak ook wat anders georiënteerd. We focussen tegenwoordig veel meer op vrijetijdskledij. Dat lijkt me de enige manier om te overleven.'

'Ondanks mijn drukke bezigheden probeer ik toch nog zoveel mogelijk te sporten. Ik kan als golfer redelijk mijn plan trekken. Ik heb een handicap zes, dat is niet mis. Andere ex-voetballers ben ik daar trouwens nog niet tegengekomen, neen. Alhoewel er blijkbaar heel veel zijn. Naast golfen is ook fietsen een passie. Op vakantie trek ik vaak de bergen in. De Mont Ventoux staat ondertussen op de palmares. Maar vraag me niet naar mijn tijd. Ik beschouw dat niet als een competitie, trek er ook altijd op uit in mijn eentje. Je moet nog wat van de natuur kunnen genieten, vind ik.'

'Voetballen doe ik niet meer. Ik heb te veel last aan de knie, er zit slijtage op. Niet dat het een rechtstreeks gevolg is van die open beenbreuk die ik opliep in dat contact met Michel Dewolf. Maar het heeft er toch geen deugd aan gedaan, ik heb daar achteraf heel lang mee gesukkeld. Nee, ik heb Michel achteraf niet meer gehoord. Een telefoontje was toch een stuk sympathieker geweest. Die mens heeft me wat aangedaan en achteraf heb ik nooit gemerkt dat hij daar spijt over had. Op geen enkel moment heeft hij achteraf zijn medeleven betuigd. Dat steekt. Maar ach, zo zal de maatschappij tegenwoordig in elkaar zitten, zeker?'
Het Nieuwsblad Online

Eric Van Lancker

Het Nieuwsblad Online | 22 april 2010 om 07:21
VROEGER: Won vier Wereldbekerwedstrijden: Amstel Gold Race in 1989, L-B-L in 1990 en in 1991 de verdwenen klassiekers Wincanton Classic in Leeds en de GP van Amerika in Montréal.
NU: lesgever voor fietsenmakers in Ronse en directeur van de West-Vlaamse afdeling van de Vlaamse Wielerschool in Brugge.

'Ik was een beetje een Philippe Gilbert avant la lettre. Ik won ook de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik. Toch was ik meer klimmer dan Philippe, die dan weer beter de Vlaamse klassiekers beheerst. Dat was mijn ding niet, ook al woonde ik tijdens mijn carrière op de flanken van de Tiegemberg. Daartegenover won ik in Parijs-Nice ooit op de Mont Ventoux aan Châlet Reynard. Ik verloor dan weer de Ronde van Lombardije in de spurt van Moreno Argentin. Door Marc Madiot werd ik de laatste kilometer alsnog ingelopen.

Ik werd vandaag (gisteren, red.) op het parcours van de Waalse Pijl nog dikwijls aangeklampt over mijn zege in Luik. De tijd vliegt. Volgende week word ik 49 jaar. Luik ligt al twintig jaar achter de rug. Het was mijn allermooiste zege van een loopbaan waaruit ik wel het maximum haalde. Die dag had ik een lekke band voor La Redoute, sloot voorin weer aan, en begon aan een solo van 25 kilometer. In mijn tijd waren de Belgen die op dit terrein schitterden ook dun gezaaid. Criquielion zat in de herfst van zijn carrière.'

'Ik reed deze week zowel het parcours van de Amstel Gold Race als de Waalse Pijl. Ik gids Australische wielertoeristen van Bikestyle Tours, die een reis boeken van de andere kant van de wereld op zoek naar de wielermonumenten. Ik doe dat ook in de Giro en de Tour.'

'Ik was graag in het profwielrennen gebleven, maar ik heb één handicap: ik zeg waarop het staat en kan geen mouwen vegen. Ik kan niet rond de pot draaien. Toen ik stopte startte ik Beveren 2000 op, ondertussen de satellietploeg van Quick Step. Ik deed dat vijf jaar en werd daarna ploegleider bij Davitamon-Lotto. Maar na twee jaar moest ik opstappen omdat Cadel Evans een Italiaanse ploegleider erbij wou. Exit Van Lancker dus en zo kwam Roberto Damiani erbij. Ik trok naar de Amerikaanse ploeg Navigators, maar met al die dopingproblematiek stopte de hoofdsponsor één jaar vroeger dan voorzien. Toch ben ik altijd ergens met mijn eerste liefde verbonden gebleven. Zo geef ik les aan fietsenmakers in Ronse. Ik ben ook directeur van de West-Vlaamse afdeling van de Vlaamse Wielerschool in Brugge. Zoals Marc Wauters dat in Limburg is. Wauters is daarnaast nog een aantal dagen ploegleider bij Omega Pharma-Lotto. Zo hoop ik het ook in de toekomst te doen. Als ik zie wie er nu allemaal achter het stuur van zo'n auto zit, dan heb ik toch mijn bedenkingen. Ben ik een vergeten winnaar? Soms overvalt me dit gevoel wel, maar daarvoor verander ik nog niet mijn principes.

Ik denk dat ik het wielrennen nog wat kan bijbrengen. Tegenwoordig proberen amateurteams elkaar de loef af te steken met de mooiste ploegauto's en -caravans. Ze zouden beter een huis huren in Zuid- Frankrijk of in de Ardennen om nieuwe Gilbertjes te kweken, want achter hem gaapt de leegte. Ik had het geluk dat mijn ouders in mij wilden investeren. Zo trok ik naar de Ardennen, en ging jaarlijks naar Frankrijk.

Al moest ik wel ook zelf gaan werken. Alleen het laatste jaar bij de beloften mocht ik verlof nemen bij de Spoorwegen. Met Massimo heb ik een zoon die einde dit jaar achttien wordt, maar wel al eerstejaarsbelofte is. Raakt hij er, dan kan mijn dochter Isaura zich over hem ontfermen. Ze studeert sportmanagement. Zelf kan ik hem ook nog wat bijbrengen. Met Peter Post had ik bij Panasonic de beste leermeester. Streng maar rechtvaardig, zoals er nu geen meer rondlopen.'
Het Nieuwsblad Online

Luc Roosen

Het Nieuwsblad Online | 15 april 2010 om 09:17
Vroeger: Begenadigd klimmer die in 1991 de Ronde van Zwitserland won. Werd in 1990 dramatisch tweede in de Gold Race omdat hij zijn handen te vroeg in de lucht stak.
Nu: Trainer bij de Limburgse Wielerschool in Zolder.

'Financieel maakte het niet uit of ik die Gold Race won of niet. Het hele verhaal maakte me bekend genoeg. Mijn sponsor toen, Histor, heeft zelfs meer publiciteit geraapt dan bij een zege, want die foto ging de hele wereld rond. Ik met mijn armen half in de lucht, Adrie van der Poel die nog net voor mij zijn wiel over de streep gooit. Verschrikkelijk. Ik had nochtans nog gekeken op 500 meter van de streep. Ik zat toen in het wiel van Jan Goessens, die even voordien had aangevallen. Oké, dat peloton zit ver genoeg. Gewoon spurten en ik win hier, dacht ik. Tja...'

'Voor mijn palmares maakte het wel uit. Had ik mijn handen niet omhoog gestoken, dan stond er nu een Wereldbekerkoers op mijn naam. Dat vind ik achteraf wel jammer. Want hoe je het ook draait of keert, die koers blijft in je bloed zitten. Het peloton laat je nooit volledig los. Daarom ben ik ook blij dat ik - onder de coördinatie van Marc Wauters - nieuwelingen kan trainen in de Limburgse Wielerschool.'

'Daarnaast is er nog ééntje aan wie ik mijn ervaring doorgeef. Mijn zoon Jörg, nu 20 lentes jong. Hij doet dat bijlange niet slecht; hij rijdt nu bij Davo (het opleidingsteam van Omega Pharma-Lotto, red.) en heeft vooral een goeie tijdrit in de benen. Maar koers komt nog altijd op de tweede plaats. Hij studeert voor handelsingenieur en het is de bedoeling om eerst dat diploma te halen.'

'Het is zijn vader die hem dat heeft ingefluisterd. Waarom? Omdat het aantal plaatsen in het profpeloton steeds beperkter wordt. En omdat er altijd iets kan gebeuren. Kijk maar naar Wilfried Nelissen, die door één val plots op zoek moest naar een nieuwe toekomst. Dan heb je beter iets achter de hand. Trouwens: van zo'n leven krijgt hij karakter. Studies en koers zijn het enige in zijn leven, daarnaast heeft hij voor niets anders tijd.'

'Jörg hoeft niet per se prof te worden van mij. Het mag, maar ik lig er niet wakker van als het niet lukt. Het belangrijkste is dat hij er plezier aan beleeft. Dat mis ik bij heel wat ouders: ze leggen vaak zoveel druk op, verwachten dat hun kind direct wint. Als ik Jörg voor de start van een koers zie, zeg ik hem enkel dit: Eet genoeg, drink genoeg, en amuseer u. Gelukkig luistert hij naar mij.'
Het Nieuwsblad Online

Yaw Preko

Het Nieuwsblad Online | 25 maart 2010 om 10:57
VROEGER: Ghanese spits die tussen 1992 en 1997 27 goals maakte voor Anderlecht, 68-voudige international
NU: 35-jarige begeleider van jonge spelers in Ghana en gisteren op bezoek in het Astridpark

'Het doet ongelofelijk veel deugd om eens terug te zijn op Anderlecht. Ik heb gepraat met Michel Verschueren en met Romelu Lukaku. Ik ken zijn vader Roger goed, want in mijn tijd speelde hij bij Seraing, met Isaias en Wamberto. Hij ging mijn hartelijke groeten overbrengen aan zijn pa. Monique, de conciërge van het Astridpark, is nog knapper geworden. Vroeger zette ze ons altijd ontbijt voor. En weet je wie ik daarstraks aan de lijn had? Johan Boskamp. Hij zei: godverdomme Preko! Toen ik in 1995 mijn beste seizoen speelde voor Anderlecht had ik al 11 goals gemaakt voor ik in januari naar de Afrika Cup moest. Ik kwam te laat en ook nog eens geblesseerd terug. Boskamp was razend. Hij vroeg mij of ik een oude man geworden was, zo mank liep ik. Gelukkig hielp ik deze club het jaar nadien wel aan de titel. Dat is mijn mooiste herinnering. Anderlecht is altijd de club van mijn hart gebleven. Hier is het voor mij allemaal begonnen.'

'Sinds ik België heb verlaten, heb ik helaas geen enkele match meer live gezien van Anderlecht. Ik speelde nog in Turkije bij Gaziantespor, Fenerbahçe en Yozgatspor. Daarna trok ik naar Halmstad in Zweden en nadien nog naar Al Ettifaqh in Saudi-Arabië en Hoang Anh Gia Lai in Vietnam. Bij die laatste ploegen speelde ik amper. Tussendoor kwam ik wel naar Anderlecht, maar nooit was er een match. Zondag kom ik zeker naar de match tegen Zulte Waregem. Ik logeer tien dagen lang bij Charlie Musonda, de materiaalman.' 'Drie jaar geleden zette ik een punt achter mijn carrière en keerde ik terug naar Ghana.

Een vaste job heb ik niet, maar eens je in Ghana een ster bent geweest, blijf je een ster. In mijn geboorteland noemen ze mij nog steeds Rush, naar Ian Rush, de legendarische speler van Liverpool. Dat kwam omdat ik in Ghana een pijlsnelle doelpuntenmaker was. Bij mijn vroegere clubs train ik nu wat jonge spelers. Ik probeer ze mijn ervaring door te geven en ze aan te leren hoe ze zich als prof moeten gedragen. Misschien kan ik ooit een nieuwe Lukaku aanbrengen bij Anderlecht. Ik probeer ook mijn trainersdiploma te behalen.'

'Deze week zag ik ook de oudste zoon van Charlie Musonda voetballen. Dat wordt ook een uitstekende voetballer. Ik heb zelf een zoontje van 12 jaar, maar hij woont in Amerika en ik zie hem amper. Ik heb nog een dochtertje en een zoontje van drie. Mijn jongste zoon is mijn grote hoop. Hij heeft talent om te voetballen. Zelf speel ik niet meer. Ik ben wat bijgekomen, maar bij mij valt het nogal mee. Je zou Nii Lamptey eens moeten zien.'
Het Nieuwsblad Online

Hoe zou het zijn met... Jim Van De Laer?

Het Nieuwsblad Online | 18 maart 2010 om 10:41

VROEGER: Verbaasde de wereld door Argentin even te volgen op de Poggio in 1992. Reed daarna nog twee keer top 30 in de Tour, maar deemsterde dan weg. NU: Verhuurt vakantiewoningen in Florida.

‘Ik was amper 24 in '92. Uitblinken in Milaan-Sanremo, een sterke Tour, ...: direct was ik België's nieuwe rondehoop. En eigenlijk geloof ik nog altijd dat dat terecht was. Niet dat ik de Tour kon winnen. Maar de top 10, dat had ik wel in mij.'

‘In '93 begon echter de miserie. Ik had een transfer naar Lotto versierd, maar had dat jaar ook constant pijn in mijn linkerbeen. Pijn? Train wat harder, zeiden ze in de ploeg. Twee jaar later bij TVM hetzelfde liedje. Van het woord begeleiding hadden ze in die ploegen nog nooit gehoord; ze zagen me liever stoppen dan beter worden. Ach, ik zat dan gewoon bij de verkeerde mensen.'

‘Pas na vier jaar miserie kwam ik terecht in een echte ploeg: het Cofidis van Cyrille Guimard. Hij geloofde in mij en liet me onderzoeken. Resultaat: een hoofdslagader in mijn lies zat al heel die tijd gekneld. Een kleine operatie en ik kon bijtekenen. Maar plots werd Guimard beschuldigd van fraude en moest hij weg. Ik stopte, gedesillusioneerd, op mijn 29ste.'

‘Misschien was dat te impulsief, had ik nog even moeten doorgaan. Maar spijt? Neen. Die koersperiode is nog altijd de beste tijd van mijn leven. Alleen… ik wou iets bereiken. Ik wou grote wedstrijden winnen en dat is niet gelukt. Niet alles wat ik in mij had, kwam eruit. Ik ben niet ontgoocheld over mijn periode als renner, wel over mijn palmares.'

‘Nadien trok ik al snel naar de Verenigde Staten om een zaak in vakantiewoningen te beginnen. Die heb ik nu nog altijd, in Florida. Maar ik woon wel in Las Vegas. (grinnikt) Nee, dat is niet bij de deur; elke tien dagen pendel ik vier uur met het vliegtuig. Maar Vegas spreekt me meer aan. Een speeltuin voor grote kinderen hé.'

‘De koers volg ik nog altijd op de voet, al is dat wel met mijn eigen blik. Ik zal altijd veel meer opkomen voor de jonge talenten. Kijk: voor de meesten is het simpel. Als een goeie jonge renner wat minder presteert, is het direct naar zijn hoofd gestegen. Maar zo wérkt het niet. Er zijn heel wat redenen waarom het wat minder kan gaan. Breek hem dan toch niet direct af! Na Parijs-Nice hoorde ik een ploegleider zeggen: Ja, Van Den Broeck heeft ontgoocheld. Moet dat nu écht in de pers? Ach, als ik zie hoe Amerikaanse teams als Garmin hun talenten koesteren, dan zijn enkele Belgische ploegen nog altijd amateuristisch bezig.'

‘Weet je, ik heb zo mijn eigen visie op het runnen van een wielerploeg. En ergens heb ik nog die verre droom om zelf ooit te beginnen met een team. Belgisch of Amerikaans? Goh, doe maar een sponsor uit de States. (grijnst) Alhoewel, als er een Vlaming zich geroepen voelt...'

Elke week zoeken wij een vergeten sportvedette op.


Het Nieuwsblad Online

Philippe Adams

Het Nieuwsblad Online | 11 maart 2010 om 10:21
VOREGER: was de laatste Belg in Formule 1. Hij reed in 1994 twee Grote prijzen F1 voor Team Lotus. In de GP van België ging hij van de baan, in Portugal werd hij 16de. Reed ook in andere klassen.

NU: verkoper in een Seat-garage in Doornik

'Ik ben de beste verkoper van de streek: ik doe 200 auto's per jaar. (schamper) Blijkbaar verkoop ik beter auto's dan mezelf. Een cv met Formule 1 opent normaliter alle deuren. Maar niet voor mij. Zelfs Seat belt me niet, terwijl ze mij toch moeten kennen en actief zijn in het wereldkampioenschap toerisme. Typisch Belgisch. In plaats van onze helden op te hemelen, breken we ze liever af.'

'Kijk naar mij. Ik heb F1 gereden. Het summum van de autosport. Als je F1 haalt, mag je je carrière geslaagd noemen. Maar ik oogstte slechts kritiek. Ik was een fils-à-papa en Guy Mathot, mijn peter, zou voor het geld hebben gezorgd. Wel, ik heb zelf voor het geld gezorgd. Ik en niemand anders. Ik heb 250.000 euro geleend bij een bank. Ten persoonlijken titel, met het huis van mijn vader als waarborg. Door mijn resultaten in F1 te verzekeren en door sponsoring heb ik 175.000 euro gerecupereerd. Voor het restant heb ik tien jaar afbetaald. Door te gaan werken, zoals iedereen.'

'Voor kerels zoals Leinders die beweren dat er geen Belg meer in F1 raakt wegens het geld, heb ik maar één boodschap: doe zoals ik. Als je gelooft in jezelf, stap naar een bank en investeer in jezelf. Want de overheid komt niet over de brug. Onbegrijpelijk. Er is geld voor voetbal, wielrennen, alles, maar talenten zoals Jerôme d'Ambrosio of Bertrand Baguette krijgen geen steun. Terwijl Formule 1 toch een wereldwijd uithangbord is. Mathot kreeg de wind van voren, maar ik zeg je: hadden we maar wat meer ministers zoals Mathot. Of Willy Claes. In plaats van kerels zoals Reynders.'

'Ik heb in elk geval mijn conclusies getrokken: ik ben getrouwd met een Française en ik woon in Frankrijk. De Belgische mentaliteit, neen, bedankt. En aan al mijn criticasters wil ik nog het volgende kwijt: Lotus vierde onlangs zijn jubileum. Wie was uitgenodigd? Deze jongen. Blijkbaar is Lotus mij toch niet vergeten. Ook al reed ik maar twee races. Wat trouwens de afspraak was, want ik had maar het budget voor twee races.'
Het Nieuwsblad Online

Mike Origi

Het Nieuwsblad Online | 04 maart 2010 om 11:48
Vroeger: kampioen met Genk in 1999 maar ook ex-spits van KV Oostende, Harelbeke, RWDM, Heusden-Zolder en Tongeren
Nu: 42 jaar, spits bij tweedeprovincialer Cobox, sinds december werkloos

'Sinds december zit ik zonder werk. Ik heb drie jaar voor Ford Genk gewerkt aan de band, maar ik had een tijdelijk contract. Samen een 150-tal anderen kreeg ik te horen dat mijn contract niet verlengd werd. De crisis, hé. En als tijdelijke kracht ga je niet staken, want veel heb je niet te zeggen. Ik stond er aan de band en moest me vooral bezighouden met de kofferruimtes. Met rubber bekleden, van een slot voorzien, dat soort dingen. Op zich niet lastig, al is acht uur op je benen staan wel zwaar.'

'Ik kan het nu wel een paar maanden zonder werk uitzingen, maar geen jaar. Daarom volg ik een cursus logistiek bij de VDAB, zodat ik nadien misschien in een magazijn kan werken. Ik volg ook de UEFA A-cursus voor trainers. Daarmee kan je al tot tweede klasse aan de slag. Ik was in het verleden al tijdelijk jeugdcoach bij Racing Genk.'

'Ik ben vier jaar geleden beginnen te werken toen ik derdeklasser Tongeren verliet. Ik was vier keer trainen per week en de verplaatsingen naar Virton en consorten beu. Daarom begon ik bij Cobox, dat toen nog in eerste provinciale speelde. Plots had ik veel tijd en daarom ben ik beginnen te werken. Wilfried Delbroek (ex-Genk, red.) speelt ook bij Cobox, net als Jacky Boonen (ex-Beveren en Lierse, red.) tot hij onlangs besliste om te stoppen. Dit seizoen is een pechjaar. Ik heb nog maar een keer of vijf gescoord. Vorige seizoenen had ik twaalf goals.'

Oudste van de ploeg

'Ik ben met mijn 42ste de oudste van de ploeg, maar voetbal is voor mij nog steeds een bevrijding. Als je op dat veld staat, vergeet je alles. Als antistressmiddel is het perfect. Het enige vervelende is dat de tegenstanders zich tegen mij per se willen bewijzen omdat ik ooit in eerste klasse speelde. We spelen in de streek rond Genk, dus meestal kennen ze mij nog. Duwen, trekken, vuile fouten... Gelukkig heb ik ervaring genoeg om me te beschermen.'

'Indertijd speelde ik samen met mijn drie broers bij de nationale ploeg van Kenia. Nu heb ik alleen nog een neef die keeper is bij de Noorse tweedeklasser Moss, maar misschien is er toch opvolging: mijn enige zoon Divock wordt in april vijftien en zit bij de jeugd van Racing Genk. Het is een flankaanvaller die makkelijk scoort en nu ook voor de nationale U15 speelt. Maar het zou niet fair zijn om hem met Romelu Lukaku te vergelijken. Dat is een ander type, veel krachtiger. Ik heb Divock al vaak ingeprent dat hij nog nergens staat: jeugdploegen kan je niet vergelijken met de eerste ploeg. Hij heeft talent, maar om te slagen heb je discipline en geluk nodig. Je weet nooit dat hij morgen geen goesting meer heeft.'
Het Nieuwsblad Online

Ronny Van Holen

Het Nieuwsblad Online | 25 februari 2010 om 15:26

Vroeger : Wereldkampioen bij de junioren in 1977. Bulkend van het talent maar iets minder karakter om het onderste uit de kan te halen. Zijn mooiste overwinning behaalde hij in 1988 met de Omloop Het Volk. Nu : Kassier van caféspelen in het Brusselse

Als cafébaas klopte ik werkdagen van 17-18 uur. Het was geen leven meer

'1988? Mens, dat is lang geleden', zucht Ronny Van Holen (50). In tegenstelling tot veel van zijn voormalige collega's laat de Brabander uit Wolvertem zich niet meer zien op de koers. Toch niet bij de profs, want zijn zoon Kim hervat zijn carrière na een jaar schorsing omwille van een ongelukkig gemiste controle na een avondwedstrijd. 'En een boete van duizend euro daarbovenop', maakt Van Holen er zich nog druk om. 'Het feit dat ik niet langs de kant van de weg sta heeft daar echter niks mee te maken. Ik volg het koersgebeuren nog altijd met veel interesse. Alleen doe ik dat liever achter mijn televisie dan op straat, waar de renners tegen 40-45 kilometer per uur voorbij razen en je uiteindelijk niks hebt gezien. Als straks de Tour in Meise passeert, wil ik wel eens komen kijken. Het is toch vlak bij mijn deur.'

Een paar maanden nadat hij eind 1992 de fiets aan de kant schoof, opende Ronny Van Holen met zijn vrouw Stella een café annex snookerzaal in Steenokkerzeel. 'Taverne De Markt. De zaak liep meteen als een trein en doet dat nog altijd', pocht de voormalige poulain van ploegleider Florent Van Vaerenbergh. Ronny zelf staat er echter al lang niet meer achter de toog. 'Ik heb het maar een maand of vier uitgehouden. Het was echt geen leven meer. We maakten toen de fout alles zélf te willen doen in plaats van er meteen personeel bij te pakken. Ik klopte werkdagen van 17-18 uur en kwam nauwelijks nog aan slapen toe. Op die manier kreeg ik een tegenzin van de zaak. Ik liet ze over aan mijn zus, die ze een jaar of zes openhield om ze dan op haar beurt over te laten aan iemand uit de buurt.'

Ronny Van Holen zelf moest een jaar stempelen, om dan terecht te komen bij de job die hij nog altijd uitoefent. Met volle goesting, deze keer. 'Ik werk in de sector van de caféspelen. 't Is te zeggen: ik ga in Groot-Brussel de herbergen langs om af te rekenen en het geld op te halen. Ik ben dus altijd onderweg. 's Ochtends passeer ik langs het bureau en dan begin ik mijn ronde. Eigenlijk ligt deze job in het verlengde van mijn carrière als wielerprof. Ik ben opnieuw op mezelf aangewezen om mijn dag in te delen en dat vind ik prettig.' (PDK)