Het Nieuwsblad Online

Boonen moet op de Poggio gaan

Het Nieuwsblad Online | 20 maart 2010 om 10:01

De Primavera is met geen pen te beschrijven. Je moet er zelf tussen hebben gehangen. Het is een heel mooie wedstrijd. Milaan-Sanremo roept bij mij veel beelden op: de ploegdokter die al van daags voordien iedereen smeekt: eten, eten, eten. Om zes uur opstaan, of desnoods vroeger indien de dopingcontroleurs langskomen. Met slaapogen aan de start staan, terwijl de Italianen dan al kierewiet zijn. Je bent al een tijdje aan het koersen en plots zie je een bordje: nog 275 km.

In de aanloop naar de Turchino begint het echt. Omdat de zon er niet aankan, ligt die berg altijd vochtig. In de afdaling gebeuren de eerste crashes. Je moet ook blijven eten want uiteindelijk zit je bijna zeven uur op de fiets. De laatste vijftig kilometer breekt de hel voorgoed los. De dorpjes vliegen zo aan je gezichtsveld voorbij. Vuilbakken langs de kant, geparkeerde auto's.

En dan die capi. Scheuren langs de muren, remmen, van bocht naar bocht koersen. Ik probeerde het ook dikwijls op de Poggio. Met Rebellin. Eén keer was ik alleen, maar Bartoli kwam me halen.

Ik raakte nooit in de eerste vijf omdat ik te weinig spurter was. In mijn tijd had je de superspecialist Erik Zabel. De Duitser had ook een fantastisch gedisciplineerde ploeg. De Primavera win je als topcoureur nooit alleen. Het soortelijke gewicht van het team is heel belangrijk. Eén, twee, liefst drie renners moeten je naar de voet van de Poggio voeren. Zelf mag je geen trap te veel geven. Voor je het weet, zijn de benen ontploft.

Boem, patat, je staat er. Als je vijftig meter achter bent op de Cipressa, kan het al voorbij zijn.

Groene gevaar Bennati

Toch hebben we met Tom Boonen een uitgelezen kans om eindelijk weer een Belg op de hoogste trede te hebben. Ik zag voldoende in Tirreno-Adriatico.

Hij klimt bij de beste tien. Je leert meer van de Tirreno omdat dit ook al een nerveus gedoe is. Parijs-Nice is eerder een echte ronde, met lastige bergen.

Was ik Tom, dan probeerde ik het dit keer op de Poggio in plaats van voluit te gokken op de spurt. Het lijkt me het ideale moment om de koers zelf in handen te nemen. In de sprint van een klein groepje heeft hij meer kans. Ze voorspellen geen al te goed weer. Ook dat speelt in zijn voordeel. Al heb ik wel wat reserves rond de sterkte van zijn ploeg. Er zitten er enkele tussen die dringend een 'lap' rond de oren mogen krijgen. Ze zouden moeten springen om voor zo'n renner te kunnen werken. Het is voor de Belgische jeugd het ogenblik om iets te bewijzen. Constant met drie moeten ze rondom hem rijden.

Tom moet zich zien te ontdoen van Daniele Bennati. In de spurt heeft hij niet enkel de beste papieren, maar Liquigas lijkt me het sterkste team. Het viel me ook op hoe gemakkelijk Filippo Pozzato rijdt. Boasson Hagen is voor mij nog een vraagteken. Dit is een topklassieker over 300 kilometer. Ook al maakt zijn Team Sky indruk. Cervélo is na het wegvallen van Haussler een pak minder. In Mark Cavendish geloof ik niet. Hij trok zich vorig jaar scheef om over de capi te raken. Als ik zijn uitspraken lees, dan geeft hij toe dat hij minder heeft getraind. Hij is nerveus, dat is een slecht teken.

Zijn ploeg Team Columbia is precies ook minder. Wie op en top klaar is, zegt rustig: 'Ik ben goed'.

Dan is er nog Philippe Gilbert. We hebben er nog niet veel van gezien, maar hij is al jaren gebrand op de Primavera. Hij kent het gevoel om als eerste over de Poggio te gaan. Wint hij, dan zal ook hij vaststellen dat niets voor de Italianen boven Milaan-Sanremo gaat. Zelfs de Ronde van Lombardije niet.

Peter Van Petegem

Blik op het openingsweekend

Peter Van Petegem | 01 maart 2010 om 16:09

1. De blunder van Gilbert

Het beeld van de openingsdag was volgens mij Juan Antonio Flecha die Philippe Gilbert vlotjes uit de wielen reed op de kasseien van de Lange Munte. Dat was een blunder van formaat van Gilbert, nochtans een meester-tacticus. Hij zat daar met ploegmaat Jürgen Roelandts en de leeggereden Guesdon. Gilbert had Roelandts toch nog een hele tijd moeten meenemen. Nu liep hij op een fantastische uppercut van Flecha. Ineens verloor de kopman van Omega Pharma-Lotto zijn aureool van onoverwinnelijkheid dat hij sinds vorige herfst had opgebouwd. Daar wordt een mens overmoedig van.

2. Hele scherpe Tom Boonen

Op de Taaienberg maakte Tom Boonen indruk op mij. Hij staat echt al heel scherp. Dat viel me trouwens bij alle verwachte namen op. Nick Nuyens heel goed, Philippe Gilbert toch ook, Heinrich Haussler, Thor Hushovd gisteren. Boonen had het nadeel dat hij de sterkste was. Herhaalt hij dat in de Ronde van Vlaanderen, dan rijdt hij in die fase wel weg. De Omloop was een heel mooie én zware wedstrijd waarin lekke banden een grote rol speelden. Er werd hard gekoerst, alsof er veel prestige op het spel stond. De Omloop hoort eigenlijk in de ProTour thuis. Met Flecha kreeg Het Nieuwsblad een hele mooie winnaar. Die zo blij was als een kind. Dat was lang geleden dat ik dit nog gezien heb, zo'n gelukkige renner.

3. Omega Pharma-Lotto beter dan Quick Step

Het grote minpunt voor Tom Boonen was zijn ploeg, die niet sterk genoeg was. Ik mankeerde een beetje de jongeren die in functie van hem moeten rijden. Stijn Devolder viel me zaterdag tegen, daarbovenop viel hij nog in Kuurne. Zijn opdracht is het hoofd nu koel houden. Ik vond Lotto in de breedte sterker dan Quick Step. Hoste, Roelandts en Gilbert stonden er. Ook opvallend was dat Team Sky er onmiddellijk met ploegleider Scott Sunderland staat, net als BMC. Cervélo bracht dan weer de bevestiging. Er is dus veel meer dan Quick Step en Lotto.

4. Kuurne geen waardemeter

In het peloton zal er nog jaren gesproken worden over die waanzinnige dag in Kuurne, maar toch was deze wedstrijd geen waardemeter. De dapperen haalden het van de beste renners, die volgens mij wijselijk de remmen dichtknepen. Uit schrik voor ziekte en valpartijen. Ik had hetzelfde gedaan. Zaterdag was ik jaloers dat ik niet meedeed, zondag was ik blij dat ik langs de zijlijn stond.

Peter Van Petegem

Eerste veldslag met serieuze gevolgen

Peter Van Petegem | 27 februari 2010 om 07:32
Ik beken het. Als ik zoals vandaag naar de start rijd, dan wil ik zo weer meekoersen. Al ben ik al drie jaar weg uit het peloton. De Omloop Het Nieuwsblad? Dat was voor een coureur als ik thuiskomen op mijn parcours. Dat doet wat met een mens zo'n Omloop Het Nieuwsblad. Ik herinner me nog hoe ik naar Gent reed met de autocar. Dan kijk je door de getinte ruiten en zie je de massa staan. Jouw supporters, de koersliefhebbers. Ik ben van nature een koele kikker, maar toch, altijd weer kreeg ik kippenvel.

De Omloop, dat staat ook synoniem met de allereerste keer stress en drukte in het wielrennen. In de koers, buiten de koers. De allereerste keer alle registers open. Het klinkt raar, maar als koersdirecteur ben ik nu véél nerveuzer dan toen ik zelf koerste. Toen hield ik geen rekening met de gelosten. Hoe meer, hoe liever. Nu waak ik mee over de veiligheid en heb ik mijn voormalige werkomgeving van een totaal andere manier leren bekijken.

Als coureur weet je op dat Sint-Pietersplein wel al waar je staat. Maar er is die ploegmanager die al sinds de verkenning poepnerveus rondloopt. Je onophoudelijk met kleine tics aangeeft hoe belangrijk die zege is in de Omloop Het Nieuwsblad. Ik weet waarover ik praat, want ik won de Omloop drie keer. Het is de eerste veldslag van een hele serie, maar wel een serieuze veldslag met héél grote gevolgen. Win je, dan is er euforie. Verlies je, dan volgt 's avonds een striemende debriefing. Ja, het kan bij verlies zelfs tot een crisisvergadering komen. Ook allemaal meegemaakt. Ik herinner me nog 2003, het jaar dat Johan Museeuw een tweede keer won en dat Marc Sergeant debuteerde als ploegmanager bij Lotto. We werden compleet weggereden. Maar dat hadden we eigenlijk al zien aankomen in de Ruta del Sol. Na de Omloop was het alsof het seizoen al volledig mislukt was. Ofwel ben je de man, of word je als ploeg afgemaakt. Het is ook een van de weinige klassiekers waar de kwaliteiten van de hele ploeg op een apothekerschaaltje worden afgewogen.

Als kopman moet je wel je kalmte in alle omstandigheden bewaren, want je wordt die dag door iedereen opgezweept. De laatste keer dat ik won, in 2002, stonden we voor de Paddestraat voor een gesloten overweg. Terwijl ik de ploeg had meegegeven dat ik er daar een lap op zou geven. De anderen stonden te plassen en te lachen. Ik zei tegen D'hollander en McEwen: houd jullie gereed, op de Paddestraat ontbind ik mijn duivels. Zo geschiedde.

Als je voor deze Omloop dan toch één naam wilt: Tom Boonen. Hij heeft het stevigste blok en een Stijn Devolder aan zijn zijde die geprikkeld zal zijn na de uitlatingen over zijn zogezegd isolement. Het wordt een oorlog tussen de twee Belgische topploegen. Ik zet er Cervélo ook bij met ouwe taaie Andreas Klier, die het parcours als zijn duimpje kent. Eén ding weet ik zeker: als het weer is zoals op vrijdag, dan zullen er niet veel spurten om de zege. Dan wordt het een hele zware koers. Een slijtageslag.