Home  Regio  ronse  ronse blogt!
     
Meebloggen? Mail ons!

Heb je nieuws voor deze blog?
Leuke foto's van Ronse?
Laat het weten aan:
Koen Lauwereyns
Zet als startpagina Voeg toe aan favorieten
Deze blog verhuist!

Vanaf nu verschijnen de artikels van deze blog op de gemeentesite op www.nieuwsblad.be/ gevolgd door de naam van uw gemeente.

Deze artikels blijven bewaard als archief, maar er zullen geen nieuwe berichten meer verschijnen. Daarvoor kunt u terecht op www.nieuwsblad.be/ gevolgd door de naam van uw gemeente.

Hetzelfde nieuws, gebracht door uw vertrouwde correspondent(en). Maar vanaf nu op een andere plaats, in een nieuw kleedje. Laat ons gerust weten hoe u er over denkt.

Ronses station gaat met 170 Brugse pluimen lopen

StationDe Michelin vanuit Oudenaarde zal vandaag behoorlijk vol zitten. Met schoon volk. Straks om 10.48 uur komt een 110-koppige delegatie van de West-Vlaamse gidsenkring aan. Ze zijn vergezeld van de schepen van toerisme van Brugge, Jean-Marie Bogaert en gedelegeerd bestuurder Jannie Haek van de NMBS.

Aanleiding van hun bezoek is het feit dat het die dag exact 170 jaar geleden is dat de stoomtrein de Jan Van Eyck het Brugse station binnenreed. Gezien het station ondertussen van Brugge naar Ronse is verhuisd, herdenken ze deze historische gebeurtenis door middel van een treintocht naar Ronse. In de namiddag zullen ze onze stad bezoeken, met onder andere een rondleiding in de art-deco wijk en de crypte.

Om deze gebeurtenis in de kijker te stellen wordt aan het station een korte plechtigheid voorzien, waarbij de vlag van Brugge en die van Ronse simultaan gehesen zullen worden.

(foto David Stockman)

Het eerste Brugse Stationsgebouw (1841/44–1879)

Met enige tegenzin en met een Brits duwtje in de rug, stak Leopold George Christaan Frederik von Saksen-Coburg-Gotha (1790-1865), in juli 1831, het kanaal over richting Calais. Vanuit daaruit reed de adellijke koets naar De Panne waar Leopold op 17 juli zijn eerste voetsporen op Belgisch grondgebied afdrukte. Zijn ambitie om als prins-gemaal de Britse troon te bestijgen had hij pas geruild om de zeer liberale grondwet en de kroon van het prille Belgische Koninkrijk te aanvaarden.
De meeste Europese vorstenhuizen waren niet zo gediend van dit nieuwe landje van liberale oproerkraaiers, en meteen ijverde Koning Leopold I om België op de Europese kaart te zetten. Hoe kon hij dit beter doen dan als eerste land op het continent een spoorwegnet uit te bouwen. Hij boorde zijn connecties met Britse ingenieurs aan en op 5 mei 1835 reed de ‘Olifant,’ als eerste trein op het continent, tussen onze kerkelijke en onze bestuurlijke hoofdstad. Dit op het linkse spoor zoals in Engeland gebruikelijk was.
Drie jaar later, op 12 augustus 1838 stoomde de  locomotief  ‘Jan Van Eyck’ als eerste Brugge binnen  met Koning Leopold I en Koningin Louise-Marie aan boord. Een eretrein van zestig wagons getrokken door vier locomotieven kwam, onder het spelen van de beiaard, het doffe gebrom van de zegeklok en onder het gebulder van saluutschoten, de Vrijdagmarkt opgereden (toen de naam van het gehele plein). Brugge vierde feest van zaterdag 11 augustus tot dinsdag 14 augustus. Burgemeester Coppieters riep uit dat België door de aanleg van het spoorwegennet  aan de top van de Europese beschaving stond, dat deze aanleg een hechtere band zou smeden tussen de Europese landen en dat Brugge opnieuw een belangrijk centrum zou worden.

Extra-muros of intra-muros?

Al vanaf de beslissing op 1 mei 1834 ontstonden verhitte discussies (volledig conform de stijl zoals Bruggelingen die al eeuwenlang gewoon zijn) over de plaats waar het station zou worden gebouwd. Verschillende plannen, meestal van katholiek conservatieve signatuur, om het station buiten de omwallingen te bouwen nabij de Boeveriepoort (waar uiteindelijk het derde station zal gebouwd worden) of nabij de Smedenpoort  haalden het niet. De behoudsgezinden  wilden ten allen prijzen vermijden dat het ‘historisch ei van Brugge’ zou worden doorbroken. De liberalen argumenteerden dat het station dichter bij de voornaamste winkelstraat, toen de Vlamingstraat, en het handelscentrum moest worden aangelegd om goederen en reizigers zo dicht mogelijk bij het stadscentrum te brengen. Zo zou in het arme Brugge van die tijd de handel opnieuw kunnen opleven. 
Na meer dan 3 jaar discussie en slechts 10 maanden voor de eerste trein Brugge zou binnenrijden, viel de beslissing om het station intra-muros op de Vrijdagmarkt  op te richten.

Kapucijnenklooster

De behoudsgezinde katholieken waren eens te meer ontevreden over de aanleg van het station op het huidige Zand. Daarvoor moest  immers een hoek van het Kapucijnenklooster worden onteigend. Tussenkomst van Koningin Louise-Marie leidde ertoe dat slechts één derde van het voorziene deel werd onteigend.
De Kapucijnen, sinds 1592 in Brugge en sinds 1618 op ’t Zand gevestigd, ontsnapten al aan de sloophamer van Keizer Jozef II. In de Franse Tijd werd hun inboedel publiek geveild, maar gelovige burgers kochten heel wat goederen op en schonken die later aan de paters terug. Zo bleef  het Brugse Kapucijnenklooster, als enige in België, van sloping gespaard.
“Wat echter de vreemden niet kapot gekregen hadden, dat zouden de eigen stadsgenoten doen!”
Inderdaad, bij de bouw van het tweede station moesten de pestpaters die zeer geliefd waren bij de Brugse bevolking, definitief verhuizen naar het ‘Galgenveld, een braakliggend stuk grond aan de Boeveriestraat. Opnieuw laaiden de emoties hoog op en werden weinig hoofse uitspraken genoteerd: “dat het doodjammer was dat  de geuzen, zogezeid voor de statie en den ijzeren weg, maar in feite uit haat tegen de religie, dat schoon capucienenkerkske en ’t meegaande convent hebben doen verdemelieren”.  Een liberaal kopstuk vond dan weer dat het “een ware schande was dat de grootste uitvinding van de eeuw, dreigde dood te lopen op een stuk kapucijnenmuur…”

Smedenrei / Hoefijzerlaan

Ook de ‘Poortgracht’ of ‘Smedenrei’, in de woelige tijden na de moord op graaf  Karel de Goede in 1127 inderhaast uitgegraven door de zandrug van ’t Zand, werd bij de bouw van het eerste station overwelfd vanaf ’t Putje tot bijna aan de Zuidzandstraat. Bij de aanleg van het tweede station werd de Smedenrei dan verder over de gehele lengte van ’t Zand overwelfd.
Om het spoor naar Oostende door te trekken werden zevenenveertig huizen onteigend en gesloopt aan de noordzijde van ’t Zand waar nu de Hoefijzerlaan begint.   

Eerste Station door architect A.J.J. Payen

BrugsstationToen Koning Leopold I , 170 jaar geleden, in Brugge op 12 augustus 1838 plechtig werd onthaald was er helemaal nog geen sprake van een stationsgebouw. De lokettenzaal en ontvangstkantoor waren voorlopig ondergebracht in de toenmalige ‘Corps-de-Garde’ in afwachting van de bouw van het eerste stationsgebouw. Ook dit sierlijke laatbarokke  bouwwerk moest in 1844 wijken na de ingebruikname van het eerste station.   

Het was de Brusselse architect Auguste Payen, tot in 1841 stadsarchitect van Brussel, die de opdracht om een stationsgebouw te ontwerpen kreeg toegewezen in datzelfde jaar. Hij had een classicistische opleiding in Doornik genoten en week van die stijl nooit af. Payen haalde zijn inspiratie uit de werken van de 16de eeuwse Italiaanse architect Palladio uit Vicenza. Telkens ontwierp hij een centrale zaal waarrond symmetrisch de andere nodige ruimten werden geconstrueerd.
Zodoende werd het Brugse stationsgebouw, geheel in de mode van die tijd, opgetrokken in de periode 1841-1844. Met gebruik van natuursteen afgewisseld met gepleisterde bakstenen bouwde hij het station helemaal symmetrisch op met geometrische vormen, pilasters, rondbogen, frontons, ionische kapitelen, tandlijsten, balustrades… en enkele summiere versieringen met palmetten en vazen. Het geheel ademt rust, harmonie en soberheid uit.

Terwijl in latere stationsgebouwen het uurwerk is ingebouwd in een afzonderlijke horlogetoren, werd het uurwerk hier nog in de rondboog van de topgevel geplaatst.
Payen bouwde vele stations maar de laatste getuigen in Vlaanderen  prijken nu nog in Ronse, Lier en Wetteren.

Enkele gevolgen

Door de aanleg van het station op ’t Zand werden de Zuidzandstraat en de Steenstraat, de verbinding tussen het station en de Markt, geleidelijk aan de voornaamste winkelstraten ten nadele van de Vlamingstraat.
Het deel van de Vrijdagmarkt aan de zijde van het centrum werd omgedoopt tot ‘Statieplaats’ voor ‘voitures’ en ‘omnibus’. Na de opening van het derde station in 1939 veranderde de naam eerst in Koning Albertplaats en uiteindelijk opnieuw in ’t Zand. 
De aanleg van de sporen op ’t Zand luidde ook de geboorte in van West Brugge. De navelstreng met het centrum werd vakkundig doorgeknipt. Voertuigen konden, enkel de stad binnen via de overweg van de Smedenstraat naar de Noordzandstraat. Maar deze overweg was, zoals Martin Formesyn zo mooi pleegt te zeggen, net zoals het ‘heilig jaar’, meer gesloten dan open. Enkel via de 40 meter lange voetgangerstunnel ‘’t Capucienengat’ konden de West-Bruggelingen de mis bij hun geliefde paters bijwonen. Een tweede voetgangerstunnel bevond zich ter hoogte van de Lane en werd plastisch ’t Gat van de Lane’ genoemd. Deze afscheiding van West-Brugge laat tot op vandaag nog steeds sporen na.

Naar Ronse 

Het spoorwegverkeer was erg succesvol en na de opening van nieuwe lijnen naar Kortrijk (1847) en vooral Eeklo en Blankenberge (1863) werd het eerste station te klein en moest het plaats ruimen voor een grote neogotische constructie.
Het neoclassicistisch gebouw werd afgebroken in 1879 en heropgebouwd in Ronse waar het in 1881 werd ingehuldigd. Na restauratie in 1989 werd het gebouw in 1999 beschermd. Een nieuwe restauratie volgde in 2001 en nu prijkt het vroegere Brugse stationsgebouw in al zijn glorie in het eindstation dat Ronse is. Het fungeert daar als het oudste, nog in gebruik zijnde spoorwegstation op het vaste land.

Reacties

't Is te hopen dat Jannie Haek efkes het toilet bezoekt aan het station van Ronse, remember de reactie met minister Vervotte in een ander station. In Ronse zijn er ook dringende werken aan.

 Frank op 12 augustus 2008 om 12:54

In bovenstaand artikel wordt nergers vermeld dat dit werd geschreven doo Raf Devriendt van de Gidsenkring Brugge en gepubliceerd in de Gidsenkroniek van dezelfde vereniging in het nummer van juni.

 Devriendt Raf op 13 augustus 2008 om 14:18

Laat een reactie achter






Ronse blogt

  • Stijn Delabie is correspondent voor Ronse.

    Stijn is een nieuwe Ronsenaar. In september 2006 kwam hij over van Gent, waar hij geboren en getogen is. Waarom Ronse? Zijn vrouw werkt in Oudenaarde en het is aangenaam om dicht en toch net ver genoeg van het werk te wonen. Daarbij kunnen jonge mensen in Ronse nog aan een betaalbaar huis geraken, is de omgeving groen, de stad mooi en heeft de sfeer iets open en werelds. Ook aangenaam dat hij zijn Gentse 'r' kan behouden, die is ongeveer hetzelfde.

Zoeken

Nieuws uit ronse

Bloggende gemeentes

Kies een gemeente:

Meebloggen?

  • 2007/06/21/icoonblog.gif Zin om mee te schrijven? Of om foto's en filmpjes te maken? Mail ons!