Het Nieuwsblad Online

WK 2018

Het Nieuwsblad Online | 31 oktober 2009 om 21:30

(door: Hans Vandeweghe)

In een perscommuniqué achtte Club Brugge het vorige week ondenkbaar dat er tijdens het WK 2018 géén wedstrijden zouden worden gespeeld in de Vlaamse voetbalhoofdstad Brugge. De aanleiding was de bekendmaking dat Vlaanderen tegen december zou beslissen welke twee stadions worden gekozen voor de Belgisch-Nederlandse kandidatuur voor het WK voetbal 2018 of 2022.

Club dacht dat Brugge als locatie al vast stond. Neen dus, en een beetje frustratie is hier wel terecht. Vlaanderen draait de klok terug nu er een andere regering is en de verkiezingsdruk tijdelijk weg is.

Vorig jaar nam de Vlaamse regering onder druk van de VLD een beslissing die er geen was en besloot dat het Clubstadion in Loppem kon komen, maar dan met een winkelcentrum(pje) in hetzelfde gebouw. Een headquarterszone voor nieuw aan te trekken bedrijven (urgenter voor Brugge dan een stadion, eerlijk gezegd) zou ook nog kunnen, maar dan allemaal netjes bij elkaar gegroepeerd. Zo stond het ook in het Milieu Effecten Rapport of MER.

Het stadion mag komen op de plek - in de Chartreuse-zone volledig op grondgebied Brugge - waar Club dat graag zou willen, werd gisteren nog eens herhaald. In de eerste plaats om de WK-kandidatuur geen stokken in de wielen te steken. Wat daar tot voor gisteren nooit werd bij verteld, is dat er van een 40.000 vierkante meter grote aparte shopping mall - essentieel in de Brugse plannen om het stadion te financieren - geen sprake kan zijn. Alleen blijft Club doof en blind aan die kant.

Plotsklaps reed van de week de Mercedes (Van Volcem) weer eens uit ten behoeve van Club Brugge en ontwikkelaar Uplace, maar verder dan een simpele parlementaire vraag over 'gebrek aan ambitie' kwam het Brugs windhaantje (vr.) niet. Ooit pleitte Vlaams Parlementslid Van Volcem voor één stadion op Brugs grondgebied voor Cercle en Club, maar na kennismaking met de yups van Uplace veranderde ze plots van mening.

De pijndrempel van de masochisten van het Jan Breydelstadion ligt erg hoog in dit dossier, maar dat getoeter doet eigenlijk niks ter zake. In de eerste plaats is het ondenkbaar dat het WK ooit bij ons en Nederland terechtkomt en ten tweede is een nieuw Clubstadion in Loppem bijna-ondenkbaar en àls het daar al zou komen, zal het nooit tegen 2018 af zijn. Met 'dank' aan het MER en alle juridische acties die dat zal ontlokken.

Bovendien is een beetje realisme op zijn plaats. België en Nederland die dromen van het WK 2018 dat is de nerd die droomt van naar bed gaan met Keira Knightley of Julia Roberts, terwijl die dikke van op het werk hem niet eens ziet staan. Toch zijn er dus Nederlanders en Belgen die echt denken dat wij een kans maken om het WK naar België te halen. De laatste berichten van de Vlaamse regering zijn evenwel weinig hoopvol. Er zouden twee stadions worden ondersteund, maar op het kaartje op de website van thebid.org staan Brugge, Gent, Antwerpen en Genk ingekleurd als mogelijke speelplaats.

In Gent ligt een eerste steen, maar niemand die hem nog vindt en het stadion is sowieso te klein voor een WK. In Brugge is er niet eens een onomstreden locatie, laat staan een plan of een eerste steen. Idem in Antwerpen. In Genk zou er nog wel een ringetje op kosten van de gemeenschap bij kunnen, maar dan ook voor niet meer dan de wereldpartij Zwitserland-Chili. En dan zijn er nog Luik en Charleroi en hoe efficiënt het daar gaat, is genoegzaam bekend. Brussel ten slotte zou het grootste stadion van het land moeten krijgen, maar vóór dat stadion klaar is, staan er zeven ringen op het Vanden Stockstadion.

Het dossier WK 2018 is een voorbeeld van wat de Amerikanen overreaching noemen. Doelen stellen is mooi in de sport, maar onrealistische doelen leiden tot niks, tenzij frustratie of zelfs achteruitgang. Het wordt tijd dat iemand die WK-onzin een halt toeroept. Het Belgisch voetbal is niet gebaat bij een WK, ook niet bij een kandidatuur, zelfs niet bij een soort miskraam van twee of drie nieuwe grote stadions die alleen maar marktverstorend zouden werken.

Bart Lagae

Gun Moeskroen zijn reddingskans

Bart Lagae | 29 oktober 2009 om 16:18

Voetbalfans uit heel het land zijn woedend. Voor het tweede seizoen op rij gijzelt Excelsior Moeskroen de competitie in eerste klasse. Standard wist pas donderdag om 16 uur dat het vrijdag in de westelijke uithoek van Henegouwen een wedstrijd moet spelen.

Het is waar dat de licentiecommissie van de voetbalbond harder had kunnen optreden. Als Moeskroen vorig jaar was opgedoekt, zouden er vandaag geen problemen meer zijn geweest.

Maar is dat niet een erg harde en ook wel dubbelzinnige stellingname? Om het heengaan van Moeskroen rouwen weinig mensen. Op verplaatsing naar Germinal Beerschot reisden er maar vierendertig supporters mee. Maar wat als morgen Anderlecht of Club Brugge hetzelfde overkomt? Gaan we dan ook roepen dat die clubs de competitie gijzelen en maar beter meteen van de voetbalkaart worden geveegd? We kunnen het ons niet voorstellen.

Niet de voetbalsupporters van andere ploegen, wel de werknemers van Excelsior Moeskroen zijn de eerste slachtoffers. Is het te veel gevraagd dat alle mogelijkheden worden benut om deze mensen aan de slag te houden? Regels zijn er om gerespecteerd te worden. En wat Moeskroen nu doet, in beroep gaan tegen de beslissing van de licentiecommissie, is perfect conform de regels van het spel.

Een andere vraag is of de huidige beheerders van Moeskroen hun spelers, werknemers en supporters geen rad voor ogen hebben gedraaid. Indien zij bij het begin van het seizoen inderdaad wisten dat het schip zou stranden, zijn zij schuldig over de gehele lijn. In dat geval kan de straf van de bond niet streng genoeg zijn.

Maar als er wel kansen op redding zijn, en alles kan volgens de regels gebeuren, zou het waanzin zijn die niet te grijpen. Al was het maar om vijftig jobs in een economisch moeilijke regio te vrijwaren.

Bert Heyvaert

Witte raaf

Bert Heyvaert | 26 oktober 2009 om 14:58

Episch! Onvergetelijk! De mooiste cross in jaren! De Koppenberg inspireerde gisteren tot superlatieven na een uur lang spektakel voor het puntje van de stoel. Eindelijk was er eens strijd, na die wekenlange saaie Albert-dominantie - enkel doorbroken door Nys in Ruddervoorde. Met zeven man de laatste ronde in, en Bartje Aernouts die dan zelfs nog probeert aan te vallen. Da’s pas cross.

Er was achteraf vooral opluchting bij de veldritfans: Oef, het wordt dan toch geen saaie winter. De concurrentie mikt dan toch niet vooraf al op de tweede plaats. Albert mag dan wel oktober gedomineerd hebben, op de Koppenberg werden de kaarten herschud. Althans, daar leek het toch op.

Ik geloof er niet zo in. Ik denk dat die Koppenberg achteraf een zeldzame witte raaf zal blijken in een eentonig seizoen. De pikorde van de voorbije weken - Albert op één, Nys een stevige tweede, Stybar verbeten derde en de rest die nederig het hoofd buigt - zal zich snel herstellen. En in de meeste crossen bevestigd worden.

Waarom? Vooreerst liep het op de Bult niet van een leien dakje voor Albert. De verkoudheid vooraf, het lint-incident, Stybar die niet wou meewerken,... Details, zaken die op zich niet verklaren waarom hij niet won. Maar de puzzel viel gewoon niet zo mooi in elkaar als in Treviso of Namen.

Bovendien - en vooral - is de Koppenberg een geval apart. Het parcours leent zich gewoon tot een spannend verloop. Enerzijds is het loodzwaar, met tien keer die steile klim via kasseien en veld, en dat boezemt angst in waardoor iedereen krachten spaart in het begin. Anderzijds is er veel ruimte voor recuperatie.

Tijdens de lange afdaling en de vlotte uitloper richting streep daalt de hartslag automatisch, waardoor iedereen relatief uitgerust aan de asfaltstrook begint. Als er dan voorin één moment getwijfeld wordt, rijden achtervolgers het gat vlotjes dicht. Iets wat gisteren meermaals gebeurde.

De Koppenberg is dus eigenlijk een intervalcross: inspanning-rust-inspanning-rust-... En dat speelt in het nadeel van Albert. Zijn grote troef is dat hij de inspanning langer kan doortrekken dan de rest, en daardoor de concurrentie versmacht. Als het parcours echter verplicht recuperatie inlast, valt die troef weg.

Andere organisatoren zouden beter leren uit het parcours van de Koppenberg. Want hoewel zo’n intervalcross een garantie is op een spannende wedstrijd, vinden we het weinig terug in Vlaanderen. Te vaak moet de hartslag een hele ronde lang tegen de limiet aanbonken, wat resulteert in steeds dezelfde uitslag: de man met de beste conditie - in casu Niels Albert - wint.

Pas op: Nys zal deze winter zeker nog crossen winnen. Meerdere, en vaak op een schitterende manier. En naarmate het seizoen vordert, zal hij steeds nadrukkelijker in beeld komen dankzij zijn inhoud en ervaring. Maar Albert moet - met zijn voorbereiding, klasse en inhoud - in staat zijn om de winter te domineren. Niet vergeten: hij heeft er nu al zeven achter zijn naam.

Bart Lagae

Dieu en klein pierke

Bart Lagae | 22 oktober 2009 om 19:21

Wat zijn nu niet die privé-problemen van Dieumerci Mbokani? Die vraag krijg ik nu al de hele week naar mijn hoofd geslingerd. Maar Mbokani wil niet dat erover gepraat wordt. Privé-problemen zijn privé. Wij hebben daar alle respect voor. Maar dan zou hij eigenlijk moeten beginnen er zelf over te zwijgen.

Door zijn knalprestatie op Olympiakos - alleen een doelpunt (en dus de zege) ontbrak - heeft hij zichzelf ook ongeloofwaardig gemaakt. Als hij wil kan hij dus nog altijd een topmatch spelen. Maar ja, zegt Mbokani, dat kwam omdat ik er 'even in slaagde mijn privé-problemen opzij te zetten'. En dat kan hij, door een speling van het lot, blijkbaar alleen in Europese matchen.

Vanaf zaterdag kan hij zich dus opnieuw ongehinderd met zijn privé-problemen bezig houden. Tegen Zulte Waregem is hij geschorst. Het gevolg van vijf gele kaarten in de competitie. En dus eigenlijk ook van zijn privé-problemen.

Standard-coach Laszlo Bölöni heeft weet van 'drie problemen en half'. Een manier om aan te geven dat hij vindt dat die problemen al bij al nog meevallen. 'Eén probleem is goed nieuws', zegt Bölöni. En de andere problemen worden op dit moment opgelost.

Het eerste probleem is de geboorte van zijn kind. Mbokani zou zijn zoon graag naar België halen. Het andere probleem heeft te maken met zijn moeder. Maar zij zit intussen in België. Over andere problemen kunnen we of mogen we niet schrijven. Maar wat we wel kunnen schrijven is: de supporters van Standard verdienen meer dan vier goeie matchen van Mbokani per jaar. Dan zouden ook misschien hun privé-problemen worden opgelost.

Hans Vandeweghe

Madonna del Ghisallo

Hans Vandeweghe | 17 oktober 2009 om 16:45
Het zal ergens in 2007 geweest zijn dat ik het helemaal had gehad met de genaamde Frank Vandenbroucke, die ik zag als uitgemolken circusclown op twee wielen, maar dan bereikte mij het nieuws dat zijn boek zou verschijnen. Ik sprong er bovenop toen in april 2008 Steven Borgerhoff van de gelijknamige uitgeverij regelde dat ik eerst aan de beurt zou komen op een lange interviewdag. Eerder die week had ik het boek op computerscherm verslonden. Ik had – heb nog steeds - de pdf-versie met de zwartgemaakte, gecensureerde tekst. Alles rond cocaïne was eruit gehaald, om te vermijden dat hij zichzelf juridisch klem zou rijden. Dat waren details. Iedereen wist wat er aan de hand was: zelfdestructie tot de tiende macht.

Ik kende Frank Vandenbroucke niet echt. We hadden elkaar een paar keer ontmoet, maar tot dan was hij vooral een dikke map in mijn archief. Hij zat toen aan twaalf of dertien etappes in zijn dopingzaak en het zouden er veertien worden. De laatste keer is gepleit in mei van dit jaar.

Vreemd genoeg wist hij meer van mij als journalist dan ik van hem als wielrenner. Hij reconstrueerde haarfijn hoe ik hem ooit aan de schandpaal had genageld met de gedetailleerde (gelekte) lijst van doping die bij hem was gevonden. Op het moment zelf was het niet leuk om te lezen, zei hij, maar er stond niks in wat niet klopte en ik deed ook maar mijn werk.

Het werd een heerlijk eerlijk gesprek en de helft van de tijd ben ik met de tranen in de ogen naar mijn vragenlijstje blijven kijken. Hìj keek mij wel aan en terwijl hij helemaal leegliep, vroegen zijn diepliggende ogen om bevestiging. Of ik niet vond dat het beter ging, met hem? Je knikte ja, maar je wist beter. Moeilijk te geloven – toen al - dat met de verschijning van één biecht alle ellende achter de rug was.

We spraken over zijn ontmoetingen met collega-verslaafde Marco Pantani. 'Je moet me helpen, had die hem gesmeekt' en Frank had geantwoord: 'Ik kan mezelf niet eens helpen, hoe kan ik jou dan helpen?'

Helemaal aan het eind van zijn boek zegt hij: 'Uiteindelijk lag de schuld bij mij: ik was gewoon niet sterk genoeg. Als ik de renners met dit boek kan doen nadenken over ons beroep, over hun leven, over het leven, dan heb ik een deel van mijn schuld afbetaald.'

Ik heb een regel dat ik nooit handtekeningen aan sporters vraag, maar bij het afscheid tekende hij zijn boek en ongevraagd stond er ineens Pour toi, Hans. Hij bedankte mij dat ik was gekomen. Ik zei: 'Zorg nu een beetje voor jezelf, man.' Hij glimlachte op zijn VDB's: 'Ek ha da doen. Ek beloof da.' Aan het eind van die emotionele dag besloot ik een column met... 'Je eerste 33 jaar waren spannend, VDB, maar het is mooi geweest met die spanning. Het beste nieuws is: je bent er nog. Rust en vrede nu voor jou en je vrienden...'

Neen dus.

Nadien zagen we elkaar alleen nog in het passeren en ik beken dat ik met vragen zat toen ik op het WK hoorde dat Frank Vandenbroucke vaste columnist zou zijn bij deze krant. Tot zijn eerste commentaar verscheen. Dat was geen columnist, maar een analist en nog een verdomd goeie ook.

Tijdens diezelfde trip naar Mendrisio nam ik een halve snipperdag en ben per fiets van Como langs het meer naar Bellagio gereden om dan de laatste vijftig kilometer van de Ronde van Lombardije te rijden. Vanuit Bellagio begint de klim van de Madonna del Ghisallo waar boven een kerkje staat, gewijd aan de patrones van de wielrenners.

Het viel op dat de pastoor van de Santuario geen boodschap had aan moreel verval, of misschien makkelijk zonden vergeeft, want het kerkje hing vol met shirts, fietsen en memorabilia van dopeurs. Ik zocht spontaan een plekje voor een shirt en een foto van Frank Vandenbroucke want als er voor één Belgische renner in de Madonna een kaarsje mocht worden gebrand, dan voor het ontspoorde wonderkind uit Ploegsteert, was de achterliggende redenering.

Vandaag wordt de Ronde van Lombardije gereden en passeert de karavaan langs de Madonna del Ghisallo. Jammer dat daar de koers meestal ontploft, anders was het een mooi moment geweest voor het peloton om haar meest recente slachtoffer te herdenken.

Een hommage is niet nodig, een ingetogen groet is gepaster, maar Frank Vandenbroucke zal het moeten stellen met het applaus van de fietskermis van Putte-Kapellen dinsdag, de beledigingen van Tourbaas Prud'homme woensdag en de hommage vanavond in De Flandrien.

Volgende week, op 21 oktober, zou in zijn dopingzaak van 2002 het veertiende en wellicht definitieve vonnis vallen. Dat is inmiddels achterhaald. De strafvordering is uitgedoofd, zoals dat heet.

De beschuldigde ook.
Het Nieuwsblad Online

Fäeröer aan de Schelde

Het Nieuwsblad Online | 15 oktober 2009 om 19:02

Cijfers in het voetbal zeggen niet alles. Maar soms wel bijna. We hebben er even pagina’s 3 en 6 van Sportwereld van vandaag er bijgehaald.

Op pagina 3 zien we dat België vierde is geëindigd. Net als in Mexico ’86. Helaas was dat toen na een WK-eindronde. Drieëntwintig jaar later finishen de Rode Duivels als vierde in hun WK-voorrondegroep. Ze haalden 10 punten uit 10 wedstrijden. Ze scoorden 13 goals en kregen er 20 binnen.

Op pagina 6 zien we de einduitslagen in de andere groepen. Leggen we alle vierdes uit elke groep even naast elkaar.

In groep 1 eindigt het Hongarije van Roland Juhasz als vierde. 16 punten uit 10 wedstrijden. 10 doelpunten gemaakt, 8 tegen gekregen.

Vierde in groep 2 is het Israël van Elyaniv Barda en co. 16 punten uit 10 wedstrijden. 20 goals gemaakt, 10 tegen gekregen.

In groep 3: Noord-Ierland wordt vierde met 15 punten uit 10 wedstrijden. Dertien keer gescoord. Negen goals tegen gekregen.

Zo kunnen we nog even doorgaan. Wit-Rusland: vierde met dertien punten. Litouwen: vierde met twaalf. Macedonië: vierde met zeven punten maar twee matchen minder gespeeld.

Alleen Cyprus, in groep 8, doet met 9 punten uit 10 matchen slechter dan de Belgen. Maar dat hebben de Rode Duivels alleen maar te danken aan Alberto Gilardino. De spits van Italië scoorde woensdagavond in Parma een hattrick in de laatste vijftien minuten om een 0-2-achterstand tegen de Cyprioten weg te werken. Anders zou Cyprus vierde zijn geëindigd met twaalf punten én een positief doelpuntensaldo.

Het mag duidelijk zijn: België komt nog goed weg met de vierde plaats. Twintig tegengoals wordt alleen maar overtroffen door Estland (24), Armenië (22), Malta (26), Luxemburg (25), San Marino (47), Liechtenstein (23), Kazachstan (29) en Andorra (39). De Fäeröer-eilanden doen even goed. Moldavië (18), Montenegro (14), Macedonië (11 in 8 matchen) en IJsland (13 in 8 matchen) hadden een sterkere defensie dan de Rode Duivels.

Cijfers in het voetbal zeggen niet alles. Maar soms wel bijna. Voorlopig stijgt het aantal tegengoals van België recht evenredig met de nettolonen van de bondscoaches. Tot op het niveau van de Fäeroër dus.

Zou Daniel Van Buyten weten wie Jonas Naes is? Die speler met een Vlaams klinkende naam is de enige Fäeröer-verdediger met een profcontract. Hij speelt bij Hvidovre in de Deense tweede klasse. Kenneth Brylle is er trainer. Eén telefoontje en we kunnen Van Buyten vertellen hoeveel Jonas maandelijks op zijn rekening krijgt gestort.

Dick Advocaat kunnen we dan ook inlichten. Iemand met een naam als Jonas Naes moet gemakkelijk tot Belg kunnen worden genaturaliseerd. Daniel Van Buyten zetten we dan met een vikinghelm in een snek richting hoge noorden.

Hugo Coorevits

Frank verloor het gevecht van VDB

Hugo Coorevits | 14 oktober 2009 om 15:25
'Als ik terugkom van Senegal gaan we dan eens samenzitten om een boek te schrijven over hoe ik de koers zie. VDB's visie over het wielrennen. Ik denk dat ik daarover iets zinnigs te vertellen heb.' Hij zei het op zijn VDB's. Zoals hij zijn zeges aankondigde. Het boek komt er nooit. VDB heeft deze en andere geheimen meegenomen in zijn graf. Het was géén mistroostige Vandenbroucke die zondagmiddag het vliegtuig nam naar Midden-Afrika om er eenzaam te sterven. Neen, het was een op het eerste gezicht levenslustige VDB, maar was hij wel zo? Het stak hem wel met de dag meer en meer dat niemand hem maar een halve kans gunde op een zoveelste comeback. Hij besefte heel goed hoe zwaar zijn verleden als een molensteen om de nek hing. Dat zijn kredietlijn op was. Hij wist dat hij een aantal mensen destijds had ontgoocheld. Maar hij had hoop. Hoe klein die ook was, hoe kleiner die met de dag werd.

Af en toe zei hij wel: 'Het wordt moeilijk.' Hij weigerde dieper op het thema in te gaan. Enerzijds omdat hij vrede had genomen met dat verleden waarvan hij zelf wel wist dat het bij momenten niet fraai was, maar dan voegde hij er telkens aan toe: 'Het was mijn lot. Er zijn veel ergere dingen in het leven. Een ouder die een kind verliest, dat is pas erg. Misschien moest ik dit allemaal meemaken om te zijn wie ik nu ben.'

'VDB gaat al een tijdje niet meer stappen', sprak hij in de derde persoon. 'Ik weet wat de mensen erbij verzinnen als ik weer eens een accident heb. Zoals met die vervangwagen in Oosterzele toen ik van mijn fietsmecanicien kwam. Ik was aan het sms'en. Ineens botste ik tegen een hoge stoeprand. In een fractie van een seconde lag ik op mijn dak, de handen voor mijn gelaat. Alle ruiten sprongen gelijktijdig. Ik was bang. Als VDB dat overkomt, is het nieuws, maar het was een ongeval zoals er elk jaar weer in dit land duizend gebeuren. Ik leerde ermee leven.'

James Dean

Frank Vandenbroucke was vooral de gevangene van VDB, het icoon dat goed en kwaad verenigde, de Belgische James Dean van het wielrennen. Hij gaf de jongste tijd de indruk dat hij veel van zijn wilde haren was kwijtgespeeld.

Over de heikele thema's praatte hij slechts met mondjesmaat. Ook dat was Frank Vandenbroucke. Openhartig, lief, behulpzaam, intelligent, maar met een automatisch rem voor de media waarmee hij een haat-liefderelatie had. Hij kickte erop wanneer hij op een positieve manier de kranten haalde. Hij verfoeide ze hartstochtelijk als ze weer eens de zijde van het 'enfant terrible' lieten zien. Want dat kon hij onderhand missen als kiespijn.

Ook ik had een knipperlichtverhouding met VDB. Begin dit jaar nog was hij kwaad omdat ik hem veel te lang niet had opgebeld. 'Je gelooft niet meer in VDB', zei hij. 'Dat doe ik wel, maar je moet me een bewijs leveren dat je weer coureur bent', antwoordde ik hem. 'Dan hoor je weer op de sportpagina's thuis.' Zo hing ik prompt aan de lijn die zaterdag vóór de Ronde van Vlaanderen toen hij de tijdrit won in de Boucles de l'Artois. Vóór Patrick Gretsch, de Duitse belofte die in Mendrisio nog brons pakte. De exuberante levensstijl had aan zijn koerslijf gevreten, maar vijftien kilometer lang deed hij heel even weer denken aan de jongen die in de Scheldeprijs van 1997 als een windhond voor de meute stormde.

De Boucles de l'Artois was zijn publiek niet. De hoogmis van Vlaanderen en de Ardennen daarentegen wel. Koersen was zijn leven. Zijn leven was koers en dat dreigde hij met de dag meer te verliezen. De leegte gaapte, al had hij met zijn columns voor deze krant een surrogaat gevonden dat hem smaakte.

Eerste ontmoeting in de tuin van God

We liepen elkaar een eerste keer tegen het lijf in de zomer van 1991 in Colorado Springs, waar de baanwereldkampioenschappen voor juniores in de Garden of the Gods werden gehouden. We kenden elkaar niet. Vandenbroucke was nog nieuweling, hij deelde de kamer met de zoon van de toenmalige BWB-voorzitter Ernest De Vuyst. Hij was nog geen VDB, maar toen al sprong hij eruit. Elke dag weer struinde hij de kamer binnen en vroeg wat ik verstuurd had naar België. 'Je zal later nog heel veel van mij moeten schrijven', orakelde hij.

Een jaar later in Athene, waar hij als junior WK-brons behaalde, was Bimbo d'Oro geboren. Een Italiaanse journalist van La Gazzetta dello Sport verzon dat koosnaampje toen hij hem bezig zag in Griekenland. De gouden baby werd groot, maar met ontzettend veel vallen en opstaan.

The raise and the fall gebeurde in een en hetzelfde fabuleuze jaar 1999. Ik herinner me nog hoe hij de vrijdag na de verkenning van Luik-Bastenaken-Luik in de auto zat van zijn toenmalige Cofidis-verzorger Freddy Viaene. 'Met deze beentjes zal ik het doen. Op de Rue Saint-Nicolas, huisnummer 256 of zoiets, dáár moeten ze allemaal uit de wielen.' VDB deed wat hij voorspelde. De wielerwereld lag aan zijn voeten. Van dit moment had hij als kind gedroomd. Dezelfde avond barstte er in de Salle VDB van de Hostellerie de la Place in Ploegsteert een volksfeest los. Het zou het enige echte hoogtepunt worden van de onvoltooide symfonie die VDB werd. Zijn schouders waren te frêle.

Nog geen maand later, op 8 mei, belandde VDB van de hemel in de hel toen hij in Amiens voor onderzoek werd meegenomen in de dopingzaak van Bernard 'Docteur Mabuse' Sainz. De Place de la Rabecque liep opnieuw vol met captatiewagens. Een stoet van journalisten streek neer in datzelfde volkscafé. Collega's met het schaamrood op de wangen vroegen of ze elektriciteit konden lenen om God - zoals het gekalkt stond in de Vlaamse Ardennen - te laten branden in de hel. Dit was het nulpunt van een bijzonder tweeslachtige relatie tussen de media en de Vandenbrouckes.

Bidden

Moeder Chantal had geen goed oog in de evolutie van haar enige zoon. Ze nam me apart en vroeg me of ik ergens een kapel wist om ervoor te bidden zodat dat ze de échte Frank Vandenbroucke zou terugkrijgen. 'Desnoods ga ik te voet naar Afrika.' De speling van het lot wil dat ze haar enige zoon maandag precies in het zwarte continent verloor.

Al deed VDB ontelbare pogingen om uit het dal te kruipen. In 2002 leek hij in zijn opzet te slagen toen Patrick Lefevere, samen met Paul De Geyter zijn tweede vader, hem een tweede kans gaf bij Domo-Farm Frites. Ik herinner me de verkenning van de Omloop Het Volk, waar hij als pédaleur de charme weer danste op de pedalen. Hij kwam op een van de hellinkjes naast mijn auto rijden en zei dat ik zaterdag opnieuw de échte VDB zou zien. 'VDB is back'. Ik geloofde het, want overtuigingskracht had hij wel. Tot ik 's avonds vernam dat het gerecht was binnengevallen bij hem thuis in Lebbeke en dat hij voor ondervraging was meegenomen. De échte VDB kwam nooit meer terug, maar wel een schim van de talentboy die jarenlang de headlines haalde met verhalen van seks, drugs en rock 'n roll. Het ene al smeuïger dan het andere. Zijn huwelijk met Sarah werd verbroken. VDB vluchtte van de ene cocaïneroes in de andere. Of hij werd in Italië in het holst van de nacht gesignaleerd op de koersfiets, trainingskleren aan, onderweg naar huis, maar een thuis had hij niet. Dat was de winter van 2007. VDB leefde snel, uitermate snel.

Beetje bij beetje trachtte hij nadien zijn chaotische leven weer op de rails te zetten. Hij streek neer in Steenhuize-Wijnhuize en nam opnieuw contact op met de familie, met zijn toeverlaat Nico Mattan. Zo had hij onlangs zijn intrek genomen in een oud herenhuis in Zottegem. Een grote woning waar hij veel eenzame momenten moet gekend hebben. Bij VDB was het eenvoudig om te weten hoe de barometer was. Belde hij zelf, of nam hij onmiddellijk de gsm op, dan zat het goed. Heel goed. Maar bleef de telefoon onbeantwoord, dan was hij heel diep weggezonken. Weg van alles en iedereen. Bij VDB was niets 'gewoon goed'. Alles was buitengewoon. Conform het ziektebeeld van een manisch depressieve kon zijn stemming van het ene op het andere moment omslaan.

Het was een gelouterde Frank Vandenbroucke met wie we vier dagen lang tijdens de wereldkampioenschappen door Mendrisio trokken. Zo gewoon gewoon. Té gewoon. Elke dag 's morgens hoorde hij zijn moeder Chantal. 'Je weet hoe échte moeders zijn', zei hij met een kwinkslag. 'Als je je goed voelt, voelen ze zich ook goed. Voor een échte moeder doe je nooit voor eeuwig fout. Ze vangt je altijd weer op. Ik ben best wel trots op mijn ouders. Mijn vader Jean-Jacques zorgde ervoor dat ik bij de profs twee jaar vroeger kon oogsten dan wie ook. Dat was zijn verdienste.'

Mendrisio

Hij blonk in zijn vel omdat hij tien jaar na Verona 1999 opnieuw in 'zijn' biotoop was in Mendrisio. Het wielrennen had hem niet uitgespuwd, maar drukte hem tegen de borst. Hij had zelf niet kunnen vermoeden dat het zijn échte adieu was aan de wielerwereld.

Hij herleefde heel even, maar daarom had hij nog geen koersbroek en een fiets voor volgend seizoen. Frank Vandenbroucke als gevangene van VDB. Weer die dualiteit. Een eeuwig gevecht dat hij aan het verliezen was want wie zou hem nog ooit laten dromen op een koersfiets? Er waren de ontgoochelingen die zich beetje bij beetje opstapelden. De UCI aanzag hem als een pestlijder. Ze was hem liever kwijt dan rijk, zeker nadat hij ooit eens als 'Franceso del Ponte' in een dissidente Italiaanse koers aantrad. Toen hij begin augustus brak met Down Under-Cinelli - aan het lijntje gehouden door een mooiprater die hem en zijn toeverlaat Mattan zou betalen - kon hij naar andere continentale ploegen, maar het reglement verhinderde hem dat. Zodat hij ook niet naar het BK tijdrijden kon. Hij wou naar de Franco-Belge als lid van de nationale ploeg, maar in Brussel opteerden ze voor de jeugd. VDB haalde de schouders op. Zoals hij ook geen vragen stelde waarom hij niet mocht deelnemen aan de Gentse zesdaagse. 'Ik weet ook wel wat er in het verleden verkeerd liep.' Het klonk als: stop, ander onderwerp. Meer en meer voelde hij aan dat de tijd in zijn nadeel tikte. Ook al genoot hij met volle teugen van de aandacht die hij vooral in Vlaanderen kreeg bij de Dernycriteriums. 'Alleen Boonen is bij momenten populairder', zei hij met de nodige fierheid.

Tóch was Frank God voor zijn twee dochters Cameron (bijna 11) en Margaux (8). Die zaterdag op de Zwitserse perstribune toonde hij de foto van zijn 'Italiaantje' Margaux die zijn gsm-scherm kleurde. 'Zie je dezelfde blauwe ogen? Cameron en Margaux zijn twee VDB'tjes. Ze hebben hetzelfde karakter als ik. Dezelfde atletische gaven, dezelfde gedrevenheid en rusteloosheid. Margaux was in het lopen de beste op school. Cameron doet het goed in het veldlopen en op de piste. Ik steun haar, maar push haar niet. Ze kocht onlangs van haar spaargeld een fiets in de Decatlon. Clothilde en ik leren haar de juiste waarde van een euro. Ze hoeven van mij geen topsport te doen. Als ze maar gelukkig zijn.'

Rust en geluk, twee gevoelens die hij in zijn veel te korte leven veel te weinig kende. Het gaat je goed. Salut copain.
Het Nieuwsblad Online

Het complot

Het Nieuwsblad Online | 11 oktober 2009 om 12:08

Als er één collega is die èn Stijnen èn Vandendriessche èn Vercauteren heeft aanhoord, moet die terstond worden genomineerd voor een premie voor moed en zelfopoffering

Het is een beetje tussen de plooien gevallen, maar het was de Week van de Paranoia. Daarnaast is er ook nog eens gezocht naar het antwoord op 'de kip of het ei'-vraag: word je dom van voetballen of ben je dom en ga je daarom juist voetballen?

Als er één collega is die èn Stijnen èn Vandendriessche èn Vercauteren heeft aanhoord, moet die terstond worden genomineerd voor een premie voor moed en zelfopoffering.

Als hij niet op de grond ligt in de weg van een bal, is Stijnen een stand-upcomedian. Jammer dat hij het niet weet. Opgroeien in de oostelijke periferie van het land gevolgd door een verhuis naar de westelijke periferie, kan ten koste gaan van het bevattingsvermogen van een mens, maar het moet niet te bar worden.

Vijf minuten heeft Stijnens persconferentie van afgelopen dinsdag geduurd en daarop werden vier vragen gesteld en die heeft hij allemaal beantwoord met 'ik reken op uw intelligentie om het te begrijpen'.

Vandendriessche las ook al een verklaring voor om dan niks te zeggen. Francky Vandendriessche of all people, als voorlezer, is dat niet de wereld op zijn kop? Als ze niet willen antwoorden op vragen, hebben die gasten dan nog niet gehoord van een perscommuniqué? Een mailtje? Twitter? Facebook of Netlog? Of gewoon zwijgen in eerlijke schaamte?

Franky Vercauteren las niks voor. Vercauteren sprak. En niets was zijn schuld. Als je hem moet geloven, is hij geflikt, gerold, bedrogen, afgemaakt. De realiteit is iets genuanceerder: Vercauteren heeft gefaald, dubbel en dik, en dat heeft Advocaat er eergisteren nog eens fijntjes ingewreven. De neuroot Vercauteren is eerst achter de neuroot Vandereycken blijven staan - waar hangt die overigens uit? - terwijl de hele ploeg (met uitzondering van Stijnen en Simons) de hoofdtrainer en de hulptrainer en hun rare gedrag en tactiek uitkotsten.

Vervolgens verdween Vandereycken en nam Vercauteren de zaak in de hand. Of juist niet. Het ging van kwaad naar erger en dat is de schuld van

iedereen, behalve dus van Vercauteren. Scorebordjournalistiek (de trainer afrekenen op resultaten) is erg, maar negationisme is een misdaad.

Een verhaal dat we nog niet hebben gehoord is dat van Timmy Simons, maar we opteren voor een time-out: voorlopig genoeg perifere treurnis. Stijnen en Simons, met de hulp van Vercauteren, laten het nu uitschijnen alsof er een soort hogere macht aan het werk is geweest om hen uit de Rode Duivels te weren. Een duister genootschap dat al jaren aan hun poten zaagt, heeft eindelijk zijn slag thuisgehaald. Een complot, dat is het. Ongeveer.

Hoezo complot? Hoezo duistere, hogere machten? Misschien heeft Advocaat in eer en geweten beslist dat het over is met Simons (te oud, te weinig opbouwend en geen optie voor 2012) en dat hij Stijnen niét automatisch de beste keeper van het land vindt.

Aan dat laatste mag worden getwijfeld, want als Stijn Stijnen iets kan, is het in de weg gaan liggen en staan van bal en tegenstander. Het is kenners een raadsel hoe hij dat doet met dat rare lijf en die beperkte trainingsijver en al die andere mankementen, maar hij doet het. De Nederlandse columnist Hugo Borst schreef ooit, nog wel na een goeie wedstrijd van de Rode Duivels: 'Stijnen, de keeper, heeft de uitstraling van de dikke vrouw van een kermisklant.' Stijnen is Jean-Marie Pfaff 2.0, al is Club Brugge toch net even iets minder dan Bayern München.

Zou het kunnen dat Advocaat heeft geoordeeld op basis van objectieve scoutingrapporten en zelf bekeken wedstrijden wie de sterkhouders van zijn Rode Duivels moeten worden? Dat hij vervolgens is gaan praten met die spelers en heeft geoordeeld dat Stijnen en Simons qua mentaliteit niet in zijn nieuwe groep passen?

Het is vreemd dat niemand met het verhaal komt hoe er binnen de nationale ploeg een tweespalt was gegroeid tussen de oudere, minder getalenteerde en minder betaalde en (meestal, maar niet altijd) in België actieve spelers en anderzijds de nieuwe onbezorgde generatie die druipt van talent en geld en (vaak, maar niet altijd) actief is in mooie competities of mooie ploegen.

Advocaat heeft volgens Vercauteren een unisono klok gehoord. Ongetwijfeld, maar als die ene klok bevestigt wat je met je eigen ogen hebt gezien, dan zou je als bondscoach gek zijn om geen knopen door te hakken. Wat Vandereycken-Demol en Vandereycken-Vercauteren en Vercauteren solo hebben nagelaten - knopen doorhakken - doet Advocaat wel. Hij heeft daarbij één levensgroot voordeel en Vercauteren-Stijnen-Simons één gigantisch nadeel: het kan onmogelijk slechter.


(Hans Vandeweghe)

Bart Lagae

Marlène, Mehdi en Dikkie Dik

Bart Lagae | 09 oktober 2009 om 17:58
Op de redactie is discussie ontstaan. In de krant willen we een lijstje met Nederlanders die het gemaakt hebben in België. De galerij waarvan we met z’n allen hopen dat straks Dikkie Dik - niet de poes wel de trainer - er de eerste plaats in bekleedt. Alleen blijkt het moeilijk zo’n lijst samen te stellen. Iedereen heeft zo zijn favoriete Kees of Truus.

Zo wil de adjunct-chef er met alle geweld Marlène de Wouters d’Oplinter bij. Want: geboren in Amsterdam, tenniskampioene van Nederland op haar twaalfde. Maar de chef-voetbal zag dat niet zitten: Marlène heeft de Belgische nationaliteit en werd bekend op VTM. De meerderheid van de redactie steunde uiteindelijk de adjunct-chef. Zeker op het ogenblik dat er foto’s moesten worden gekozen. Eerste invaller voor de lijst was Jeroen Brouwers.

Van sommige figuren is helemaal niet meer te achterhalen of ze nu Belg of Nederlander zijn. Neem nu Pieter Breugel de Oude. Experten zijn het er niet over eens of de schilder van de Boerenbruiloft geboren werd in Bree of Breda. Dat maakt natuurlijk wel een wereld van verschil. Want het ene ligt in België en het andere in Nederland. Als over Kim Clijsters dezelfde twijfel zou bestaan, ze zou vast en zeker door onze noorderburen worden opgeëist.

Pieter Breugel zou gezegd hebben dat hij een Brabander was. België en Nederland bestonden nog niet in de zestiende eeuw. Om maar te zeggen hoe relatief een staatsgrens is. Vraag dat maar aan Mehdi Carcela González.

De middenvelder van Standard houdt Dikkie Dik nu al een week aan het lijntje. Die koos in minder dan een week voor België, dan voor Marokko, dan voor België en daarna weer voor Marokko. Hij kan ook nog voor Spanje kiezen. Toen we hem woensdag bij hem thuis opzochten in Herstal, samen met zijn Marokkaanse moeder en Spaanse vader, zagen we zelf hoe de kwestie aan de familie Carcela vrat.

Even daarvoor waren we bij Mehdi’s ploegmaat Sinan Bolat langs geweest. De doelman van Standard heeft zijn keuze gemaakt. Het werd Turkije en hij zat met de nationale ploeg op afzondering nabij Venlo, verder stroomafwaarts langs de Maas. ‘Als René Vandereycken me had gebeld had ik voor België gekozen’, zei Bolat. Maar bij hem was het Fatih Terim die belde. De Turkse bondscoach. En dus speelt Bolat nu voor Turkije - zo eenvoudig kan het lopen in het voetbal.

Het zou al te makkelijk zijn de jonge turken van ons voetbal voor landverraders uit te maken. Kan iemand het hen kwalijk nemen dat ze hun kansen wegen en kiezen voor de ploeg waar ze de meeste kans maken om op het veld te staan? Daar is Dick Advocaat zelf nog het beste voorbeeld van.

PS - Niet voortvertellen maar Pieter Paul Rubens was eigenlijk een Duitser.
Ludo Vandewalle

Stijnen verbaast

Ludo Vandewalle | 06 oktober 2009 om 14:24

Dick Advocaat begint vandaag aan zijn werk in het circus van de Rode Duivels. Een doelman minder, een keeperstrainer minder en Mehdi Carcela die Marokko boven België verkiest. Welkom Dick!

De meest ingrijpende beslissing is natuurlijk die van Stijn Stijnen. 30 interlands de onbetwiste nummer één en dan plotseling voorbij. Ik kan niet begrijpen dat de Club-doelman deze beslissing neemt zonder met Dick Advocaat te hebben gepraat. Stijnen heeft alle info uit derde hand. Stijnen is iemand die rechttoe, rechtaan is. Waarom dan op via via uitspraken afgaan? Natuurlijk had de (inmiddels ex-)keeperstrainer Francky Vandendriessche hem niet achter de rug mogen afbranden. Dat Stijnen de dubbele pet van Philippe Collin - voorzitter van de Technische Commissie bij de bond en heel belangrijk Anderlecht-bestuurder - hekelt, is ook volkomen terecht.

Maar waarom de de sportieve strijd met Logan Bailly en/of Jean-François Gillet niet gewoon aangaan? Dick Advocaat zal toch niet zijn oren laten hangen naar Philippe Collin? Ik heb de uitspraken van Dick Advcoaat op Extra Time van vorige maandag overigens nog eens bekeken en zijn verklaringen op de persconferentie bij de voorstelling van de selectie vorige donderdag nog eens beluisterd. Op geen enkel moment zegt Advocaat dat Stijnen niet langer zijn eerste doelman is. De Nederlander zegt ook niet dat Stijnen zijn nummer één is, maar wat zou je anders verwachten? Dat hij bij de eerste de beste gelegenheid zijn elftal al vrijgeeft? Als Frank Raes in Extra Time had gevraagd of Marouane Fellaini zeker was van zijn plaats had Advocaat evenmin bevestigend geantwoord.

Stel nu nog dat Stijnen onder de nieuwe selectieheer naar de positie van tweede of zelfs derde doelman was teruggezakt, wat dan nog? Het verbaast me echt dat de Club-doelman zijn typische vechtersmentaliteit niet toont om zijn plaats terug op te eisen.