Hans Vandeweghe

Zondagskinderen

Hans Vandeweghe | 30 januari 2010 om 20:00
Journalisten mogen niet objectief zijn (niet schieten, dat leg ik ooit wel eens uit in een boek), maar ze kúnnen vooral niet objectief zijn. Er is altijd een verwachtingspatroon dat de blik kleurt.

Twee voorbeelden. Met Vandereycken wist je: geen feest, moeilijke namiddag, maar als we bij de les zijn, horen we de essentie tussen de regels. Bij Boonen weet je: een half uur is genoeg, niks tussen de lijnen als hij maar het hart op de tong heeft. Vragen, tapen, uittikken en scoren.

Bij Albert vreesde ik: grote motor, maar een nog grotere blaaskaak en over zijn manager - een mens belt wel eens rond ter voorbereiding van zo'n gesprek - had ik wat gehoord. Niks gruwelijks, niks dat zijn positie niet rechtvaardigt, kleine dingetjes, vervelende informatie waaruit je zou kunnen concluderen: een naar manneke, een parasiet, had zelfs iemand gezegd.

Journalisten kunnen niet objectief zijn, maar ze moeten er wel voor waken om supporter te worden. Daar had ik het al moeilijk mee in het geval van de alleraardigste voorbeeldsportman Sven Nys, altijd voorkomend, altijd bereid tot samenwerken en zichzelf opnieuw uit te vinden.

Na twee bezoeken aan de twee-eenheid Albert-Roodhooft heb ik hetzelfde. Dit is het hart op de tong zoals Boonen, de medewerkzaamheid van Nys en het ontwapende van de jonge kampioen gecombineerd. Natuurlijk hebben ze niet het achterste van die tong laten zien. Natuurlijk bespelen ze hun gesprekspartner. Dat doen ze allemaal, maar de authenticiteit van dat stel is niet gespeeld.

De relatie Albert-Roodhooft valt niet te vatten in één begrip. Ik zie ook geen voorbeelden. Misschien dat Van de Walle en (wijlen) Ten Haaf nog het dichtst in de buurt komen, maar dat is al dertig jaar geleden. Merckx-Van Buggenhout, nog langer geleden, was meer zakelijk. Van den Eynde-Van Damme heb ik nooit meegemaakt, maar waren zij ook broers?

Driessens-Maertens, zonder aan heiligschennis te doen, leek een beetje op parasitisme. Gaastra-Deburghgraeve was een tijdelijke vennootschap, soms heel intens, soms alleen per fax. Pevenage-Ullrich, was dat niet eerder wederzijdse bijstandsverlening? Vandecaveye-Vinckier komt in de buurt: baas en onderbaas en nu vrienden, niet voor even maar voor het leven.

Ik heb Albert-Roodhooft nu twee keer een paar uur samen gezien en zonder te snel conclusies te trekken: de band tussen Christoph Roodhooft en zijn kopman Niels Albert moet uniek zijn voor de Belgische sport. Er is nog iets wat ze bijzonder maakt. Als Niels Albert niet meer kan koersen, kunnen ze samen zo in de jury van de Slimste Mens. Het is stand-upcomedy, hoe die twee met elkaar omgaan.

Albert heeft 'metaal' gevolgd terwijl hij schrijnwerker had willen worden, maar dat houtstof met dat koersen was geen optie. Er is een tijd geweest dat ik daar een etiket had op geplakt. Ook op Roodhooft, ooit een derderangsprof waar ik nooit had van gehoord, die nu via sublimatie en projectie zijn eigen gemiste carrière in zijn pupil herbeleeft, maar het tot eer strekt dat hij niks wil verdienen op de kap van zijn renner en vriend.

Ik heb twee intelligente mannen ontmoet, die weten waar ze mee bezig zijn, die zich door niks of niemand laten opjagen en die een spel spelen zoals zij denken dat het moet worden gespeeld. Niels Albert luistert naar Christoph Roodhooft, die dan weer niet de slaaf wil zijn van zijn atleet, zijn ster, zijn broer, zijn zoon, zijn beste maat. 'Hij mag alles zeggen tegen mij,' zegt Albert, 'en ik tegen hem. Soms gaat het hard en zijn we een uurtje stil maar daarna is alles vergeten.'

Albert is jong, maar al zo gelouterd, niet alleen door de supporters die hem van zijn fiets trekken of hem pinten in zijn gezicht gooien. Hij heeft het niet altijd makkelijk gehad thuis maar vond rust bij zijn manager, zijn trainer-coach, zijn broer en surrogaatvader.

In alles zijn Niels Albert en Christoph Roodhooft zondagskinderen. Samen maken ze plezier terwijl ze hun weg afleggen waarvan voorlopig het einde niet in zicht is. De journalist wordt ongevraagd ingewijd in de koers van de wilde jaren negentig, in hun (trainings)geheimen vandaag en evengoed gevraagd niet alles te schrijven, maar nooit: mail het even om na te lezen. Gezegd is gezegd. Botst het niet, dan klinkt het. Ontmoetingen van dat slag zijn van de betere momenten in dit vak.
Hans Jacobs

Koekje van eigen deeg

Hans Jacobs | 29 januari 2010 om 09:40
Bij de Vlaamse Gemeenschap zijn ze er vaak als de kippen bij om te roepen dat een profsporter tot in de puntjes zijn whereabouts moet invullen, de verblijfsgegevens die onaangekondigde dopingcontroles mogelijk maken. Of zeggen ze fijntjes dat een elitesporter in het door hem gekozen uur per dag dan ook aanwezig moet zijn, en niet een minuut ervoor moet opstappen. Net die details maken een efficiënt dopingbeleid mogelijk. De dopingjagers hebben een punt.

Maar evenzeer geldt het omgekeerde. Sugar Jackson woonde in de Venezuelastraat nummer 3 bus 94 in Antwerpen, de dopingadministratie stuurde een brief om hem erop te wijzen dat hij whereaboutsplichtig is naar Venezuelalaan nummer 94 bus 3 in Antwerpen. Oeps.

Twee fouten in een adres: dat is geen detail meer, dat is een kemel van je welste Als we Jackson geloven als hij zegt dat hij nooit die brief heeft gezien, is het onterecht dat hij daarvoor een streepje aangewreven kreeg. Gisteren meldde de post dat de brief in het postkantoor van de gemeente is toegekomen waar hij op dat moment woonde, maar dat wil niet zeggen dat Jackson de brief ook heeft gekregen. Daarover wil het Vlaams Dopingtribunaal meer uitleg.

Stel dat een streepje verdwijnt en dat er dus geen zaak-Jackson meer is – alleen wie drie inbreuken in achttien maanden achter zijn naam heeft, kan worden geschorst – is dat niet de fout van de bokser, wel die van de Vlaamse Gemeenschap, die niet even zorgvuldig is tewerk gegaan zoals ze dat van de topsporters wel verlangt. Dat heet een koekje van eigen deeg.
Paul De Keyser

'De wielersport is niet van ons alleen'

Paul De Keyser | 26 januari 2010 om 14:45

Wij denken maar al te graag dat de wielersport van ons is, en van ons alleen. 'Ons', dat beduidt dan West-Europa. Wie mee wil spelen, moet maar naar hier komen of zich anders heel bescheiden opstellen. 'Fly with the eagle or scratch with the chickens.' Hier wordt gevlogen, elders gescharreld.

Natuurlijk klopt het hart van de wielrennerij nog altijd op het oude continent en zal dat niet zo snel veranderen. Spijtig, want wie het geluk kende om aanwezig te zijn in de jongste Tour Down Under, herkende daar heel veel van het enthousiasme waarop ook bij ons de grote evenementen teren. In Australië waagde men zich al aan een optimistische vergelijking met de Ronde van Frankrijk. Een onmogelijke vergelijking, omdat men ginds kampt met een onoverkomelijke handicap. Het is nog te vroeg op het seizoen en de verplaatsing is te inspannend om in de buurt te komen qua deelnemersveld en inzet. Het moét nog niet. Straks in de lenteklassiekers en de Tour moet het wél. Vroeg gewin is enorm belangrijk maar houdt niet eeuwig stand. Doet Greipel er de komende maanden niks meer bij, dan haalt hij een onvoldoende. Wint hij een voorjaarskanjer of een etappe in de Tour, dan kan het niet meer stuk.

Nog eens, dat is spijtig. Organisatorisch hoeven ze Down Under van niemand een lesje te krijgen en het enthousiasme van het publiek is hartverwarmend. Willunga Hill, ocharme drie kilometer klimmen, leek zaterdag wel een brokje Alpen of Pyreneeën en het slotcriterium in Adelaide lokte meer dan honderdduizend kijkers. Duizenden daarvan met een eigen racefiets aan de hand, druk palaberend over de tactische aanpak van de diverse tenoren. Iedere ochtend stonden de wielertoeristen zich te verdringen aan het hotel om een eindje op te rijden met de renners. Die werden er na de etappe telkens weer opgewacht door tientallen handtekeningenjagers. Heel beleefd, zonder iemand te storen. Volgend jaar zullen ze er opnieuw zijn, gegarandeerd. De wielersport heeft zich verankerd in Zuid-Australië en daar moeten we blij om zijn. Het talent dat ondermeer via die organisatie het peloton binnen stroomt is nog altijd verplicht om aan de andere kant van de wereld een tweede leven te beginnen maar dat geeft ons zeker niet het recht om minnetjes te doen over de wielrennerij overzee. Integendeel zelfs, want hoe langer hoe meer ploegen en renners uit de top spreken Engels. Dat zij binnenkort maar niet met ons beginnen lachen.

Ludo Vandewalle

Bondsvoorzitter moet opstappen

Ludo Vandewalle | 25 januari 2010 om 11:29
Bondsvoorzitter François De Keersmaecker moet zich vandaag voor zijn eigen Uitvoerend Comité verantwoorden voor zijn onbegrijpelijk gedrag van de jongste dagen en weken. De Mechelaar is een gerespecteerd advocaat, een goedlachse en aimabel man, maar slaat als leider van de voetbalbond een belabberd figuur. Hij was al een voorzitter zonder autoriteit die te weinig van voetbal kent. Nu is hij ook een sjoemelaar. Als hij op zijn sterke punt, het juridische, begint te marchanderen is de limiet bereikt.

In de zaak-Charleroi betreft het geen gebrek aan voetbalkennis of een zwakke persoonlijkheid maar gewoon kwade trouw. Stel je voor: de voorzitter van de bond, nota bene een jurist, is met zijn volle verstand de drijvende kracht achter het feit dat het reglement wordt verkracht.

De jongste maanden kregen we al de indruk dat de bond door iedereen behalve de bondsvoorzitter wordt bestuurd. Dat Dick Advocaat doet wat hij wil, had nog geen nefaste gevolgen. De bondscoach heeft in zijn pink meer voetbalverstand dan het duo De Keersmaecker-Collin samen. Tot daar aan toe.

Met de farces rond het geforceerde uitstellen van de bekerwedstrijden Gent-G. Beerschot en Zulte Waregem-Cercle was al duidelijk dat individuele clubs probleemloos de lijnen kunnen uitzetten in de bond. De Keersmaecker verkrachtte een eerste keer zijn eigen reglement met zijn intentie de bekerkwartfinale Anderlecht-Cercle in één duel te laten spelen. Wat hij donderdag uit zijn mouw schudde, is echter veel erger. Door toe te geven aan chantage zet hij op een nooit geziene manier de eigen bondscomités, die Charleroi voor wangedrag hadden gestraft, voor schut.

Ook de andere clubs zijn slachtoffers. Cercle moet tegen een Charleroi met Ederson en Taylor (reglementair onmogelijk) spelen. Standard neemt het tegen Charleroi op met de geschorste Habibou. We herhalen: hal-lu-ci-nant dat een jurist dat toestaat.

Na 3,5 jaar onder het voorzitterschap van De Keersmaecker glijdt de bond via de kenmerken van een banenrepubliek af naar een anarchie. De clubs die het hardst schreeuwen, bepalen het beleid. In achterkamertjes worden vieze deals gesmeed. Het is nog de vraag of vandaag een ontslag wordt geëist. Alvast dit: De Keersmaeckers ondervoorzitter Philippe Collin, ook bestuurder bij Anderlecht, kan als opvolger geen oplossing zijn. Hij zorgt er in zijn rol van souffleur met zijn club- en andere belangen voor dat De Keersmaecker in deze situatie zit. Wat als er toch een ontslag komt? Wat doet Dick Advocaat dan? Onze bondscoach is dan met De Keersmaecker en Collin zijn twee enige gesprekspartners kwijt. Het bezorgt de Nederlander mogelijk zijn gedroomde reden om op te stappen.
Walter Wauters

Wedstrijd om nooit te vergeten

Walter Wauters | 23 januari 2010 om 09:53
Kim Clijsters speelt sinds 1997 op de professionele tour. In die meer dan tien jaar moest ze nooit zo'n zware nederlaag slikken in een officiële match. Een keer verloor ze met 6-0, 6-2. In 2001 in Miami van Serena Williams. Maar nog nooit kon ze slechts één spel winnen. Clijsters zegt dat ze de wedstrijd zo snel mogelijk van haar harde schijf wil wissen en verder gaan met haar tenniscarrière.

Wij zouden net het tegengestelde zeggen: dit is een wedstrijd om nooit te vergeten. Een wedstrijd om tot in zijn kleinste vezel te analyseren. Voorbereiding, mentaal en fysiek, opwarming, voeding, routine, slaapritme, bioritme, bloed, hartslag, racket, schoenen, alles. Om de vinger te leggen op misschien dat ene detail dat een verklaring kan vormen. En te voorkomen dat die situatie zich nog herhaalt.

Want zo'n bolwassing krijgen en er geen oorzaak kunnen op plakken, tenzij een offday, dat lijkt ons niet echt een gezonde basis om op verder te bouwen. Want als het zich één keer voordoet, compleet onaangekondigd, is er geen reden waarom het zich niet nog eens zou kunnen voordoen, even onvoorzien.
Bart Lagae

Club Brugge wint dit jaar niets

Bart Lagae | 21 januari 2010 om 17:55

Club Brugge kroonde zich tot kampioen van ons tussentijds rapport van de eersteklassers. Blauw-zwart mag daar best blij om zijn. Want het wordt allicht de enige prijs die het dit jaar kan rapen.

Onze redactie was laaiend enthousiast. Op geen enkel onderdeel scoorde Club minder dan 16/20. Goed voor een grote onderscheiding. Adrie Koster werd de hemel ingeprezen om zijn onverhoopte resultaten en zijn aantrekkelijke spel. Voorzitter Pol Jonckheere kreeg lof voor zijn professionele beleid. En sportmanager Luc Devroe kreeg een zeventien op twintig voor het aantrekken van kleppers als Perisic, Hoefkens en Kouemaha.

Niemand kan naast de Brugse renaissance kijken. "Bruges la Morte" werd weer "Brugge die Scone". Supporters droegen hun kleuren opnieuw met trots. De reclamefilmpjes van de hoofdsponsor (Club Brugge... trots op zijn sponsor), ontwikkeld door het vermaarde bureau Duval Guillaume, waren niet langer belachelijk maar opnieuw relevant. Overigens is het behoorlijk komisch dat op het ogenblik dat de sponsor zijn handen van Club af hield ("de resultaten van Club Brugge kunnen we u niet garanderen, die van uw kasbon/spaarrekening/belegging wel"), die resultaten plots wel beter werden.

Op minder dan twee maanden voor het begin van de play-offs mogen we daarom de vraag stellen: wat kopen de supporters van Club hiervoor? Alvast geen kaartjes voor de beker want amper 5.400 toeschouwers zagen woensdag de nederlaag tegen AA Gent. Maar als je het ons vraagt ook geen prijzen. De Beker van België is onmogelijk geworden en de allereerste eindwinst in de Europa League een verre droom. In de competitie zal Club tot het laatste meegaan maar finaal toch te kort schieten. Daarvoor is het spelersmateriaal simpelweg nog onvoldoende.

Jacky Mathijssen had overschot van gelijk toen hij zei dat Adrie Koster rijkelijk laat was met zijn conclusie dat er best nog iets bij kon, zowat op het einde van de voorbereidingsperiode. Via Nederlandse collega's weten wij dat de Zeeuw bij de aanvang van de competitie een lage dunk had van zijn groep. Koster besefte van meet af aan dat kampioen spelen wel heel moeilijk zou worden.

Een half jaar later vallen de resultaten en de transfers mee, maar blijft de analyse dezelfde. Luc Devroe plukte de mooiste bloemen op het graf van Moeskroen maar Lestienne en Van Gijseghem zullen Club (nog) niet naar een hoger niveau tillen. Het blijft daarom erg twijfelachtig of dit blauw-zwart tot de slotspeeldag van de play-offs top kan blijven. De tweede helft woensdag tegen Gent bewees alvast niet.

Het ziet ernaar uit dat de Beker van 2007 nog even de laatste prijs van Club Brugge zal blijven. Ook dit jaar wint Club niets. Of het moet een herwonnen zelfvertrouwen en status zijn. Maar misschien is dat voor een supporter nog het belangrijkste van al.

Ludo Vandewalle

Ai, ai, Axel Witsel

Ludo Vandewalle | 18 januari 2010 om 10:49

Axel Witsel die opnieuw rood krijgt in de topper tegen Anderlecht. Wie had dit kunnen voorspellen? De reden waarom hij werd uitgesloten was compleet verschillend van die van de vorige keer. Nu kwam er immers geen beenbreuk bij te pas. Anders dan de vorige keer zal de discussie over het feit of het al dan niet fout was nooit helemaal beslecht worden.

 Na affluiten hebben wij de mening gevraagd aan drie ex-voetballers die als analist op de wedstrijd aanwezig waren. Wim Deconinck, ex-doelman, had een gele kaart aan Juhasz gegeven. Op foto's is te zien dat de Anderlecht-verdediger ook het scheenbeen van Witsel betokkelt. Eddy Snelders, ex-middenvelder, vond dat Witsel wel een fout maakte maar met geel had kunnen wegkomen omdat hij wel degelijk met gestrekt been en de voet vooruit in het duel ging. Bertrand Crasson, ex-verdediger, vond dat geen van beide spelers een fout maakte en een kaart, welke kleur dan ook, niet op zijn plaats was. De drie geconsulteerde ex-spelers waren het dus maar over één ding eens: geen rode kaart.

Die rode kaart is echter goed te verdedigen. Op basis van het reglement was de beslissing van ref Johan Verbist immers niet fout. Het is wel een interpretatie van de regels. Het been van Axel Witsel was gestrekt en had de fysieke integriteit van de aanstormende Juhasz in gevaar kunnen brengen. Het was dus geen foute beslissing, wel een zware sanctie. Witsel raakte immers de bal en Juhasz kwam te laat.

Standard-trainer Laszlo Bölöni gaf zelf aan dat Witsel nu misschien maar beter uit België kan vertrekken. Dat is overdreven. Anders dan met de beenbreuk van Wasilewski zal Witsel deze keer niet aan de schandpaal worden genageld. Daarvoor is er te veel discussie over het feit dat het al dan niet fout is. Dit was een discutabele uitsluiting. Punt uit. Misschien komt hij wel weg met een 'schorsing voldoende' van het Sportcomité.

Hans Vandeweghe

Kooigevecht

Hans Vandeweghe | 16 januari 2010 om 20:57

 

Voetbal is geen sociale beweging maar een vehikel voor collectieve en anonieme verdwazing. De mores op en naast het veld overstijgt nauwelijks die van de kooigevechten

Laatst raakte bekend dat er meer vrouwen en kinderen naar de voetbalstadions zouden komen. Zouden, met de nadruk op het voorwaardelijke van deze veronderstelling. Met alle respect voor die toevallige clubs die zo'n influx aan hun draaipoortjes hebben opgemerkt, ik geloof er geen zak van dat dit een trend zou zijn. Wellicht is dit het gevolg van enkele gerichte acties en dus een lokaal/tijdelijk fenomeen.

Er klopt iets niet omdat er in de totaliteit niet méér mensen naar het voetbal komen. Anders zou dat betekenen dat alle tribuneplaatsen van afgestorvenen zijn ingenomen door kinderen en vrouwen. Neen dus, en dat is maar goed ook: vrouwen en kinderen (en eigenlijk ook mannen) hebben niks te zoeken in die voetbalstadions van ons.

Voetbal is een in potentie plezant spel dat alles heeft om de toevallige bezoeker te vermaken, zelfs in België, maar een voetbalstadion is hier nog altijd dé uitgelezen plek - naast de Senaat als Daerden er op bezoek is - om de verdwazing in zijn meest extreme vorm te beleven. Blijkbaar dringt dat alleen door bij wie wel eens naar andere sporten gaat kijken. De vaste voetbalklanten zijn gestopt met zich vragen te stellen.

(Dat niemand het waagt te repliceren 'en het BK veldrijden dan?'. De holbewoner die zondag uitgleed en zich vasthield aan de toevallige passant Albert is een voetbalfan die morgen als abonnee bij Standard zit.)

Laatst stond er in deze krant een opmerkelijke analyse van het product Belgisch voetbal van professor sportmarketing Wim Lagae. Hij putte uit eigen ervaring, een bezoek aan KVK-Club Brugge. Ik kon mij vinden in zijn verwondering over de agressieve spreekkoren en obscene gebaren in zo'n stadion.

Ik ga vaak naar het voetbal, meestal gezeten in de hoofdtribune omdat daar de persplaatsen zijn, heel af en toe op uitnodiging in een skybox, maar gelukkig altijd ver van het schorem. Toch kan ik niet wennen aan het gecoördineerd primitivisme gericht tegen de gehate stam aan de overkant. Zelfs een op het eerste gehoor onschuldig 'al wie niet springt, is FCB' laatst bij Gent-Anderlecht, waarop natuurlijk elke dwaas ging springen, snijdt mij door merg en been.

Ben je voetbalfan omdat je dom bent, of word je dom door het voetbal? Ik ben niet de enige of eerste die zich deze kip-of-eivraag stelt, maar vast staat: de voetbalbezoeker ondergaat schijnbaar klakkeloos de debiliserende werving van de eerste wereldsport. Het instituut voetbal zelf stelt zich al lang geen vragen meer. En de spelers? Hebben die zich ooit vragen gesteld? Neen, en dat is jammer want zij zijn de enigen die de normen en waarden van voetbal met onmiddellijke ingang zouden kunnen veranderen.

Wat doet deze sport met de mens dat die zich naast het voetbalveld zo graag in de collectieve en anonieme verdwazing onderdompelt? Wat doet deze sport toch met een mens dat die zich op het voetbalveld zo kan misdragen? Deze krant had gisteren een bloemlezing van de meest grove overtredingen van het seizoen. Dat waren er nogal wat. Alle opgelijste moordpogingen kwamen na de aanslag van Witsel op Wasilewski. Ik blijf het een verregaande normvervaging vinden, zoals de meeste voetbalcommentatoren de acht weekjes straf van Witsel voldoende vonden. Had Witsel een fout pilletje gepakt, hij zat twee jaar aan de kant.

Ach voetbal. Een feest is het al lang niet meer maar nu probeert deze sport zich zowaar als een sociale beweging te profileren. Zoals ze tijdens de kerstperiode in het veld kwamen met op hun shirtjes 'Our goal, a better world', zijn er dan geen grenzen aan hypocrisie? Elkaar doodschoppen in het veld, tot in de diepste vezels beledigen in de bestuurskamer en zo mogelijk villen in de tribunes of in de straten er rond, en dan het veld opkomen met op het shirt 'a better world'?

Voetbal is geen sociale beweging en in weerwil van alle pr-praatjes wordt Zuid-Afrika straks ook geen better world. Daar wordt volgende zomer een WK-infrastructuur gefinancierd ten koste van echte prioriteiten zoals de verpauperde townships. Voetbal is geen sociale beweging want de mores op en naast het veld overstijgt nauwelijks die van de kooigevechten. De voetballiefhebber mag mij afbranden, ik ben in goed gezelschap met deze kritiek: Jan Mulder ging van de week in Sportmagazine heel wat verder.

Derhalve moet ik de bevlogen schrijver, voetbalkenner en goede inborst Raf Willems neen antwoorden op zijn vraag 'Kan voetbal de wereld redden?'. Neen, omdat voetbal dat niet kan. Neen, omdat de wereld ondanks al zijn gebreken nog te goed is om gered te worden door een geperverteerd spel.

Ludo Vandewalle

Lukaku is te jong

Ludo Vandewalle | 13 januari 2010 om 01:28

Het is te vroeg voor Romelu Lukaku om de Gouden Schoen te winnen. De 16-jarige spits liet tot hiertoe zien dat hij een verstandige jongen is. Daar zit het probleem niet. Het probleem is dat geen enkele puber, ook niet met de fysiek van Lukaku, de druk van een Schoen zonder schade kan dragen.

Want druk geeft het, vraag maar aan ex-winnaars zoals Aruna Dindane, Vincent Kompany en dit jaar nog Axel Witsel. Van de jongeren hield de jongste jaren alleen Steven Defour na zijn winst goed stand. De vergelijking van Lukaku met Kompany boezemt nog het meeste schrik in. Dat was ook zo’n verstandige jongen. Sinds hij begin 2005 op 18-jarige leeftijd de Gouden Schoen won, is het echter niet beter gegaan met Kompany. Met die Schoen aan zijn voeten moest hij ondanks die jeugdige leeftijd elke wedstrijd spelen en dat putte hem uit. Het kostte hem uiteindelijk twee jaar van zijn loopbaan door blessures. Het gaat nu wat beter met hem bij Manchester City maar hij heeft nog lang niet bereikt wat hem bij zijn winst vijf jaar geleden werd voorgespiegeld. Lukaku nu de Gouden Schoen schenken, is het grootste vergiftigde geschenk dat je deze puber kan geven.

Daarom heb ik niet op Lukaku gestemd. Ik geef dus toe dat daar niet alleen sportieve redenen aan ten grondslag lagen. Een debutant die in zestien competitiewedstrijden, waarvan hij er geen enkele 90 minuten speelde, negen doelpunten scoort is natuurlijk indrukwekkend. Ik wíl echter niet dat Lukaku die Gouden Schoen wint. Vooral voor zijn toekomst. Geef die Schoen maar aan Jovanovic of Boussoufa. Zij zijn al wat gewoon

Hugo Coorevits

Dit kan de dood betekenen van het veldrijden

Hugo Coorevits | 11 januari 2010 om 11:24
Met het incident-Niels Albert zijn de grenzen gisteren in Oostmalle heel zwaar overschreden. Dit heeft niets met sport te maken, maar is ronduit crimineel gedrag van de lapzwans die de wereldkampioen van de fiets sleurde.

Sport leeft van meeslepende duels, over alle disciplines heen. Zo was het al meer dan een halve eeuw geleden in Italië tussen Fausto Coppi en Gino Bartali. Zo was het tussen Eddy Merckx en Roger De Vlaeminck. Of in het wereldje van veldrijden tussen Erik De Vlaeminck en Berten Van Damme.

Zo is het tussen Sven Nys en Niels Albert. Het 'parochianenduel' splitst niet enkel Groot-Tremelo in twee kampen, maar ook heel Vlaanderen. Daar is niets mis mee. Het maakt mee de heroïek van het veldrijden uit. Het doet cyclocross in Vlaanderen groeien als een bloemkool. Het is menselijk dat de ene zich meer herkent in de ideale schoonzoon Sven Nys, en de andere eerder kiest voor de jonge, eerder rebelse god Niels Albert. Twee verschillende stijlen.

Hoe meeslepender de duels, hoe hoger de emoties oplaaien, maar daar moet het ook bij stoppen. Het wordt compleet fout als favoritisme, fanatisme wordt. Als een veldrijder zijn kansen niet sportief kan verdedigen. Dan houdt de sport op. Misschien moet de wielerbond in navolging van de voetbalcollega's maar hooliganlijsten aanleggen, van zij die niet op een cyclocrosswei thuishoren.

Het zou zonde zijn dat een talent als Niels Albert door enkele zatte heethoofden gedegouteerd een sport verlaat die nu al kampt met een chronisch gebrek aan vedetten. Hét grote probleem is dat een aantal diehards veldrijden bekijken als een alternatieve vorm van op café hangen en dan straalbezopen tussendoor een uurtje naar de renners staan te staren. En dan dingen doen die nooit door de beugel kunnen.

Albert, Nys noch het veldrijden is gebaat met dit soort individuen. Integendeel. Het kan de dood betekenen van een wielertak waarbij bereikbaarheid het handelsmerk is.