Hans Vandeweghe

Blunder

Hans Vandeweghe | 27 februari 2010 om 23:06
Ik weet het: de koers is in het land en dan nog de koers die onze naam draagt, maar wat valt er toe te voegen aan de stortvloed van interviews, rondetafelgesprekken, korte en lange verhalen of sound bytes over dit voorspel van Vlaandrens grote passie? Ik zou het niet weten en bovendien is deze week heel ver hier vandaan sportgeschiedenis geschreven en is de kans niet bijster groot dat dit zich vandaag tussen Gent en Gent herhaalt. Daarom, vergiffenis: een laatste keer Winterspelen.

Sinds dinsdagavond pijnig ik mijn hersenen, zoekend naar een coachblunder van het formaat van Kemkers-Kramer op de tien kilometer snelschaatsen. Ik vind er geen. Gerard Kemkers beging de grootste (zichtbare) coachblunder ooit in de geschiedenis van de topsport en dat is behoorlijk veel om dragen.

Kemkers is in sommige media voorgesteld als een kieken op glad ijs, maar dat is hij niet. De Fries Gerard Kemkers uit het schaatswalhalla Heerenveen won zelf als schaatser brons op de Spelen van Calgary in 1988, maar dat raakte toen ondergesneeuwd door het drievoudige goud van Yvonne van Gennip.

In dat onvervulde verlangen van 1988 lag de kiem voor een tweede, veel mooiere carrière. Kemkers was begin deze eeuw coach van de KNSB-Aegon-ploeg die het opnam tegen de eerste commerciële ploegen in het schaatsen. Het was een ongelijke strijd die Kemkers niet kon winnen, maar hij won hem toch. In 2002 leidde hij Jochem Uytdehaage naar dubbel goud (op de 5 en 10 kilometer) en zilver (1.500 meter). Dat was in Salt Lake. Kemkers geldt sinds 2002 als één van de meest succesrijke schaatscoaches ter wereld.

In 2006, op de Olympische Spelen in Turijn, pakte hij weer drie medailles met zijn schaatsers: goud en zilver voor Ireen Wüst (die in Vancouver goud won op de 1.500 meter) en zilver voor de piepjonge Sven Kramer op de 5.000 meter. Samengevat: vijf keer goud in drie Spelen. Het zesde goud ging in Vancouver de mist in door een foute call.

Kemkers is geen kieken op glad ijs. Sven Kramer was dat vier jaar geleden wel. Hij trapte op een blokje, ging onderuit, nam in zijn val nog twee Oranje-schaatsers mee en Nederland kon het goud op de teamachtervolging op de buik schrijven.

Ik heb met de hele aardige Kemkers te doen en ook met zijn atleet Sven Kramer. Na zijn eerste ontgoocheling, het weggooien van zijn bril en het oneigenlijk gebruik van epitheton 'klootzak' ten aanzien van zijn coach, klonk hij een dag later anders: 'Ik ben met Gerard drie keer wereld-, vier keer Europees- en nu olympisch kampioen geworden. Die laat je niet zomaar vallen.' Klasse van Kramer.

Wat bezielde Kemkers om Kramer naar de binnenbaan te sturen? Zijn uitleg klonk logisch. Hij zag de Rus verkeerdelijk in dezelfde baan en dacht dat Kramer moest wisselen. De schaatsbelg Bart Veldkamp zag het als co-commentator helemaal anders: 'Een coach moet zijn mond houden, want een schaatser weet wanneer hij moet wisselen, zoals hij weet wanneer hij moet ademen.' Mooi gezegd van Veldkamp, maar de Hagenaar was het grootste deel van zijn carrière zijn eigen coach en kan dus bezwaarlijk als voorbeeld gelden.

Kramer heeft gelijk dat hij zijn coach, die hem op een perfect schema naar zijn tweede goud stuurde, niet laat vallen. Dat goud was binnen, toen de coach de atleet óverstuurde en naar de binnenbaan sommeerde. Kramer voerde uit. Kemkers' verslagenheid een halve ronde later nadat Kramer tegen bijna 50 per uur in de verkeerde baan was gesprongen, zal in alle jaaroverzichten zitten, net als de wegwerpbeweging van Kramer ten aanzien van zijn coach na de race en het hoopje coachende ellende dat eenzaam achterbleef. Een dag later kwamen Kemkers-Kramer vrolijk samen de Oval van Richmond binnen gewandeld. 'Neen, we spelen geen toneel. Het is uitgepraat.'

Wordt Kemkers alsnog gevild in Nederland? Ik denk het niet. Nederlanders zijn bijzonder efficiënt in het verdringen van slecht nieuws en gaan snel weer over tot de orde van de dag. Vanavond kan Kramer zijn falen van Turijn goedmaken in de teamachtervolging.

Bovendien mag de Kemkers-blunder dan nog de meest opvallende coachfout zijn in de geschiedenis van de topsport, dagelijks worden door allerhande coaches in de wereld veel ergere fouten gemaakt die onzichtbaar blijven voor het net niet-geoefende oog.

Foute schema's, foute oefenstof, foute tactiek, foute coaching, foute menselijke aanpak... Bij verlies of minimaal blessure van de atleet blijft de trainer in individuele sporten meestal in de luwte. Kramer weet nu dat zijn coach zijn verantwoordelijkheid opneemt als dat moet en hij weet dat zijn schema's kloppen. Dat moet volstaan om vier jaar door te gaan.
Jos Huysmans

Koninklijke escorte voor Anderlecht

Jos Huysmans | 26 februari 2010 om 17:36

Donderdagavond. Ik verlaat om 17 uur de redactie in Groot-Bijgaarden, want om 18 uur heb ik een afspraak in Mechelen en om 19 uur word ik in Herent verwacht. De reputatie van de Brusselse Ring kennende en met Batibouw in het achterhoofd vrees ik het ergste voor mijn trip.

Terecht, zo blijkt. Het regent oude wijven, in Wemmel is zopas een ongeval gebeurd, in Machelen en Zaventem zijn werken aan de gang. Meteen mag ik beginnen aanschuiven voor een lange, barre tocht.

Ter hoogte van Neder-over-Heembeek ben ik net bijna ingedommeld wanneer zwaailichten op de buitenring mijn aandacht trekken. Op de pechstrook schuift ongehinderd, vergezeld door twee gemotoriseerde politiemensen, de spelersbus van RSC Anderlecht voorbij op weg naar het Vanden Stock Stadion voor de Europese partij tegen Bilbao.

De Anderlecht-supporters uit Antwerpen, Oost-Brabant en Limburg blijven braaf aanschuiven en kunnen nog net even wuiven naar hun idolen. Ze hebben allicht nog een uurtje nodig om met een slakkengangetje het stadion te bereiken.

Hallo, Pol Van Den Driessche? Is hier sprake van een noodsituatie, of krijgen de heren voetballers dezelfde koninklijke behandeling als de leden van ons vorstenhuis? Iemand als u en ik die verkeersproblemen kan verwachten neemt de nodige maatregelen. Anderlecht blijkbaar ook: even de politie bellen.

Klokslag 19 uur ben ik na twee uur aanschuiven net op tijd op mijn afspraak in Herent. Op dat ogenblik wordt de aftrap gegeven in Anderlecht.

 

Bert Heyvaert

Colosseum

Bert Heyvaert | 26 februari 2010 om 12:28

‘Kijk daar! Dàt zou mijn plekje geweest zijn!’ Nico Mattan - samen met ons op verkenning van de Omloop - wijst naar een voetpad. Veel speciaals is er niet aan. Het is drie meter breed, grijs, en op de klinkers ligt hier en daar een vogelstront. Maar Mattan wordt er lyrisch van. ‘Hier spring je op de borduur, daar steek je het hele peloton voorbij, en uiteindelijk snij je de andere coureurs de pas af en draai je dan als eerste de Muur op. Hahaa! Allemaal in de zak gezet! Zotte Mattan, riepen ze dan, maar dat kon me geen bal schelen. Ik zat op kop van de koers.’

De verkenning met Mattan was een sacrale inwijding in de Vlaamse koers. Het draait hem niet alleen om ziere rij’n, zoals Briek Schotte zei, maar ook om koersverstand, ellebogenwerk, linkeballerij. Wie die trucs niet onder controle heeft, wordt weerloos naar achteren gedrumd. Die staat stil aan de voet van de Taaienberg en ziet in de verte Tom Boonen wegdemarreren. Ook al heet je dan Edvald Boasson Hagen, je ziet die Belgische trui pas terug voorbij de meet.

Net dat maakt koers bij ons zo speciaal. Het is veel minder gecontroleerd, veel minder wetenschap dan pakweg Milaan-Sanremo en Luik-Bastenaken-Luik. Het is drama, survival, een onversneden kasseiknokpartij. Daar waar de Tour een georchestreerde Hollywoodfilm is, zijn de Vlaamse koersen een gladiatorengevecht in het Colosseum. Morituri te salutant, zeiden ze toen net voor het begon. 'Zij die gaan sterven, groeten u.' En het volk begon te watertanden.

Walter Wauters

Nanny van het Jaar

Walter Wauters | 21 februari 2010 om 01:29

Nu ook Tia Hellebaut een comeback maakt met, naar het voorbeeld van Kim Clijsters, een nanny in haar team moet het sporttrofeeënaanbod bij hoogdringendheid worden uitgebreid. Naast de Sportman, Sportvrouw, Ploeg en Belofte van het jaar, willen we pleiten voor de introductie van een Nanny van het Jaar. Dat kan geen probleem zijn, want ze zitten toch allemaal in de portefeuille van Bob Verbeeck, Kim Clijsters, Tia Hellebaut en de sporttrofeeën. Zou er trouwens geen sponsormarkt voor nanny's bestaan? Zwitsal, Pampers, die moeten toch wat knikkers veil hebben om hun imago te laten bestuiven door dat van Clijsters en Hellebaut? Misschien een ideetje voor Bob. Met tien procent zijn we al content.

Wat ons naadloos bij de trofee brengt die de Nanny van het Jaar moet ontvangen. We zien het kleinood al helemaal voor ons: een bronzen maxi-cosi. Of een bronzen tutter. Zou misschien nog beter in het rijtje passen: Gouden Schoen, Kristallen Fiets, Bronzen Tutter. Zo'n Nanny van het Jaar zou ook goed nieuws voor Sporza en zijn besparingen. In plaats van naar een Noorse blokhut te moeten sporen voor een leuk filmpje tijdens de show, kunnen ze gewoon naar de dichtstbijzijnde crèche.

Het is me wat, met die comebacks. Het is in elk geval geen toeval. Door de evolutie van de medische begeleiding gaan de sportlijven langer mee. En door de explosieve groei van prijzengeld, gages en contracten is er voor de topsporter geen financiële noodzaak meer om te gaan werken na zijn carrière en wenkt de lamlendige leegheid. En wordt het des te verleidelijker nog wat dollars te gaan tanken door iets te doen wat je graag doet en waarmee je wel de adrenalinekicks krijgt die je in het grauwe bestaan van alledag miste. Dick Norman is daar zeer eerlijk in. Iets meer dan tien jaar geleden kapte hij met tennis. Hij had het wel gezien. Twee jaar later had hij het echte leven wel gezien en lachte het zonnige bestaan van de vetbetaalde tennisser hem weer toe. Anno 2010 speelt Norman nog altijd en reist met vrouw en kinderen de tornooien af.

Walter Wauters

Olympische kamikaze

Walter Wauters | 15 februari 2010 om 18:03

Met lichte verbijstering naar het rodelen gekeken. De baan was met twee bochten ingekort na de dodelijke crash van Nodar Kumaritashvili en nog werden pieksnelheden van tegen de 150 km/h gehaald.

Tot daar aan toe, maar wat onze haren ten berge deed rijzen was de schrijnende afwezigheid van elke vorm van bescherming. De rodelaar scheurt compleet onbeschermd met een rotvaart langs compleet onbeschermde metalen constructies en buizen. Dat is geen sport, dat is kamikaze.

Laat dezelfde graad van onveiligheid zich voordoen in autosport en de disicipline wordt ter plekke begraven. Beeld u in dat er een rally wordt georganiseerd met auto's zonder cockpit waarbij de rijder, open en bloot achter het stuur, zonder gordel en zonder helm die naam waardig, tegen 150 km/h tussen betonnen palen scheurt. De autosportfederatie wordt voor de rechtbank gesleurd op beschuldiging van moord. En tenzij er prompt een overlevingscel voor de rijder wordt gecreëerd en een uitloopzone van 200 meter aan weerszijden van de weg, wordt er niet gestart.

In Canada concludeerden de specialisten dat de arme Georgiër een stuurfout had gemaakt en dat ze nog nooit hadden meegemaakt dat iemand over de muur werd gekatapulteerd. Wellicht is het bestaan van crashtests hen onbekend. Jacques Rogge kreeg een krop in de keel, iedereen trok een zwarte streep op zijn helm en de show ging gewoon door. Schandalig.

Hans Vandeweghe

Leve de quota

Hans Vandeweghe | 13 februari 2010 om 22:58

Hopelijk is deze brede selectie van Vancouver een voorbode voor Londen 2012. Het BOIC heeft al lang niet meer de kennis, noch de autoriteit om eigen Belgische limieten te hanteren

De Olympische Winterspelen begonnen gisteren met de grootste Belgische delegatie ooit, de prehistorie van de topsport uitgezonderd. Zelfs al eindigen de Belgen allemaal laatste - en een aantal zal aardig in de buurt komen - er zal uit deze kolom(men) geen spatje leedvermaak opstijgen, zelfs geen kritiek.

De genereuze selectiepolitiek van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité heeft misschien minder te maken met een plotse denkomslag dan wel met de schrik voor processen. Juli 2008 indachtig, werd besloten om alle atleten die aan de internationale criteria hadden voldaan, mee te nemen naar Vancouver. Helemaal een primeur: op de lijst stonden zelfs twee geselecteerde atleten die hun quotaplaats nog niet hadden behaald.

Juli 2008, dat was het drama Rochus-Darcis. Die twee tennissers dwongen in arbitrage hun selectie door het BOIC af op basis van een verworven quotaplaats van de Internationale Tennisfederatie. Dat was met afstand de grootste opdoffer ooit voor het olympisch selectiebeleid.

Terecht. Darcis en Rochus hebben misschien geen deuk in een pakje boter geslagen, maar dat doet er niet toe. Het BOIC heeft al lang niet meer de kennis, noch de autoriteit om uit te maken wie wel en geen prestatie zal leveren.

Tot en met Peking 2008 was de selectiepolitiek gebaseerd op de destijds door Jacques Rogge ontwikkelde visie dat alleen atleten die het echt waard waren ondersteuning en uitzending naar de Olympische Spelen verdienden. Die politiek is meer dan dertig jaar oud en achterhaald.

De ploegsporten hanteren noodgedwongen al langer eigen criteria en eind jaren tachtig volgden de eerste individuele sporten, gymnastiek op kop. Tien jaar later was het begrip quotaplaatsen gemeengoed en vanaf deze eeuw werd het zo geperfectioneerd dat elke gekwalificeerde atleet zijn selectie echt wel had verdiend.

Hoewel we nooit toppers op overschot hebben gehad, hanteerde het BOIC al die tijd bovenop de internationale criteria nog eens eigen strengere normen en limieten. Om de zoveel jaar gaf dat aanleiding tot ergernis, scheldpartijen, rechtsgangen en af en toe absurde toestanden waarbij een atleet wel geselecteerd was voor het BOIC, maar niet van zijn sportbond en dus thuis moest blijven.

Het geld voor de topsport komt al een tijdje niet meer van de Boechoutlaan (of het was geld van de Nationale Loterij) maar zij beslisten wel over het startrecht van de atleet en de boutade dat het BOIC nog maar één reden van bestaan had - atleten beletten naar de Olympische Spelen te gaan - was niet helemaal onterecht.

Er is vandaag geen objectieve reden meer om eigen Belgische limieten te hanteren. Atleten zijn in niet geringe mate éénmansbedrijfjes geworden die zichzelf moeten verkopen. Door selecties te weigeren, zijn carrières geknakt. Of Petra Santy ooit medailles zou hebben gevaren in haar kajak, daar bestaat twijfel over, maar we zullen het nooit weten. Ze stopte omdat ze niet werd geselecteerd voor Peking. Kimberly Buys evenmin en voor hetzelfde geld was die ook gestopt. Gelukkig niet, ze zwom door en verbetert elke week wel ergens een Belgisch record.

Het selectiesysteem in inmiddels zo verfijnd en de internationale competitie voor de startbewijzen zo groot, dat een atleet die van zijn internationale bond een quotaplaats heeft gekregen, recht heeft op die olympische start. Een selectie kost het BOIC geen euro meer, want het vervoer en logies van de atleten wordt betaald door het organisatiecomité.

Hopelijk is deze brede selectie van Vancouver een voorbode voor Londen 2012 dat bovendien nog eens het voordeel van de nabijheid heeft. Het zal ons een groot team opleveren en heel wat extra animo. Meer atleten, betekent meer kansen op succes en het is een buitenkans om beloftevolle jongeren te laten kennismaken met de Spelen. Een grotere delegatie betekent ook meer ruimte om de kansrijke atleten beter te ondersteunen met persoonlijke trainers en kinesisten. Ten slotte: breed selecteren betekent niet breder ondersteunen. Onderscheid tussen toppers en niet-toppers wordt voortaan gemaakt in de ondersteuning: meer geld voor de medaille- of finalekandidaten, minder of niks voor wie zich later kwalificeert.

Dat heeft nog een niet te onderschatten extra voordeel: je creëert competitie binnen het eigen team. Elke aanleiding om onze gepamperde atleten op scherp te stellen, moet worden aangegrepen.

 

Ludo Vandewalle

We zullen Bölöni missen

Ludo Vandewalle | 11 februari 2010 om 09:47

Laszlo Bölöni verlaat het Belgisch voetbal door een achterpoortje en dat is heel spijtig. De resultaten in de Belgische competitie waren slecht voor een regerende landskampioen. Door zijn soms onbehouwen mediaoptredens gaf hij zijn tegenstanders munitie om hem in de beste Ceausescu-traditie te fusilleren.

Dat gold niet alleen voor de buitenwereld, ook spelers als Mulemo, Goreux, Nicaise,... hadden er genoeg van. Boloni, in zijn actieve periode Roemeens recordinternational gezegend met een hemelse techniek, gruwt van spelers die wel eens last hebben met een simpele balcontrole. Dat is niet de juiste houding voor een trainer van een club in de matige Belgische competitie. Het zijn dan ook die meelopers die de ondergang van de man die hen soms zo denigrerend bejegende, hebben bewerkstelligd.

Als je door de onhebbelijkheden heen prikte, was Bölöni een toptrainer die ons voetbal verrijkte. Hij maakte spelers beter, koos voor het offensief en kwalificeerde zich in dit kwakkelseizoen toch nog met de veruit jongste ploeg op het Europees toneel voor de volgende ronde van de Europa League. Het is bijzonder flauw en hoogst onjuist om te stellen dat Bölöni alleen maar voortborduurde op het door Michel Preud’homme geleverde werk. Bölöni deed veel meer: hij liet voor het eerst sinds de CL-campagne van Anderlecht in 2000-01 een Belgische club ronduit schitteren in Europa. Het aanvallende voetbal waarmee Bölöni toppers als Liverpool, Everton (telkens thuis én uit), Sevilla en Sampdoria te lijf ging, deed het hart van elke binnen- en buitenlandse voetballiefhebber sneller staan. Het was een spel dat on-Belgisch uitblonk door durf, combinatievermogen en opportunisme.

De harde en selectieve aanpak van Bölöni is wellicht niet geschikt voor de lange termijn. Maar tijdens de periode dat die aanpak werkte, was het smullen geblazen. We zullen hem missen. Het is aan Dominique D'Onofrio om te trachten beter te doen.

Walter Wauters

De Fed Club

Walter Wauters | 08 februari 2010 om 12:17

‘En dan gaan we nu over naar Gert Gommé in Polen voor de Fed Club’, zei de presentatrice op Radio 1 zaterdag. Het meisje kon wellicht niet worden verdacht van enige kennis over sport. Dat is geen vereiste meer op Radio 1. Misschien dat ze wel uit het blote hoofd de namen van het volledige hondenbestand van het Belgische vrouwentennis kon opsommen. Maar de FedCup? Het zegt veel over het mondiale begrip dat de FedCup is. Afgelopen weekeinde werden acht duels afgewerkt verdeeld over twee wereldgroepen. In theorie moest het kruim van het vrouwentennis in actie komen. In de praktijk speelden slechts drie speelsters uit de top-tien. De rest zegde af. Wegens moe of geblesseerd na Australië. Of om niet moe of geblesseerd te raken voor wat nog komen moet. De FedCup heeft een probleem. Correctie: de FedCup heeft veel problemen. Het valt altijd ongelegen, er zijn geen WTA-punten te verdienen, nauwelijks geld, en de vaderlandse eer is niet meer wat hij geweest is. Ook intrinsieke toppers als Maria Sharapova, Justine Henin en Kim Clijsters zegden af. In de marge van de Australian Open werd een nieuw format voor de Daviscup gelanceerd. Naar het voorbeeld van de wereldbeker voetbal. Meteen afgeschoten door de conservatieve vleugel. Misschien moet die zelf maar eens worden afgeschoten. En moet ook de FedCup zich maar eens openstellen voor vernieuwing. Want hoe verkoop je aan het grote publiek een landencompetitie waarvoor zelfs de deelnemers de neus ophalen?

Hans Vandeweghe

Scott

Hans Vandeweghe | 05 februari 2010 om 19:21

Gisterenavond deze ochtend bij u zijn we iets gaan eten bij Don Shula in Miami Lakes. We, dat zijn de journalisten geaccrediteerd door Prime Sport. Jürgen Nijs, de commentator, John Van de Mergel, de co-commentator, en reisleider Pieter Demuynck. Plus ondergetekende.

Ik heb ooit trips naar de NBA ondernomen met Eric Goens, ook van Prime dat toen nog Supersport of Canal + heette, en dan hadden we het heel vaak over sport, maar ook wel eens over het leven en hoe dat mooi kon zijn maar evengoed af en toe tegenviel.

Voor die freaks van de NFL is de NFL het leven, dus hadden we het alleen maar over sport, en dat is maar goed ook want eigenlijk ken ik nog te weinig van de NFL. Dus laat ik mij dezer dagen alle ins en outs gewillig uitleggen en ben ik vandaag als u dat leest, bij de persconferentie van de coaches, om nog meer op te steken van deze bijzonder ingewikkelde sport.

Heel vreemd, je zou denken dat de kenners neutraal blijven, maar ze hebben inmiddels een team geadopteerd. Nijs en Demuynck hebben het voor de Saints uit New Orleans en dat ten gevolge van een erg toegankelijke praatsessie met de spelers. Indianapolis Colts kan zich dan weer verheugen op de steun van John Van de Mergel, die tevens de voorzitter is van de Vlaamse American football-liga.

Ik heb het ook voor de Saints, vooral omdat ik mij ooit eens een week stierlijk heb verveeld in India-noplace en ik mij niet kan inbeelden dat een team uit zo’n saaie stad opwindend zou kunnen zijn. En omwille van ene Scott Fujita. Dat is een linebacker en van linebackers slopers van het ergste soort - verwacht je niet de babbel die Scott van de week hield.

De Super Bowl is namelijk meer dan een wedstrijd. Neem nu de commercials, daar is dit jaar iets bijzonders mee aan de hand dat niks met de sport heeft te maken. Er is een tv-spot geweigerd voor ManCrunch. ManCrunch is een koppelbureau voor homo’s en rechtenhouder CBS wil de spot niet uitzenden om geen mensen tegen het hoofd te stoten. Een andere spot daarentegen tegen abortus, met daarin een beroemde NFL-speler mag zondag wel op de buis. De NFL is de sport voor de conservatieve Amerikaan en American football heeft de meeste volgers in de midwest, dat zegt genoeg.

Fujita, een blanke kerel van 1m96 en 113 kilo met een Japanse familienaam omdat hij ooit werd geadopteerd door Japans koppel, studeerde op Berkeley en Berkeley dat is de plek waar mei 1968 ontstond en alle burgerrechtenbewegingen van de VS grond onder de voeten kregen. ‘All we are saying, is give peace a chance’, zegt u dat nog iets?

In dat kritisch nest werd de geest van Scott Fujita gevormd. Fujita gaat tegen zijn eigen business in als hij de rechten van de homo’s op huwelijk verdedigt en de tegelijk ook het recht op abortus. In één moeite profileerde hij zich de voorbije jaren ook als een supporter van Obama, van de terugtrekking van de troepen uit het Midden-Oosten, hekelde hij de heksenjacht op moslim en daar is nu ook nog het recht op abortus en homohuwelijk bijgekomen.

Go Saints. Het is te hopen dat Fujita die Manning onder de zoden schoffelt.

Marc Reunes

Arbiters zijn vogelvrij verklaard

Marc Reunes | 04 februari 2010 om 19:05
Natuurlijk verdiende Ronald Vargas geen rode kaart voor zijn sliding op Kouyaté. Klein bier was het wat de Venezolaan deed, in vergelijking met de veldslagen die eerder dit seizoen al op onze zompige grasmatten werden uitgevochten. Met de gruweltackel van Witsel op Wasyl had dit al helemaal niks van doen. Zelfs met de gekuiste versie van het Witselleken versus Anderlecht viel nauwelijks een parallel te trekken. Witsel kwam driest in op Juhasz, met opgeheven been. Vargas daarentegen glijdt gewoon door.

Moeten we daarom juichen om de vrijspraak van Vargas? Mja, moeilijke vraag. Niet zo lang geleden wist één speler die voor het strafcomité in Brussel opgeroepen werd, dat hij minstens één speeldag voor de broek kreeg. Terecht of onterecht, dat deed er niet toe. Wie wat ongelukkig op de bon was gevlogen, had gewoon pech, maar reglementen waren reglementen. De rechten en vooral de autoriteit van de scheidsrechter dienden in alle omstandigheden gevrijwaard te worden. Ondertussen zijn het, in deze tijden van zedenverwildering, oubollige begrippen geworden. Arbiters zijn vogelvrij verklaard, en dat zal straks in de oorlog genaamd play-off 1 alleen maar erger worden.

Door voetballers op een stilaan significante manier te gaan vrijwaren van alle zonden, geeft de voetbalbond een heel slecht signaal. Bij de scheidsrechters heerst ondertussen heel veel onvrede over de gang van zaken. Op de wekelijkse trainingen in Leuven krijgen ze het door hun scheidsrechtersbaas Robert Jeurissen fel ingepeperd: dat ze er absoluut de vuilte tackles moeten uithalen. Beter een kaart te veel dan één te weinig om de agressie in te dijken, luidt het. Maar wat gebeurt nu? De meest volgzame leerlingen van de klas, die op het veld niet meer doen dan de instructies van hun baas opvolgen, worden achteraf publiekelijk in hun hemd gezet. Na Johan Verbist wordt nu ook Luc Wouters, die tot voor de uitsluiting een goede wedstrijd floot, te kakken gezet. De tijd is niet ver meer af dat een speler de scheidsrechter gewoon in het gezicht uitlacht als die nog maar eens een rode kaart uit de achterzak durft te toveren. Scheidsrechter zijn is nu al een hondenstiel, dat zal er niet beter op worden. Trouwens ook gelezen dat de voetbalbond er even aan dacht om Mogi Bayat een wedstrijd bij de jeugd te laten leiden? Wat was dat een uitstekende alternatieve straf geweest. Uiteindelijk is het zo ver niet gekomen, en worden de arbiters als pispaal van Jan en Allemaal gewoon verder in de kou gelaten. Niet in het minst door hun eigen mensen.