Hans Vandeweghe

Play-offs

Hans Vandeweghe | 27 maart 2010 om 15:53
Laatst kregen we een mail van de chef eindredactie van de sport. Die ging zo: 'We schrijven Play-off 1 (met hoofdletter) en play-offs (zonder)'. Vreemd, ik heb altijd playoffs aan elkaar geschreven.

Volgens mij stamt het begrip uit de Noord-Amerikaanse sportvocabularium en daar is het 'a playoff' meestal in combinatie met 'game' (wedstrijd) of 'the playoffs' en nooit met dat rare streepje ertussen.

Van Play-off 1 of desgevallend Play-off 2A en Play-off 2B heeft een Amerikaan nog nooit gehoord. Waarmee ik niet de chef eindredactie wil afvallen, maar gewoon een punt wil maken dat we met die play-offs of playoffs onder een bijzonder slecht gesternte zijn gestart. Taalkundig én sportief. De misbaksels die wij aan onze reguliere competitie hebben hangen, zijn helemaal geen play-offs maar nacompetities. Wij zeggen nu wel play-offs, maar play-offs zijn totaal iets anders. Alsof je zou zeggen: ik eet spinazie, terwijl er sla op je bord ligt.Ze zijn allebei groen, maar totaal verschillend, zeker in voedingswaarde.

Echte play-offs zijn geen nacompetities waarbij punten of de helft van de punten of een kwart van de punten of wat dan ook behouden blijven. Echte play-offs komen na een reguliere competitie, die dient om de plaatsing in een ultieme wedstrijdtabel te bepalen. Dat is een erg spannend model.

Neem nu onze Jupiler Pro League. De nummer 1 zou tegen de nummer 8 uitkomen in een heen- en terugmatch, met het thuisvoordeel in de tweede wedstrijd voor de best geklasseerde ploeg. De nummer 2 tegen 7, 3 tegen 6 en 4 tegen 5. De winnaar van 1 tegen 8 speelt vervolgens tegen de winnaar van 4 tegen 5 en de andere twee winaars spelen ook tegen elkaar. Telkens heen en terug.

Uiteindelijk schieten twee winnaars over en ook die spelen heen en terug, waarbij de hoogst geklasseerde ploeg telkens de tweede wedstrijd thuis mag spelen. Idem voor 9 tot 16. De finalisten van de play-offs spelen maximaal zes extra wedstrijden.

Als zes niet volstaat, kan je er ook een 'best of three' van maken, waarbij een ploeg pas doorgaat als twee wedstrijden worden gewonnen. Bij gelijkspel wordt gespeeld tot de 'golden goal' over de einduitslag beslist. Elke vijf minuten moet een speler van elk team het veld verlaten tot we met zes tegen zes spelen. (Louis van Gaal poneerde dat laatst nog in Der Kicker, samen met nog heel wat andere veranderingen aan het conservatieve voetbal.)

Volgens het Amerikaans competitiemodel stopt de helft van de 30 of 32 teams met spelen na de reguliere competitie, maar dat is ingecalculeerd in die economie. De andere ploegen gaan nog maximaal één (NFL) of twee maanden (de rest) door met play-offs.

In het baseball speelt elk team meer dan 160 wedstrijden in 180 dagen en vervolgens nog playoffs, excuus play-offs. In de NBA spelen ze 82 wedstrijden en dan nog minimaal 16 of maximaal 28 wedstrijden in vier ronden play-offs waarbij telkens volgens 'best of seven' (vier gewonnen wedstrijden) wordt gespeeld. NBA-basketbal is dan ook voor echte mannen.

In ons play-offsmodel stopt de nummer zestien een maand of vijf, om dan verder te gaan in tweede, en moet de nummer vijftien ook zes weken zonder wedstrijden verder om dan tegen enkele tweedeklassers om een plaatsje in eerste klasse te strijden.

De eerste zes spelen een nacompetitie met heen en terug waarbij de helft van de punten behouden blijven. De nummers zeven tot veertien spelen ook een nacompetitie met heen en terug maar in twee groepen van vier en de punten worden niet behouden.

Kan iemand uitleggen waarom de ploegen in Play-off 1 wél de helft van hun punten mogen meenemen en die in Play-off 2 niet? Eigenlijk ken ik het antwoord op die vraag: de grote clubs willen geen echte playoffs, want ze willen geen competitief evenwicht. Vandaar onze play-offs: de groten moeten altijd winnen. Ter vergoelijking voor dit format wordt nu aangevoerd dat de competitie tot vorig weekend op alle niveaus stijf stond van de spanning. Fantastisch. Volgend jaar kunnen ze misschien acht play-offs organiseren in plaats van drie en dan zal het nog spannender zijn.

De UEFA bracht laatst een mooi rapport uit. Met onze competitieformat bevinden we ons in het selecte gezelschap van Andorra, Cyprus en Malta, waarbij dient opgemerkt dat hun systeem nog enigszins te begrijpen valt. Van alle marginalen zijn wij de enigen die de helft van de punten laten meetellen; alleen in San Marino is het competitiemodel nog ingewikkelder.
Paul De Keyser

Spijtig dat net nu het WK-baan wordt georganiseerd

Paul De Keyser | 23 maart 2010 om 15:27

Het is doodzonde voor Iljo Keisse, zo al niet verwend door het lot. Zonder zijn dramatische val had u echter niet eens geweten dat woensdag de baanwereldkampioenschappen beginnen. Tenminste, die kans was groot. Vlaanderen is niet de maatstaf in wielerland. Zeker niet wat de piste betreft. Wij zijn verzot op onze klassiekers, wat vooral in overzeese gebieden al een pak minder het geval is. Dwars door Vlaanderen levert een eerste staaltje van wat volgende week uitdeint tot een algemene gekte. Een enthousiasme zoals ze dat nergens anders kennen in de aanloop naar één bepaalde koers. Daarom is het ook zo spijtig dat net nu een WK op de agenda staat. Een evenement dat absolute topsport serveert, staaltjes wielrennen om uitgebreid van te genieten. Pistiers hoeven hun kalender niet aan te passen aan die van de weg of het veld. Wat zij doen is niet mínder interessant. Alleen krijgen ze nu niet overal het forum dat ze verdienen. Alvast niet in Vlaanderen. Stel dat Keisse er bij was geweest. En Cornu, De Ketele... Ze hadden altijd geacteerd in de marge van de stormloop naar de Ronde van Vlaanderen.

Het zal er trouwens niet beter op worden, nu een reeks disciplines afgevoerd zijn van het olympisch programma. In Londen zal er geen plaats meer zijn voor de puntenkoers, voor de achtervolging en zelfs niet voor de ploegkoers, de aloude basis van de piste. En waarom? Te lang en te moeilijk om volgen voor de leek. Niet samen naar binnen te duwen met een hamburger en een cola dus. De UCI vond het allemaal best en liet de bobo's rustig begaan. En dan maar jammeren dat het niet goed gaat met de wielerbaan.

Hans Vandeweghe

Primavera

Hans Vandeweghe | 20 maart 2010 om 09:55

La Primavera hangt in Florence - beter en mooier klinkt Firenze - in het Uffizi, geen aanrader voor wie maar een paar dagen in deze mooie stad vertoeft. Te druk en te klein, koop een mooi boek met mooie foto's of een dvd en je ziet stukken meer. Je kan La Primavera als een politiek statement zien, of als een afbeelding van de tuin van Eden of nog een illustratie van Ovidius zijn Fasti. Er zijn nogal wat manieren om de Primavera te interpreteren, het schilderij dan, zegt Wikipedia.

Er is maar één manier om de echte Primavera vandaag te interpreteren. De hele dag ergens in de kopgroep uit de wind verscholen zitten, veel eten en drinken, dan op de Poggio zo hard mogelijk naar boven en vervolgens ook zo hard mogelijk naar beneden en uiteindelijk iedereen op het laatste rechte stuk voorbijfietsen. Hard, harder, hardst. Koers is niet zo moeilijk als kunstgeschiedenis, maar wel veel lastiger.

Met Milaan-San Remo begint het echt. Dit is misschien vloeken in de kerk in een krant die aan de Omloop haar naam geeft, maar zo is het. Van januari tot nu was het spelen, vanaf vandaag is het voor echt. Jammer toch dat Milaan-San Remo al lang niet meer onze race is. In onze wielergekke regio leiden wij kasseiknotsers op voor die drie weken per jaar dat er over kasseien wordt gereden, met als gevolg dat ze in de meeste andere wedstrijden worden weggeblazen, soms zelfs letterlijk zoals vorige week nog in Parijs-Nice.

Philippe Gilbert – ook een Belg maar niet uit onze regio - won vorig jaar de Ronde van Lombardije en dat was de knapste klassieke Belgische prestatie op een zwaar parcours sinds Museeuw in Lugano 1996 of Frank Vandenbroucke in Luik-Bastenaken-Luik in 1999. Er is geen reden waarom Tom Boonen en Stijn Devolder dat niet zouden kunnen, maar dan moeten ze wel ophouden met alles op alles te zetten om helden rond hun eigen kerktorens te worden.

Het wielrennen verandert maar wellicht dat de Vlaamse wielerwereld dat niet ten volle beseft. De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, hoe klein ook het kransje kandidaat-winnaars, zullen altijd een plaats hebben. Het is folklore met een grote F, traditie met een grote T, met dien verstande dat 'Roubaix' meer dan 'Vlaanderen' met de marginaliteit flirt.

Andere existentiële vraag dit voorjaar: hoe zit dat nu met Gent-Wevelgem en de E3 Prijs? Volgende week worden die in één weekend georganiseerd. Gent-Wevelgem is Pro Tour, de E3 is dat niet. De internationale toppers zouden voor Gent-Wevelgem kiezen – wordt verteld, maar de website van de E3 zegt het anders - en Philippe Gilbert ook, maar de Vlaamse renners dan weer voor de E3 Prijs. Als dat laatste klopt, zijn het vleesgeworden anachronismen, het spijt mij zeer.

Het zou onbegrijpelijk zijn als Boonen en co niet aan de start zouden staan in Deinze en wel in Harelbeke. Het achterhoedegevecht van de organisatoren van Harelbeke tegen de Flanders Classics is al even onbegrijpelijk. Pro Tour worden ze nooit, de traditie van Gent-Wevelgem hebben ze niet en ondanks Boonen en Pozzato evenmin de erelijst. Ze zijn een aanloop naar de enige echte Ronde van Vlaanderen en kunnen daarom perfect midweeks.

De E3 Prijs is te veel een doorslagje van de Ronde van Vlaanderen en met alle respect, daar is er maar één van, wat ook ruimschoots volstaat. Het is al te belachelijk dat we in deze regio alles wat in groep op twee wielen rijdt steeds weer over die kasseien en molshopen jagen.

De Omloop, de Driedaagse van De Panne, de E3 Prijs, Dwars door Vlaanderen, de Ronde van Vlaanderen, dat rijdt allemaal op een zakdoek over dezelfde bergjes die berg heten maar geen bergen zijn, op een parcours dat zo specifiek is dat je met dat optrekken-afremmen-optrekken een conditie kweekt voor criteriums maar waarmee je de rest van het seizoen geen meter opschiet. En als er dan eens een andere wedstrijd wordt uitgetekend – Gent-Wevelgem als compromis tussen Milaan-San Remo en de Ronde van Vlaanderen – ligt een omhooggevallen B-wedstrijd dwars.

We zijn navelstaarders op twee wielen en we zijn de weg kwijt. Wint straks een Vlaming zo'n kasseiklassieker, zelfs al is het de E3-Prijs, dan zijn we door het dolle heen. In het andere geval, wordt begin april een half jaar regionale rouw afgekondigd want na Parijs-Roubaix zit ons wielerseizoen er op en de rest van het jaar winnen we geen serieuze prijs meer.

Hans Vandeweghe

Mijn Voetbalclub

Hans Vandeweghe | 13 maart 2010 om 20:59
 

Een ideetje voor een nieuw tv-programma: Mijn Voetbalclub. Kandidaat-knoeiers genoeg en het vinden van een voetbalversie van de blaas Peter Goossens mag ook geen probleem zijn. Ik hou mij aanbevolen en hoewel ik nog geen minuut heb gezien van Mijn Restaurant, van Mijn Voetbalclub zal ik geen seconde missen en de speciale editie met tweedeklassers kan niet anders dan een kijkcijferkanon worden.

Vorige zondag in De Zevende Dag kwam Johan Vermeersch van Brussels vertellen dat tweede klasse niet leefbaar was. Dat werd als nieuws onthaald, maar helemaal juist was het niet. Tweede klasse is wèl leefbaar, maar niet zoals er nu boven de stand wordt geleefd. In de tweede klasse denkt men met profvoetbal bezig te zijn, maar alles draait om overbetaalde amateurs, zowel op als naast het veld.

De cijfers die deze week in deze krant verschenen, zijn hallucinant. Lierse SK gaf vorig jaar in tweede klasse alleen aan salarissen één miljoen meer uit dan het totale budget van de minst bedeelde eersteklassers. Vijf miljoen euro salarissen resulteerden in vijf miljoen euro verlies. In één boekjaar.

Lierse staat in totaal op bijna 15 miljoen euro in de min. Onbegonnen werk om dat nog dicht te fietsen. Tweede klasse is nu weer erg actueel omdat Antwerp FC bedreigd is. Nog zo’n traditievereniging en wat voor één, maar helaas voor de dromers: ook dit valt nooit meer recht te trekken. De supporters moet ten strengste worden afgeraden om hun geld in die bodemloze put te gooien. Laat het zootje ongeregeld van de Bosuil maar eerst eens helemaal failliet gaan.

Overigens moeten we ophouden om sportverenigingen die de boeken neerleggen te belonen met doorstartkansen een paar reeksen lager, onder de dekmantel van een nieuwe vzw. In het echte bedrijfsleven kan dat evenmin.

Het grote probleem van het Belgische voetbal is dat men er niet in slaagt een leefbare omgeving te creëren voor de zwaksten onderaan de voedselketen. Iedereen heeft nu de mond vol van Antwerp, al jaren een lage middenmoter in tweede klasse, maar het failliet van Moeskroen in eerste klasse is een veel groter probleem.

In het seizoen dat eerste klasse naar zestien clubs afslankte om de zaak leefbaar te houden, ging er meteen eentje voor de bijl. En laten de betrokkenen eerlijk zijn: Lokeren en Roeselare zijn al evenzeer in hun bestaan bedreigd en zelfs wonderploeg KV Kortrijk speelt met vuur.

Het modewoord is nu ‘solidariteit’. Helemaal mee eens, maar niet noodzakelijk mèt of vooral niét met de tweedeklassers. Waarom tv-gelden van eerste klasse naar tweede klasse afleiden? Juist niet. De Profliga – vijf minuten politieke moed volstaat – zou haar eerste klasse op economische gronden moeten samenstellen.

Regel 1: wie een markt, een bewezen fanbasis en een stadion heeft, wordt tot eerste klasse toegelaten.

Regel 2: alle voetbalbedrijven worden NV’s en de boekhouding wordt per kwartaal gecontroleerd door onafhankelijke revisoren.

Regel 3: profvoetbal kan alleen in eerste klasse voor maximaal zestien ploegen netjes verdeeld over het grondgebied.

Regel 4: vijf jaar lang wordt de eerste klasse onderaan afgesloten, daarna worden de economische prestaties van de clubs geëvalueerd en worden financieel te zwakke voetbalfranchises vervangen door nieuwe kandidaten.

Regel 5: de vergoedingen in tweede klasse mogen het bestaansminimum van een gezinshoofd niet overschrijden en lager dan tweede klasse zijn alleen verplaatsingsvergoedingen toegestaan.

In België is geen economische ruimte voor zestien eersteklassers en een stuk of tien tweedeklassers die zich allemaal lekker maken met het vooruitzicht van een promotie naar eerste. Dat stijgen en dalen van eerste naar tweede en terug vandaag is een anachronisme dat niks te maken heeft met gezond beheer van een bedrijfstak.

Integendeel, het duwt voetbalclubs tot de rand van de afgrond en het draineert talent en geld van eerste naar lagere reeksen. In de Verenigde Staten bestaat een gesloten competitie al van in 1876 (achttienhonderd zesenzeventig!), wat niet betekent dat daar nooit eens problemen zijn, alleen zijn die haast nooit van economische aard. Als er al eens een team in de penarie zit, zijn de andere er als de kippen bij om solidair te zijn. Bij ons zijn ze er ook als de kippen bij; om de zwakste kip kaal te plukken.

Het Nieuwsblad Online

Heeft de bond niets beters te doen?

Het Nieuwsblad Online | 08 maart 2010 om 18:05

Hypocrisie blijft een belangrijke waarde in het voetbal. U kan het dom vinden, maar u kan het ook eerlijk noemen dat Stijn Stijnen meteen na STVV-Club Brugge toegaf dat hij zonder gevaar voor schorsing de play-offs wil aanvatten. Bondsprocureur René Verstringhe is niet altijd de meest daadkrachtige, maar heeft gelijk als hij tackles, ellebogen of spuwen de te bestrijden kwalen vindt, en niet tijdrekken om opzettelijk geel te vangen. Maar ceo Jean-Marie Philips zag nog een rekening open staan met bondsbasher Stijnen en vroeg toch een onderzoek. Nu is er geen weg terug en moet ook Stijnen-epigoon Jelle Van Damme worden vervolgd.

Wat nu? De scheidsrechters moeten het reglement volgen of je krijgt weer een rechtszaak aan je broek. En de spelers willen de play-off spelen, zoals collega's er ook alles aan doen om er na de groepsfase van een Champions League of de eerste ronde op een WK weer bij te zijn. Zucht. Heeft de bond dan werkelijk niets beters te doen dan zich met zo'n pietluttigheden bezig te houden? Het gaat om onschuldig tijdrekken, niet eens om aanslagen op het beendergestel van een collega. Er loopt voldoende mis aan de Houba De Strooperlaan. Waarom dan die achterhoedegevechten? De geloofwaardigheid van de voorzitter, het gekibbel tussen bondsparket en sportcomité dat alles dreigt lam te leggen of de aanhoudende rechtszaken: dat verdient aandacht. Niet enkele 'Belgische plantrekkers' die een achterpoortje vonden om het systeem te omzeilen.

Misschien moet de bond overwegen om na de punten ook de gele kaarten te halveren aan het begin van de play-offs. Of kwijt te schelden zoals in internationale competities gebruikelijk is. Dan is het meteen gedaan. En Stijnen en Van Damme? Laat hen voortaan de hypocriet uithangen want wie eerlijk is, krijgt blijkbaar toch gezever.

(Koen Van Uytvange)

Hans Vandeweghe

Tovenaars/sukkelaars

Hans Vandeweghe | 06 maart 2010 om 18:49
Jammer voor de man dat hij het hier in primeur moet lezen, maar begin volgend seizoen vliegt de Truiense trainer Guido Brepoels buiten. Dat staat nu al vast. Zoveel voortekenen, dat kan echt niet missen. Brepoels heeft voor drie jaar getekend, maar Duchâtelet kan geen drie jaar met een mens samenwerken. Brepoels is nu super-vivant maar volgend seizoen zo morsdood als een pier, zo werkt dat in het topvoetbal en zeker bij STVV.

Brepoels zelf lijkt mij – weliswaar van op erg veilige afstand - een Prins Carnaval die een boek met voetbaloefenstof onder de kerstboom heeft gevonden en daar mee aan de slag is gegaan. Tot zijn en onze grote verbazing viel het allemaal reuze mee en had hij zelfs een beetje aanleg.

STVV won enkele wedstrijden en even ging Prins Carnaval zweven. Hij sneed wat gras uit het veld en toonde dat aan zijn spelers en de media. Hij kwam ook daar goed mee weg (hoewel collocatie meer voor de hand lag) en mocht naar De Laatste Show. Toen al zag je de bui hangen: Brepoels gáát vliegen.

Kort na die verschijning bij Michiel (op 16 september) won hij nog één keer, uit bij Kortrijk. Daarna: acht keer verlies op rij. Nog een geluk dat Duchâtelet tijdelijk niet bij zijn zinnen was, of Brepoels had voor Nieuwjaar al de strop gekregen.

Enfin, tegen half december reed de Truiense trein weer als vanouds: af en toe nog een verlies, hier en daar gelijkspel, maar winst tegen Anderlecht en Gent. Gevolg: drie jaar contract. Dom van Roland D., slim van Guido B. Het weze hem gegund, ik denk dat het een goeie trainer is en dat laatste is tot nog toe misschien het enige serieuze statement in deze column.

Maar Brepoels was geen tovenaar begin september en ook niet vandaag en toen hij geen wedstrijden won, was hij ook geen sukkelaar. Nochtans zijn dat de enige twee kwalificaties waar trainers kunnen op rekenen, bij pers en dus ook bij publiek. Brepoels was gewoon een trainer overgeleverd aan de grillen van het meest onvoorspelbare spel dat de mens ooit heeft uitgevonden: voetbal. Andere voorbeelden? Hein Vanhaezebrouck. Eerste ronde vorig seizoen met het net gepromoveerde KV Kortrijk: veel of bijna alles gewonnen. Gevolg: een Messiasstatus en dito contract bij Genk. Vervolg: veel of bijna alles verloren. Flinke Hein vloog omdat hij vasthield aan een systeem dat alleen in Timboektoe resultaten heeft opgeleverd. Dat laatste was de samenvatting van wat er rond die tijd in de pers verscheen: tovenaar Hein was ineens een sukkelaar.

Laszlo Bölöni, nog zo'n tovenaar. Ooit een grotere Merlijn gekend bij Standard? Preud'homme kampioen, dat was nog normaal, en toen hij naar Gent vertrok helemaal. Michel was geen tovenaar, maar ook geen sukkelaar. Dé tovenaar zou Bölöni worden: kampioen terwijl de beste spelers waren verkocht. Fenomenaal, jubelden de media. Vandaag is Bölöni werkloos.

Van tovenaar tot sukkelaar is het lot van elke trainer. Peter Maes bij KV Mechelen, Michel Preud'homme bij Gent (nog niet gewonnen in 2010 en we zijn bijna zomer, grapje t.a.v. Michel 1 en 2), Adri Koster heel even bij Club, Glen De Boeck bij Cercle: zonder uitzondering kregen ze de status van tovenaar waarna de slinger de andere kant opging.

Jacky Mathijssen werd als tovenaar ingehaald bij Club, maar dat was een vergissing. Hij was evenmin een sukkelaar als een tovenaar, maar toch eerder dat eerste dan dat tweede. Mathijssen was vooral een acteur. Het duurde even voor de pers dat doorhad, omdat Mathijssen als meester-manipulator een paar van de voetbalvertellertjes achter zijn kar kon spannen. Bij Lokeren speelde hij dat hij zich zelf niet speelde. Gevolg: dubbele exit. Als dat maar goed komt.

Ik hou van trainers die steeds zichzelf blijven ook al is dat zo autodestructief als spookrijden. Emilio Ferrera heeft bijvoorbeeld mijn bewondering. 'Aanvallend voetbal? Onzin, bestaat niet, tenzij je Barcelona of Manchester United bent.' 'Looplijnen, wat zijn dat?' 'Verdedigen is een kunst, aanvallen is toeval.' Kom daar maar eens mee aandraven bij een voetbalvoorzitter die zichzelf en zijn club de Champions League toewenst. Ferrera wil geen tovenaar zijn, maar het onvoorspelbare een fractie voorspelbaarder maken.

Dat geldt ook voor Georges Leekens. Al dertig jaar denken wij: deze man is zichzelf niet, maar wie is hij dan wel? Het antwoord ligt voor de hand: geen tovenaar, geen sukkelaar, in de eerste plaats ongrijpbaar. Ik wens hem toe: Standard.