Hans Vandeweghe

Parochieliga

Hans Vandeweghe | 31 juli 2010 om 07:00

Krullende tenen. Die kreeg ik halfweg de Supercup tussen Gent en Anderlecht. Niet van de wedstrijd zelf, die was best oké, met veel kansen heen en weer en twee positief ingestelde ploegen. Anderlecht won en daar kon iedereen mee leven.

Dat tenenkrullende slaat op de reportage tijdens de rust en die ging over de Pro League, in de volksmond de Profliga, de belangengroepering van zelfverklaarde topclubs uit het nationaal voetbal. Het was ook geen repo, maar een heilzang. De voorzanger (vr.) met dienst was Inge Van Meensel. Normaal zit die hoog in de nok kirrend naar het vrouwentennis te kijken en alles fantastisch te vinden, maar tijdens de rust van de Supercup was ze door haar bazen heel even weg-gebeamd naar Burundi. 

Ze was er vergezeld van een camerateam op uitnodiging van de Profliga die er dan weer was op uitnodiging van SOS Kinderdorpen. Geen ngo met een groter pr-budget dan SOS Kinderdorpen. Wellicht dat ze daar ook af en toe iets doen zonder tv in de buurt, maar bij die ngo valt vooral op dat ze om de haverklap bekende Vlamingen (Kompany, Gevaert) naar Afrika overvliegen, niet toevallig altijd in het gezelschap van de media.

Ook tijdens deze Burundi-trip – drie dagen op en af: ik heb minimaal vijf Belgen geteld. De VRT-crew uiteraard en ook nog Pro League-voorzitter Ivan De Witte en Pro League-directeur Ludwig Sneyers, allemaal waren ze in Burundi en de VRT voorzag hun weldaden van beeld en commentaar.

Om de Pro League draaide het allemaal, want die schonk de fenomenale som van 90.000 euro per jaar – en dat gedurende vijf jaar – aan SOS Kinderdorpen. Van Sneyers was niet veel te zien, behalve enkele flitsen tijdens een voetbalmatchke op een school, maar De Witte kwam aardig veel in beeld. 

Ik heb de man hoog zitten - intelligent, goed hart, een prima voorzitter, misschien een beetje emotioneel en dit columnpje zal hem ongetwijfeld op de lever blijven liggen maar het kan mij niet schelen. Misschien mag je niet meer zin voor realiteit verwachten van iemand van wie de leefwereld zich afspeelt tussen Sint-Martens-Latem, Zuid-Frankrijk, de businessclubs van het voetbal en de vergaderruimtes van CEO's, maar niettemin. 

Tijdens één van die drie dagen hadden ze hem ergens hoog in de bergen gedropt, ongetwijfeld met een witte 4x4 van de ngo en niet met de taxi brousse en zeker niet te voet. Hij was er emotioneel geraakt door de aanblik van een vrouw die 'in mensonwaardige omstandigheden voor haar gezin moest zorgen'. Vreemd, want ik zag een voor Afrika goed gevoede en geklede vrouw, redelijk wonend, met een moestuintje. haar kindjes leken één keer eten per dag te krijgen, dus alles oké. Ze kweekte hamstertjes om rond te komen en dàt vond de voorzitter van de profliga confronterend. 

Het kweken van hamstertjes lijkt mij alvast een stuk eerbaarder – uiteraard niet zo lucratief – dan het importeren, triëren en doorverkopen van Afrikaantjes, de business waar de meeste leden van zijn Profliga al jaren hun hobby mee financieren.

De Witte had het vanop die Burundese berg ook over de sociale dimensie van het voetbal. Kunnen we in godsnaam met die onzin stoppen? Voetbal is géén sociale beweging. Voetbal is een amusementsindustrie met alle uitwassen van dien en die zogeheten sociale projecten zijn schaamlapjes. De Burundi-trip – zo kwamen we te weten – moest toch vooral dienen om indruk te maken op de FIFA met het oog op de nakende selectie voor het WK 2018.

Een aflaat van 90.000 euro schenken en daar de tv bij halen (kosten voor die trip kunnen worden geraamd op 10.000 euro, af te trekken van het bedrag), zijn ze niet beschaamd? Er zijn parochies die 90.000 euro ophalen voor hun nonkel paterke in Afrika. 

90.000 euro is niet eens 0,07 procent van de omzet van de eersteklassers. Dat is vergelijkbaar met een jaarlijkse gift van 35 euro op een netto gezinsbudget van 50.000 euro. Een beetje meer zin voor bescheidenheid en wat minder mediageilheid zou de Pro League sieren. En de VRT mag ook wat slimmer zijn.

HANS VANDEWEGHE analyseert de sportactualiteit in

 binnen- en buitenland.

Ludo Vandewalle

Anderlecht tegen de rest en tegen zichzelf

Ludo Vandewalle | 30 juli 2010 om 10:11

Vanavond, 18 dagen na de finale van de wereldbeker, begint de Belgische eerste klasse als een van de eerste in Europa alweer aan de competitie. Het voetbal stopt nooit meer en dat zal in het Jaar 2 van de play-offs, andermaal duidelijk worden. Vijftien van de zestien eersteklassers beginnen vanaf nu aan een reeks van minstens 36 en maximum 42 competitieduels. Nummer zestien is deze keer niet na 30 wedstrijden uitgespeeld en speelt na 6 maart 2011 nog minstens drie wedstrijden tegen nummer vijftien.


De best of five tussen de slechtste twee eersteklassers is de enige correctie die werd aangebracht aan de op vele plaatsen verfoeide play-offs. Gisteren spraken in onze krant slechts 4 van de 32 ondervraagde trainers en aanvoerders uit de hoogste afdeling zich uit vóór het behoud van de revolutie die vorig jaar werd doorgevoerd. Met enig gezond verstand mag er dus worden aangenomen dat het Jaar 2 ook het laatste wordt van de Jupiler League met play-offs in de huidige vorm. Nu werd het systeem gehandhaafd omdat de eersteklassers het pas na twee seizoenen wilden evalueren en vooral omwille van de verplichtingen in het tv-contract met Belgacom TV. Het kan niet dat straks de clubs de tegenkanting uit eigen rangen blijven negeren en de broodnodige, talrijke correcties niet doorvoeren.

In welke vorm de competitie ook wordt gegoten, Anderlecht is de topfavoriet voor het nieuwe seizoen. Het is echter zoals altijd: paars-wit is zelf zijn grootste tegenstander. Voor het Belgische niveau is er kwaliteit, maar gemakzucht en verkeerde focus vinden gemakkelijk hun weg naar het Vanden Stock-stadion. In de voorbereiding werd vooral over de groepsfase van de Champions League gesproken. Vorig seizoen was in juli de landstitel het gespreksthema.

Club Brugge heeft zich slim versterkt maar het rommelt in de spelersgroep en trainer Adrie Koster is nog niet in staat gebleken het ontploffingsgevaar te ontmijnen. Stijnen die zelf zijn aanvoerdersband inlevert, Dirar die weer geschorst wordt en te veel opstootjes tijdens de trainingen: als het in het begin niet loopt, hebben we het ideale recept voor de uitbarsting van een blauw-zwarte vulkaan.

Ware het niet dat Luciano D'Onofrio bij Standard met twee titels op rij zijn doorzicht en voetbalkennis bewees, we zouden ons nog ernstiger vragen stellen bij de technische staf die hij met Dominique D'Onofrio en Sergio Conceiçao samenstelde.

In lagere regionen zal Eupen veel aandacht opeisen. Sportief kan de eerste Duitstalige eersteklasser ooit aanvankelijk op enthousiasme zeker verrassen. De wankele structuur van de club, gebouwd op één investeerder, sluit een nieuw Moeskroen-scenario niet uit. En als ons voetbal één ding kan missen dan is het die financiële ellende.

Toch veel plezier gewenst.

Hans Vandeweghe

Harakiri

Hans Vandeweghe | 16 juli 2010 om 20:24
Baron Pierre de Coubertin zei ooit: 'Deelnemen is belangrijker dan winnen' en dat werd dan de zogeheten olympische gedachte. Dat is twee keer fout. Ten eerste: De Coubertin heeft het alvast zo niet bedoeld. Ten tweede: de hele gedachte is onzin, maar dat hebben de Belgen in de Tour nog niet begrepen. Eerste rit: Maarten Wynants rijdt een hele dag op kop en wordt gegrepen op 9 kilometer van de streep. Hij krijgt de prijs van de strijdlust en was lang in beeld. Gejuich op de Belgische banken. Tweede rit. Wynants was van Quick Step. Gevolg: het is de beurt aan één van Omega Pharma-Lotto. Jurgen Roelandts rijdt de hele dag op kop en hoewel het peloton niet rijdt, wordt hij toch gegrepen. De sponsor is content. Derde rit: kasseientijd, Belgentijd. Hoewel: Vansummeren zevende, Van Den Broeck negende. Vierde rit: Francis De Greef rijdt de hele dag op kop maar wordt - toevallig wellicht - gegrepen op vier kilometer van de aankomst. Iedereen kent nu De Greef, zegt De Greef. Mooi is dat. Vijfde rit: Jürgen Van de Walle, normaal slimmer dan dat, rijdt 175 kilometer in de aanval maar wordt - hoe raadt u het - jammerlijk gegrepen. Onbetaalbare publiciteit rekent een Quick Stepper ons voor. De laatste dagen ging het een beetje bergop en waren de Belgen minder voorin te vinden. Tenzij Mario Aerts in rit acht en eergisteren weer Mario Aerts en Dries Devenyns, die niet uitblonken in parcourskennis. Aerts kreeg de prijs van de strijdlust. Fantastisch allemaal, we zijn veel op tv, maar zijn we ooit al verder af geweest van rittenwinst dan dit jaar? Jawel: vorig jaar. In het weergaloze Tour de France Quizboek van Sporza en Borgerhoff & Lamberigts luidt vraag 78: 'In de Tour van 2009 won geen enkele Belg een etappe. Er eindigde zelfs geen enkele Belg bij de eerste drie. Wie leverde de beste prestatie in 2009?' Antwoord. Greg Van Avermaet werd vierde in de negentiende etappe en Jurgen Van den Broeck werd vijfde in de zestiende etappe. 2010 wordt een top-Tour. Nu hebben we al een derde plaats (Devenyns). Meer zelfs, in de classement général staat Jürgen Van den Broeck, onze Tourhoop in bange dagen, vijfde. Voorlopige conclusie na rit twaalf van de twintig: van het scherm zijn we niet weg te slaan, maar als het om de prijzen gaat, doen we niet meer mee. Geheel illustratief voor de Belgische onmacht waren Devenyns en Aerts in rit tien. Eerst ging Mario Aerts als een gek weg op een hellinkje, niet eens vierde categorie. Jammer, de helling duurde net iets te lang en Aerts viel plat. Waarop Devenyns dacht 'hola, die mannen van Omega Pharma zijn op tv geweest, nu is het aan mij', en hij reed weg. Enfin, heel even, waarna beiden werden gegrepen en ter plekke werden afgemaakt door Paulinho en Kiryienka. Lucide koersgedrag is toch net even iets anders. De stelling dat je in Vlaanderen de wielerstiel moet komen leren, kreeg een serieuze knauw. Zelden twee renners zich eigenhandig zo in de vernieling zien rijden, tenzij misschien Boonen in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, maar daar was wel een goeie uitleg voor. Niet voor de zelfmoord van Aerts en Devenyns. Devenyns heeft anders wel iets van jeugdige onschuld. De jongen heeft gestudeerd en zijn benadering van het wielergebeuren is gezond, althans tot hij begon over de publicitaire impact van zijn actie op 14 juli. 'Goed voor de sponsor, veel kijkers vandaag, Frankrijk is een belangrijke markt.' Welke renner presteert nu tegen, op of over zijn overslagpols en denkt terzelfder tijd aan de afzetmarkt? Alsof na de harakiri van Devenyns ineens tienduizenden Fransen hun vasttapijt zullen lostrekken en vervangen door laminaat van het merk Quick Step. Heus niet. Zélfs niet na de dubbele overwinning van Chavanel. Ontsnappingen waarvan iedereen weet dat ze nergens toe leiden, bewijzen nog maar eens de perverse invloed van televisie op sport. Jammer voor de Belgen, maar als men de rechtstreekse uitzending van de rit zou beperken tot anderhalf uur, met in het begin een samenvatting van de gebeurtenissen van de dag (met valpartijen ben je zo rond), verdwijnt in één klap de incentive voor de zelfmoordcommando's en wordt weer gekoerst zoals dat hoort.
Ludo Vandewalle

Een fout voetbalcliché

Ludo Vandewalle | 12 juli 2010 om 11:31

Eén van de meest foute voetbalclichés is dat een trainer niet de belangrijkste figuur in een voetbalteam is. Zelfs Jan Ceulemans bezondigt zich eraan. ‘De spelers moeten het doen, de trainer kan de bal er toch niet intrappen?', klinkt het altijd uit de mond van de drievoudige Gouden Schoen-winnaar.

Wel, dat is het enige wat een trainer niet kan doen. Voor het overige bepaalt hij alles. Wie er speelt, in welk systeem en met welke intentie er wordt gespeeld.

Vicente Del Bosque is daar het levende bewijs van. Let wel, aan Del Bosque is geen opvoering van een trainerscabaret besteed. De 59-jarige ex-verdediger uit Salmanca legde gisteren na de winst voor het eerst op dit tornooi zijn gezicht in een andere plooi. Zonder grootspraak heeft hij een groot aandeel in het verwezenlijken van de wereldtitel doordat hij... zo weinig mogelijk deed. Of beter: zo weinig mogelijk veranderde.

Zijn voorganger Luis Aragones was Europees kampioen geworden en Del Bosque ging op de weg verder. In de voetbalwereld waar ook de ego's van de trainers soms groter zijn dan het club- of landsbelang (zei Domenech bij Frankrijk) is dat een hele prestatie. Del Bosque minimaliseerde zijn rol en zei spontaan dat hij verder borduurde op het werk dat Pep Guardiola bij Barcelona, dat gisteren zeven basisspelers leverde, verrichtte.

Del Bosque hoeft geen podium. Hij won twee keer de Champions League met Real Mardrid waar hij weg moest omdat hij volgens voetbalmarketeer/voorzitter Florentino Perez ‘saai' was. Nu heeft Del Bosque ook een wereldtitel. Alleen Marcello Lippi deed hem dat voor. De Walrus staat in de galerij der groten.

Ludo Vandewalle

Kennersoog - Dit WK bracht niks nieuw

Ludo Vandewalle | 10 juli 2010 om 16:24

Sommige WK's gaan de geschiedenis in voor vernieuwingen. In 1954 verloor Hongarije de finale van Duitsland maar had de wereld geïmponeerd met het revolutionaire 4-2-4 systeem. De Duitsers introduceerden in de finale de tactiek van de strikte mandekking. Op het volgende WK werd die strategie met vier verdedigers en vier aanvallers door de deze keer wel winnende Braziliaanse bondscoach Feola verfijnd. In 1962 lagen de Brazilianen weer aan de basis van een vernieuwing: 4-3-3 verraste de hele wereld. 

Het totaalvoetbal van Nederland in 1974, even indrukwekkend als Hongarije in 1954 maar ook al verliezend finalist, was indrukwekkend: de 4-3-3 bleef intact. De positiewisselingen, het gebruik van elke vierkante meter van speelveld, het opjagen van de tegenstander en het spelen op balbezit zorgden onder leiding van Johan Cruijff echter voor een prachtige en historische demonstratie.

Op het WK in 1990 bereikte het defensieve en harde voetbal in een 5-3-2 zijn hoogtepunt en dat leidde rechtstreeks tot het afschaffen van de terugspeelbal. Op het WK 2006 was het plots al 4-2-3-1 wat de klok sloeg en dat systeem is de voorbije jaren door zowat iedereen gekopieerd.

 Niet elk WK bracht dus zijn nieuwigheid en in dat rijtje mag het voorbije tornooi worden ondergebracht. Het was meer van hetzelfde. Dat is geen schande want het wiel is ook geen vier keer uitgevonden. Het is wel één van de verklaringen waarom in vele wedstrijden het spelpeil niet altijd die hoge toppen scheerde. Ploegen konden elkaar niet verrassen, veel wedstrijden zaten lange tijd op slot. Wil het nieuwe tactische meesterbrein opstaan?

Ludo Vandewalle

WK is het failliet van Real Madrid

Ludo Vandewalle | 09 juli 2010 om 09:31

Met Iker Casillas, Sergio Ramos, Xabi Alonso en mogelijk Rafael van der Vaart staan zondag vier spelers van Real Madrid aan de aftrap van de WK-finale. Proficiat. Maar het hadden er veel meer kunnen zijn. Zeven om precies te zijn. In de koopwoede die voorzitter Florentino Perez vorig jaar overviel, vond hij dat Wesley Sneijder, Arjen Robben, Klaas-Jan Huntelaar en ook Rafael van der Vaart moesten opkrassen. Hoewel de Argentijnse trainer Manuel Pellegrini er nog op aandrong om vooral Sneijder te behouden, sloeg Perez dat advies hooghartig in de wind. Wat ben je met een dreumes als je Ronaldo en Kaka hebt gekocht?

Tegen zijn zin vertrok Sneijder naar het Inter Milaan van José Mourinho. Met de Nederlander in een sleutelrol won Inter alles wat er te winnen viel: landstitel, beker en bovenal: Champions League.

Nog is het niet voorbij. Zondag staat Sneijder in de finale van het WK. Samen met Arjen Robben. Nog zo'n speler die door Perez vorig jaar werd geofferd op het altaar van zijn nietsontziende marketingpolitiek. Robben stond ook in de CL-finale. Zo'n vroeg kalende twintiger uit het achtergestelde Noord-Hollandse Bedum is een verschrikking naast de sixpack van Cristiano Ronaldo. Rafael van der Vaart moest ook vertrekken maar uitgerekend hij, die geen basisplaats heeft bij Oranje, is gebleven en werd pas in het seizoenseinde opgevist om Madrid in de (mislukte) jacht op de titel te helpen.

Het is overdreven de mislukte WK's van Brazilië en Portugal in de schoenen van Kaka en Ronaldo te schuiven. Maar de afgeserveerde Nederlanders doen het net iets beter. Zou Perez daar bij zijn marketingstrategie en het tellen van het aantal verkochte spelerstruitjes eens over nadenken?

Ludo Vandewalle

Omgekeerd Oranje

Ludo Vandewalle | 08 juli 2010 om 10:20

Oranje speelt zijn derde WK-finale. Niet meteen een logisch gevolg van het spektakel dat ze op dit tornooi brachten. Wel oververdiend omwille van het voetbal waar ze ons de jongste decennia mee bekoord hebben. 

Het is eigenlijk behoorlijk cynisch. Net op een tornooi dat je meer geeuwt dan op het puntje van je stoel zit bij de wedstrijden van Oranje spelen ze eindelijk nog eens een finale. Het is de wet in het voetbal van tegenwoordig en zeker op dit tornooi. Gezonde aanvalslust wordt zelden beloond. Ploegen die vanuit de organisatie spelen, trainersjargon voor verdedigend voetbal, boeken het meeste succes. Het is uniek dat Nederland anno 2010 daarin wordt ondergebracht maar het is een bewuste keuze geweest van Bert van Marwijk. Niet dat hij defensief voetbal propageert maar het is safety first.

Dat de gewezen linksbuiten van onder meer het Belgische FC Assent Nederland naar de finale joeg, mag best een verrassing heten. In de wereld enorm gerespecteerde coaches en prijzenpakkers als Leo Beenhakker (EK 1990), Dick Advocaat (WK 1994 en EK 2004), Guus Hiddink (EK 1996 en WK 1998), Frank Rijkaard (EK 2000), Louis van Gaal (2002, zelfs geen WK gehaald) en Marco van Basten (WK 2006 en EK 2008) konden met meer getalenteerde spelers niet klaarkrijgen wat de evenwichtige maar wat stugge no-nonsens trainer uit Deventer wel voor elkaar bracht.

Team, geen euforie

Bert van Marwijk deed dat op een manier die hem het beste past en die hij hier in Zuid-Afrika al op elke persconferentie uit de doeken deed. Als hij het tegen de snel afgeleide spelers zoveel heeft gezegd als tegen de internationale media dan moeten ze er gek van geworden zijn: weg met het individualisme, spelen vanuit een sterke defensie en focus op de wedstrijd, niet op de media of het knotsgekke Oranje-legioen.

'Maar goed dat we zo ver weg zitten, dan krijgen we niet te veel mee van die euforie', liet hij zich al eens ontvallen.

Het team gaat voor alles. Toen Van Persie bij zijn vervanging in de 1/8ste finale tegen Van Marwijk zei dat hij beter Sneijder zou vervangen, greep de Nederlandse bondscoach meteen in. Nog dezelfde avond riep hij Van Persie en Sneijder bij zich en praatte het incident uit. Van Persie, tot voor kort samen met Sneijder de individualist der individualisten in de selectie, verontschuldigde zich zelfs publiekelijk.

Van Marwijk spinde meters garen. Het was, naast de zege op het veld, ongetwijfeld zijn mooiste overwinning op dit tornooi. De ganse selectie gaf blijk van een enorme samenhorigheid die hij al had gekneed in de voorronde. Om die niet breken had hij ook al Ruud van Nistelrooy niet meegenomen. Die was er immers in de ganse voorronde niet bij.

Strafschoppen

De 58-jarige bondscoach is ook slim. Natuurlijk kunnen succesvolle pleitbezorgers van het offensieve voetbal zoals Johan Cruijff en Louis van Gaal dit voetbal niet pruimen. Doorgaans laten ze zich ook horen maar deze keer houden ze zich koest. Onder meer omdat Van Marwijk op bijna elke persconferentie de naam Cruijff in positieve zin laat vallen. Of hij zegt dat hij de grootste voetballer aller tijden is. Of hij zegt dat hij hem aan de telefoon heeft gesproken. Of laat weten dat de voetbalideeën van Cruijff aan de basis liggen van het mooie combinatievoetbal dat FC Barcelona en Spanje tegenwoordig brengen. 'Dat is ook het voetbal zoals ik het het liefste zie', zegt hij er dan bij, aangevend dat dit Oranje daar niet rijp voor is.

Ach, voor de pure liefhebber was het mooier geweest dat Oranje op het EK 2008 de finale had gehaald. Tegen Frankrijk (4-1) en Italië (3-0) speelde Nederland toen schitterende wedstrijden, met een overwicht dat zo'n twintig jaar op zo'n groot tornooi niet meer was gezien. Die duels zitten nog altijd in ons geheugen gegrift, net zoals de ongelukkige uitschakeling tegen Brazilië in Dallas in 1994, het verlies met de strafschoppen in de halve finale van het WK 1998 in Frankrijk weer tegen Brazilië en de eliminatie weer met strafschoppen op het eigen EK 2000 tegen Italië. In 2006 bekoorde Nederland in de groep des doods met Argentinië, Servië en Ivoorkust.

Met Oranje op een tornooi kon je tot hiertoe altijd genieten. Voor al die keren dat ze pech hebben gehad, kregen ze nu de meeval aan hun zijde. Klaar voor de slachtbank na één helft tegen Brazilië, maar net dan de beste 45 minuten van het hele tornooi spelen. Aan de makkelijke kant van de tabel zitten en kleppers als Argentinië, Duitsland, Engeland, Portugal en Spanje ontlopen, het leek wel of het nu moést gebeuren.

Het is Oranje en zijn voetbalcultuur gegund. Voor al die keren in het verleden dat ze ons dat voetbalplezier bezorgden.

Hans Vandeweghe

Couchpotato - Juju

Hans Vandeweghe | 08 juli 2010 om 10:18

Eerst even dit. Als u zich gisteren heeft afgevraagd waarom die Duitsers (weliswaar vals) meezongen met hun hymne Deutschland über Alles en de Spanjaarden niet met hun La Marcha Real, dan is het antwoord simpel: het is het enige nationaal volkslied zonder woorden.

Het zal u misschien verbazen, maar als u dacht dat wij een verdeeld land zijn, dan kent u Spanje nog niet. Daar heb je Castillianen, Catalanen, Galiciërs en Basken en dan nog een paar kleinere 'stammen' en die gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Hoewel het volkslied al van de achttiende eeuw dateert, is er nog steeds geen tekst waarin iedereen zich kan vinden. 

Van verdeelde landen gesproken: 'Semenya mag weer deelneem as 'n vrou'. Dat was gisteren de opening van de meeste sportpagina's in Zuid-Afrika. Caster Semenya is de 800 meterloopster die loopt als een man en van wie men ook dacht dat het een man was, maar nu dus niet meer. 

Verder stond er Nederlandse Vreugde, helemaal goed geschreven. De column van de dag in The Citizen was gericht aan ene Pitso, de nieuwe nationale coach van de Bafana Bafana. Je kan bezwaarlijk stellen dat de World Cup nog steeds het dagelijks leven in Zuid-Afrika beheerst. Dat zou de waarheid geweld aandoen. Een vroege uitschakeling van het gastland is toch nefast voor de feestvreugde.

Hoeveel steun heeft Nederland in Zuid-Afrika? Die vraag houdt mij sinds gisteren bezig. Ik heb mij suf gezocht naar artikels over de finaleplaats voor de Nederlanders en wat dat succes met het verdeelde Zuid-Afrika doet. Welnu, de conclusie is pijnlijk: het succes van Oranje rijt de oude wonden weer open en legt de oude scheidslijnen bloot.

Afgezien van de horden Nederlanders – hoewel die nog nooit zo weinig talrijk waren sinds Argentinië 1978 – wordt Oranje nu ook gesteund door een deel van de Zuid-Afrikaanse bevolking, wat goed zichtbaar is aan de auto's die met Oranje vlaggen door de straat rijden.

De kleur oranje is in Zuid-Afrika voor immer synoniem met Oranje Vrijstaat, het epicentrum van de Nederlandse kolonisten, de Boeren, die zich superieur achtten (en nog steeds) aan de originele zwarte bevolking en die later ook nog eens oorlog zouden voeren met de Engelsen.

De zwarte Zuid-Afrikaanse voetbalfan kent het Nederlands voetbal maar al te goed: onder meer van Ruud Gullit en diens bewondering voor Nelson Mandela, van Frank Rijkaard als eerste zwarte bondscoach van een Europees land, en van Ajax Cape Town, het exportfiliaal voor lokaal voetbal talent van het grote Ajax Amsterdam. 

Maar nu Oranje is geadopteerd door de Afrikaner, die Nederlandse voorouders heeft, die Afrikaans spreekt en die vaak de zwarte nog steeds als vuil behandelt, hebben de zwarten zich massaal afgekeerd van Nederland.

Her en der gaan nu stemmen in Zuid-Afrika op om Nederland niet te verwarren met de verstarde Afrikaner. Sowieso dragen heel wat van die Afrikaner-racisten Franse namen en dan zijn dan weer afstammelingen van de Franse Hugenoten die na het Verdrag van Nantes (1598) Frankrijk verlieten.

The Christian Science Monitor ging voor de halve finale op zoek naar Holland-haters en kwam uit bij ene Thokozani Khumalo, van de Tembisa township nabij Pretoria. Zij was op zoek naar juju die er voor zou zorgen dat de Nederlandse aanvallers op dit toernooi geen goal zouden maken. Ofwel heeft ze geen juju gevonden, ofwel werkt de zwarte magie niet.

Ludo Vandewalle

Xavi

Ludo Vandewalle | 07 juli 2010 om 11:01

‘Dat moet ergens in 1999 geweest zijn. Op een training na een wedstrijd. Ik herinner met het nog heel goed. Dat heb je met dingen die maar één keer in je leven gebeuren.’

De immer atente Louis van Gaal is geen lachebek en we zullen het dus maar ernstig nemen. De huidige trainer van Bayern München refereerde naar de laatste keer dat Xavi Hernandez, de spelmaker van Barcelona en de Spaanse nationale ploeg, balverlies had geleden. Van Gaal was toen trainer van FC Barcelona. Het is wellicht wat overdreven, maar toch niet veel. Het duidt op het ontzag dat er voor de 30-jarige Catalaan in de hoogste trainingskringen heerst. Spijtig genoeg stopt het respect op grote schaal daar.

Xavi draagt geen blitse petjes, schreeuwerige tattoos of duistere zonnebrillen. Filmsterrengedrag is hem compleet vreemd. Is het daarom dat zijn bepalende rol voor het grote publiek zo onderbelicht blijft? Zijn manier om zich te onderscheiden bestaat erin de tienden van de seconde voor hij de bal aanneemt al te weten waar dat leer naartoe moet. Hij heeft niet de torso van een gladiator. Het komt er bij hem niet op aan te intimideren dan wel voor de ploegmaats altijd aanspeelbaar te zijn en die juiste vierkante meterte zoeken van waar alweer een aanval kan worden opgezet.

Xavi is voor het vijandige doel geen dodelijk en snelle hit-man. Het is een speler die geboetseerd is voor het combinatievoetbal in de kleine ruimte dat FC Barcelona en de Spaanse nationale ploeg altijd en overal nastreeft.

Xavi speelt vanavond tegen Duitsland zijn 61ste wedstrijd van het seizoen. Hoe meer wedstrijden je zonder balverlies blijft, hoe dichterbij dat ene moment komt. Zijn we vanavond getuige van die unieke gebeurtenis?

Hans Vandeweghe

In tempore...

Hans Vandeweghe | 06 juli 2010 om 22:39

...non suspecto, schrijf ik deze column, niet wetende wat de afloop is van Nederland-Uruguay. Met welgemeende excuses, maar ik moest voor een interview bij de Tour zijn. De mijnheer die ik moest interviewen was te groot om hem mijn agenda op te leggen, dus werd er op zekerheid gespeeld.

We zijn er bijna: nog vier wedstrijden te gaan en daarvan tellen er maar drie. Een World Cup is als seks: het begint allemaal heel heftig en daarna komt er – alle vertelseltjes ten spijt - steeds minder uit.

Voor de aardigheid en voor u niet meer op de namen komt, moet u eens googelen op ‘Nike Write the Future’. Het is een schitterende spot, helemaal Nike. Prachtige beelden, goeie muziek uit mijn tijd, alleen jammer dat geen enkele van de Nike-acteurs ook maar een rolletje van betekenis heeft kunnen spelen.

Het begint met Drogba – Ivoorkust lag er meteen uit – die een gemaakte goal ziet gekeerd door Fabio Cannavaro – die heeft alles gedaan, behalve goals gekeerd. Dan: Wayne Rooney – schitterende beelden, maar niet op het WK – gevolgd door Franck Ribéry – naar huis na drie wedstrijden en bijna gelyncht. Ten slotte Ronaldinho – die Zuid-Afrika niet haalde – en C. Ronaldo die er wel was maar ook niks klaarmaakte. Ik weet dat ze bij Nike niet happy zullen zijn. Alleen Nederland is nog Nike, Uruguay is Puma en Spanje en Duitsland zijn adidas.

Uruguay

Maar wie zal winnen? Zoals u misschien weet zijn Amerikanen gek op stats en begrijpen ze niet dat wij dat niet zijn, erger nog, dat we in de kranten geen stats vermelden als het om voetbal gaat. Ik heb ze al eens proberen uitleggen dat iemand die 30 ballen slecht raakt maar twee keer geniaal waardoor het 2-0 staat, een grotere held is dan wie 30 ballen goed raakt en twee keer slecht waardoor het 2-2 wordt. Voetbal/toeval: één lettertje verschil, het kan niet genoeg herhaald worden.

Maar een Amerikaan heeft voorafgaand aan deze halve finales toch de stats van alle ploegen in kaart gebracht en dat levert mooie stof tot discussie op.

Nederland is het slechtst als het om toegestane goals gaat: 0,6. Spanje en Duitsland zitten op 0,4. Spanje schiet het vaakst op doel: 18,2 keer per wedstrijd. Uruguay en Nederland het minst: 14 en 13,6 keer per game. Een duidelijk bewijs dat Nederland zijn huisstijl heeft veranderd.

Maar dan: balaanrakingen per wedstrijd. Spanje spant de kroon met 785, dat zijn er 140 meer dan Duitsland, 250 meer dan Uruguay. Spanje staat op één van alle ploegen op de World Cup en het staat ook op één in de klassering toegestane balaanrakingen (ball touches klinkt beter): 454. Het verschil (331) is enorm. Alleen Uruguay staat meer ball touches toe van de tegenstander dan dat het zelf de bal aanraakt en ziet de bal liever dus bij de tegenstander.

Ten slotte de passing: Spanje slaagt erin van 76,4 procent van de passes af te leveren bij een ploegmaat. Duitsland haalt 73,3 en Nederland 71,8. Uruguay is van alle 32 World Cup ploegen het minst goed in passen, slechter dan Noord-Korea en Nieuw-Zeeland: slechts 56,2 procent van de ballen komen goed aan.

Voorspelling: Nederland speelt de finale tegen Spanje dat 54 procent van zijn passes in de aanval is. Spanje is de beste, maar dit is voetbal: gok dus maar op een finale Uruguay-Duitsland en Uruguay wereldkampioen. Eerst 0-0, dan strafschoppen.