Marc Mercy

Pseudo-avontuur

Marc Mercy | 19 januari 2009 om 17:09

De Dakar zit er weer op en ik vraag me af of we daar spijt van moeten hebben. Voor de autosportliefhebbers beginnen te steigeren, ik wil het niet nog eens hebben over milieuvervuiling in deze groene tijden of over het feit dat er toch weer doden en gewonden zijn gevallen bij de toeschouwers of toevallige passanten in deze verkeersveiligheid-tijden.

Nee, het gaat over de essentie van de Dakar. In de jaren tachtig had Parijs-Dakar nog iets heroïsch. De strijd van de - gemotoriseerde - mens tegen de natuurelementen sprak tot de verbeelding. In het brandend hete woestijnzand moesten hopeloos op de dool geraakte stadsmensen zelf onder hun wagen kruipen om krukassen, aandrijfstangen en joint de culassen met hamer en beitel te herstellen.

We zijn 25 jaar verder en er bestaan niet alleen feilloze gps-systemen, maar de amateuristische rallyraid-rijder is vervangen door een professioneel chauffeur bijgestaan door mecaniciens die een beroep kunnen doen op een halve autofabriek. Dat lijkt mij het moment om te stoppen met dat soort pseudo-avonturen.

Zelfs Jacky Loomans, man van vele rally-oorlogen, ziet het allemaal met lede ogen aan dat er weer een grens is overschreden. ‘De helft van de rijders zocht ’s avonds gewoon een hotel op’, zei hij verontwaardigd. Nogal wat gesneuvelde Dakar-rijders, die in de beginperiode van de rally drie weken lang geen druppel water zagen en Senegal bereikten als uitgemergelde, ongewassen en ongeschoren bosmensen, draaien zich om in hun woestijngraf.

Ach, moderne mensen zijn rare wezens. Alles moet veiliger en een minister die een onveilig product op de markt toelaat, mag zijn portefeuille al bijna inleveren. Maar terzelfder tijd wordt er geapplaudisseerd voor per definitie gevaarlijke toestanden als Parijs-Dakar of het beklimmen van Himalaya-pieken. Maar na verloop van tijd worden de avonturiers vervangen door pseudo-helden. Voor hen geldt niet zozeer meer de mentale en fysieke uitdaging - er zijn verhalen van Japanners die zowat naar boven worden gedragen op de Everest - maar enkel het 'wij-zijn-erbij-geweest'. Spreken we dan nog wel over sport?