Hans Vandeweghe

Het WK in de lage landen

Hans Vandeweghe | 07 augustus 2010 om 00:42

Benieuwd hoe de FIFA-commissie het bezoek van aanstaande maandag tot en met woensdag in haar rapport zal evalueren. Eén van de criteria om een kandidatuur te beoordelen, is de zogeheten 'public support'. Met andere woorden: hoe graag willen een land en haar bevolking de World Cup? Die steun is – behalve misschien bij de 100.000 wekelijkse bezoekers van voetbalwedstrijden in dit land – tot een dieptepunt gezakt.

Het heeft zijn tijd geduurd, maar het WK 2018-ballonnetje is eindelijk doorprikt. Iemand gratis te eten geven en een hele maand desnoods, oké, maar dat die free eater na afloop met zijn vrouw, dochters en huisraad zou vertrekken zonder hem met een eurocent achter te laten, dàt pikt de Belg niet. 

Toch is onze verontwaardiging al bij al kortzichtig. Ten eerste vragen uitzonderlijke massamanifestaties om uitzonderlijke regelgevingen. Het Internationaal Olympisch Comité is maar een beetje minder veeleisend, maar veel handiger in de communicatie dan de FIFA. En het dient gezegd: geen betere Olympische Spelen beleefd dan in China, ongetwijfeld met dank aan de dictatuur aldaar. 

Ten tweede zijn er oneindig veel andere en nog betere argumenten om het WK niet te willen, wat niet belet dat het eindresultaat telt: geen WK 2018 is het beste wat ons land (èn onze sport) kan overkomen, geen WK-kandidatuur was nòg beter geweest.

Het afschieten van de WK-kandidatuur heeft overigens niks te maken met klein denken. De WK-kandidatuur zelf heeft daarentegen wel alles van een uit de hand gelopen bijverdienste van enkele randfiguren van het Belgisch voetbal op kosten van de Nationale Loterij. Misschien moet dat hele WK 2018, van idee over kandidatuur tot uiteindelijk de steun van de regering toch nog eens van nabij worden bekeken. 

Als het Rekenhof daar nu eens zou induiken, is dát geen idee? En als dat Rekenhof in één moeite ook de sponsoring van de Nationale Loterij aan Standard onder de loep zou nemen, is dat ook niet het overwegen waard?

Ach, The Bid, en dan zeker het Belgische deel, dreef van in het begin alleen op aanstekelijk enthousiasme. Jammer genoeg is dat nooit omgezet in inhoud, maar gaandeweg vervangen door iets waar wij meesters in zijn: arrangisme en improvisatie als dekmantel voor incompetentie. 

De Nederlanders namen al snel het voortouw. Surf voor de fun eens naar thebid.org en kijk naar hun sponsors: BAM, KLM, Randstad, ING en Price Waterhouse Coopers. Vijf sponsors die via het Nederlands filiaal zijn geworven. Geen enkele Belgische commerciële inbreng. Wij moesten het stellen met indirect overheidsgeld, een cadeau van de Nationale Loterij.

Kijk vervolgens naar de fans van The Bid via de sociale media: net geen 7700 fans hadden ze eind deze week. Is dat niet een beetje weinig op 27 miljoen Belgen en Nederlanders?

Je kan niet tegen een beetje ambitie zijn, maar het bouwen van zeven stadions in België van elk 50.000 zitplaatsen – zelfs al haal je na drie wedstrijden in Gent en Genk een ringetje weg – heeft niets te maken met ambitie, maar alles met grootheidswaanzin.

Een voetbalstadion is nooit helemaal privé-initiatief. Overal moeten de overheden bijspringen met belastinggeld en laat geld nu net iets zijn waar we de komende jaren niet in zwemmen.

En waarom zou voetbal als eerste langs de kassa moeten passeren? De andere Belgische sporten hebben nog meer noden. Het zwemmen kan een vijftal 50-meterbaden gebruiken. De zaalsporten en atletiek hebben een aantal multifunctionele hallen nodig. De motorcrossers willen vaste crossterreinen. Het wielrennen – toch de volkssport nummer één – moet absoluut enkele wielerbanen en gesloten omlopen. De verzamelde olympische sport heeft een nationaal trainingscentrum nodig.

Een WK voetbal zou nòg meer overheidsgeld richting de zee – het voetbal – hebben laten afvloeien. Samen met podiumkunsten is voetbal nu al de meest gesubsidieerde cultuur- of sportsector in dit land. 

Elk jaar geven de RSZ en de belastingen een cadeau van ongeveer honderd miljoen euro aan vijfhonderd voetballers en hun zestien clubs. Dat kan volstaan. Misschien is het zelfs een uitgelezen moment om die voordelen te herbekijken.

Ludo Vandewalle

Lukaku nog niet volgroeid

Ludo Vandewalle | 04 augustus 2010 om 21:17
De vraag van Anderlecht aan Georges Leekens om Romelu Lukaku te sparen, is volledig terecht. Hoewel de 17-jarige topschutter van het vorige seizoen al een volgroeid lichaam lijkt te hebben, is hij breekbaar als kristal. 17 jaar is 17 jaar. Op topniveau kan je dan in de lengte volgroeid zijn maar niet qua spiermassa. Zijn torso van een gladiator en zijn benen als kabeltrossen ten spijt.

De belasting die Lukaku vorig seizoen te verduren kreeg, was al niet min. Tot Anderlecht zekerheid over het kampioenschap had, moest hij elke week aan de bak. Trainer Ariël Jacobs probeerde wel, maar hij slaagde er in die laatste maanden uiterst zelden in het toen nog 16-jarige talent als het speerpunt van de paars-witte aanval te sparen. Lukaku was in de play-offs steendood maar speelde elke keer. In deze seizoensvoorbereiding viel de mastodontische spits, niet onverwacht, uit met een blessure.

De nu 24-jarige Vincent Kompany weet zijn talrijke blessures tussen 2005 en 2007 (tussen zijn 19de en 21ste levensjaar) aan de overbelasting die hij ongemerkt opliep tussen zijn 17de en 19de door elke match met Anderlecht te spelen. Van Kompany vonden we toen ook dat hij een indrukwekkende atleet was.

Anderlecht schermt Lukaku voorbeeldig af voor de publiciteit maar Ariël Jacobs zit met een probleem. Hij heeft na het afhaken van Frutos en de stilstand van De Sutter niet veel alternatieven in de spits. Lukaku veel laten opdraven, betekent echter met vuur spelen. Niet alleen Leekens, ook Anderlecht heeft immers de taak Lukaku fysiek te sparen. Ook als hij straks honderd procent fit is. 17 jaar is 17 jaar.
Paul De Keyser

Slecht nieuws voor Schleck

Paul De Keyser | 04 augustus 2010 om 01:08

Alberto Contador vergist zich niet, als hij zijn overstap naar de troepen van Bjarne Riis als de juiste zet bestempelt. Als de Deen zijn belofte houdt en er in slaagt om zijn ploeg voldoende uit te bouwen voor het grote rondewerk, kan Contador zich nauwelijks een betere omgeving dromen. Vergeet niet wat hij achter de rug heeft. Twee jaar geleden stak hij er met kop en schouders bovenuit in de Tour, maar kreeg hij de gepokte mazelen van Armstrong. In de jongste editie had hij niet te klagen over de eendracht binnen zijn ploeg, maar stond hij zelf op wankele benen. De Spanjaard kan verse lucht best gebruiken om volgende zomer op te boksen tegen Andy Schleck.

Bij zijn nieuwe formatie hoeft Contador zich nergens zorgen over te maken. Riis staat voor stipte organisatie, voor een tot in de puntjes verzorgde begeleiding. De jongste weken deden in het peloton weer geruchten de ronde omtrent wanbetalingen bij Astana, sowieso potentiële speelbal van onberekenbare Kazachse politici en zakenlui. Vorig jaar reden de renners er een tijd zonder shirtreklame, om te protesteren tegen het uitblijven van hun loon. Toestanden die Contador bij Saxo Bank-SunGard niet zal ontmoeten. Een jaartje zonder extrasportieve beslommeringen zullen van hem opnieuw de onweerstaanbare klimmer en de betere tijdrijder maken die hij twee jaar geleden was. Het is geen goed nieuws voor Andy Schleck.

Ludo Vandewalle

Club heeft kwaliteit maar is ook vulkaan

Ludo Vandewalle | 02 augustus 2010 om 09:38

Een titelkandidaat kan zijn eerste competitiewedstrijd verliezen. Dat is zeker mogelijk op het veld van KV Kortrijk, in dat voor de bezoekers vervelende stadionnetje met dat fanatieke publiek. Op zich is het dus allemaal niet zo onwaarschijnlijk wat Club Brugge zaterdag overkwam. Als het net als Anderlecht tegen Eupen had mogen openen, stond Club nu met drie punten te pronken. Toch kleeft er iets wrangs aan die nederlaag van blauw-zwart in het Guldensporenstadion.

Het vorige seizoen kreeg Club Brugge lang een open doekje omdat trainer Adrie Koster na twee jaar Jacky Mathijssen weer wat voetbal in de ploeg had gekregen. Op het einde van het seizoen was het resultaat echter hetzelfde als de voorbije twee seizoenen: een derde plaats.

De kreten voor het seizoen uit de West-Vlaamse hoek klonken strijdlustig en stonden bol van de revanchegevoelens. De resultaten in de voorbereiding waren ook beter dan vorig jaar, toen alles werd verloren. Nu kenden Stijnen en co. geen enkele keer het verlies. Maar tegelijkertijd leverde Stijn Stijnen zijn aanvoerdersband in, waren er opstootjes op training en werd Nabil Dirar weer geschorst.

Er zit iets niet goed in de spelersgroep. Donk duwde zaterdag Stijnen weg toen die hem wilde helpen rechtstaan. Uiteraard vertelden beiden na afloop dat er al lang weer vrede was gesloten, maar waarom duw je bij een onschuldige handeling een ploegmaat weg als er geen voorgeschiedenis is?

Dit Club Brugge heeft de sterkste kern in jaren - er werd overwogen ingekocht - maar er zitten wat sterke karaktertjes samen in het Jan Breydelstadion. Een kleedkamer met de vranke Stijnen, de dromende Donk, de sluwe Simaeys, de explosieve Blondel, de wispelturige Dalmat, de eigengereide Dirar, de superambitieuze Odjidja, de overzelfbewuste Perisic, de zweverige Vargas, de humeurige Dahmane en de no-nonsense Kouehama kan naar schitterende prestaties leiden, maar het is tevens een tikkende tijdbom. Sterke karakters worden bij tegenslag snel rotkarakters. Zeker als er geen hiërarchie is in de kleedkamer.

Elke grote generatie bij Club Brugge is opgehangen aan één of meerdere leiders. Ze kenmerkten zichzelf door een gebrek aan grootspraak maar onderscheiden zich als bedachtzame jongens die hun luide stem alleen in de vestiaire lieten weerklinken. René Vandereycken en Georges Leekens in de jaren '70, Jan Ceulemans en Hugo Broos in de jaren '80, Franky Van der Elst in de jaren '90, Gert Verheyen en Timmy Simons in het begin van deze eeuw. Stijn Stijnen kwam er na enkele jaren zelf achter dat zijn autoriteit niet werd aanvaard. Maar wie kan er dan wel opstaan? Carl Hoefkens is de aangewezen man.

Het is dringend nodig, want anders wordt het weer een seizoen dat met een bittere smaak zal eindigen.

Hans Vandeweghe

De prijzen van het toevalsmodel

Hans Vandeweghe | 02 augustus 2010 om 08:59

In 2006 was er drie keer Europees atletiekgoud. Op de Olympische Spelen twee jaar later leverde dat twee medailles op. Het succes in Barcelona - drie medailles waarvan één keer goud - zegt voorlopig weinig over onze kansen in Londen.

In het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst. Sport is zoals de beurs: vandaag goud kan morgen blik zijn. Of omgekeerd. Anderzijds, des te beter de resultaten op de WK's en EK's in de tussenliggende jaren, des te groter de kans op olympische medailles. Voor een land dat twijfelt tussen nul en drie medailles op Olympische Spelen is een EK atletiek met eremetaal een opsteker.

In Gotenburg vier jaar geleden waren het drie individuele gouden medailles, twee van Kim Gevaert die inmiddels is gestopt en het hoogspringgoud van Tia Hellebaut, die ook was gestopt maar opnieuw is herbegonnen. Gisteren sprong Hellebaut weer een finale maar bleef steken op de vijfde plaats. Een oordeel is ongepast. Een olympische kampioene als Hellebaut leeft van de grote momenten en daar heeft ze er nog twee van voor de boeg: het WK volgend jaar in Zuid-Korea en dan de zomerspelen van 2012 in Londen.

Eindstation

De 4x100 meter van de vrouwen heeft nog eens een finale gehaald, maar een blinde ziet dat het eindstation nadert. Met dit kwartet zou een finale op het WK of de Olympische Spelen een sensatie zijn, of er zou snel een nieuwe Gevaert moeten opstaan.

De 4x100 bij de vrouwen is in de race naar medailles afgelost door de 4x400 bij de mannen. Op de BBC hadden ze het in een korte analyse over een atletiekmodel dat erop gericht zou zijn om 400-meterlopers van Belgische makelij te produceren.

De Britten kunnen op hun beide oren slapen: wij hebben geen sportmodel, geen atletiekmodel en al helemaal geen model voor 400-meterlopers. Wij hebben een toevalsmodel en toevallig was er eerst Cédric Van Branteghem, toevallig gevolgd door twee broers die toevallig werden getraind door een sterke vaderfiguur, toevallig versterkt door nog een aantal lopers op dezelfde afstand. En zo heb je, voor je het weet, ineens medaillekansen.

Algemeen wordt aangenomen dat we individueel met Jonathan en Kevin Borlée voorlopig kansloos zijn op elke mondiale afspraak, tenzij een aantal toppers forfait geven. En toch, de evolutie op de 400 meter is hoopvol. Jaar na jaar loopt de top drie trager. Vorig jaar liep de wereldkampioen - inmiddels voorlopig geschorst wegens doping - boven de 44 seconden en de bronzen medaille zat zelfs boven de 45 seconden.

Nu is een WK in een post-olympisch jaar nooit het sterkst bezette tornooi, maar het geeft toch te denken, want de wereldkampioen was ook de regerende olympische kampioen. Op de Olympische Spelen is het alvast geleden van 1964 dat de derde boven de 45 seconden finishte.

Enerzijds een terugval van de mondiale tijden - het gevolg van de dopingstrijd - en anderzijds twee Belgische broers die steeds sneller lopen, wie weet wat dat over twee jaar in Londen kan opleveren? Het WK van volgend jaar zal ons alleszins iets wijzer maken, vooral dan over de groeimarge van de Brusselaars.

Estafettemodel

Een ongeschreven sportwet zegt: een land dat goed is in estafettes, is soms een goed sportland, maar alvast een rijk land waar aan geld geen gebrek is. Estafettes of aflossingsploegen zijn de kers op de taart. Waar de meeste landen de 4x100 en de 4x400 als een sluitpost zien, hebben wij die bij gebrek aan beter tot speerpunt van onze topsportpolitiek gepromoveerd. Dat kan alleen als je lopers en loopsters die individueel geen kans maken toch nog financieel ondersteunt om verder te doen met hun (top)sport.

Je moet moeite doen om nog een land te vinden waar Cédric Van Branteghem en Elodie Ouedraogo tot gesalarieerde elite-atleten zouden kunnen behoren. Dit is een vaststelling, geen waardeoordeel en zolang het onze schaarse medaillekansen een boost geeft, ook een te verdedigen politiek.

Alleen is het jammer dat ook ons estafettemodel het gevolg is van toeval en dat we er niet in slagen structureel talent te binden aan bestaande en ervaren trainingsgroepen en van de aflossingsnummers een soort Belgische traditie te maken.

Neem nu die 4x400, die net als de 4x100 over de taalgrenzen heen is geformeerd en blijkbaar prima werkt. Ze zouden de basis van een estafettemodel kunnen zijn, dat nieuw talent draineert en zo zichzelf steeds opnieuw uitvindt. Ze zouden de kweekvijver kunnen zijn voor individuele uitschieters.

Jammer maar helaas: de Borlées zijn Franstalig en dus trainen ze in het buitenland. Het ene lijkt het logische gevolg van het andere. Het is een oude ziekte van de Franstalige sport die recent epidemische vormen heeft aangenomen. Alle grote Franstalige atleten zijn vroeg of laat naar het buitenland verdwenen en de meesten zijn daar kapot gegaan aan te zware trainingsarbeid of heimwee, of allebei.

In het zwemmen, die andere grote olympische sport, is men in hetzelfde bedje ziek. Alle vier de Franstalige zwemmers die volgende week maandag op het EK in Boedapest in het water duiken, zijn voor hun trainingen naar Frankrijk uitgeweken. Geen enkel talent heeft in dat buitenland zijn toegedicht potentieel gehaald.

Ook dat is een oude sportwet: om te oogsten in eigen land, moet je eerst zaaien in eigen land.

Hans Jacobs

Freak

Hans Jacobs | 02 augustus 2010 om 08:56

Een freak. De vraag voor Cédric Van Branteghem, ploegkapitein van de 4x400m, was: omschrijf Jacques Borlée, papa/coach van getalenteerde tweelingzonen, bezieler van de 4x400m. Geen seconde twijfelde Ced. Freak, dus. Niemand, zegt Van Branteghem, kent zo gedetailleerd (tussen)tijden, persoonlijke records, evolutie... van iedereen die 400m loopt of deel uitmaakt van een 4x400m. Niemand anders heeft zoveel tactieken in zijn hoofd, zodat de slotloper het zo comfortabel mogelijk kan afmaken.

Het gaat verder. Hij huurde bijvoorbeeld de vroegere inspanningsfysioloog van Justine Henin in. Maar het gaat veel verder. Papa Borlée wist op voorhand dat de dag ooit zou komen dat de ene zoon triomfeerde, en de andere treurde na verlies. Hij heeft een vaste professor psychologie in dienst, gespecialiseerd in de thematiek van tweelingen. Zelf vader van een eeneiige tweeling.

Na die vermaledijde vrijdagavond van de 400m-finale - Jo, favoriet en slechts zevende; Kevin, outsider en goud - zocht Jo met zijn mama, de psycholoog en inspanningsfysioloog een restaurant op in de binnenstad, terwijl papa met Kevin en Olivia (die ontgoochelde op 200m) napraatte. Natuurlijk was die dubbele emotie zwaar om dragen, zegt Jacques Borlée. 'Maar ik wist dat dit kon gebeuren, dan is het beter om te anticiperen.'

Een opportunist. Dat was de tweede omschrijving van Van Branteghem. Daarmee bedoelt hij: Borlée doet er alles aan om zijn project in de verf te zetten. Met succes: hij verstaat de kunst om firma's te overhalen om geld te geven. En meer centen = meer stages op de beste plaatsen = betere voorbereiding = meer kans op medailles. Goed gedaan dus, mijnheer de freak en de opportunist.

Hans Vandeweghe

Parochieliga

Hans Vandeweghe | 31 juli 2010 om 07:00

Krullende tenen. Die kreeg ik halfweg de Supercup tussen Gent en Anderlecht. Niet van de wedstrijd zelf, die was best oké, met veel kansen heen en weer en twee positief ingestelde ploegen. Anderlecht won en daar kon iedereen mee leven.

Dat tenenkrullende slaat op de reportage tijdens de rust en die ging over de Pro League, in de volksmond de Profliga, de belangengroepering van zelfverklaarde topclubs uit het nationaal voetbal. Het was ook geen repo, maar een heilzang. De voorzanger (vr.) met dienst was Inge Van Meensel. Normaal zit die hoog in de nok kirrend naar het vrouwentennis te kijken en alles fantastisch te vinden, maar tijdens de rust van de Supercup was ze door haar bazen heel even weg-gebeamd naar Burundi. 

Ze was er vergezeld van een camerateam op uitnodiging van de Profliga die er dan weer was op uitnodiging van SOS Kinderdorpen. Geen ngo met een groter pr-budget dan SOS Kinderdorpen. Wellicht dat ze daar ook af en toe iets doen zonder tv in de buurt, maar bij die ngo valt vooral op dat ze om de haverklap bekende Vlamingen (Kompany, Gevaert) naar Afrika overvliegen, niet toevallig altijd in het gezelschap van de media.

Ook tijdens deze Burundi-trip – drie dagen op en af: ik heb minimaal vijf Belgen geteld. De VRT-crew uiteraard en ook nog Pro League-voorzitter Ivan De Witte en Pro League-directeur Ludwig Sneyers, allemaal waren ze in Burundi en de VRT voorzag hun weldaden van beeld en commentaar.

Om de Pro League draaide het allemaal, want die schonk de fenomenale som van 90.000 euro per jaar – en dat gedurende vijf jaar – aan SOS Kinderdorpen. Van Sneyers was niet veel te zien, behalve enkele flitsen tijdens een voetbalmatchke op een school, maar De Witte kwam aardig veel in beeld. 

Ik heb de man hoog zitten - intelligent, goed hart, een prima voorzitter, misschien een beetje emotioneel en dit columnpje zal hem ongetwijfeld op de lever blijven liggen maar het kan mij niet schelen. Misschien mag je niet meer zin voor realiteit verwachten van iemand van wie de leefwereld zich afspeelt tussen Sint-Martens-Latem, Zuid-Frankrijk, de businessclubs van het voetbal en de vergaderruimtes van CEO's, maar niettemin. 

Tijdens één van die drie dagen hadden ze hem ergens hoog in de bergen gedropt, ongetwijfeld met een witte 4x4 van de ngo en niet met de taxi brousse en zeker niet te voet. Hij was er emotioneel geraakt door de aanblik van een vrouw die 'in mensonwaardige omstandigheden voor haar gezin moest zorgen'. Vreemd, want ik zag een voor Afrika goed gevoede en geklede vrouw, redelijk wonend, met een moestuintje. haar kindjes leken één keer eten per dag te krijgen, dus alles oké. Ze kweekte hamstertjes om rond te komen en dàt vond de voorzitter van de profliga confronterend. 

Het kweken van hamstertjes lijkt mij alvast een stuk eerbaarder – uiteraard niet zo lucratief – dan het importeren, triëren en doorverkopen van Afrikaantjes, de business waar de meeste leden van zijn Profliga al jaren hun hobby mee financieren.

De Witte had het vanop die Burundese berg ook over de sociale dimensie van het voetbal. Kunnen we in godsnaam met die onzin stoppen? Voetbal is géén sociale beweging. Voetbal is een amusementsindustrie met alle uitwassen van dien en die zogeheten sociale projecten zijn schaamlapjes. De Burundi-trip – zo kwamen we te weten – moest toch vooral dienen om indruk te maken op de FIFA met het oog op de nakende selectie voor het WK 2018.

Een aflaat van 90.000 euro schenken en daar de tv bij halen (kosten voor die trip kunnen worden geraamd op 10.000 euro, af te trekken van het bedrag), zijn ze niet beschaamd? Er zijn parochies die 90.000 euro ophalen voor hun nonkel paterke in Afrika. 

90.000 euro is niet eens 0,07 procent van de omzet van de eersteklassers. Dat is vergelijkbaar met een jaarlijkse gift van 35 euro op een netto gezinsbudget van 50.000 euro. Een beetje meer zin voor bescheidenheid en wat minder mediageilheid zou de Pro League sieren. En de VRT mag ook wat slimmer zijn.

HANS VANDEWEGHE analyseert de sportactualiteit in

 binnen- en buitenland.

Ludo Vandewalle

Anderlecht tegen de rest en tegen zichzelf

Ludo Vandewalle | 30 juli 2010 om 10:11

Vanavond, 18 dagen na de finale van de wereldbeker, begint de Belgische eerste klasse als een van de eerste in Europa alweer aan de competitie. Het voetbal stopt nooit meer en dat zal in het Jaar 2 van de play-offs, andermaal duidelijk worden. Vijftien van de zestien eersteklassers beginnen vanaf nu aan een reeks van minstens 36 en maximum 42 competitieduels. Nummer zestien is deze keer niet na 30 wedstrijden uitgespeeld en speelt na 6 maart 2011 nog minstens drie wedstrijden tegen nummer vijftien.


De best of five tussen de slechtste twee eersteklassers is de enige correctie die werd aangebracht aan de op vele plaatsen verfoeide play-offs. Gisteren spraken in onze krant slechts 4 van de 32 ondervraagde trainers en aanvoerders uit de hoogste afdeling zich uit vóór het behoud van de revolutie die vorig jaar werd doorgevoerd. Met enig gezond verstand mag er dus worden aangenomen dat het Jaar 2 ook het laatste wordt van de Jupiler League met play-offs in de huidige vorm. Nu werd het systeem gehandhaafd omdat de eersteklassers het pas na twee seizoenen wilden evalueren en vooral omwille van de verplichtingen in het tv-contract met Belgacom TV. Het kan niet dat straks de clubs de tegenkanting uit eigen rangen blijven negeren en de broodnodige, talrijke correcties niet doorvoeren.

In welke vorm de competitie ook wordt gegoten, Anderlecht is de topfavoriet voor het nieuwe seizoen. Het is echter zoals altijd: paars-wit is zelf zijn grootste tegenstander. Voor het Belgische niveau is er kwaliteit, maar gemakzucht en verkeerde focus vinden gemakkelijk hun weg naar het Vanden Stock-stadion. In de voorbereiding werd vooral over de groepsfase van de Champions League gesproken. Vorig seizoen was in juli de landstitel het gespreksthema.

Club Brugge heeft zich slim versterkt maar het rommelt in de spelersgroep en trainer Adrie Koster is nog niet in staat gebleken het ontploffingsgevaar te ontmijnen. Stijnen die zelf zijn aanvoerdersband inlevert, Dirar die weer geschorst wordt en te veel opstootjes tijdens de trainingen: als het in het begin niet loopt, hebben we het ideale recept voor de uitbarsting van een blauw-zwarte vulkaan.

Ware het niet dat Luciano D'Onofrio bij Standard met twee titels op rij zijn doorzicht en voetbalkennis bewees, we zouden ons nog ernstiger vragen stellen bij de technische staf die hij met Dominique D'Onofrio en Sergio Conceiçao samenstelde.

In lagere regionen zal Eupen veel aandacht opeisen. Sportief kan de eerste Duitstalige eersteklasser ooit aanvankelijk op enthousiasme zeker verrassen. De wankele structuur van de club, gebouwd op één investeerder, sluit een nieuw Moeskroen-scenario niet uit. En als ons voetbal één ding kan missen dan is het die financiële ellende.

Toch veel plezier gewenst.

Hans Vandeweghe

Harakiri

Hans Vandeweghe | 16 juli 2010 om 20:24
Baron Pierre de Coubertin zei ooit: 'Deelnemen is belangrijker dan winnen' en dat werd dan de zogeheten olympische gedachte. Dat is twee keer fout. Ten eerste: De Coubertin heeft het alvast zo niet bedoeld. Ten tweede: de hele gedachte is onzin, maar dat hebben de Belgen in de Tour nog niet begrepen. Eerste rit: Maarten Wynants rijdt een hele dag op kop en wordt gegrepen op 9 kilometer van de streep. Hij krijgt de prijs van de strijdlust en was lang in beeld. Gejuich op de Belgische banken. Tweede rit. Wynants was van Quick Step. Gevolg: het is de beurt aan één van Omega Pharma-Lotto. Jurgen Roelandts rijdt de hele dag op kop en hoewel het peloton niet rijdt, wordt hij toch gegrepen. De sponsor is content. Derde rit: kasseientijd, Belgentijd. Hoewel: Vansummeren zevende, Van Den Broeck negende. Vierde rit: Francis De Greef rijdt de hele dag op kop maar wordt - toevallig wellicht - gegrepen op vier kilometer van de aankomst. Iedereen kent nu De Greef, zegt De Greef. Mooi is dat. Vijfde rit: Jürgen Van de Walle, normaal slimmer dan dat, rijdt 175 kilometer in de aanval maar wordt - hoe raadt u het - jammerlijk gegrepen. Onbetaalbare publiciteit rekent een Quick Stepper ons voor. De laatste dagen ging het een beetje bergop en waren de Belgen minder voorin te vinden. Tenzij Mario Aerts in rit acht en eergisteren weer Mario Aerts en Dries Devenyns, die niet uitblonken in parcourskennis. Aerts kreeg de prijs van de strijdlust. Fantastisch allemaal, we zijn veel op tv, maar zijn we ooit al verder af geweest van rittenwinst dan dit jaar? Jawel: vorig jaar. In het weergaloze Tour de France Quizboek van Sporza en Borgerhoff & Lamberigts luidt vraag 78: 'In de Tour van 2009 won geen enkele Belg een etappe. Er eindigde zelfs geen enkele Belg bij de eerste drie. Wie leverde de beste prestatie in 2009?' Antwoord. Greg Van Avermaet werd vierde in de negentiende etappe en Jurgen Van den Broeck werd vijfde in de zestiende etappe. 2010 wordt een top-Tour. Nu hebben we al een derde plaats (Devenyns). Meer zelfs, in de classement général staat Jürgen Van den Broeck, onze Tourhoop in bange dagen, vijfde. Voorlopige conclusie na rit twaalf van de twintig: van het scherm zijn we niet weg te slaan, maar als het om de prijzen gaat, doen we niet meer mee. Geheel illustratief voor de Belgische onmacht waren Devenyns en Aerts in rit tien. Eerst ging Mario Aerts als een gek weg op een hellinkje, niet eens vierde categorie. Jammer, de helling duurde net iets te lang en Aerts viel plat. Waarop Devenyns dacht 'hola, die mannen van Omega Pharma zijn op tv geweest, nu is het aan mij', en hij reed weg. Enfin, heel even, waarna beiden werden gegrepen en ter plekke werden afgemaakt door Paulinho en Kiryienka. Lucide koersgedrag is toch net even iets anders. De stelling dat je in Vlaanderen de wielerstiel moet komen leren, kreeg een serieuze knauw. Zelden twee renners zich eigenhandig zo in de vernieling zien rijden, tenzij misschien Boonen in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, maar daar was wel een goeie uitleg voor. Niet voor de zelfmoord van Aerts en Devenyns. Devenyns heeft anders wel iets van jeugdige onschuld. De jongen heeft gestudeerd en zijn benadering van het wielergebeuren is gezond, althans tot hij begon over de publicitaire impact van zijn actie op 14 juli. 'Goed voor de sponsor, veel kijkers vandaag, Frankrijk is een belangrijke markt.' Welke renner presteert nu tegen, op of over zijn overslagpols en denkt terzelfder tijd aan de afzetmarkt? Alsof na de harakiri van Devenyns ineens tienduizenden Fransen hun vasttapijt zullen lostrekken en vervangen door laminaat van het merk Quick Step. Heus niet. Zélfs niet na de dubbele overwinning van Chavanel. Ontsnappingen waarvan iedereen weet dat ze nergens toe leiden, bewijzen nog maar eens de perverse invloed van televisie op sport. Jammer voor de Belgen, maar als men de rechtstreekse uitzending van de rit zou beperken tot anderhalf uur, met in het begin een samenvatting van de gebeurtenissen van de dag (met valpartijen ben je zo rond), verdwijnt in één klap de incentive voor de zelfmoordcommando's en wordt weer gekoerst zoals dat hoort.
Ludo Vandewalle

Een fout voetbalcliché

Ludo Vandewalle | 12 juli 2010 om 11:31

Eén van de meest foute voetbalclichés is dat een trainer niet de belangrijkste figuur in een voetbalteam is. Zelfs Jan Ceulemans bezondigt zich eraan. ‘De spelers moeten het doen, de trainer kan de bal er toch niet intrappen?', klinkt het altijd uit de mond van de drievoudige Gouden Schoen-winnaar.

Wel, dat is het enige wat een trainer niet kan doen. Voor het overige bepaalt hij alles. Wie er speelt, in welk systeem en met welke intentie er wordt gespeeld.

Vicente Del Bosque is daar het levende bewijs van. Let wel, aan Del Bosque is geen opvoering van een trainerscabaret besteed. De 59-jarige ex-verdediger uit Salmanca legde gisteren na de winst voor het eerst op dit tornooi zijn gezicht in een andere plooi. Zonder grootspraak heeft hij een groot aandeel in het verwezenlijken van de wereldtitel doordat hij... zo weinig mogelijk deed. Of beter: zo weinig mogelijk veranderde.

Zijn voorganger Luis Aragones was Europees kampioen geworden en Del Bosque ging op de weg verder. In de voetbalwereld waar ook de ego's van de trainers soms groter zijn dan het club- of landsbelang (zei Domenech bij Frankrijk) is dat een hele prestatie. Del Bosque minimaliseerde zijn rol en zei spontaan dat hij verder borduurde op het werk dat Pep Guardiola bij Barcelona, dat gisteren zeven basisspelers leverde, verrichtte.

Del Bosque hoeft geen podium. Hij won twee keer de Champions League met Real Mardrid waar hij weg moest omdat hij volgens voetbalmarketeer/voorzitter Florentino Perez ‘saai' was. Nu heeft Del Bosque ook een wereldtitel. Alleen Marcello Lippi deed hem dat voor. De Walrus staat in de galerij der groten.