Het Nieuwsblad Online

Kuifje in New York - Entrée

Het Nieuwsblad Online | 30 augustus 2010 om 15:38

Het begint ons te dagen waarom Amerikanen zo dik zijn. Op de menukaarten hier moet je de hoofdschotel zoeken onder de hoofding 'Entrées'. Behulpzaam als we zijn hebben we gepoogd de ober van dienst diets te maken dat 'entrée' Frans is voor voorgerecht, maar we hadden beter moeten weten. Een Amerikaan doen afwijken van de regeltjes is even makkelijk als Joëlle Milquet 'oui' doen zeggen. En de fout is wijdverspreid: in alle Amerikaanse restaurants wordt een halve bizon geserveerd als voorgerecht. We kunnen ons de conversatie al inbeelden: allez Nancy begrijp jij dat? Ik eet alleen nog voorgerechten en toch blijf ik verdikken?

Op de metro naar de tennissite gisteren zat er zo'n Nancy. Of wellicht eerder een Eunice, want het betrof een gekleurde medemens. In België zouden we haar obees hebben genoemd, naar Amerikaanse normen had ze een gemiddeld BMI. Halverwege de rit diepte ze uit een plastic zak een plastic doos op met een kant-en-klare maaltijd die ze ijverig begon binnen te prikken. Pasta met een soort tomatensaus gecombineerd met een soort eierkoek met aardappelen. En room. Vooral veel room. Het was 9u30 in de ochtend. Waarnaar ze de maaltijd doorspoelde met een blikje Diet Coke.

Walter Wauters

Hans Vandeweghe

Blunder

Hans Vandeweghe | 27 februari 2010 om 23:06
Ik weet het: de koers is in het land en dan nog de koers die onze naam draagt, maar wat valt er toe te voegen aan de stortvloed van interviews, rondetafelgesprekken, korte en lange verhalen of sound bytes over dit voorspel van Vlaandrens grote passie? Ik zou het niet weten en bovendien is deze week heel ver hier vandaan sportgeschiedenis geschreven en is de kans niet bijster groot dat dit zich vandaag tussen Gent en Gent herhaalt. Daarom, vergiffenis: een laatste keer Winterspelen.

Sinds dinsdagavond pijnig ik mijn hersenen, zoekend naar een coachblunder van het formaat van Kemkers-Kramer op de tien kilometer snelschaatsen. Ik vind er geen. Gerard Kemkers beging de grootste (zichtbare) coachblunder ooit in de geschiedenis van de topsport en dat is behoorlijk veel om dragen.

Kemkers is in sommige media voorgesteld als een kieken op glad ijs, maar dat is hij niet. De Fries Gerard Kemkers uit het schaatswalhalla Heerenveen won zelf als schaatser brons op de Spelen van Calgary in 1988, maar dat raakte toen ondergesneeuwd door het drievoudige goud van Yvonne van Gennip.

In dat onvervulde verlangen van 1988 lag de kiem voor een tweede, veel mooiere carrière. Kemkers was begin deze eeuw coach van de KNSB-Aegon-ploeg die het opnam tegen de eerste commerciële ploegen in het schaatsen. Het was een ongelijke strijd die Kemkers niet kon winnen, maar hij won hem toch. In 2002 leidde hij Jochem Uytdehaage naar dubbel goud (op de 5 en 10 kilometer) en zilver (1.500 meter). Dat was in Salt Lake. Kemkers geldt sinds 2002 als één van de meest succesrijke schaatscoaches ter wereld.

In 2006, op de Olympische Spelen in Turijn, pakte hij weer drie medailles met zijn schaatsers: goud en zilver voor Ireen Wüst (die in Vancouver goud won op de 1.500 meter) en zilver voor de piepjonge Sven Kramer op de 5.000 meter. Samengevat: vijf keer goud in drie Spelen. Het zesde goud ging in Vancouver de mist in door een foute call.

Kemkers is geen kieken op glad ijs. Sven Kramer was dat vier jaar geleden wel. Hij trapte op een blokje, ging onderuit, nam in zijn val nog twee Oranje-schaatsers mee en Nederland kon het goud op de teamachtervolging op de buik schrijven.

Ik heb met de hele aardige Kemkers te doen en ook met zijn atleet Sven Kramer. Na zijn eerste ontgoocheling, het weggooien van zijn bril en het oneigenlijk gebruik van epitheton 'klootzak' ten aanzien van zijn coach, klonk hij een dag later anders: 'Ik ben met Gerard drie keer wereld-, vier keer Europees- en nu olympisch kampioen geworden. Die laat je niet zomaar vallen.' Klasse van Kramer.

Wat bezielde Kemkers om Kramer naar de binnenbaan te sturen? Zijn uitleg klonk logisch. Hij zag de Rus verkeerdelijk in dezelfde baan en dacht dat Kramer moest wisselen. De schaatsbelg Bart Veldkamp zag het als co-commentator helemaal anders: 'Een coach moet zijn mond houden, want een schaatser weet wanneer hij moet wisselen, zoals hij weet wanneer hij moet ademen.' Mooi gezegd van Veldkamp, maar de Hagenaar was het grootste deel van zijn carrière zijn eigen coach en kan dus bezwaarlijk als voorbeeld gelden.

Kramer heeft gelijk dat hij zijn coach, die hem op een perfect schema naar zijn tweede goud stuurde, niet laat vallen. Dat goud was binnen, toen de coach de atleet óverstuurde en naar de binnenbaan sommeerde. Kramer voerde uit. Kemkers' verslagenheid een halve ronde later nadat Kramer tegen bijna 50 per uur in de verkeerde baan was gesprongen, zal in alle jaaroverzichten zitten, net als de wegwerpbeweging van Kramer ten aanzien van zijn coach na de race en het hoopje coachende ellende dat eenzaam achterbleef. Een dag later kwamen Kemkers-Kramer vrolijk samen de Oval van Richmond binnen gewandeld. 'Neen, we spelen geen toneel. Het is uitgepraat.'

Wordt Kemkers alsnog gevild in Nederland? Ik denk het niet. Nederlanders zijn bijzonder efficiënt in het verdringen van slecht nieuws en gaan snel weer over tot de orde van de dag. Vanavond kan Kramer zijn falen van Turijn goedmaken in de teamachtervolging.

Bovendien mag de Kemkers-blunder dan nog de meest opvallende coachfout zijn in de geschiedenis van de topsport, dagelijks worden door allerhande coaches in de wereld veel ergere fouten gemaakt die onzichtbaar blijven voor het net niet-geoefende oog.

Foute schema's, foute oefenstof, foute tactiek, foute coaching, foute menselijke aanpak... Bij verlies of minimaal blessure van de atleet blijft de trainer in individuele sporten meestal in de luwte. Kramer weet nu dat zijn coach zijn verantwoordelijkheid opneemt als dat moet en hij weet dat zijn schema's kloppen. Dat moet volstaan om vier jaar door te gaan.
Hans Jacobs

Koekje van eigen deeg

Hans Jacobs | 29 januari 2010 om 09:40
Bij de Vlaamse Gemeenschap zijn ze er vaak als de kippen bij om te roepen dat een profsporter tot in de puntjes zijn whereabouts moet invullen, de verblijfsgegevens die onaangekondigde dopingcontroles mogelijk maken. Of zeggen ze fijntjes dat een elitesporter in het door hem gekozen uur per dag dan ook aanwezig moet zijn, en niet een minuut ervoor moet opstappen. Net die details maken een efficiënt dopingbeleid mogelijk. De dopingjagers hebben een punt.

Maar evenzeer geldt het omgekeerde. Sugar Jackson woonde in de Venezuelastraat nummer 3 bus 94 in Antwerpen, de dopingadministratie stuurde een brief om hem erop te wijzen dat hij whereaboutsplichtig is naar Venezuelalaan nummer 94 bus 3 in Antwerpen. Oeps.

Twee fouten in een adres: dat is geen detail meer, dat is een kemel van je welste Als we Jackson geloven als hij zegt dat hij nooit die brief heeft gezien, is het onterecht dat hij daarvoor een streepje aangewreven kreeg. Gisteren meldde de post dat de brief in het postkantoor van de gemeente is toegekomen waar hij op dat moment woonde, maar dat wil niet zeggen dat Jackson de brief ook heeft gekregen. Daarover wil het Vlaams Dopingtribunaal meer uitleg.

Stel dat een streepje verdwijnt en dat er dus geen zaak-Jackson meer is – alleen wie drie inbreuken in achttien maanden achter zijn naam heeft, kan worden geschorst – is dat niet de fout van de bokser, wel die van de Vlaamse Gemeenschap, die niet even zorgvuldig is tewerk gegaan zoals ze dat van de topsporters wel verlangt. Dat heet een koekje van eigen deeg.
Hans Vandeweghe

Tiger

Hans Vandeweghe | 26 december 2009 om 17:17
Wie moet de Belgische sportman/vrouw van het eerste decennium van het derde millenium worden? Komt Tom Boonen daar niet voor in aanmerking? Precies tien jaar aan de slag, met wisselend succes, maar toch altijd met succes. Vijf grote klassiekers, wel altijd dezelfde, maar ook een keer wereldkampioen. Enkele serieuze ups en ook een paar flinke downs en dus een aantrekkelijk figuur, zonder meer. Onze Tiger Woods op wielen, of is dat overdreven?

Justine Henin zou ongetwijfeld ook de shortlist halen en daarmee kan het ruimschoots volstaan wat tennis betreft. Zeven grandslamtornooien, jaren de absolute nummer één, olympisch goud.

De derde van de short list moet Tia Hellebaut zijn: Europees en olympisch kampioene hoogspringen en wereldkampioene indoor vijfkamp. Dat allemaal tussen 2006 en 2008, maar wie deed beter in die voorbije tien jaar?

Boonen, Hellebaut en Henin, hier in alfabetische volgorde, aan u om ze te rangschikken.

Wereldwijd zijn de zaken duidelijker. Er is Lance Armstrong op drie, de beste Tourrenner ooit. Zeven Tours tussen 1999 en 2005, begonnen in de hoogdagen van de epo, geëindigd toen de heksenjacht op epo en co. het hevigst was. Teruggekeerd in 2009 en hoe. Charisma voor tien en een levensverhaal als geen ander, hoewel het ergste in het vorige decennium al achter de rug was.

We kunnen evenmin rond Michael Phelps die in 2001 als vijftienjarige een medaille won op een WK zwemmen en voorlopig zijn carrière beëindigde met veertien keer olympisch goud. Phelps is de nieuwe standaard in het Olympisme en in het zwemmen, in een pak of naakt, dat had voor deze man helemaal geen verschil gemaakt.

Maar wie anders dan Tiger Woods is dé sportman van dit decennium? Net als Armstrong begon zijn carrière in de vorige eeuw. Hij was uitverkoren want toen hij drie was speelde hij al negen holes in 48 slagen en twee jaar later wijdde het gezaghebbende Golf Digest een verhaal aan hem. Nog eens twintig jaar later en na een seizoen waarin als vijfde speler ooit de Grand Slam volmaakte, werd Tiger Woods de onbetwiste nummer één van het golf en de wereldwijde sport. Hij was toen 24 jaar en zeven maanden.

'Tiger zal meer invloed hebben op de mensheid dan wie ook in de geschiedenis.' Aldus pa Woods, voor wie megalomanie geen vreemd begrip is, en die in één moeite ook verklaarde dat hij vond dat zijn zoon over twintig jaar (dat was in 2000) president van de VS moet worden. Voor het geld moet hij het niet doen: hij heeft 1 miljard dollar verdiend.

Tiger Woods begon dit decennium als de jongste speler ooit die de Grand Slam volmaakte (24 jaar), de jongste speler die de Masters had gewonnen (21 jaar), de jongste nummer één op de ranking (na 42 weken professional) en recordhouder in elk van de vier Majors voor de laagste score.

Hij heeft er veertien gewonnen en is goed op weg om Jack Nicklaus zijn achttien te overtreffen. Daarnaast 71 PGA's, twee minder dan Jack Nicklaus en twaalf minder dan Sam Snead. Ook dat record moet er nog aan.

Hij is, behalve Maradona, de enige ons bekende sportman voor wie een (internet)kerk is opgericht. Bij de oprichting van de First Church of Tiger Woods, verklaarde de initiatiefnemer: 'Ik denk dat er meer tastbaar bewijs voor de hypothese dat Tiger Woods God is, dan voor pakweg Jezus.' Als Tiger het trekt tot aanstaande woensdag, wordt hij die dag alvast een jaar ouder dan Jezus. De tien geboden van zijn (tijdelijk gesloten) kerk waren bij de oprichting:

- Gij zult nooit rood dragen, behalve op zondag
- Gij zult Garcia of Duvall niet vereren
- Gij zult altijd de Masters als een heiligdom vereren
- Gij zult niet vragen waarom Tiger niet elke week wint
- Gij zult hem niet toeschreeuwen 'you da man' na weer eens een wonderbaarlijk shot, want hem mens noemen is blasfemie
- Gij zult nooit fan zijn voor een andere golfspeler dan Tiger, tenzij hij niet meedoet
- Gij zult de naam Eldrick (zijn echte voornaam) niet ijdel gebruiken
- Gij zult nooit twijfelen aan Tiger Woods' vermogen om zich te herstellen van een slechte slag
- Gij zult geen aandacht besteden aan Tigers kennelijke zwakheden
- Gij zult Tigers spel niet begeren.

Tot eergisteren hadden minimaal twaalf vrouwelijke volgelingen gezondigd tegen het laatste gebod, met actieve medewerking van de godheid (en zijn spel). Gelukkig is Sportwereld Kerk en Leven niet, derhalve roepen wij Tiger Woods uit tot atleet van het eerste decennium van het derde millenium.
Marc Mercy

Koop eens een slee (bis)

Marc Mercy | 17 december 2009 om 20:06

Voor alle zekerheid heb ik mijn bloedeigen blog van begin deze week toch maar eens herlezen. Het is echter zoals ik vermoedde: aan de reacties te zien lezen mensen niet wat er staat, ze lezen wat ze denken dat er staat. En die twee dingen durven al eens te verschillen.

Heb ik iets fout geschreven over Elfje Willemsen en Eva Willemarck? Ik dacht het niet. Ik zou ook niet durven, want ik heb heel veel bewondering voor deze twee jonge dames. Voor hun lef en voor hun doorzettingsvermogen.

Je moet het maar doen: al je energie steken in een bizar project waarvan je allesbehalve zeker bent dat het goed gaat aflopen en waar je dan ook nog eens de concurrentie hebt van een zestal geestesgenoten met ongeveer dezelfde sportieve verbetenheid.

Mijn boodschap was echter dat het in zeer weinig andere sporten mogelijk zou zijn om in twee jaar tijd van werkelijk niks door te stoten naar de wereldtop. Want daarover spreken we toch als je je kunt plaatsen voor de Olympische Spelen.  

En de daaropvolgende en nog belangrijkere vaststelling was dat er toch wel vragen kunnen worden gesteld bij de samenstelling van het olympisch programma en vooral bij de wijzigingen die daarin dreigen doorgevoerd te worden.

De individuele achtervolging op de wielerpiste wordt afgevoerd, maar aan beachvolleybal twijfelt blijkbaar niemand. En dan word ik een beetje chauvinistisch. Neen, motorcross en veldrijden zijn geen wereldwijd verspreide disciplines, maar fysiek/sportief schat ik ze hoger in dan veel 'wereldberoemde' sporten. 

Voor mij hoeft biljarten echt geen olympische discipline te worden, maar ik zou toch wel eens willen weten wat (zuiver sportief gesproken weer) het verschil is met olympisch curling bijvoorbeeld.

En wat het allerergste is: iedereen lijkt die Olympische Spelen zo belangrijk te vinden, dat er dreigt een zeer geforceerd sportbeleid gevoerd te worden. Een minister wordt bijna afgerekend op het aantal olympische medailles dat een land haalt. Dat is ronduit gevaarlijk want ik vind een atletiek- of zwemmedaille honderd keer waardevoller dan een medaille in xxx. (Ik zal maar niks invullen want anders krijg ik de liefhebbers van die specifieke sport weer over mij heen.)

Als we niet opletten gaat het sportbeleid investeren in sporttakken waar we medailles in kunnen halen ten koste van sporttakken die de algemene gezondheid van de Vlaamse bevolking bevorderen. En vanuit dat laatste oogpunt bekeken is veldrijden honderd keer belangrijker dan bobsleeën in ons land. Als we dat beseffen en ernaar handelen heb ik geen enkel probleem met bobsleeën, skeleton en luge. Zeker niet als ik nu even naar buiten kijk.



Hans Jacobs

De klucht van Rome

Hans Jacobs | 28 juli 2009 om 14:43

En hop, voor de zoveelste keer schalt een barokke hymne door de luidsprekers van het Foro Italico. Telkens als een wereldrecord sneuvelt, weerklinkt een wijsje. Behoorlijk irritant is dat, want belachelijk veel wereldrecords sneuvelen er op het huidige WK zwemmen, in al even belachelijk snelle tijden.

Niet omdat de topzwemmers plots zoveel beter zijn, wel omdat ze – althans, dit jaar nog – mogen zwemmen in een superzwempak.

Even terug naar de Olympische Spelen van Peking 2008: met de LZR Racer van Speedo gaat het ene na het andere wereldrecord de dieperik in. Het is het begin van het einde. Want de LZR Racer is een jaar later al out, in vergelijking met de concurrenten Jaked en Arena.

Wat een super-superzwempak van een superzwempak van een gewoon zwempak onderscheidt? Simpel gezegd: neopreen en polyurethaan, een soort rubber dat het drijfvermogen verbetert, en een laagje lucht tussen het pak en de huid. Wie beter drijft, ligt hoger op het water. Waar vroeger de techniek de doorslag gaf wie hoog op het water lag en wie minder hoog, ligt nu diegene die het beste pak heeft, het hoogst in het water.

De oplossing was simpel geweest: schaf die dingen af, iedereen met gelijke wapens in de Romeinse arena.

Helaas. De internationale zwemfederatie (Fina) maakte er de afgelopen maanden een zootje van. Op een congres in het luxueuze Dubai besliste de Fina dat een zwempak maximaal voor de helft uit ondoorlaatbaar materiaal mag bestaan. Althans, vanaf 1 januari 2010. Dit WK is, aldus de Fina, een overgangs-WK.

En om een makkelijke beslissing – afschaffen, die handel – ingewikkeld te maken: op een debatje in Lausanne keurde de Fina intussen een aantal wereldrecords wel goed en een aantal niet, liet ze tegen alle verwachtingen een aantal superzwempakken – tot 2010, dus – wel toe en andere niet. Met name Arena en Jaked glipten door de mazen van het net. Jaked is een Italiaans merk, het WK vindt in Italië plaats. Toeval?

Een flink deel van de topzwemmers en -coaches zit het geknoei danig hoog. Voor hen gaat de maatregel van de Fina niet ver genoeg en ze legden net voor het WK een eisenbundel neer om volgend jaar terug te keren naar een traditioneel badpak en zwembroek. De dames met een badpak van schouder tot knie, de heren met een zwembroek van navel tot knie, en niet, zoals nu, van hoofd tot voet in een pak gepropt.

De klucht van Rome maakt pijnlijk duidelijk dat de Fina is verdronken in zijn eigen regeltjes.

Hugo Coorevits

De onzin van een wereldrecord zwemmen

Hugo Coorevits | 04 mei 2009 om 09:02

Ooit was er een tijd dat ik kippenvel kreeg van een nieuw wereldrecord zwemmen. Vooral op de 100 meter vrije slag, voor mij altijd al het sensationeelste nummer. Nu liet de nieuwe recordtijd van de Franse kolos Alain Bernard in een 50 meter bad me gewoon koud. Die ‘basketter’ ging als eerste in de geschiedenis op 23 april onder de 47 seconden. So what? Integendeel, ik heb een wrange nasmaak. Hoeveel verdienste heeft Bernard als atleet? En hoeveel droeg zijn Arena-pak ertoe bij om het record van de Australiër Eamon Sullivan van Peking 2008 (ook al de Spelen van de wereldrecords) te verpulveren?

In een sportwereld waarin de zwempakken welhaast even belangrijk zijn als de atleten zegt een nieuw wereldrecord me niets. Zwemmen heeft een serieus probleem. De materieeloorlog maakt dat een tijd die enkele jaren geleden nog ongenaakbaar was, nu zo wordt weggezwommen als was Pieter van den Hoogenband een mietje. De wereldzwembond FINA heeft aangekondigd dat het deze maand nog komt met een lijst van pakken die toegelaten zijn en andere die verboden worden. Rijkelijk te laat. Een andere oplossing is misschien wereldrecords per pak te honoreren. Het Arena-wereldrecord 100 meter vrije slag bijvoorbeeld met de X-Glide-outfit waarvan Bernard zich bediende. De Jaked-werldrecords (naar het Italiaanse merk dat momenteel de show steelt) en waarin een vis misschien wel sneller gaat zwemmen, of de LZR Racer Speedo-wereldrecords. Voor Bernard is het misschien een uitdaging om wereldrecordhouder te worden in de verschillende pakken.

Misschien moet de FINA zich maar gaan informeren bij de collega’s van de UCI. De wereldwielerbond werd door de Schot Graeme Obree met de neus op de feiten gedrukt. ‘The Flying Scotsman’ was meer knutselaar dan atleet. In 1993 toonde hij in Hamar met zijn zelf ontwikkelde fiets met onderdelen van een oude wasmachine aan dat het een koud kunstje was om over een uur sneller te rijden dan Eddy Merckx. Hij haalde een jaar later met een verbeterde positie zelfs 52, 713 kilometer in Bordeaux. Merckx legde in Mexico 1972 op een conventionele koersfiets 49, 431 km af. De UCI schafte de aërodynamische fietsen af en goot alles netjes in reglementen vast. Op wat wacht de FINA om de geloofwaardigheid van de sport terug te vinden?

Hans Jacobs

Usain Bolt? Michael Phelps!

Hans Jacobs | 25 februari 2009 om 14:00

Usain ‘Lightning’ Bolt werd het dus, de sportman van 2008. Een puikje van de internationale sportpers verkoos de Bliksemschicht uit Jamaica. Behoorlijk indrukwekkend inderdaad wat Bolt voor elkaar kreeg: wereldrecord op de 100, 200 en 4x100m en olympisch goud op de dito afstanden.

Heeft de fine fleur van de sportjournalisten Michael Phelps over het hoofd gezien? Want het lijdt geen twijfel dat niet Bolt, wel Phelps De Man van 2008 is. Vergelijk de sprinter en de zwemmer en concludeer. Bolt is goed voor drie olympische titels, Phelps voor acht (8!).

Wat Bolt deed, is een ongelooflijk huzarenstukje, maar niet uniek in de atletiek. Zowel Jesse Owens als Carl Lewis behaalde vier keer olympisch goud – bovendien konden zij niet alleen sprinten, maar ook verspringen. Wat Phelps voor elkaar kreeg, is wel onuitgegeven: acht olympische titels – met haast geen rust en in zeer verscheiden zwemdisciplines. Geen enkele olympiër deed ooit beter.

Waarom dan toch Bolt en niet Phelps wint? Een van de redenen is het imago van het zwemmen. De supersonische zwempakken hebben het imago geen deugd gedaan. Sprint Bolt nog in ongeveer hetzelfde pak dan bijvoorbeeld Lewis, dan zijn de haaienpakken in niets meer te vergelijken met de ‘ordinaire’ zwembroek waarin bijvoorbeeld Popov, de Russische tsaar van het zwemmen, zijn kunsten vertoonde. Spitstechnologie in het bad leidde mee tot een wereldrecordzondvloed. Weer een wereldrecord in het zwemmen? Ach wat, zo klinkt de publieke opinie, morgen weer eentje. Kortom, het wordt moeilijk om wereldrecords in het zwemmen op hun merites in te schatten.

Steeds hoger, sterker, sneller? Jawel, maar als technologie de bovenhand haalt in een sport, liever niet.

Werner Bourlez

Geef voetballers een ovalen bal

Werner Bourlez | 11 februari 2009 om 14:01

Dit weekend is het zeslandentornooi rugby begonnen. Ik zou de heren voetballers willen uitnodigen om eens een wedstrijd te bekijken.

Dan zou de heer Stein Huysegems kunnen vaststellen dat rugbyspelers het spel eerlijk spelen en niet voor dood gaan neerliggen om een fout uit te lokken.
Dan zou de heer Nicolas Frutos kunnen vaststellen dat de rugbyspelers zwijgen tegen de scheidsrechters en niet elke beslissing in twijfel trekken.
Dan zou de heer Michel Preud'homme kunnen vaststellen dat coaches geen wergwerpgebaren maken en de scheidsrechters niet uitschelden. Ook al hebben die naar hun mening een foute beslissing genomen.
Dan zou de heer Robert Jeurissen kunnen vaststellen dat als een scheidsrechter twijfelt, hij een beroep doet op televisiebeelden om zijn beslissing te nemen. Waardoor er achteraf geen controverse is.
Dan zouden bepaalde 'supporters' kunnen vaststellen dat tijdens een rugbywedstrijd de fans van beide ploegen bij elkaar zitten en samen genieten van de wedstrijd. Zonder elkaar verwijten naar het hoofd te slingeren.

Rugby is trouwens de enige sport waar de winnaar na de wedstrijd een erehaag vormt om voor de verliezers te applaudiseren.
Uiteraard worden er in het rugby ook fouten gemaakt, verkeerde beslissingen genomen en gaan spelers al eens over de schreef. Maar de belangrijkste regel blijft: fair play.

Het zal niet alle heisa in het voetbal wegnemen, maar met een beetje goede wil van alle partijen zou de sport weer centraal staan. En niet het gemekker en de heisa achteraf.


Frank Van De Winkel

Weg met de krachtpatsers in judo

Frank Van De Winkel | 06 februari 2009 om 16:12

In sommige sporten beweegt er nooit wat. De regels liggen er voor eeuwig en altijd vast, wellicht tot die sporten uitsterven. Er zijn uitzonderingen: tennis bijvoorbeeld. Denk maar aan bepaalde pauzes waarin de spelers hun coach kunnen raadplegen of de revolutionaire ingebruikneming van het elektronische arendsoog. Maar het lichtende pad van de laatste jaren is ongetwijfeld judo ingeslagen.
 
De competitieformule is helemaal herwerkt, naar het voorbeeld van tennis. Voortaan zijn er vier grandslamtornooien en zijn er op het einde van het seizoen ook nog eens Masters, voor de topzestien per gewichtsklasse. Er komen ook Grand Prix, en daaronder wereldbekerwedstrijden. Een betere geografische spreiding moet de aandacht wereldwijd doen toenemen. Kijk, dat vinden we nu eens een prima idee. Het getuigt van visie, en van moed om te durven vernieuwen.
 
De allerbelangrijkste veranderingen zijn gelukkig puur inhoudelijk. Met lede ogen zag men in de bakermat van de sport, Japan, het technische judo plaatsmaken voor de rudimentaire kampers uit voornamelijk de landen op de grens van Rusland en Azië. Azerbeidjan en consorten, waar het worstelen sterk staat.Tegelijk besefte men dat de regels, net zoals ooit in het voetbal met het catenaccio, ertoe leidden dat de tactiek te belangrijk werd. Net als de kracht, het uithoudingsvermogen. Een klein voordeeltje behalen en dat dan uitspelen door passief te vechten, vol schijnbewegingen en schijnaanvallen, werd te veel de norm. Een heerlijk mooie ippon, vooral het type waarbij de tegenstander in de lucht gekatapulteerd en op zijn poep terechtkomt, zag je steeds minder. Net zoals een armklem of wurging die tot zo'n ippon en dus automatisch tot de overwinning en het einde van de kamp leidde.
 
Daarmee wordt nu komaf gemaakt. Passief vechten wordt sneller bestraft, het kleinste voordeelpuntje (koka) valt weg zodat automatisch de technieken waarmee je veel punten behaalt (yuko, waz-ari of het einde van een kamp door een ippon) belangrijker worden. Ook andere regels moeten het technisch vechten bevoordelen. Judoka's trainen nu weer meer op de beheersing van dat soort worpen, wurgingen en klemmen en proberen ze meer te realiseren in de gevechten.  In principe moeten de meeste Belgen van de nieuwe regels kunnen gebruikmaken. Zeker Catherine Jacques, die wat leek weg te deemsteren. Zeker ook Dirk Van Tichelt, de enige Europese kampioen van dit ogenblik. Minder Ilse Heylen, ook al door haar kleine gestalte. Al is zij zo ervaren, zo professioneel en eergierig dat ze er alles aan zal doen om de boot niet te missen. Wie weet komen de gouden tijden dan ooit terug, toen men zich in het judo niet afvroeg of men een olympische medaille zou winnen, maar wie deze keer aan de beurt zou zijn.